17-05-12
Napoli 2012: wat de Romeinen tegen die van Napels hebben, een drollige geschiedenis aan de voet van een pestzuil en sterreneten in een paleis.
Het Museo Archeologico Nazionale in Napels is één van de meest indrukwekkende musea die ik in mijn leven bezocht heb. Achter elke hoek vind je wel een beeld, een mozaïek of een voorwerp dat je onmiddellijk herkent, en dat deel uitmaakt van het collectieve geheugen van iedereen die ooit heeft opgelet tijdens de lessen geschiedenis. Voor de meer gespecialiseerden onder ons, de historici met een zwak voor Rome (ja, Bart De Wever, het is iets voor u), of de kunsthistorici in het algemeen is dit een lawine van beelden die je tijdens de cursussen in Leuven of Gent zag.
De collectie opent met één van de mooiste verzamelingen Romeins beeldhouwwerk die er bestaan, de Farnese collectie. Tijdens de 16de eeuw, de periode van de Renaissance dus, werd de oudheid en alles wat Rome of Griekenland te maken had plots terug zeer populair. De Farnese familie, belust op macht en rijkdom, en dus op alles wat dat verzinnebeelde, begon toen met de opgraving van de Thermen van Caracalla in Rome. Dit complex van baden en sportinfrastructuur was ooit door Caracalla, één van de wredere en meer despotische keizers , opgetrokken, en bij de bouw ervan maakte hij driftig gebruik van recup-materiaal. Gelukkig voor ons verzamelde hij er een grote verzameling beeldhouwkunst, samengesteld uit delen van oudere beelden. Vandaag zijn die deel van het collectieve kunstgeheugen van Europa, en hier vind je dus, op een hoopje, de Farnese stier, dé Hercules zoals wij hem vandaag nog steeds inbeelden, een grote collectie keizersbustes die enorm is, en een groot aantal andere zeer bekende beeldhouwwerken. Eigenlijk moet je hier een touwtje rond je hoofd binden om de openvallende mond van verbazing in toom te houden, en ik vond het museum indrukwekkender dan dat van Rome zelf. Voor een Romein moet dat toch wel een beetje zuur zijn

Keizer Caracalla
Na die ene benedenverdieping ben je al behoorlijk onder de indruk, maar het moet eigenlijk nog beginnen. Wie ooit Pompeii en Herculaneum bezocht heeft zich misschien wel eens afgevraagd waarom het er eigenlijk zo kleurloos en leeg uitziet, en de uitleg is dus makkelijk: alles ligt hier. Een onwaarschijnlijke collectie gebruiksvoorwerpen, van de gewoonste tot de gekste, zowat alle mozaïeken (ook hier het ene na het andere beeld dat je bekend voorkomt), de ten dele opgegraven inhoud van één van de grote villa's van de regio die toen al een bezienswaardigheid moet zijn geweest (het touwtje rond het hoofd moest hier terug worden aangebracht) en een zeer amusante geheime kamer met erotische kunst (touwtje mocht er terug af), je wandelt van de ene wonderkamer de andere in.

De alomtegenwoordige Japanners vonden de erotische kamer trouwens het leukste, leek het. Twee oudere Japanse dames stonden giechelend naar een portretje te kijken van een vrijpartij tussen sater en geit dat euh...nogal expliciet is afgebeeld, en kregen de slappe lach toen ze ineens doorhadden dat het beeld in kweste één meter verder in volle glorie stond te pronken.

Het zal u dan ook niet verbazen dat wij enigszins vrolijk terug de straat op gingen, op weg naar ons middagrestaurant. Wij stonden te wachten op het grote plein voor het restaurant, aan één van de drie pestzuilen van Napels, en plotseling leek het alsof we in een Italiaanse film terecht waren gekomen. De zon scheen, families flaneerden in hun beste pak, en even verderop speelde een bandje een akoestische en zeer folky versie van Misirlou, een surfrock-nummer uit Pulp Fiction. Twee jongetjes, ik schat ze rond de tien jaar, en duidelijk broertjes, waren met een bal aan het spelen, onder het toeziend oog van hun ouders, toen plotseling de oudste uitgleed over een verse hondendrol en een pracht van een schuiverd maakte, en de drol mooi uitsmeerde over de volledige linkerkant van zijn kledij. Dit tot grote hilariteit van zijn broer, doffe berusting van zijn moeder en ingehouden woede van zijn vader, die hem in het nekvel greep en dirigeerde naar één van de zijstraten, gevolgd door de nog steeds schaterlachende broer en een glimlachende moeder. En nagestaard door drie glimlachende Belgen.
In onze rug ging ondertussen de deur open van het Palazzo Petrucci, één van de beste restaurants van onze reis, trotse houder van een Michelin ster.

Het Palazzo Petrucci opende als restaurant in 2007 als een initiatief van de zakenman Eduardo Trotta en de kok Lino Scarallo op het Piazza San Domenico Maggiore, in het hart van Napels. De tafels staan in de18de eeuwse stallen van het Palazzo, in een sobere maar gezellige ruimte, en het restaurant heeft een ster in de Michelin-gids. We kregen onmiddellijk een glas schuimwijn, de Prestige Rosé, Grand Cuvée Aglianico van Masseria Fratasi, een redelijk klein wijnhuis in Campania. Het was mijn eerste schuimwijn van deze druif, maar ik blijf er bij dat schuimwijnen van stevige druivenrassen verrassend lekker kunnen zijn. Hier werd het mooie frambozenfruit geflankeerd door een mooie mineraliteit en wij waren dus verrast...en vonden het lekker, net als het aperitiefhapje (foto hieronder).
Mijn voorgerecht was héérlijk, en één van de lekkerste schotels die ik op de vijf Italië reizen al at. Battuto di calamari, ostriche e lime con tartare di vitello, carciofi e maiones d'astice was een prachtige combinatie van vis en vlees, heel fris en origneel en om duimen, vingeren, bord en servies af te likken. In de vistartaar zat inktvis, oesters en limoen en het contrast met de tartaar van kalfsvlees die er bovenop lag was geweldig. In het glas zat toen al een Greco, de Loggio della Serra, Terradora, 2009. De neus was heel rijp en overweldigend en iedereen riep direct eik, maar het etiket bevestigde het niet (later bleek het een langdurig verblijf sur lie te zijn geweest). Mooie mineraliteit ook. In de mond had hij veel structuur, mooi fruit en mooie mineraliteit, super, en om de één of de andere reden noteerde ik dat het een intelligente wijn was. Hij was op zichzelf al heel duidelijk en lekker, maar hij plooide zich prachtig rond mijn gerechtje.
