• The Right Amount of Wine

    Pin it!

    There are eight things that taken in large quantities are bad but in small quantities are helpful:

    Travel, sex, wealth, work, wine, sleep, hot baths and bloodletting.

    Uit de Babilonische Talmoed, AD 500.

    choice cuts

    Gevonden in het boek Choice Cuts. A miscellany of food writing. van Mark Kurlansky, een verzameling teksten rond voeding. Er staan hilarische, ontroerende, interessante en "lekkere" stukjes in, wat het een heel aangenaam boek maakt om in te bladeren op verloren momenten.

  • Michelin

    Pin it!

    Het is meer bij de Bib Gourmands dan bij de sterren dat deze CSP'er zijn gading vindt, maar af en toe gaan de sterren ook naar my kind of guy ! Ik ben dan ook heel blij dat La Paix in Anderlecht een ster krijgt, of waar een goede recensie bij CSP al voor kan dienen...*

    Ik was trouwens al even verheugd te horen dat l'Eau Vive, een andere favoriet, op de drempel van zijn tweede ster zou staan. Daarvan lees je de recensie hier.

    En wie nu denkt dat het me helemaal hoog in de bol is geslagen, restaurants met weinig pretentie en (soms) lekker eten bespreek ik al enkele weken hier.

    mi

    * opmerking met hééél véééél pretentie

                                                                                                                   

     

  • Ontmoetingen met een druif: roter veltliner

    Pin it!

    Ik heb het er hier een tijdje geleden al over gehad. Ik heb een hekel gekregen aan wijnen zonder gezicht, hoe goed gemaakt ook, en ben op zoek naar wijnen die een verhaal te vertellen hebben, wijnen waarvan ik weet waarom ze gemaakt zijn en wijnen waarvan ik het gezicht van de wijnmaker kan zien. Ik stap met deze vraag nu al wel eens bij een wijnhandelaar binnen en af en toe reageert men op mijn vraag als een koe op een voorbijrazende TGV: een blend van melancholieke onverschilligheid en verbazing. Meer en meer gebeurt gelukkig ook het tegenovergestelde en toen ik mijn vraag rond wijnen met een verhaal stelde bij Matthys Wijnimport in Brugge werd ik bestookt door een mitrailleurvuur van anekdotes en verhalen, allemaal staccato afgevuurd door een wijnliefhebber waarvan ik de naam ben vergeten te vragen. Gisteravond ging de eerste fles open en ja hoor, er lag een mooi verhaal te wachten...

    Roter Veltliner is een erg oud Oostenrijks druivenras dat geen enkele verwantschap heeft met grüner veltliner en dat volgens de legende naar Oostenrijk zou zijn gebracht door de Romeinen. De naam komt van de lichtrode, naar het onranje zwemende kleur die de druivenschil krijgt als ze rijp is en niet van de kleur van de wijn die wit wordt gevinifieerd. De druif is erg gevoelig voor vorst en schimmels en levert wanneer ze ongelimiteerd vruchten mag dragen niet meer op dan een dunne, zurige wijn, maar is heel goed bestand tegen droogte en laatrijpend. Wie aan opbrengstbeperking doet kan er erg lekkere witte wijn mee maken. Ze komt alleen voor in Kamptal en Kremstal, op her en der verspreide perceeltjes, maar ze krijgt momenteel veel aandacht van de lokale wijnboeren, die zoals hun collega's over de hele wereld altijd op zoek zijn naar een USP. Er staat nog 220ha van aangeplant. Andere namen zijn roter muskateller of roter reifler en rotgipler en zierfandler zijn afstammelingen.

    roterveltliner
     

    Ik dronk de Sonnseit'n Roter Veltliner 2007 van Soellner, bij Matthys Wines gekocht aan 10,5 euro, afgesloten met een schroefdop. Het domein werkt biodynamisch en de druiven werden geplukt op verschillende percelen in het dorp Goesing. De wijn fermenteerde en rijpte op grote oude houten vaten. De neus was eerst erg gesloten maar werd dan elegant met het aroma van gele krenten, wat meloen en rozen. In de mond was hij fris en fruitig met een aangename, erg jong aandopende tinteling. Mooie fijne zuren. Een hele mooie wijn als aperitief of zeevruchten.

