• One Grape, Two Wines and a Thousand Skies

    Pin it!

    Onlangs (mijn Sicilië-reeksje zat wat in de weg) moest ik voor de Vlaamse Wijnblogdagen een stukje schrijven over het thema "één druif, twee wijnen". Nu heb ik aan de keuze van de onderwerpen geen zak te zeggen: de goden van het internet houden niet van mij...en paswoorden, sleutels, codes, lidmaatschappen horen mijns inziens niet thuis op het World Wide Web. Het is gewoonlijk dan ook vloeken wanneer het gekozen thema hier binnendwarrelt, maar iemand vertelde mij ooit dat schrijven over een opgelegd thema goed is voor je techniek en je visie, en vooruit dan maar.

    Een druif, twee wijnen en 1000 zonsondergangen. Het is een beetje de essentie van de Grote Verwondering, de basisreden waarom iemand van wijn houdt. Je neemt een druif, je fermenteert ze, je voedt ze op, en telkens als je dit doet komt er een andere wijn tevoorschijn, met andere aroma's en andere smaken. Bij elke niet-industriële wijn rijst een heel scala van stemmen op die allemaal mee bepalen wat er uiteindelijk in het glas komt.

    Vroeger was het vooral de keldermeester die de hele zaak dirigeerde. Het grote overwicht van de Bordeaux beïnvloedde de hele wereld en het werd meer en meer de man in de kelder, degene die de wijnen assembleerde, die uiteindelijk de belangrijkste factor werd bij het wijnmaken. Onder invloed van de biologische wijnbouw, maar ook onder invloed van de steeds grotere nieuwsgierigheid van de consument, kwam er een steeds groter wordende aandacht voor het samenspel tussen de druif en zijn terroir. Meer en meer wijnmakers predikten het non-interventionisme en concentreerden zich op de kwaliteit in de wijngaard, terwijl ze in de kelder zo weinig mogelijk tussenkwamen. Een myriade van andere factoren kwam dan in het spel: de weersomstandigheden en de ligging zijn de meest opvallende, maar naarmate deze (r)evolutie versnelde kwamen factoren als de gebruikte klonen, de behandeling van de wijngaard, de leeftijd, de aanplantingsdichtheid en vele anderen naar voren. En, lo and behold ! , ook in de  wijnstreken waar de blend regeerde begon men plots nog meer naar het terroir te kijken.

    Vandaag is het dan ook één van de meest fascinerende elementen van het wijnliefhebberschap geworden. Ondermeer dankzij het internet weten we vandaag veel meer dan vroeger over waar onze wijn vandaan komt. Ten dele demystificeert het en deze evolutie gebeurt waarschijnlijk tot grote spijt van de oude wijngoeroe's in sommige commanderijen die de waarheid in pacht meenden te hebben en aan de schaarse jonge snaken in hun bestofte zalen een al lang voorbij ideaal probeerden op te leggen. De wijncursussen vliegen je vandaag om de oren, het sommeliersdiploma is vandaag bereikbaar voor iedereen met een beetje talent en veel tijd, en, driewerf hoera!, vandaag is het aan iedereen toegelaten om een eigen opinie te hebben.

    De mijne is de volgende: elke degelijke wijn vertelt een verhaal. Dat is het verhaal van zijn oorsprong, zijn maker en zijn herkomst. En zo heeft elke druif zijn duizend(en) zonsondergangen, allemaal facetten van het wonder dat geschiedt wanneer vitis vinifera zijn suikers omzet in alcohol...Het is één van de mooiste hobbies die er bestaan: bewust en geduldig op zoek gaan naar het verhaal achter elk glas, je niks laten wijsmaken, en zo de deur openen van een wondere wijnwereld die alleen een horizon kent maar geen einde.  

    Vineyards_23498

                                                                                                                                   

    Geschreven in het kader van de Vlaamse Wijnblogdagen. Andere bijdragen vindt u hier:

    Vinama
    orbis

    Alles proeven

    Disaster of wine

    Wijngerd

    Avonturen van een wijnmens
    Wijnblog
    Culinair Atelier

    Wijnkennis
    Winetasting
     

  • Over de olifant, de kraai en verse vis - Sicilië 2009

    Pin it!