De ravioli ripieni di capocollo di maiale alla genovese su guazzetto di vongole e pecorino e mirto waren ravioli's gevuld met stukjes coppa in een genovese saus, met daarover wat vongole gestrooid, en dus opnieuw wat monte e mare, maar mij hoorde je al lang niet meer klagen, alleen maar tevreden zuchten. Ook nog niet vaak zo'n lekkere ravioli gegeten, en vooral het contrast tussen de fraîcheur van het sausje van de vongole en het hartige van de ravioli zelf was verbluffend. Aan de overkant had iemand een schoteltje vis dat mij in verleiding tot moord en doodslag zou hebben gebracht, ware het niet dat ik met de eigen keuze ook zo tevreden was.
Tot onze vreugde herbergde de wijnkaart nog een verrassing om de vakantie af te sluiten: de Aglianico JQN104 van de mysterieuze Joaquin. Zeer complexe neus, heel elegant en heel evenwichtig, in de mond schitterend rond, maar ook heel complex en fris, met heel fijne elegante tannines. Het wwWeb weet me verder alleen te vertellen dat Raffaele Pagano in zijn Joaquin domein graag en veel experimenteert, maar wat een prachtige wijnen maakt die man ! De fles werd geledigd in het goede gezelschap van een konijn, het Coniglio laccato con salsa di porro al rosmarino pappa alla cacciatora, chips di ceci et bietola croccante. Er volgde nog een mooi nagerecht, een zoete gewurztraminer VT van Girlan, mooi, stevig en lang (ah! beschreef iemand mij zo eens...), een wandeling naar het hotel, een taxi, een vliegtuig, een hapje in Rome, en een druilerige koude nacht in België. Napoli, Ti Amo !!
15:48 Gepost door erikdekeersmaecker in Vrije tijd, Wijnreizen | Permalink | Commentaren (0) | Trackbacks (0) | Email dit | Tags: wijn, michelin, napoli, restaurant, useo archeologico, kunst |
Facebook |
01-05-12
Napoli 2012: Europeo di A. Matozzo
Met pijnlijke voeten en grote honger was de keuze tussen benenwagen en taxi snel gemaakt. Voeg daar nog de dosis adrenaline aan toe die een Napolitaanse taxirit je bezorgt, en wij kwamen terug behoorlijk bij de pinken aan in het restaurant van de avond. En dat was nodig, want twee beeldschone maar zeer energieke dames stonden ons daarop te wachten: Luigia en Fabiana, de dochters van Alfonso Matozzi. De Matozzi's zijn een geslacht van pizzamakers en restauranteigenaars dat al in de 19de eeuw over de hele stad etablissementen had. Grootvader Eugenio had lang geleden al wat gediversifieerd en opende een restaurant, Europeo, dat wat breder ging dan gewoon pizza, en zijn zoon Alfonso nam het later over: vandaar de naam.
Het was misschien de meest Italiaanse culinaire avond van de reis: een combinatie van goddelijk eten en lawaaierige chaos, verwarring en consternatie, gekruid met de charmante maar drukke aanwezigheid van de twee Matozzi dames. Voor mij was het trouwens ook het mooist ingerichte restaurant van de reeks.
De maaltijd begon zoals elke maaltijd zou moeten beginnen: met een reeks heerlijke en eerlijke streekgerechtjes en producten: een serie antipasti die ons achterlieten in een staat van culinaire verrukking. Gemaakt volgens een recept van opa Eugenio, en vroeger alleen met Pasen, maar zo populair bij de hele familie dat ze het nu het ganse jaar maken: een casatiello napoletano. Eigenlijk een groot brood met olijven, kruiden en spekjes, om duimen en vingeren en elk ander ermee in aanraking gekomen lichaamsdeel af te likken. Een reusachtige klomp mozzarella di bufala aversana die al mijn andere mozzarella ervaringen in de ijselijk diepe afgrond van de net niet mozzarella's wierp...een beetje zoals na een etentje en een nacht met een prachtige vrouw 's morgens de bus naar de stad nemen en denken dat er toch wel grote verschillen bestaan. Nog wat pizza rustica, nog wat carpaccio van vis, een garnaaltje of twee en nog wat andere knabbeltjes later waren wij zo ongeveer klaar met het doorworstelen van de menu's toen één van de dames ze bijna letterlijk uit onze handen rukte met het advies ze te vergeten (we are a restaurant, not a library...) en gewoon haar advies te volgen. Wat we, ervaren Italofiele restarantgangers zijnde, ook met veel plezier deden.
In het glas was ondertussen een Fiano 2010 van Terradora (inderdaad, van de andere Mastroberardino broer) verschenen. Licht rokerig fruit, citrus, mooie strepen mineraliteit, en in de mond mooi fris en tegelijk ook mooi breed. Aardig ! ** Hij werd opgevolgd door nog een andere Fiano 2010, van PietraCupa, een heel kleine maar sterke locale producent, met mooi complex wit fruit, veel volume en een erg lange en brede mond. ***, dus. In het bord verscheen eerst en vooral een pasta alla genovese alla napolitana,subliem lekker, maar vreemd: Genua ligt hier toch redelijk ver vandaan ? En was alla genovese niet met pesto ? Wel dus, niet in Napoli, waar het een pasta is met een rijke saus van ajuinen en vlees die acht uur staat te pruttelen voor ze klaar is. Daarna kwam stoccafissa, of stokvis, één van mijn favorieten (vreemd dat ik zo'n noordelijk voedingsbestanddeel terug leerde kennen in het zuiden van Italië), perfect klaar gemaakt, en afgesloten werd er met een dessertbordje waar tot ieders grote vreugde ook ons oude Siciliaanse vriendje, de cannoli, op terug te vinden was. We combineerden dat met een Passito, de Gocce d'Ambra, met de geur van honing en gekonfijte sinaasappel, heel rijp en mooi rond, afkomstig van het eiland Ischia.
11:56 Gepost door erikdekeersmaecker | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
21-04-12
Napoli 2012: Over Grieken, Heiligen, Voetballers en Pizza
Van de vier mannelijke medereizigers zijn er drie historicus en dat is een vorming en ingesteldheid die je nooit meer kwijt raakt. Ik doe dan ook niks liever dan door een grote stad struinen en dingen bezoeken die laten zien hoe zo'n stad is samengesteld uit eeuwen geschiedenis, en hoe op elke plaats weer een andere tijdsperiode aan de oppervlakte komt. In Napels is dat niet anders en wij wandelden van ons hotel in de baai naar het Centro Storico waar zich de lekkerste pizza van Napels zou verstoppen.