                                                                                                                                                   

  • Bordeaux Roti

    Pin it!

    Het moet een eigenaardige hersenkronkel zijn: de flessen die ik bij blinddegustaties nooit schijn te herkennen zijn de flessen die ik ook minder graag lust. Zo ontsnapt een sangiovese bijvoorbeeld zeer vaak aan mijn (helaas erg ondervoed) olfactorisch geheugen. Deze zondag kan ik er eentje aan mijn lijst tooevoegen. Toen we na een weekendje aan zee onze dochter terug gingen oppikken bij een goede vriend haalde hij een flesje uit de kelder dat we blind mochten proeven. Alhoewel ik de vorm van de fles (van het Bordeaux type) al gezien had toen hij ze opdiepte en zelfs de vorm van het erg klassieke etiket, sloeg er bij het blindproeven iets tilt: achtereenvolgens klasseerde ik de wijn in Spanje en in de Sud-Ouest. Het bleek een Pessac uit 2001 te zijn. Ik kan dan ook een nieuwe persoonlijke eliminatieregel toevoegen: a/ ik houdt er niet van en het ruikt onaangenaam naar overrijpe kersen; dan is het een sangiovese of b/ ik houdt er niet van en het ruikt naar bijna rotte pruimen: dan is het blijkbaar een Bordeaux. Verwijten van elitarisme (de andere proevers vonden hem wél lekker) en Frankrijk-hater! dwarrelden zachtjes mijn richting uit en dus begon ik zo stilaan me wat existentiële vragen te stellen. De dag ervoor had ik een nogal schitterende huisdegustatie gemist en het lijstje dat Gert me liet zien was behoorlijk indrukwekkend (and very French!). En omdat iedereen er blijkbaar van overtuigd was dat ik terug thuis mijn verdriet zou verdrinken met een spätburgunder, besloot ik mezelf maar eens te bewijzen dat Frankrijk mooie wijnen maakt. Bordeaux dierf ik even niet bovenhalen, en dus maar meteen met één van Frankrijks beste appellations: de Côte-Rôtie.

    cote rotie

    Nu moet ik in alle eerlijkheid één ding toegeven. Flessen wijn van meer dan 25 euro zijn uitzonderingen in mijn kelder (het sans pretention ding, weet u wel...) en als ik bij een wijnhandelaar flessen van die aard zie staan en moet kiezen tussen een wijn uit pakweg Baden of Marlborough en één uit Frankrijk of Spanje dan zal mijn nieuwsgierigheid (én mijn verzuchting naar fraîcheur) mij eerder naar de eerste twee drijven. Een vooroordeel is immers een koppig beestje. Godzijdank jaagt mijn experimenteerdrang in de koopjesmand me ook al wel eens een andere richting uit en zo kwam het dat ik deze avond een Côte-Rôtie 2001, Domaine des Rosiers, Louis Drevon kon opentrekken. Ook hier weer moet ik bekennen: ik kende al de kopie (de Zuid-Afrikaanse Goat Rotie van Fairview), maar het origineel, een echte Côte-Rôtie, had ik nog nooit geproefd. 

    De syrah-wijnen van de Côte-Rôtie (in de Rhône-vallei) zijn erg apart omdat ze worden geblend met de witte viognier (tot 20% is toegelaten).  De druiven komen van steile hellingen op de rechteroever van de Rhône, bij Vienne. Traditioneel onderscheidt men twee terroirs: de Côte Brune en de Côte Blonde, de eerste met wat meer klei en de tweede met wat meer zand, maar beiden op een ondergrond met veel graniet.