    Sicilië is in vele opzichten een vreemd eiland. De verschillende culturen en volkeren van de Middellandse Zee ontmoeten er elkaar al eeuwen, vaak in conflict maar al even vaak in uitwisseling en versmelting. Zo was Siracuse voor mij nog heel duidelijk oud-Grieks en had het iets van die openheid en handelsgeest van die cultuur bewaard. Caltegirona, de hoofdstad van het majolica-aardewerk, had voor mij dan weer een veel Arabischer invloed. Overal op straat stonden groepjes mannen te praten (waar zitten die vrouwen eigenlijk ?), de kleding was armer en wat stroever en strenger en er was niks te merken van het ijdele pauwen-gepronk dat we in Siracuse zagen. De naam van de stad komt dan ook van het Arabische Qual'At al Giran of Burcht van de Vazen, en alhoewel de pottenbakkerij hier al sinds het neolithicum bestaat (omwille van de kwaliteit van de klei) waren het de Arabieren die de majolica-glazuurtechniek invoerden waarvoor het stadje nu nog bekend is. Wij liepen er een inktvisje of twee af op de befaamde trap en werden beloond door een mooi uitzicht, maar in de benedenstad en het park stonden gebouwtjes die me meer deden denken aan Algiers dan aan Italië.

    DSC00989

                                                                                                                                    

    Catania, onze laatste stop in Sicilië gaf ons opnieuw een cultuurschok. Wij hadden het er met Gianni al over gehad hoe rijk Sicilië ons wel leek en hoe, wel, on-Siciliaans, het ons leek, helemaal anders dan de clichés van zwartgerokte priesters, maffiosi en armoede die wij meenden te kennen. Toen we de stad inreden kwamen al die clichés echter met volle kracht terug. De voorsteden van Catania zijn druk, chaotisch, vuil en vreemd en ze doen meer denken aan Noord-Afrika dan aan Italië. Beenhouwers werken er nog op straat, het krioelt er van het volk, het is een continu getoeter en verkeerslichten fungeren er hoofdzakelijk als decoratie. Overal liggen onafgewerkte fabrieksgebouwen, wegenwerken die ooit begonnen zijn maar nooit afgemaakt en vervallen flatgebouwen. De dreigende aanwezigheid van de Etna, het zwarte stof, de donkere vulkaansteen waarmee hier gebouwd werd, voegen daar nog iets grimmigs aan toe en plots waren wij heel blij dat we in Ragusa sliepen en niet hier.

    Het grote plein met de Duomo had eerst, in de zon, wel iets, maar tegen de middag was ook het weer wat slechter geworden en in combinatie met de zwarte steen maakte dat alles wat somberder werd. Véél mensen op straat, dat wel, maar het viel me erg op dat hier niet gelachen werd. Ook in de kathedraal hing een erg aparte sfeer. Terwijl die van Ragusa en Noto me meer deden denken aan de Jongerenkerk van vroeger, waren het hier terug de zwarte kraaien die de scepter zwaaiden, dreigend rondkijkend naar de vermaledijde die te luid sprak of te licht gekleed was. De best wel indrukwekkende monumenten van de stad lagen er vuil, half ingevallen en totaal verwaarloosd bij. Het plein zelf wordt beheerst door een standbeeld van een olifant in vulkaansteen. Niemand weet waar hij vandaan komt of waarom hij daar staat, en dat hele doelloze straalde ook af op die vreemde, vreemde stad.

    DSC00996
     

    Maar eindigden wij deze trip echter met een valse noot ? Néén ! Want dat was buiten de keuken van de Antica Marina gerekend. Omdat we wat laat hadden gereserveerd, moesten we wachten...en wachten...en wachten...en aperitieven...en aperitieven...

                                                                                                                             

    DSC01001

                                                                                                                          

    De reden voor dit alles werd ons later duidelijk. Ik heb van de hele reis niet zo goedkoop lekker gegeten. Ik apprecieer de fijne geneugtes van de culinaire toppers van dit eiland, enorm zelfs, maar hier was het back to basics. Géén menu, gewoon bordjes met antipasti (verrukkelijk), aan de toog je verse vis uitkiezen (grote gamba's, inktvis in alle vormen, grote mooie zeedieren) en die dan gegrild en gefileerd geserveerd krijgen. Een wijnkaart ? Is er niet, maar wilt u chardonnay, fiano of grillo, signore ? Geen gelul, geen chi-chi, maar gewoonweg een eerlijke viskeuken, zeevers en verrukkelijk. Het deed een mens wreed spijt krijgen dat hij terug moest vertrekken...We dronken hier de Kados 07 ©(©) van Duca di Salaparuta, een 100% grillo, een frisse witte met wat citrus en vanille en goed combinerend bij de gegrilde vis.