We wandelden vanuit de baai omhoog, langs het 17de eeuwse Palazzo Reale van de Bourbon-dynastie, en door de schitterende Umberto I galerij uit 1887 met zijn enorme glazen koepel, één van de grootste van Europa. Overal rondom ons zagen we mensen die zich voorbereidden voor de marathon van Napels die die dag gelopen werd, maar wij waren onderweg naar een kleine marathon kerkbezoeken.
De eerste daarvan was de Chiesa Sant'Anna dei Lombardi en het was onmiddellijk een voltreffer. Deze 15de eeuwse kerk barst uit zijn voegen van de kunstschatten, maar wij schonken vooral aandacht aan de twee highlights: de sacristie van Vasari en de terracotta Pieta van Mazzoni.

De schilder Giorgio Vasari verbleef maar twee jaar in Napels maar was er verantwoordelijk voor de introductie van de renaissance-schilderkunst en dit was er zijn eerste en volgens ons ook mooiste werk. Vroeger was deze ruimte de refter van het Oliventano klooster maar ze was al door een andere kunstenaar omgevormd tot sacristie en volledig voorzien van fresco's. Vasari kreeg de opdracht ze te overschilderen in een "modernere" stijl en hij deed dat met veel verve. Een echte explosie van kleur !

Veel soberder qua kleur, maar heel aangrijpend en vreemd genoeg heel levensecht is de Pieta rond een opgebaarde "Jezus op de koude steen", van de hand van Guido Mazzoni uit 1492, met heel dramatische figuren die heel gedetailleerd zijn gemaakt, en heel realistisch. Bij deze pieta staan ook de beelden van de schenker en van een andere oudere man, en beiden zijn afgebeeld met alle rimpels en aders en wratten die de personen in kwestie ook echt hadden. Het was een specialiteit van Mazzoni en hij was er toen erg populair voor. Google maar eens, sommige zijn echt spectaculair.
De Chiesa del Gesu Nuovo, met zijn eigenaardige buitenmuur, is de Napolitaanse kerk van de Jezuïeten. En hier merkte je weer eens heel sterk in hoeverre veel kerken in Italië verschillen van de onze, die vaak verworden zijn tot toeristische bezienswaardigheden en musea, maar die hier nog vaak zinderen van religieuze activiteit. Continu liepen hier mensen aan en af om te bidden, te biechten en elkaar te ontmoeten, en op een curieuze manier deed deze kerk mij qua activiteit denken aan een moskee, de enige plaatsen in België waar religie nog met zijn twee benen in de alledaagse realiteit schijnt te staan. Een groot deel van de verering hier is dan ook gewijd aan een zeer alledaagse Sint, de in 1997 heilig verklaarde Giuseppe Moscati, een arts. Ik kon het niet laten om er een medaillon van te kopen (mijn vader is arts)...en voor de rest wordt dit wat te persoonlijk, maar soit, ik vond dit een levendig kerkske !
Buiten op het plein voor de kerk staat nog een aan de Maagd Maria gewijde grote zuil uit 1750, waarvan het standbeeld nog getooid was van verse bloemen. Het is een zogenaamde pestzuil, opgetrokken om de stad te beschermen tegen epidemiën.
Over de Santa Chiara kerk ga ik kort zijn. Ze bevat opgegraven Romeinse thermen (bwah leuk), veel brokstukken van de originele kerk (bwah bwah redelijk leuk) maar ook één van de mooist binnenkoeren die ik al gezien heb, met sinaasappelbomen en schitterende majolica zuilen die van het geheel iets heel vrolijks en kleurrijks maakten.
Ondertussen wandelden wij al een hele tijd in het Centro Storico van Napels, het oude centrum, dat eigenlijk bestaat uit één enorm lange smalle straat, de Spaccanapoli, en honderden steegjes en (binnen)pleintjes die daar op uit komen. Je wandelt hier echt in de geschiedenis, en de Spaccanapoli is één van de drie originele Griekse straten die van oost naar west liepen en waarrond de oorspronkelijke Griekse inwoners de stad hebben uitgebouwd. Naast veel toeristen zwermen er overal scooters rond je heen en het is er heerlijk druk. Het viel me trouwens ook op hoe veilig en proper het er was (men zegt dat de ordehandhaving van de mafia bijzonder bruut maar ook bijzonder efficient is) en hoe weinig bedelaars en leurders je er aantrof.
Geen Madonna, maar een Maradonna schrijn, ergens in de Spaccanapoli.
Ik bespaar u een paar kerken (zuchten van verlichting bij de lezers) (we zijn bijna bij de pizza) maar de Capella Sansevero wil ik hier toch vermelden om het risico te vermijden dat u er ooit zou voorbij wandelen zonder er binnen te gaan. Het bevat een paar van de mooiste beeldhouwwerken die ik ooit zag, maar is eigenlijk één grote puzzel, opgesteld door Prins Raimondo di Sangro, amateur-wetenschapper, filosoof, kunstliefhebber, soldaat, schrijver en oprichter van één van de eerste loges. De hele kerk zit vol symbolen (de doolhof op de grond verwijst naar de eindeloze zoektocht naar kennis) en in de kelder staan nog twee anatomische modellen, die heel gedetailleerd en een beetje spooky het aderstelsel van een man en een vrouw afbeelden, van de slagaders tot de allerkleinste adertjes.

Boven, in de kapel, ligt de Cristo Velato, een Christus op de Koude Steen, die bedekt is met een zijden doek, een ongelooflijk mooi beeldhouwwerk dat erin slaagt om zeer levensecht te zijn, en waarvan je je echt afvraagt hoe de beeldhouwer dat gedaan heeft.
Ondertussen waren wij van al die godsdienst en al die kunst stil geworden, en het was dus dringend tijd om daar iets aan te doen. Even een glas wijn in de zon op de Piazza Bellini, naar schone licht alternatieve Italiaansen mooi zaten te wezen (gehuld in wolken van niet zo legaal rooksel), en dan naar Starita, voor de beste pizza van Napels.