    Louis Drevon is de bescheiden en naar het schijnt nogal zwijgzame eigenaar van 27 perceeltjes wijngaard op de Côte Brune. Dat is een voordeel omdat het de wijnmaker toelaat per perceel te vinifieren en zo de assemblage te maken die hij zelf wil. Hij staat bekend als een meticuleus wijnmaker die een lange schilweking toepast en zijn wijnen 18 tot 20 maanden laat rijpen op eik (25% nieuwe). Voor zover ik weet is hij voor de rest redelijk klassiek, maar hij filtert niet (altijd een goed teken omdat het de wijn laat leven in de fles: het bezinksel moet je erbij nemen, maar dat is dus een goed teken!).

    De Guide Hachette van 2004 gaf deze fles één sterretje. Ik rook mooie, vlezige aroma's met zuiver fruit (abrikoos), cacao en leder, met een heel fris en vrolijk, bijna lente-achtig fruittoetsje op de achtergrond (de viognier?). In de mond verrassend fris en fruitig, heel elegant en sprankelend zuiver, lekker en complex. Vlezig, fruitig en mooie zachte tannines. Leuke, frisse en zuivere afdronk. "Ik sta in één van de oude stallingen en de poort staat wagenwijd open: op de eerste dag van de lente ruik,ik dat de winter weg is..." Perfect op dronk, zes à zeven jaar schijnt een goede kelderleeftijd te zijn voor een Côte-Rôtie. Vive La France !  ©©©

                                                                                                                                                     

  • Suivre son Cabernet Franc: CSP goes Loire dl II

    Pin it!

    Na de verhitte discussie over de fles natuurlijke wijn goot moderator Gert olie op de golven door de eerste rode door te geven. Ik had de Les Arpents 2005, Domaine de l'Aumonier uit de Touraine (Dulst, 7,62 euro) al een paar maal geproefd in andere jaargangen en de wijn bleek in dezelfde lijn te liggen: warm rijp fruit, licht en toegankelijk, wat vanille en duidelijk een fles uit een goed jaar (in 2001 vond ik deze cuvée nogal hard). Dit bracht ons op één van die typische kenmerken van cabernet franc (in deze fles ontbrekend): groene paprika ofte patattenkelder. Voor velen is dit een element dat zo typisch is voor cabernet franc uit de Loire dat het erbij hoort, voor anderen alleen maar een teken dat de druiven niet perfect rijp waren. We zitten hier immers al flink naar het noorden en in de Loire zijn de verschillen tussen de jaren beduidend. Ikzelf moet toegeven dat ik de smaak in de juiste omstandigheden wel apprecieer: een burgerrestaurantje in Parijs, een confit de canard, een fles gekoelde chinon...dan lijken die patattenkelderaroma's er bij te horen. De volgende fles, de La Pierre Frite 2006 Domaine du Pas Saint-Martin, een Saumur van bij TrocaVins (7,89 euro), had dat in de mond een beetje (een patattenkelderzweempje...één letter vergeten en je krijgt iets heel anders...). In de neus zuiver rood fruit en chocola, in de mond een mooi wijntje, lekker fruitig met groene paprikatoetsje, leuke tannines en een redelijk mooie afdronk. Wat simpel misschien, maar zuiver en leuk. Anderhalf hartje waard.  

    Yannick Amirault is één van de perfectionisten van de Loire. Hij nam het domein over van zijn vader en is een meticuleus wijnbouwer, zeer zorgvuldig in de wijngaard en heel voorzichtig in de kelder. Hij filtert noch klaart en heeft een beetje een hekel aan de patattenkelder-bourgeuil's. Hij laat zijn druiven dan ook zo lang mogelijk hangen om een perfecte rijpheid te verkrijgen. Wij proefden de La Mine 2006, Yannick Amirault, een St-Nicolas de Bourgueil (12,25 euro, Auchan) en kregen eerst de vrolijke aroma's van paardenzweet, putteke en koude tee ("een slecht gewassen cowboy op een dampend paard drinkt een tas koude tee...", die even later plaats maakten voor gekookt fruit (pruimen). In de mond was deze wijn echter erg mooi: heel mooi fruit, mooie stevige tannines, heel mooie structuur, lekker kruidig, heel goed gemaakt. Deze cuvée is een beetje een uitzondering bij Yannick vanwege het terroir (zand en kiezel) en het feit dat tussen de cabernet franc ook wat cabernet sauvignon geplant staat. Ik heb geen idee of hij er ook in verwerkt wordt. Van ons kreeg hij twee-en-een-half hartje. Op de bijgaande foto zie je Yannick met zijn zoon.