    Op de luchthaven gooiden wij ons nog op de Litra 04, fijner en evenwichtiger dan de 03, maar nog altijd een (te) stevige knaap en de Neromaccarj 03 ©© van Guilfi, een zwoele, kruidige en rokerige nero d'avola, elegant, complex en fris in de mond en compleet op dronk. Goeie wijnbar, hoor, voor zo'n luchthaventje...

    De temperatuur in Zaventem bedroeg -2°C. Dat deed pijn.
     

  • De Feniks van Ragusa en zonsondergang in Siracuse - Sicilië 2009

    Pin it!

    Wij hadden grote plannen in Siracuse. De zon had dat die namiddag echter ook en na onze geweldige maaltijd bij Don Camillo bleven we dus plakken op een terrasje...en plakken...en plakken...en van die grootse plannen kwam niks meer in huis.

                                                                                                  

    DSC00984

     

                                                                                                                             

    De mooiste terrasjes van Siracuse liggen op het eiland Ortygia, tussen de fontein van Arethusa en het niet toegankelijke Castello Maniace. Op zomeravonden (en winterse late namiddagen) vindt hier de passeggiate plaats. De Sicilianen komen dan uit hun huis en wandelen op en neer langs de terrassen van een paar honderd meter baai met de bedoeling om kennissen en vrienden te ontmoeten en om te pronken met hun nieuwe garderobe en hun tot in de puntjes verzorgde voorkomen. Het moet een al eeuwenoud gebruik zijn, heel belangrijk in hun sociale leven, en een beetje vreemd voor ons, inwoners van een permanent doorregend land. Eén van de dingen die mij in Italiaanse steden altijd opvallen is trouwens dat de mannen op het vlak van modebewustheid niet moeten onderdoen voor de vrouwen. Het moet serieus dringen zijn in een Italiaanse badkamer. Wij zaten very underdressed neer, dronken bier en espresso's en keken er naar en genoten ervan.

    De zon ging ondertussen onder in de baai van Siracuse. Het was een vreemd gevoel om naar die zonsondergang te kijken en te beseffen dat voor mij Feniciërs, Grieken, Romeinen, Normandiërs, Fransen, Engelsen en Italianen hetzelfde moeten hebben gedaan. Plots voelde ik de schaduw van kapitein Aubrey en dokter Maturin naast me...

    Onze avondmaaltijd was een beetje een stijlbreuk, maar bewees tegelijkertijd dat een in Geschiedenis doordrenkte plaats als Sicilië ook in het Heden leeft. Restaurant Le Fenice van het Hotel Villa Carlotta heeft een hypermodern interieur en is één van de populairdere zakenrestaurants van de regio. Op een zaterdagavond zaten we er zo goed als alleen en toegegeven, ik had er een beetje schrik van. Het is bekend omdat het de traditionele Siciliaanse keuken in een modern jasje steekt maar ik las ook dat de bediening nogal stijf zou zijn, de hele bedoening nogal ernstig. Of het nu lag aan de lage bezetting lag of aan onze gefascineerdheid door wat er op het bord en in het glas kwam, de kelners waren zeer betrokken en geïnteresseerd en er werden geanimeerde gesprekken over wijn gevoerd.                                                                                                            

    villacarlotta

                                                                                                                                      

    Na onze goede ervaringen met de Murgo Extra Brut van Don Camillo kozen wij de Brut 2005 als schuimwijn, charmerender dan de Extra Brut, iets minder apart misschien (deze rijpte wat minder lang), maar toch echt wel ©© waard. Net toen ik dacht nu toch echt wel alle Siciliaanse druiven te kennen kwam de Minella 2007 ©© van Benanti voorbij. Net als de nerello komt deze druif voor op de hellingen van de Etna waar ze meestal in blends gebruikt wordt. Hier bracht ze een leuke, lekker frisse en naar peer geurende witte voort, in de mond kurkdroog (een peer maar dan zonder de suiker). Onze volgende witte was de Carjcante 06 ©© van Gulfi, een blend van carricante en albanello, eveneens twee lokale druivenrassen. Deze heel droge wijn geurde naar bloemen en druiven, leek licht geëikt (dat klopte) en had een mooi volume, met een heel mooie complexiteit en een leuk middenstuk. We aten hier uitermate lekker bij, maar het was onze laatste avond en het gezelschap was leuk, we werden het wat gewoon, dus helaas geen nota's en dus ook geen commentaar.