Ik heb zelden zo lang gewacht op de stoep van een restaurant maar ook zelden zo aangenaam. Wie in dit immens populaire restaurant een tafel wil moet naar binnengaan en zich aanmelden, om dan op de stoep te gaan staan wachten tot ze je komen roepen. Als de wachttijd echt lang is komen ze zelfs af en toe buiten met wat hapjes. Toen wij er waren stond er denk ik een vijftigtal mensen te wachten, en de door het volk slalommende scooters, de Italiaanse familia's, de voorbijwandelende schoon madammen, én niet te vergeten het aangename gezelschap van onze eigen schoon madammen, zorgden ervoor dat de tijd vloog.
Voor belachelijk weinig geld aten wij er een schitterende pizza (met artisjok en speck voor mij), dronken een paar pinten omdat ze dat zo doen in Napels (ik drink eigenlijk liefst een frisse droge Lambrusco bij pizza), en wandelden verder door nog een paar kerken, een paar bars en dan donker wordende straten tot aan ons hotel, waar bad en bed verluchting boden aan voeten die aan het eind van hun Latijn waren. Er werd dan ook unaniem besloten om straks een taxi te nemen...
17:03 Gepost door erikdekeersmaecker in Wijnreizen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
05-04-12
Napoli 2012: Madonna's en Lord Nelson in het Capidomento musem en en ontmoeting met Joaquin en Umberto.
Ik weet niet goed wat het was die avond. Was het nu het feit dat de nacht in januari nog zo vroeg valt, of was het de link met Lord Nelson (my hero), of was het gewoon het gebouw zelf, maar het blijft een feit dat ik mij mijn bezoek aan het Capidimento museum herinner als in een droom, en een beduidend rare zelfs.

Wij arriveerden in het museum in de late namidddag, in die mooie uren voor de zon ondergaat en wanneer het licht zo'n speciale kwaliteit heeft. In het park speelden schoolkinderen en struinden oude heertjes rond, en in de halflege museumwinkel was men eerder verbaasd dan blij om op dit tijdstip nog toeristen te zien. Wij lieten onze Mastroberardino aankopen achter bij de lezende winkeldame en begonnen aan een tour vol Madonna's, engelenfiguren in 1000 verschijningen en héél véél Martelaren. Af en toe katapulteerde een zaal ons de "gewone" geschiedenis in als ze gewijd was aan de Bourbon's, de zeer inefficiênte laatste koningen van de Twee Siciliës, of wanneer ze terug greep naar de historische kunstcollectie van de Farnese's, maar in mijn herinnering leek het of we verdwaalden in zaal na zaal vol allemaal wat op mekaar lijkende kunst, af en toe onderbroken door meesterwerken, zoals de hier afgebeelde Breugel, een stuk waar ik tien minuten naar heb zitten staren.

Ondertussen was het buiten donker geworden wat een stevige bijdrage leverde aan de vervreemdende sfeer (al veel musea bezocht na het invallen van de nacht ?) en toen we buitenkwamen leek het me alsof er elk moment een koets met Nelson erin het binnenplein zou opdraaien. In plaats daarvan gingen wij naar buiten, het park in, dat nu in allerijl werd verlaten door de gewone wandelaars, terwijl er langs alle hoeken en gaten jongeren binnenstroomden, allemaal met een paar honden bij, in het nu zo goed als pikdonkere park. De taxi's voor de poort waren al allemaal weg, dus wij sleurden onze flessen Mastroberardino de heuvel af, wandelden kilometers ver om taxi's te vinden die onmiddellijk terechtkwamen in een enorme verkeersopstopping, vielen compleet uitgepeigerd ons hotel binnen, gooiden nog snel een prosecco in ons keelgat om te bekomen en werden dan terug de straat opgejaagd naar ons drukken en levendige restaurant, Umberto.
Lady Hamilton's friend, Queen Maria Carolina - who had 'walked frantic about the room' on hearing of Nelson's victory, embracing 'every person near her' and crying out, 'Oh! Nelson! Oh! Saviour of Italy !' wrote to him in equally excited tones, telling him that she had hung his portrait in her room and asking him to give 'un hip hip hip' and to sing in her name 'God Save die King et puis God Saeve Nelson et Marine Brittannique'.
Uit de Nelson biografie van Christopher Hibbert, na de slag bij Aboukir voor de kust van Egypte waar hij de Franse vloot versloeg. Koningin Maria Carolina was de zuster van Marie Antoinette en als dusdanig geen echte fan van de Franse Republiek. Deze scene speelde zich waarschijnlijk af in het stadspaleis, maar het is niet onwaarschijnlijk dat Nelson ook in Campodimento de koning een bezoek bracht.

Umberto is een uitermate levendig restaurant, dat binnenkort zijn 100ste verjaardag viert en het lijkt op het eerste zicht een beetje op een tourist trap: Engelstalige spijskaarten die wat afwijken van het Italiaanse origineel, krappe tafeltjes en verbijsterd rondkijkende Japanners die om hulp smekend de kelner laten bestellen of zich op de pizza gooien. Maar toen kregen G. en J. de wijnkaart in handen die hier bestaat uit een I-Pad op een pootje en is samengesteld door de gepassioneerde eigenaar, en die ongelooflijk schijnt te zijn. Ze werden dan ook tergend traag gelezen door een tafelgenoot die die Ipad onmiddellijk monopoliseerde... wat mij op gedachten bracht waarvoor de gemiddelde Napolitaanse huurmoordenaar zich niet voor hoeft te schamen.
Om dan, God werpe zijn ziel in de duisterste krochten van de wijnhel, zijn oog te laten vallen op een Fiano van Feudi di san Gregorio, de Pietracalda 2010, ook verkrijgbaar in België (grrrr) en weliswaar niet slecht maar ongeveer even verrassend als de belastingspolitiek van een nieuwe regering. Godzijdank was zijn tweede keuze interessanter, en maakten wij kennis met de andere Mastroberardino broer, en met zijn domein, Terradora. De heren kozen na lang wikken en wegen hun Taurasi uit 2004, de Pago dei Fusi, en we proefden, en ik vind het bijna spijtig het te moeten schrijven, het verschil tussen oude wijnstokken en nieuwe. Niks tegen de Taurasi Radici van Mastroberardino, integendeel zelfs, maar hier kon hij niet tegen op. Na enige discussie hielden wij het er op dat de Terradora beschikte over 'Umpf' en de Radici niet. Hij was kruidig en rijk en goed gestructureerd en een echte aglianico, met mooie strakke tannines en een lange afdronk. ***(*) en "Umpf".