    amirault

    In elke degustatie moet een tegenwringer zitten. De Tradition 2003 Domaine du Prieuré, een Anjou Villages Brissac 7,26 euro, Dulst), maakte alle clichés terug waar. Een extreem mannelijke wijn die zelfs naar tannines geurde (nog nooit meegemaakt), met pakken patattenkelder en zelfs cabernet sauvignon elementen als grafiet. In de mond echt een ridder in zijn harnas, weliswaar met voldoende fruit, maar zuren, stevige tannines en patatten sprongen het meest naar voren. Waarschijnlijk wel lekker bij een echt vettige schotel als een confit, maar zo los een bekwringende koppigaard (die toch nog anderhalf hartje in de wacht sleepte). Om de degustatie in schoonheid af te sluiten volgde een fles van één van mijn favoriete grote Loire-huizen. De Clos de l'Echo 2001, Domaine Couly-Dutheil, een Chinon (Dulst, 16,3 euro) maakte alles waar wat hij beloofde. Deze cuvée wordt gemaakt met de druiven van een groot perceel aan de voet aan de voet van het kasteel van Chinon, zeer goed gelegen met klei en kalkbrokken en 60jaar oude stokken. Wij decanteerden deze wijn op aanraden van Tom en werden beloond door het aroma van aardappelkelder maar dan wel omwikkeld door een heel mooie rokerigheid, de geuren van framboos en bosaardbei en vlokjes caramel. In de mond was hij fijn gestructureerd, elegant, edel, mooi gemaakt en compleet versmolten. Een heel mooi voorbeeld van een grote, op dronk zijnde cabernet franc, klaar voor de grote feesttafel. Drie hartjes en daardoor meteen de tweede beste wijn van deze avond. Ik denk dat ik er een paar ga halen...

  • Real Wines 2: Panier de Fruits, La Coulée d'Ambrosia, Anjou, 2005

    Pin it!

    Er is over het fenomeen Natuurlijke Wijnen al heel wat inkt gevloeid, ook op deze blog. Alhowel ik de eerste ben om toe te geven dat niet alle flessen die ik al proefde voltreffers waren (maar dat is bij gewone wijnen ook zo), heb ik er al heel wat geproefd die ik erg lekker vond. De betere hebben iets dat ik moeilijk kan omschrijven: iets zuivers, iets gezonds, iets natuurlijks, dat na een tijdje bij mij het eigenaardige effect heeft dat ik klassieke wijnen minder begin te appreciëren (Jacques waarschuwde me hiervoor). Toen tijdens onze Loire degustatie een door mij erg geapprecieerde natuurlijke wijn van de chenin druif werd geserveerd verwachte ik me dan ook aan erkenning, of zelfs applaus. Niets was minder waar...

    Tot mijn niet geringe verrassing ontstond hier heel snel een sfeertje dat op de gemiddelde Commanderij (sorry, guys) niet had misstaan. Hoongelach, spot, en kreten als belachelijk, limonade, brol, mislukt, "geen wijn" vulden de proefruimte. Ik was even als door de hand Gods geslagen, maar toon mij een jonkvrouw in nood en ik zadel mijn ros en wee de windmolen die in mijn weg staat.