    Bij het speenvarken met rozemarijnpatatjes (dàt herinner ik me wel...) werd een Pithos 07 van Cos gedronken, een cerasuola di vittoria van één van de origineelste wijndomeinen van Sicilië. Giusto Occhipinti, Giuseppina Strano en Giambattista Cilia waren architecten en vrienden die in 1980 wijn begonnen te maken onder de naam COS. Al vanaf het begin goed en modern uitgerust evolueerden ze steeds meer naar biodynamische en zelfs natuurlijke wijnbouw en vandaag werken ze nog uitsluitend met kuipen in beton en amforen. Josko Gravner, Eloi Durbach en Nicolas Joly zijn hun voorbeelden en raadgevers en alhoewel ik nog bijlange na niet alles proefde was wat ik al wel ontdekte de moeite: apart vaak, maar wel echt de moeite. Deze Pithos was verrassend fluwelig en tegelijk erg herkenbaar als natuurlijke wijn.

    DSC00142

    Ondertussen was onze geloofwaardigheid als wijnliefhebber bevestigd en werden de heren uitgenodigd voor een bezoek aan de wijnkelder. Deze ligt in een oude ondergronds citerne (lekker vochtig, zo vochtig zelfs dat mijn foto's mislukten) en bevat een wonderlijke verzameling wijnschatten (Sassicaia, Opus Öne, Petrus, Gaia...), maar wij stelden ons tevreden met een Siciliaanse Cabernet sauvignon, de Litra 03 van de Abbazia Santa Anastasia, een Vlaamse leeuw van een wijn, met klauwen en tanden, mooi fruit maar ook ballen en genoeg tannines om er leer mee te looien (een beetje een BartDeWeverke, dus).


     

  • Don Camillo en de Tuin van Steen - Sicilië 2009

    Pin it!

    Het was voor ons nauwelijks te geloven, maar meer dan vijf jaar geleden kwamen er nauwelijks toeristen naar de stad die wij nu zouden bezoeken. Pas toen de Unesco in 1992 de baroksteden van de Val di Noto in Sicilië uitriep tot Werelderfgoed kwam het toerisme op gang en wij bezochten vandaag Noto, de Tuin van Steen. In 1693 verwoestte een grote aardbeving een hele reeks steden op Sicilië zo grondig dat ze volledig moesten worden heropgebouwd, vaak op andere plaatsen waar ze eerst stonden. Omdat de vernietigingen zo groot waren, besloot men hele steden herop te bouwen in de toen meest gangbare stijl, de barok. Nadien vergat de wereld een beetje het bestaan van deze parels, maar vandaag staan ze terug in volle en verdiende belangstelling.

    DSC00956

    Noto is op elke zonnige dag een belevenis. Om het effect nog groter te maken parkeerde Gianni zich onder een schaduwrijke dreef die in de zomer een verademing moet zijn en het doet wat, zo de donkerte uitwandelen en dan terecht komen in een lange straat vol barok opgloeiende gebouwen in tufsteen. Dankzij de Unesco zijn die dan ook nog eens in topconditie en je krijgt hier een stijve nek van het geveltjekijken. Sommige daarvan zijn echte kantwerkjes en de naam Tuin van Steen is voor Noto dan ook dubbel en dik verdiend.

                                                                                                                                 

    DSC00948

                                                                                                                         

    Na deze indrukwekkende kennismaking met de Siciliaanse barok ging het richting Siracuse en meer bepaald naar Ortigia, het oude stadsdeel, in feite een eiland, alhoewel je dat nog nauwelijks merkt. Net als in Agrigento wandel je hier rond in de geschiedenis, met dat verschil dat deze stad meer op een ui lijkt: je kan er de tijdslagen zo afpellen. Griekse, Romeinse, Byzantijnse, Arabaische en Normandische invloeden hebben hier allemaal hun sporen nagelaten. En waar Ortygia voor een tiental jaren nog een ronduit gevaarlijk imago had (het was de meest verpauperde buurt van Siracuse) zijn er overal werken bezig om de stad op te knappen. Ik vertel er u de volgende keer meer over, maar eerst gaan we eten, bij Giovanni Guarneri.  