Ondertussen behoorlijk nijdig door een te lange "wijnkaartonthouding" onderschepte ik een nieuwe poging tot wijnkaartgestaar door dapper de dame des huizes te vragen naar "een interessante witte wijn met genoeg karakter om na de rode te komen", een trukje dat in een restaurant waar men zijn wijnen begrijpt mag en moet worden toegepast (zo leer je nog eens iets nieuws). En ja hoor, Miss Umberto arriveerde met wat de verrassing van de reis zou zijn: een fles Fiano van Joaquin, de Vino della Stella 2009. Gewoonweg mindblowing ! Raffaelo Pagano, een vriend des huizes als ik het goed begrepen heb, is een soort wijnzot waarover bijzonder weinig te vinden is op het internet. Hij produceert elke keer een redelijk beperkt aantal flessen die lokaal worden leeggedronken en experimenteert continu zodat hij elke jaargang weer andere wijnen maakt (met aangekochte druiven). Dit exemplaar lag heel dicht bij een goede vin naturel (vini veri in Italië), en was schitterend. Heel rijke en intense neus, heel mooie verse sinaasappel. Geweldig mooie structuur, lang, rijk en complex. Heel apart karakter. Ik heb vergeefs het internet afgeschuimd opzoek naar meer informatie, en als iemand mij kan helpen, kan hij rekenen op onze eeuwigdurende dankbaarheid (en klandizie indien hij toevallig ook...). **** voor deze jongen !
Ondertussen was het gedenkwaardigste wat bij mij op tafel was gekomen de pastaschotel, tubettini met inktvis en kappertjes, werkelijk ongelooflijk lekker, maar ook aan de andere gezichten rond de tafel werd enige tevredenheid opgemerkt. Na het eten werd, denk ik om te vermijden dat er alweer een eindeloos getreuzel en gewijfel zou komen, de tafel letterlijk gevuld met dessertdranken. Daar waren twee lekkere passito's bij, waaronder een heel evenwichtige en lichte zoete, de Chicca d'Oro van Tenuta Cavalier Pepe, een paar flessen Averna en Amaretto én een notenlikeur, de Nucillo e Curti, Vesuvio 2010, 54% alcohol, en zeer lekker (en heel onverwacht evenwichtig en drinkbaar voor zo'n woef!-drankje). Mme Rick's humeur werd uitstekend, zeker toen ze onderweg aan één van de glascontainers van Napoli een redelijk reusachtige maar mooie vaas vond (staat nog steeds in onze keuken). Old Fashioned en Whiskey Sour sloten de dag af, en het wijnkaartslakgedrag van G. werd afgestraft toen hij uit de uitgebreide cocktailkaart van het hotel feilloos het allerslechtst smakende exemplaar wist te kiezen. Boven mij hoorde ik een grinnikende wijngod...
De voorgrond is hier uiteraard het belangrijkste...het was ons dessertwijnenaanbod en ze lieten die flessen een dik half uur staan. Plezierig plezant.
20:18 Gepost door erikdekeersmaecker | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
24-03-12
Napoli 2012: over de geneugten van de witte moerbeiboom en flesrijping.
Na het bezoek aan de schatkelder van Mastroberardino was het tijd voor een eerste proeverijtje, en J. had gekozen voor een kennismakingspakketje met drie van de lokale druivenrassen.
1: Greco di Tufo, Mastroberardino, 2010: Mooi zonnig steenfruit, met toetsen van kalk en keien, en in de mond een mooie aciditeit, mooi wit fruit, een frisse en fruitige wijn met een lange nadronk en een mooie mineraliteit. **
2: Fiano di Avellina, Mastroberardino, 2010: mooie fruitige neus maar ook ondermeer hazelnoot, wat complexer dan de Greco. Mooie structuur met een mooie bittere attaque. **(*)
3: Radici, Taurasi, Mastroberardino, 2006: Dit is de trots van Mastroberardino en in hun kelders hebben ze jaargangen liggen die teruggaan tot 1928. Deze wijn wordt gemaakt met de Aglianico druif, en het huis mag heel terecht zeggen dat hij zonder hun niet meer zou bestaan. Donkergekleurd (20 dagen schilweking). Zeer mooi warm fruit, heel zuiver, heel mooi geëikt, niet te agressief, heel complexe aroma's (tabak, asse); in de mond strak en fris, stevige tannines, fris rood fruit ook. *** De stokken zijn nog maar 10 jaar oud, en dat proef je wel een beetje, deze wijn gaat nog veel vooruitgaan, maar nu is hij al een zeer zuivere expressie van wat er gebeurt met de wisselwerking tussen aglianico en eik (12 tot 18 maanden, en een mix tussen barrique en groot vat, afhankelijk van het jaar).
En na dit proevertje werd het tijd voor een bezoek aan de wijngaard, enig gewentel in luxe en een uitstekende maaltijd met nog meer Mastroberardino wijnen, en dus hopten wij in onze taxi en volgden wij de door het landschap stuivende auto van Stephane naar het domein Mirabella Eclano.
Het domein is de thuis van de Falanghina en Aglianico wijngaarden van Mastroberardino en combineert heel recente aanplant met de 40jarige Aglianico stokken waarmee de Historia wordt gemaakt. Wij wandelden even door de wijngaard en werden dan met zachte hand binnengeleid in een oord van luxe, met zwembad, eigen golfterrein, luxueuze kamers en een toprestaurant: het Radici landhuis. Wij mochten als getrainde jachthonden even aan al die luxe snuffelen en, net toen het ons iets te veel werd, mochten we aan tafel gaan in de Morabianca restaurant dat in hetzelfde landhuis ligt.
De eerste wijn die we hier aperitiefgewijs te drinken kregen was de Falanghina, Morabianca, Irpinia IGT, 2010, net zoals het restaurant genoemd naar de oude moerbeiboom voor het huis. Deze wijn wordt gemaakt van 8 jaar oude stokken op het domein zelf (overal waar ondergrond en orientatie minder geschikt waren voor de aglianico) en rijpte op inox. In de neus vooral wit fruit, iets van tabak en kruiden, in de mond vooral smakelijk en toegankelijk. *(*). En na een glas (of twee) en wat kleine hapjes waren wij voorbereid en helemaal klaar voor alweer een schitterende maaltijd.
Ik vergat de naam op te schrijven, maar het was bijzonder lekker !!