    Het aspect dat de leden het meest choqueerde was het frizzante dat deze fles heel duidelijk had. Ook het nogal typische "ijzerzaagsel" aspect dat zo'n natuurlijke wijn vaak heeft stootte duidelijk af. "Dit is géén wijn", werd bijna unisono geroepen. Na wat onhandig stamelen van mijn kant (ik was echt verrast) en wat terugroepen in de trant van Ongelovigen ! Ouden van Dagen ! bedaarden de gemoederen en begon de discussie. Iemand had Geuze als smaakverwijzing geroepen (het was als een belediging bedoeld), maar ergens had hij gelijk. Het gebruik van wilde gisten en minimale interventie is een techniek die ook voor gueuze wordt gebruikt. En is gueuze een bier ? Ja. En zo is wijn uiteindelijk niet meer dan gegist druivensap, en als dat hier op een aparte, wat andere manier gebeurt, dan is het verschil tussen de twee uiteindelijk hetzelfde. Natuurlijke wijn is wijn.

    Ondertussen waren de belletjes uitgebubbeld en was de wijn stil geworden. Het herproeven gaf nu smaakpatronen als sinaasappel met kruidnagel weer, maar tot mijn grote spijt waren de vooroordelen nu zo stevig geworteld dat hij van velen geen tweede kans meer kreeg.

    panierdefruits

    De Panier de Fruits, Domaine La Coulée d'Ambrosia, 2005 werd gemaakt door Jean-François Chéné, een jonge man die in Beaulieu-sur-Layon 4,5ha wijngaard bewerkt. Zeer tegen de zin van zijn vader, die nog steeds "en chimie" werkt, wil hij zijn wijngaarden omvormen naar biologische en zelfs biodynamische wijnbouw, wat papa compleet onbegrijpelijk vindt. Ook in de kelder gedraagt zoonlief zich behoorlijk rebels door natuurlijke wijn te maken. "La singularité et l'authenticité avant tout" is zijn slogan en hij doet dat door minimaal te intervenieren. Hij maakt zich trouwens behoorlijk kwaad op wijnboeren die leuteren over "le goût du terroir" terwijl ze zelf naar hartelust chaptaliseren, bijgisten, zwavelen etc etc

    Ik vond deze wijn heel speciaal: boers en exotisch tegelijk en bijna een moelleux in de neus. Sinaas en kruidnagel. In de mond echter heel droog, met gekonfijt fruit, honing, kruiden, en de geur van de bloemenweide in Sissinghurst. Een inderdaad heel aparte wijn, een typische vin naturel wel, maar schitterend ! We dronken op zaterdagavond ook zo'n fles bij een mediterrane visschotel, en omwille van het kaarslicht, zonder vooroordeel vanwege de kleur: hij werd algemeen geapprecieerd voor zijn fruit en structuur door de niet "wijnkennende" dames.  

      

     

  • Suivre son chenin: CSP goes Loire

    Pin it!

    Soms is de pater familias van CSP liever lui dan moe, en dan staat er altijd wel een bereidwillige CSP'er op om eens een degustatie rond een bepaald thema te organiseren. Deze keer was dat Stichtend Lid Gert en hij richtte zich tot de wijnen van de Loire. Omdat de Loire als wijnregio zo groot en divers is, schiep hij een interessante beperking. Er zou alleen worden geproeft rond twee van de hoofddruiven van de Loire: de chenin blanc en de cabernet franc. Dat bleek een interessante premisse te zijn: beide druiven lieten zich hier zien in hun sterk uiteenlopende verschijningsvormen. En in één klap legden we ook de hand op één van de interessantste kanten van de Loire: de grote gevoeligheid van zijn druiven voor hun terroir en de omstandigheden.