    Dat Don Camillo een zeer goed restaurant is, wisten mensen als Francis Ford Coppola en Gerard Depardieu al voor ons. Toen wij er aan kwamen (Via Maestranza 96) waren er gevelwerken aan de gang en even doemde voor ons een schrikbeeld op van hamerende ambachtslui, maar het restaurant bleek een oase van rust. Het donkere, koele interieur moet een verademing zijn tijdens een Siciliaanse zomer. Op elke beschikbaar plekje muur staan wijnflessen, deel uitmaken van de ronduit indrukwekkende wijnkaart met ondermeer een mooie verzameling uit Alto Adige. De keuken serveert vooral vis, met de nadruk op lokale ingrediënten en tradities, maar dit alles met een grote creativiteit zodat elke schotel een verrassing is. Bovendien is dit geen echt restaurant maar een trattoria, een hele goede dan wel, en de sfeer is er ongedwongen. Het is absoluut een RestaurantZonderPretentie waar je voor relatief weinig geld verschrikkelijk lekkere visschotels kan eten.

    Voor het voorgerecht paste ik nog eens een oud trukje toe: iets bestellen waarvan ik geen flauw idee had wat het was. Ook deze keer was ik enorm en positief verrast (zie de foto): één van de lekerste schotels die ik de laatste jaren heb gegeten. Ik ben zeker van de inktvis en de broccoli, de andere ingrediënten kon ik niet herkennen en, mea culpa, mea maxima culpa, ik vergat te noteren...

    DSC00125

                                                                                                                            

    In het glas was eerst één van de meest originele en lekkerste schuimwijnen van Sicilië verschenen: een Murgo Extra Brut, gemaakt met nerello mascalese afkomstig van de hellingen van de Etna, en 36 maanden sur lie gerijpt. Heel droog, heel eetlustopwekkend, erg gestructureerd met tannines en lekker fris. Een echte ontdekking. We betaalden die fles 20 euro...doe dat maar eens na in België... Dat we de eerste dag het restaurant in Chiaramonte Gulfi hadden gemist konden we vandaag goed maken: we kozen voor de witte Valcarizja 07 © van het domein Gulfi, een blend van chardonnay, carricante en albanello, gerijpt op eik. Dit was een opmerkelijke wijn die zeer goed bij mijn gerecht paste, heel droog en sec, in een wat geoxideerde stijl die aan een natuurlijke chardonnay deed denken. Bij mijn hoofdgerecht, Spada a la Siracusana, dat in al zijn eenvoud gewoonweg groots was, kwam de Cometa 07 ©©© van Planeta, één van de lekkerste wijnen van Sicilië, een 100% Fiano. Deze zeer expressieve waw-wijn, meer Pamela Anderson dan Keira Knightley werd door iedereen geapprecieerd, maar iedereen vond ondertussen ook dat hij eigenlijk niet erg Siciliaans was en eigenlijk een beetje een schreeuwertje. Siciliaanse wijnen, hebben, net als hun baasjes, iets monkelends ingetogen, iets vol binnenpretjes: het zijn geen schreeuwers maar humoristen die met pretoogjes waarschijnlijk onwelvoeglijke dingen in je oor fluisteren.

    DSC00133

    Ook bij de medereizigers werden alleen kreetjes van verrukking gehoort en de ondertussen behoorlijk overeten dames wierpen zich op een eenvoudige schotel met langoustines waarover ze behoorlijk tevreden waren. Zouden we het dessert overslaan ? Dat was teveel gevraagd van de modale reizende Belg en gelukkig maar: ik at er één van de beste desserts van mijn leven: een klein potje essentie van mandarijn en een uitgehold exemplaar met een sorbet van dezelfde vrucht. Ongelooflijk ! We drinken daarbij een Acantus 06, een Moscato di Noto, heel mooi, fris en zuiver, als het ware een verlengstuk van het dessert.

    Wij hadden nog behoorlijk wat plannen voor de namiddag, maar wij waren tevreden en gelukkig, de zon scheen...en er waren terrasjes...

  • Dolfijnvissen en Griekse tempels - Sicilië 2009

    Pin it!

    Na onze tumultueuze maaltijd in Licata raceten we naar Agrigento en ontdekten waarom we ons zo gehaast hadden. De Valle dei Templi licht op een heuvelrug en is een absolute must voor elke bezoeker aan Sicilië. Drie grote Griekse tempels, de ene al wat meer vervallen dan de andere tronen er op hun hoge uitkijkplaats en herinneren aan de tijd dat de Grieken hier de plak zwaaiden. Sicilië zou Sicilië niet zijn als daar dan ook niet wat vroegchristelijke en Byzantijnse geschiedenis door werd gesmeerd, maar wat mij het meeste trof was hun ligging. Ooit waren deze tempels witgeschilderd met een mengeling van verf en vergruisd marmer en fel gedecoreerd. Ze moeten vanop zee van ver zichtbaar zijn geweest, en voor vriend en vijand een zeer indrukwekkend baken van beschaving, maar voor de inlanders vooral een teken van bezetting. Ik moest plots denken aan Gianni's opmerking over de Italianen: hij zag ze als de meest recente bezetters van het eiland en waarschijnlijk als de ergsten...Wij hadden het grote geluk om de tempels nog te zien in de ondergaande zon, een zeer apart spektakel.