Ook de wijnen schakelden nu een versnelling hoger en bij het eerste, hierboven afgebeelde gerecht, kwam al één van de betere witte op tafel, de Radici, Fiano di Avellino, 2010, gemaakt met een selectie van druiven van de Santo Stefano wijngaard, aangeplant vanaf het midden van de jaren 90. Mooie complexiteit, mooi bittertje, maar het gerechtje was hier de ster, niet de wijn. En in alle eerlijkheid, op dit moment begon ik wat te twijfelen aan Mastroberardino. Technisch goed gemaakte wijnen, dat wel, met al die originele druivenrassen, ok, maar ik miste tot nu wat panache, wat originaliteit en, ik durf het woord nauwelijks in de mond te nemen, wat terroir. De volgende twee wijnen waren magnifiek en groots.
Vintage, Greco di Tufo, 2006: Als er iets is dat ik de Italianen vaak wat verwijt is dat ze hun wijnen veel te jong drinken en ik was dan ook heel blij met deze fles. Nu zijn ze bij Mastroberardino niet zo gek op eik. in hun ogen kan alleen de beste Aglianico daar bij winnen en dient hij in alle andere gevallen alleen maar om de originele smaak van het druivenras te verstoppen. Gelukkkig zijn ze ook nieuwsgierig genoeg om te kijken wat er gebeurt door een gecontroleerd verouderingsproces en onder de naam Vintage worden wijnen uitgebracht die in de kelders van het huis, en op fles, vier jaar rijpten voor ze op de markt komen. Dit levert prachtige wijn op, heel karaktervol en heel interessant, en heel lekker, en door zijn karakter een goede begeleider van de stevige pasta con ragu di cipola. Heel intens geel gekleurd door de vroudering, en met een prachtige neus met toetsen van honing, bijenwas en gedroogd fruit. Heel veel body en prachtig gestructureerd en geweldig interessant. *** en ze maken ook een Vintage voor de Fiano druif en de Aglianico.
Historia, Taurasi DOCG, 2006: Deze wijn komt van de oude wijngaarden rond het landhuis (ongeveer 40 jaar oude stokken) met een vulkanische ondergrond die ook een kleilaag en brokken kalk bevat. De druiven worden laat geoogst, eind oktober, begin november, en ondergaan een lange schilweking. Daarna gaan ze nog eens 18 maanden op barrique en 18 maanden op fles voor ze losgelaten worden. Dit is de enige wijn die volledig barrique-gerijpt is, en volgens Stephan de enige waarvan het grondmateriaal zo goed is dat dit proces ook echt iets bijbrengt. Er worden ongeveer 7000 flessen van gemaakt. Zelfs nog voor ik walste stoof er uit het glas al een prachtig aroma op met chocolade en rijp fruit. Na walsen werd het aroma heel complex, heel fijn en versmolten, heel af eigenlijk. In de mond was de wijn eveneens zeer harmonieus, mooi fris ook en met een hel mooie wat gronderige toon. De afdronk was licht droogtrekkend en deze wijn, alhoewel perfect drinkbaar, mocht nog een paar jaartjes meer om helemaal op dronk te zijn. Dit is een indrukwekkende Taurasi, en een echte belevenis. **** dus.
De Historia wijngaard.
We sloten deze succulente maaltijd af met een dessertwijn, de Melizie, Fiano di Avellino Passito,2010, een wijn die wordt gemaakt met druiven die aangetast zijn door Muffa Nobile, botrytis dus. Zelden zo de zon geproeft in een glas (ze scheen ondertussen ook écht), met het aroma van zoemverse honing en de smaak van gedroogde vruchten en wat amandelen, en met een heel mooi evenwicht. *** Twee grappa's brachten ons de genadeslag toe en we werden ingedommeld gereden naar een plaats die ik maar niet uit mijn hoofd kan zetten...
05:53 Gepost door erikdekeersmaecker in Wijnreizen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: taurasi, golf, restaurants, napoli, mastroberardino |
Facebook |
17-03-12
Napoli 2012: Mastroberardino
De kelders van Mastroberardino liggen op een uurtje rijden van Napels, in Atripalda, en het was daar dat Stephan Moccia, de exportmanager, op ons stond te wachten. William Mortelmans, van de kersverse Mastroberardino invoerder in België, Young Charly, had ons geïntroduceerd en dankzij zijn voorspraak kregen we wat extra aandacht en begeleiding.
Mastroberardino is het grootste en oudste wijndomein van Campania. De wijnlink van de familie gaat terug tot 1750 toen een zekere Pietro di Berardino aan zijn naam de eretitel Mastro toevoegde, maar de oorsprong van het domein ligt in 1878 toen Cava
liere Angiolo Mastroberardino de firma stichtte met de onmiddellijke bedoeling om de wijnen van Campania te exporteren naar Europa en Amerika. Zijn zoon Michele reisde de wereld rond om ze bekender te maken, maar de grondslag voor de huidige naam en faam werd gelegd door de kleinzoon, Antonio Mastroberardino. De phylloxera crisis, de tweede wereldoorlog en de plattelandsvlucht naar de grote steden had de wijnbouw in Campania bijna vernietigd, en de wijnbouwers die er in de jaren 50 terug aan begonnen rukten hun oude stokken aan om ze te vervangen door makkelijkere en productievere rassen als de piedirosso, de sangiovese en zelfs de merlot. op dat moment besloot Antonio om al die prachtige oude tradities te redden en vast te houden aan het werken met de oude druivenrassen als Greco, Fiano en Aglianico. Tot begin jaren 90 was hij de enige producent in heel Campania, en hij kan dan ook terecht worden beschouwd als hun redder. Vandaag zijn er al meer dan 150 die hem hebben nagedaan.