    De chenin opende de dans. Zes droge chenin blancs passeerden de revue en we proefden zes maal een erg verschillende wijn. Dat vier van de zes werden aangeleverd door Troca Vins uit Roeselare speelde ook wel een rol. Deze wijnhandelaar is gespecialiseerd in biodynamische en natuurlijke wijnen die door een minimale interventie in de kelder het terroir zeer duidelijk te laten uitkomen. Eén van de leden vroeg naar het verschil tussen een biodynamische en een natuurlijke wijn. Grof gezegd komt dat hierop neer: het biodynamische aspect van een wijngaard eindigt aan de kelderdeur, waar het natuurlijke begint. Biodynamische wijnbouw houdt zich bezig met de wijngaard, het maken van al dan niet natuurlijke wijnen gebeurt in de kelder. In België zijn er twee die u daar alles over kunnen vertellen: Jacques Massy uit Roeselare en Laurent Mélotte uit Pécrot bij Wavre, beide fascinerende persoonlijkheden die uren over hun wijnen kunnen vertellen.

    Onze eerste wijn  was een heel klassiek gemaakte Chateau de la Guimonière 2005, een Anjou, aangekocht in de Auchan van Roncq aan 4,95 euro. Hij kaapte onmiddellijk twee hartjes weg door zijn peperige en kruidige noten, heel fris en origineel, en zijn prijs/kwaliteitsverhouding. De volgende chenin liet ons kennis maken met een wijn van een biodynamische wijngaard: de Le Chenin 2006, Domaine de la Garrelière, een Touraine (8,82 euro, Troca Vins), is het broertje van één van mijn favoriete sauvignon blancs. François Plouzeau is een ervaren wijnmaker die elegante en soepele wijnen wil maken daar wonderwel in slaagt. Deze wijn verwees naar heel rijp fruit (ananas) en zette ons de hele tijd op de verkeerde voet: het volle fruit dat telkens de eerste mondindruk opleverde deed een aanval van zoet vermoeden, maar die kwam er niet, de wijn was zeer droog. Schitterende afdronk. En dus opnieuw twee hartjes. Ook de volgende, de Suivre Son Chenin 2006, Domaine Lechartier, een Montlouis, kwam van Troca-Vins (14,4 euro) en bleek de ster van de avond. In de enorm complexe neus kwamen eerst eigenaardige elementen als polypropyleenkorrels en gesmolten plastic naar voor (ooit startte onze president zijn professionele loopbaan aan de lopende band in een plastiekfabriekske in Beerse, horresco referens), maar dan kwam wit fruit, peer, ijzerschaafsel, metaalfrees, highland whisky en des te langer er aan deze wijn gesnuffeld werd, des te beter hij werd. in de mond was hij kurkdroog en zeer sec, fris en mineralig en eveneens héél complex. Eigenlijk een wijn waarvan je er twaalf moet wegleggen en om het jaar eentje openen. Soms ontmoet je een mens die je beter wil leren kennen uit pure nieuwsgieirigheid: dit was zo een wijn. Goed voor drie-en-een-half hartje.   

    cheninsuivre

     

    De Lechartier was in volle conversie naar bio, maar het volgende domein werkt al sinds 1998 biodynamisch. De Les Fontenelles 2005, Chateau Tour Grise, is een Saumur, eveneens van Troca Vins (12,71 euro). Opnieuw een échte chenin, maar geen whisky deze keer, wél calvados. Zowel in neus als mond riep iedereen calvados, of pommeau, of farm-cider ! maar de wijn was ook complex en fris, fruitig en vol, en kreeg hiervoor twee-en-een-half hartjes. Op aanraden van Amaronese kwam Pierre Soulez, één van de grote namen van de appellation Savennières, aan de deurt kloppen met zijn Cuvée d'Antan, 2000, Chateau de Chamboureau (Auchan Roncq, 10,9 euro). Opnieuw een hele andere wijn: gekonfijte amandelen en rozijnen in de neus, in de mond hetzelfde maar met toetsen van melkwei, noot en een soort oxydatief element. Met mijn beperkte ervaring zag ik dit als een soort tussenfase voor een goede chenin. Binnen een jaar of twee gaat zo'n wijn richting honing en kruiden...denk ik toch. Twee hartjes. De witte afsluiter was eerder oranje van kleur: een vin naturel dus...En hier barstte een hele interessante discussie los...Wordt vervolgd.