                                                                                                                                     

    DSC00917

                                                                                                                       

    Sicilianen gaan 's avonds, als de winkels terug opengaan, winkelen en een verplaatsing van A naar B kost echt uren. De dames werden dan ook verplicht om zich op een kwartier op te knappen (een bijna bovenmenselijke opdracht), maar het was nodig want wij zouden uit eten gaan in het aan het hotel verbonden restaurant, Don Serafino, vlakbij de Duomo van Ragusa Ibla. Het was de enige keer dat de wijnkaart op zijn Belgisch geprijsd was met een veel hogere factor dan elders, maar ook hier was de keuken zeer goed. Van degustatiemenu's hadden we ondertussen onze buik wel vol en we gingen dus à la carte. En ik ging voor de meest politiek niet-correcte beslissing uit mijn gastronomisch leven. Bij het doorlezen van de kaart viel mijn oog op het woordje Dolphin. Dolfijn op de kaart ? Dit werd op algemeen afkeurend gegrom onthaald bij mijn disgenoten, maar het prikkelde mijn nieuwsgierigheid zo dat ik het niet kon laten. Het is pas nu dat ik, enigszins tot mijn opluchting, ontdek dat de correcte vertaling voor lampuga dolphin fish is, in het Nederlands goudmakreel. De Strisce di grano duro con tochetti lampuga e vellutate di broccoli (zie de foto) was overigens heerlijk ! Wij namen ook wraak op onze eerste dag en het gemiste speenvarken door de gastronomische variant te bestellen, de Maialino nero dei Nebrodi con salsa al ciocolato e marsala, ofte speenvarken in chocoladesaus. Uitermate lekker !

                                                                                                                         

    DSC00116
     

                                                                                                                            

    De wijnen die dit maal vergezelden waren mooi en kwamen uit een reusachtige kelder die we na de maaltijd ook mochten bezoeken. Uit nieuwsgierigheid startten we met de Brut van Tasca d'Almerita, mooi parelend, mooi gestructureerd en met een fijn mondgevoel. Bij de volgende fles, de Baccante 2006 ©(©) van de Abbazia Sant'Anastasia, had ik nog eens geluk: bij het proeven riep hij herinneringen op, zodat ik spontaan opperde dat het een blend van grillo en chardonnay was (het etiket was er al afgevallen, ze hebben er een mooie maar erg vochtige kelder). Het was toch wel juist zeker ! Ik bouw traag maar zeker mijn smakencataloog uit: geen zak aanleg, maar wel véél oefenen... De wijn mengde rijpe witte peer met pompelmoes en ananas en had een frisse afdronk met een Italiaans bittertje in de finish. De getatoueerde sommelier overtuigde ons dan om te gaan voor oud: de Tancredi 1997 ©© van Donnafugata, een blend van 70% nero d'avola en 30% cabernet sauvignon. Heel tertiair aroma dat al verwees naar een goede aceto balsamico. In de mond heel rijp, nog evenwichtig maar al op het randje: toch wel een wijn met al wat rafels, maar interessant en een goede begeleider van het speenvarken. Onze eerste kennismaking met een oude marsala was interessant en lekker, maar moeilijk: een gebrek aan referentiekader ? De Marsala Vecchio Sampieri De Bartoli Riserva 20 Anni ©© refereerde wat naar noten en was heel fris, maar deze beschrijving doet hem onrecht aan. De tafel was al wat te vrolijk voor een contemplatieve wijn als deze (of het lag aan mij...).

    's Nachts door de straten van een stad als Ragusa wandelen heeft iets, zeker op een frisse januari-avond wanneer het er zo goed als verlaten is...tot we plots rockmuziek hoorden. Op zoek naar de bron (een dancing? een café) kwamen we er plots achter dat het uit de basiliek kwam, waar een soort jongerenmis werd beëindigd. Erg apart hoor, de geloofsbelevenis van de Sicilianen. Of zijn wij het die zo'n koude kikkers zijn ?

    DSC00880