Vandaag is achterkleinzoon Piero de baas, maar eerst kreeg hij tezamen met zijn vader de zware taak om het familiedomein door zowat de zwaarste crisis ooit te loodsen. De Mastroberardino's zijn mensen met karakter en mensen met karakter durven al eens botsen. Begin jaren 90 leidde dit tot een conflict tussen Antonio en zijn jongere broer, Walter. Na jarenlange strijd besliste een rechtbank in 1993 om Antonio de merknaam en de kelders te geven, maar besliste ook om het grootste deel van de wijngaarden aan Walter te geven (een groot deel daarvan was via zijn echtgenote's familie in het patrimonium gekomen). Dit leidde ertoe dat Walter op zoek moest naar kapitaal om nieuwe kelders te bouwen, en Antonio naar nieuwe wijngaarden. Dat lukte snel, via een lokale coöperatieve en afspraken met andere producenten, maar tot vandaag valt het grote aandeel jonge stokken bij Mastroberardino op, en in veel wijnen merk je dat een beetje. Zoon Piero, de huidige zaakvoerder, nam het roer definitief over in 2003, moderniseerde de kelders en schonk heel veel aandacht aan het zoeken naar de correcte klonen van zijn oude druivenrassen, en aan het aanplanten van de juiste druif op het juiste terroir. Mastroberardino's gamma is dan ook nog steeds in volle evolutie, en is een mooie mix van traditie, met ondermeer de schitterende Historia wijnen van 40 jaar oude stokken, en moderniteit met de frisse en duidelijke monocépages van relatief nieuw aangeplante oude druivenrassen uit de streek.

Piero Mastroberardino
In 1996 begon Mastroberardino trouwens met een uniek experiment toen ze samen met de archeologen van de Pompeii-site begonnen aan het heraanplanten van een wijngaard op een plaats waar een wijngaard had gestaan voor de uitbarsting van de vesuvius, en met gebruik van Romeinse landbouwtechnieken. Deze wijn, een blend van 90% piedirosso en 10% sciascinoso, wordt sinds jaargang 2001 gebotteld en verdeeld onder de ambassades van Italië waar het als een prestigieus relatiegeschenk wordt gebruikt. Wij hebben ze zien liggen maar aangezien de prijzen ervan boven de 100 euro gingen konden wij onze nieuwsgierigheid bedwingen. Mocht er echter een Italiaanse ambassadeur dit lezen...
Ondertussen had Stephan Moccia ons echter binnengeloodst in de vatenkelder van Mastroberardino. Het zijn alleen de Taurasi's die op eik rijpen omdat de Aglianico druif daar goed op reageert, de witte rijpen op inox (en één reeks veroudert op fles, heel interressant, daarover later meer). Ze werken met een nogal uiteenlopend vatenpark (heel veel verschillende producenten) maar ook nog altijd met de grote oude vaten van Slavoonse eik, en een deel van de kelder ligt op de oude middeleeuwse weg, ooit na een vulkaanuitbarsting verlegd. Her en der in de kelders werden door kunstenaars heel mooie fresco's geschilderd die ook op de etiketten van de wijnen terugkomen.

Het laatste stukje kelder dat we bezochten alvorens over te gaan tot het proeven was de schatkelder. Hier ligt een collectie Taurasi wijnen die teruggaat tot 1928, en hier wordt het wel heel erg duidelijk wat Mastroberardino voor deze wijnsoort betekend heeft. Proeven mochten wij helaas niet, daarvoor was CSP dan weer niet serieus genoeg, maar ik geef u met knarsetandend plezier toch even de proefnota's voor de 1928 en de 1934, in augustus 2010 neergeschreven door Antonio Galloni op www.eRobertParker.com.
Mastroberardino Taurasi 1928 - 95points
It's difficult to describe the 1928 Taurasi. Where could I start ? The color, a translucent red, is wonderfully intact. But that is just the beginning. The wine flows onto the palate with an extraordinary range of dried roses, berries, liquorice and leather, all of which come together in stunning style. There is incredible brightness and purity throughout, while the finish shows remarkable grip. The 1928 Taurasi will live to see its 100th birthday, making it nearly an immortal wine of monumental standin...
Mastroberardino Taurasi 1934
The 1934 taurasi is a deeply pitched, intense wine that boasts incredible richness considering its 76 years of age. Dried prunes, leather, tobacco, licorice and spices are woven together in this fully esolved Taurasi. Even though the 1934 is full of tertiary aromas it also retains just enough freshness to keep things interesting. Sweet scents of pipe tobacco linger on the harmonious finish. This is an unbelievable bottle.
Kijken mocht, aankomen helaas niet...
Volgend blogbericht proeven we eerst een kennismakertje met het gamma, om ons dan in luxe te gaan wentelen in Mirabella Eclano (en er verder te proeven, uiteraard).
06:26 Gepost door erikdekeersmaecker | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
10-03-12
Napoli 2012: Goede morgen ! Hier zijn de druivenrassen van Campania.
's Morgens wakker worden in een vreemd bed, naar het raam strompelen om de gordijnen open te trekken en dan dit zien...
Voor we verder gaan met ons bezoek aan Mastroberardino (zie volgende bericht) geef ik een klein overzicht van de druivenrassen van Campania die we de volgende dagen geregeld te proeven zouden krijgen. Zoals overal in Italië heeft ook Campania zijn eigen zeer druiven rassen en alhoewel we ze hier niet allemaal gaan vermelden toch een woordje over de belangrijkste.
1: Falanghina
Zoals zoveel druivenrassen in Campania is ook deze druif waarschijnlijk afkomstig uit Griekenland. Al in de 9de eeuw voor Christus koloniseerden de Grieken de regio rond Napels en stichtten de stad, toen nog onder de naam Parthenope. Napolitanen refereren zelfs vandaag nog naar zichzelf als Partenopéi. De naam Napels zou pas een goede vijf eeuwen later ontstaan toen andere Griekse kolonisten naast de vervallen stad een nieuwe bouwden, Néapolis of nieuwe stad. De Griekse kolonisten importeerden ondermeer hun druivenrassen. Velen zijn vandaag niet meer vindbaar in Griekenland waar ze zijn uitgestorven en vervangen, maar bleven in Italië bestaan. De Falanghina is er daar eentje van. De naam komt uit het Latijn, van het woord falangae of staak (die de druivelaars ondersteunde). DNA onderzoek heeft uitgewezen dat er twee bestaan, de Falanghina Flegrea die voorkomt in het noorden van Campania, in de Campi Flegrei, en de Falanghina Beneventana, die in het Noorden van Italië voorkomt. Wij hebben het uiteraard over de eerste.
De Falanghina houdt van lichte, poreuze grond met veel mineralen en van hoogtes met veel blootstelling aan zonlicht, veel wind en frisse nachten, en is dus zeer geschikt voor een bodem van vulkanische oorsprong. Haar natuurlijke aroma's zijn die van appels, specerijen en een likje vanilla. De wijn is meestal fris en licht en bij uitstek geschikt voor gerechten met zeevruchten. Tegen 1970 was ze zo goed als uitgestorven toen de familie Martusciello (die van het vorige blogbericht) de druif herontdekten en in ere herstelden. Vandaag is het in Campania de meest populaire druif voor wit. De druif wordt als monocepage gebruikt voor witte Falerno del Massico DOC, in de DOC Sannio Falanghina en in verschillende blends. Buiten de DOC's worden er ook veel monocepage wijnen mee gemaakt, vooral omdat ze zo goed passen bij zeevruchten en vis. Het is vaak een heel verfrissende wijn in de zomer vanwege zijn zuren.
2: Greco
De naam Greco slaat uiteraard op zijn vermoede Griekse afkomt en wordt in het zuiden van Italië vaak gebruikt. Het is niet helemaal duidelijk of al die Greco druiven echt to hetzelfde ras behoren omdat de naam ook soms wordt gebruikt voor wat eigenlijk trebbiano is, en recent DNA onderzoek ontmaskerde sommige Greco's als Asprinia (zie vorige blog). Wat echter wel bevestigd werd dat de druiven van de appellatie Greco di Tufo tot één enkele variant behoren. De DOCG Greco di Tufo ligt verspreid over het stadje Tufo en zeven omliggende dorpen. De ondergrond bestaat uit tufsteen, eveneens van vulkanische oorsprong, en de wijngaarden liggen op hellingen. De oudste vermelding van Greco uit Tufo dateert uit de eerste eeuw na Christus. Heel typische aroma's zijn die van perzik of versgeplukte groene blaadjes. Met flesrijping wordt de wijn nog kruidiger, en een goede Greco di Tufo is op zijn best na een goede drie jaar fles (de Italianen drinken hem echter jong). Hij kan tot tien jaar kelderen (in een goede kelder). Het is een excellente begeleider van iets rijkere visgerechten of kip, en een beetje mijn favoriet in deze regio.
3: Fiano
Of ook dit druivenras oorspronkelijk uit Griekenland komt is niet bekend, maar wat wel zeker is dat de naam van een Romeinse wijn komt, apianum. Die kreeg zijn naam van apis, Latijn voor bij, en bijen zijn inderdaag gek op de pulp van Fiano druiven. Het aroma van bloemen en honing is typisch en de wijn heeft ook heel vaak iets kruidigs dat met het ouderen meer naar voor komt. Ook toetsen van hazelnoot komen veel voor (sommigen wijten dat aan de nabijheid van hazelnootstruiken die vaak in de onmiddellijke omgeving staan aangeplant). In Campania komt de beste Fiano uit de regio rond Avellino en daar heeft hij dan ook zijn eigen DOCG, de Fiano di Avellino. Zijn grootste nadeel was de heel lage productiviteit en de druif was bijna verdwenen toen Mastroberardino ze terug oppikte. Die lage productiiteit was een voordeel voor de smaak en de complexiteit, en dankzij Mastroberardino werd ze snel terug populair. Het is de meest "complexe" van de drie en altijd een goede keuze op restaurant omdat het wijnen zijn met volume, perfect voor vis, kip en wit vlees.
4: Coda di Volpe
Ofte vossestaart, naar de vorm van de trossen. Wit druivenras dat uniek is voor Campania, waarschijnlijk ook al erg oud, maar zo goed als uitsluitend wordt gebruikt in blends.
5: Biancolella
Komt vooral voor op het eiland Ischia en aan de Amalfitaanse kust. Houdt van een vulkanische ondergrond. Meestal gebuikt in blends.
6: Piedirosso
Deze rode druif was ooit de lieveling van de lokale wijnboeren. Ze is héél productief en goed bestand tegen ziektes, is waarschijnlijk ook erg oud, maar ze kende haar piek na de phylloxera epidemie toen ze massaal werd aangeplant. Er wordt een licht gekleurde wijn mee gemaakt met veel zuren en weinig tannines, heel geschikt om als goedkope tafelwijn te dienen bij pizza en pasta. Zijn popularieit is vandaag erg gezakt en hij wordt nog vooral gebruikt in blends en in wat goedkopere tafelwijnen.
7: Sciascinoso
Deze rode druif is vandaag tamelijk zeldzaam geworden en wordt vooral gebruikt in blends met Piedirosso en Aglianico. Het is een laatrijpende druif met een stevige aciditeit en veel kleur. Monocépages zijn over het algemeen jong te drinken fruitwijnen zonder veel diepgang, vaak nogal wrang.
8: Aglianico
De naam Aglianico is een verbastering van Hellenica of Grieks en ook deze druif wordt aanzien als meegebracht door de vroege Griekse kolonisatoren. Het is zo goed als zeker de druif waarmee Falernium werd gemaakt, de legendarische gemaderiseerde zoete wijn uit de Romeinse tijd, toen aanzien als één van de beste wijnen van het keizerrijk, en geëxporteerd over het hele Imperium (er zijn zelfs sporen teruggevonden in Groot-Brittannië). Op een muur van een bar in Pompeii staat de volgende tekst: Voor één as (Romeins geldstuk) drink je wijn. Voor twéé as drink je de beste. En voor vier as drink je Falernium. Vandaag vind je Aglianico in twee regio's: Basilicata (Aglianico del Vulture) en Campania (Taurasi en Falerno).
De Aglianico druif is verzot op zon, en liefst veel zon, en is verzot op een vulkanische ondergrond. Ze wordt erg laat geplukt, anders zijn de tannines té dominant, maar zelfs wanneer op tijd geplukt blijven die heel sterk aanwezig. Er wordt in Campania dan ook al wel eens Merlot of Cabernet Sauvignon aan toegevoegd, maar dit mag alleen in de regionale wijnen, niet in de appellaties. De tannines zijn zoals gezegd stevig, de zuren heel aanwezig en de wijn reageert erg goed op vatrijping. Het zijn rijke wijnen met aroma's als chocolade of pruimen, vaak heel sensueel en aromatisch, en drinkbaar wanneer jong bij stevige vleesgerechten, maar ze verouderen fantastisch en ondermeer een producent als Mastroberardino, die een vitale rol speelde bij de heropstanding van Aglianico heeft een historische collectie van oude Taurasi wijnen die naar het schijnt schitterend zijn. Mastroberardino wordt trouwens beschouwd als de redder van de appellatie Taurasi. De volgende blog is dan ook volledig aan hen gewijd. Maar Gary Vaynerchuk geeft u alvast een voorsmaakje...je vind trouwens ook een leuke Greco di Tufo tasting bij Gary.
06:41 Gepost door erikdekeersmaecker | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |




