• Koken met klompen: de Auberge du Sabotier

    Pin it!

    Diep in de Ardennen ligt een huisje waar ik graag vertoef...en liefst in het gezelschap van sympathieke lui die graag met mij de salon induiken om de Rochefort 10 populatie uit te dunnen ! Het was de tweede maal dat ik in de Auberge du Sabotier verbleef en ik weet nu weer waarom ik er de vorige keer zo'n heimwee naar had. Het is zelden om zo'n mooie combinatie te vinden van topgastronomie en gemoedelijke gezelligheid, van toerist zijn en toch ook het gevoel hebben om een beetje thuis te komen. Voor een groot deel is dat het gebouw dat prachtig ingericht is met grote haardvuren en met allerlei memorabilia volgeplakte muren, maar nog meer is dat het gevoel dat je binnentreedt in iemands eigen wereld waar elk voorwerp ook een betekenis heeft, ver van alle commercie, ver van alle fake Flamant toestanden en vooral ver van de wereld van gastronomische huichelarij die Vlaanderen soms lijkt te overspoelen.

    sabotier

                                                                                                                                 

    Luc Dewalque is de verpersoonlijkheid van de gastvrijheid (en zo goed als perfect tweetalig) en verstaat de kunst om iedere gast de indruk te geven dat hij zijn allerpersoonlijkste aandacht krijgt en tegelijk bijna mystiek afwezig te zijn als je hem niet nodig hebt. Dat is zeldzaam en omdat dat bijna een full time job is verdween hij al een aantal jaren geleden uit de keuken om Olivier Accinindus de vrije hand te geven. Olivier is een terroir-king en werd nog onlangs verkozen tot Beste Ambachtelijke Kok van België. Luc is ook Maître-Sommelier, in de jaren 90 één van de beste van België, en beschikt over en wijnkelder die aan het waanzinnige grenst (een deel van zijn voorraad ligt onder de dorpskerk). Combineer nu maar eens die drie dingen: een gastronomische terroirkeuken, perfecte gastvrijheid en intimiteit én een schitterende kelder, je zou voor minder in je wagen springen. En voor ik het vergeet, het huis geeft je dan ook nog eens stafkaarten mee om alle overbodige vet er terug af te wandelen in de schitterende omgeving.  

    Het begon met drie heerlijke hapjes in het salon, waarvan ik mij een ongelooflijk lekker mini-quichke en een superbe soepje herinner. Daarna kwam een zeer origineel en lekker gerecht met een oesterschelp op een torentje kalfstartaar, gevuld met een ravioli van oester met wat details die mijn culinair frans te boven gingen maar die mij sprakeloos lieten. Een combinatie van gemarineerde en gekarameliseerde paling en foie gras werd begeleid door een kervelsausje dat enkelen onder ons even melancholisch deed worden (er waren nogal wat herinneringen aan mama's kervelsoep). Deze schotels werden subliem begeleid door een Cheverny 2006 van Benoit Daridon *(*), complex genoeg om weerwerk te bieden en zelfs iets toe te voegen, dankzij zijn blend (sauvignon, chardonnay), zijn mineraliteit en een beetje eik.  

    luc        Luc Dewalque

                          olivier     Olivier Accindinus      

                                                                                                                                    

    Het werd nog indrukwekkender...een kalfszwezerik is maar een kalfszwezerik, maar als hij van topkwaliteit is en begeleid wordt door boontjes met truffelvinaigrette, beenmergbolletjes en parmezaanijs dan springen al mijn smaakpapillen een halve meter omhoog. Tot groot jolijt van de aanwezige heren bleken sommige dames vies van zaken als oesters of beenmerg of zwezerik zodat wij schoteltjewissel konden doen (zij minder, wij méér caloriën, en beiden gelukkig? Mars en Venus zeker ?). Een subliem (ik zit bijna door mijn superlatieven) stukje duif werd begeleid door groentebereidingen die Frank Fol zouden doen blozen en ook deze keer (eikes ! ik lust geen duif !) viel ik dubbel in de prijzen. Drie kaashapjes brachten mij vervolgens de tranen in de ogen. De begeleiding werd hier verzorgd door de Caractère 2005, een Côtes de Bourg en de topcuvée van het Chateau de la Grave. Hij was kruidig, fruitig met een zweem wierook en erg expressief, wat hem de perfecte gesprekspartner voor die duif maakte. Ik was ondertussen zo euforisch dat ik vergat de dessertwijn te noteren. Mea Culpa, ik zal nog eens moeten teruggaan ;-)

    Super-dessertjes sloten de maaltijd af, een sloot Rochefort 10's sloot de avond af. Alhoewel Luc ook een hele mooie kaart met soms stokoude digestieven heeft, met ondermeer een verzameling Madeira om u tegen te zeggen, laat ik mij hier elke keer weer verleiden door de bieren...laat iemand anders daar maar eens over bloggen. Het was een tijdje geleden dat ik nog zo'n lekker-gezellige avond had (zie hier). O ja, de officiele naam van het restaurant is Les 7 Fontaines. De Auberge ligt in Awenne, vlakbij Saint-Hubert.

  • Hilton Antwerpen, maart 2009: Wine World Taster of the year, pt II, pl IV

    Pin it!

    DSC00193
    Het heeft wel iets: terwijl een mens zit te zwoegen over drie glazen witte wijn (raad het land en de druif) gaat maatje Ghil rond om een selectie te maken van het beste rode van de zaal om "straks zeker geen tijd te verliezen". Hij sleepte me ondermeer mee naar de stand van La Riojana, waar ik drie wijnen mocht proeven. Twee van de drie waren van de hand van Mariano Garcia, de legendarische oenoloog van het nog legendarischer Vega Sicilia, maar in tegenstelling tot die laatste waren ze wél betaalbaar...en ongelooflijk lekker. Mariano Garcia, pour la petite histoire, werd dertig jaar geleden als hulpje "in de rapte" bij een degustatie gehaald om het cijfer rond te maken. Tot de stomme verbazing van de aanwezigen was hij de enige die erin slaagde om de twee identieke wijnen uit de hoop te halen en hij werd ter plekke gepromoveerd van plukker tot leerling-wijnmaker, met het gekende gevolg. Begin jaren 80 creëerde hij zijn eigen domein, net buiten de DO Ribera del Duero, en schiep er de Mauro, één van de beste landwijnen van Spanje. De wijn, een 2005, is een blend van tempranillo (tinto de toro) en syrah en komt van wijngaarden buiten de DO, vandaar de vinos de la tierra benaming. Deze hele mooie, nu nog ingetogen en heel evenwichtige schoonheid kost maar 25 euro en laat u dus niks wijsmaken: grote wijnen kosten géén fortuin. ***(*) overigens !

    Op dezelfde stand vonden wij ook de Bodegas Maurodos San Roman 2005, ***, een Toro DO van dezelfde wijnmaker, maar met een meerkost van 1,5 euro voor de Denominacion de Origen (grapje). Herkenbaar van dezelfde wijnmaker ! Een wijn die ook door de strenge Ghil selectie glipte was de Paisajes VII O4, ***, een cru uit de Rioja, heel goed gemaakt, zuiver, fris en lang. Collega Guy steekt al land de loftrompet van de importeur La Riojana en wel, deze eerste kennismaking was een positieve verrassing. Openflesdagen op 20 tot 24 maart !

    Al onze smaakpapillen en geurcaptoren stonden ondertussen wijd open. In de finale van Wine World Taster of the Year zit een bijzonder griezelig stukje: je mag naar voor komen, voor een 12 koppige jury (de sommelier van de Comme Chez Soi zit ze voor...help...of beter au secours!) en een 50-60 man publiek, die allemaal ofwel voor iemand anders supporterden ofwel kwaad waren dat ze er zelf niet stonden (dat maakte ik me toch wijs) een wijn bespreken die je zo, out of the blue, in de handen wordt gestopt. Na enig gesnuif en gespuug wist ik te vertellen dat hij lekker was (toch al de lachers op mijn hand) en wist ik met stellige zekerheid dat het een oostenrijker was, van Josef Pöckl zelfs, en met tamelijke zekerheid een blend. Het was een Australische shiraz...Ter mijner excuus weet ik aan te voeren dat de winnaar dezelfde fout maakte, maar hij wist wél waarover hij sprak. Maar een vierde plaats in zo'n finale is ook al mooi, en ik mag met eega gaan eten in Mechelen, bij Folliez. Mijn populariteit ten huize van steeg weer, net als die tijd en levervretende hobby van mij.

    Links en rechts proefden wij nog andere lekkere dingen: een witte Cuvée Fut de Chêne, Terroir de la Clape 2005 ** van Chateau D'Angles, het eigendom van een voormalige technisch directeur bij Lafite Rothschild. Een heel kruidige neus met koekjes uit Scherpenheuvel volgens compagnon G. (heel kruidig dus), en in de mond complex, mooi, wat vet zelfs, goed gestructureerd en diep, met een mooie afdronk. We proefden hem bij Justin Monard, waar we later niet meer teruggeraakten voor de rode. 

    Wij ergerden ons ook geel, groen en blauw aan de stands van SVI (wel lekkere wijnen maar geen proefbladen, dat is niet te deon als je noteert) en La BuenaVida (waar wij wanhopig met ons glas stonden te wapperen om de aandacht te trekken van een blijkbaar heel interessant gesprek voerende verkoper wiens fraaie rug minutenlang kon bewonderd worden door een eerst groeiende en dan terug afnemende groep wijnliefhebbers...de naam verkoper onwaardig, zoiets).

    Maar de strafste gast van de dag was Hans Van Tendeloo (foto hieronder) die ik een wijn hoorde ontleden met de precisie van een scheermesje. Misschien toch eens nadenken over een opleiding, ze leren daar precies toch wel wat...

                                                                                                                                                  

    wineworldhansvantendeloo
        

       

  • Hilton Antwerpen, maart 2009: Wine World Taster of the Year

    Pin it!

    Het was weer zover...de grote zaal van het Hilton op de Groenplaats van Antwerpen zoemde weer van het wijnproevend volkje, de Wine World Taster of the Year 2009 werd verkozen, eminente wijnkenners als den Bervoets en den Verhofstadt namen de honneurs waar en wij proefden zowat zes uur aan een stuk uitstekende wijn (en namen tussendoor ook nog deel aan de wedstrijd). Omdat ik opnieuw uitstekende wijnen leerde kennen én omdat er enkele andere bevestigden in nieuwe jaargangen én omdat ik alweer veel bijleerde, wil ik u onze proefervaringen niet onthouden. Ze zijn gebaseerd op mijn nota's, die de door wijnmaatje Ghil aangevulde impressies weergeven. Ik ga de wijnhuizen af in volgorde van mijn stapeltje papier, wij proefden immers eerst wit en dan rood, en twee keer (jaja, twéé keer) kwam onze deelname aan de wedstrijd er dan nog eens door.

    Wijnhuis Jeuris mag de spits afbijten en bevestigde wat wij al wisten: er wordt in de Douro goede wijn gemaakt. Dirk van der Niepoort is een genie en hij bewees dat hier met een undrukwekkende reeks wijnen en porto's van de Morgadio da Calçada, een wat hoger gelegen estate waarvoor hij vinifieert. Allemaal ** of *** en een indrukwekkende tawny reserve, heel complex en evenwichtig, één van de beste betaalbare tawny's die ik ooit dronk. Van spitsbroeder Jorge Moreiro dronken we de witte en rode Po de Poeira en we waren al even opgetogen. Jeuris lijkt samen met zijn wijnhuizen te groeien en het gamma wordt ondertussen heel erg mooi (en zagen wij geen gelukkig pasgetrouwd koppeltje rondlopen, met een grote gekke mijnheer en een klein mooi eendje? een glas (goeie) wijn voor wie raadt over wie het gaat).

    Bij Pasqualinno dierf ik eigenlijk bijna niet langsgaan. Het is nu al drie jaar dat ik hem beloof, na alweer lekkere wijn gedegusteerd te hebben, dat ik zou langskomen om iets te kopen en dat het er telkens niet van kwam. Deze keer had hij echter iets bij dat zo speciaal was dat we ter plekke onze bestelbon invulden. De Riesling Fass 43 Spätlese 2004 van Clemens Busch uit de Moezel is een biologische wijn en een buitenbeentje in elk opzicht. Toen Clemens aan de slag was met vat nummer 43 merkte hij dat deze wijn, met een hoog suikergehalte, maar bleef gisten, en hij besloot bij wijze van experiment hem de vrije hand te laten. Hij borrelde twee jaar vrolijk door op een oud holzfass van 1000 liter en toen kwam er een heel aparte dessertwijn tevoorschijn, met een ontzettend kruidige neus, pakken kaneel ondermeer, die in de mond heel evenwichtig was, héél lang en opnieuw met die kaneel, kortweg schitterend. Niet voor herhaling vatbaar en echt een freak of nature maar wat een dessertwijn: geen spoor van plakkerigheid, grotendeels weggegiste suikers (14,5% alcohol, geloof ik), perfect bij taart of zoiets als tarte tatin. Hij kreeg ***(*) en daar gooien we niet mee. Om nog een betere reden te hebben om naar Opglabbeek te rijden proefden we nog even door en apprecieerden ook de biologische Ambelonas 2005 uit Naoussa, Griekenland, **, een fijne, goed gemaakte en evenwichtige rode van 80% xinomavro en 20% cinsault en een meer viriele en stevig-complexe Portugees, de Quinta do Vallado, ook **, een 100% sausão, en mijn eerste mono-cépage kennismaking met deze druif. Als afsluiter blies de Venje, een Kroatische wijn van Enjingi, ons uit onze sokken. Eén van de eigenaardigste wijnen die ik ken, maar fascinerend. *** maar eigenlijk niet te kwoteren.

    Vinesse was een naam die ik al lang kende, waar ik al veel goeds van hoorde, maar nog nooit was binnengeweest. Maar omdat pvo er mij onlangs vol lof over sprak kon ik mij niet bedwingen en we stopten hier om de witte te proeven en later, na wat verrassende wedstrijdgebeurtenissen, ook de rode. Ik houd wel van Soave, en zeker als ie van wat hoger gelegen wijngaarden komt. Als een wijn dan ook Monte Ceriani (Tenuta Sant'Antonio,2007) heet is onze nieuwsgierigheid gewekt en ja hoor, we kregen een mooie zuivere en intense soave in het glas die al onmiddellijk mooi scoorde **(*). Berglucht en druivelaars, het is een mooie combinatie en het volgende glas kwam van nog hoger. De Kerner "Praepositus" 2007 van de Abbazia di Novacella (of Kloster Neustift) komt uit Süd-Tirol (of Alto Adige) en kreeg zelfs nog meer: *** Droog, fruitig en interessant, goed gestructureerd en met een erg mooie afdronk. In rood kwamen nog de krachtige Essentia Benevento Rosso 2005 ** van Vigne Sannite uit Campania en de elegante (eufemisme voor een minder goed jaar...) Vino Nobile de Montepulciano 2005 *(*) van Poliziano. De meest interessante wijn kwam aan het einde. De Albereda 2005 van Mamete Prevostini is een Sforzato Valtellina DOC en wordt gemaakt met nebbiolo druiven die eerst drie maanden indrogen in een kelder. Je zou dan iets zoets verwachten maar deze zeer licht gekleurde wijn was vooral zacht, mooi en verleidelijk, super elegant en complex tegelijk, met echt een soort verdoken kracht zoals je dat wel eens ziet bij een mooie, al wat oudere vrouw. 

    mamete

    Ondertussen moesten wij ook even afscheid namen van de proefzaal. Tijdens de halve finale bleek plots, tot onze grote verrassing (wij nemen vooral deel om voor niks binnen te mogen), dat anderen nog méér fouten maakten dan wij...

  • Muscle Cars en Plas-Sex met runderen: chianti classico

    Pin it!

    chianti_gallo_nero

                                                                                                                                  

    Eigenlijk hadden we, aansluitend op ons vakantieavontuur, een degustatie Siciliaans gepland. Maar er ontbraken nog wat flessen en een bezoek aan Johan Janssen van Het Moment in Aalst in het kader van Sicilië leverde plots een mooi thema op: een kleine verticale van Chianti Classico.

    Rieten mandflessen, overproduktie en het toevoegen van een percentage witte hadden de reputatie van Chianti dodelijke klappen toegebracht. Zo erg dat zelfs na de aanpassing en het restrictiever maken van de DOC de meeste producenten hun creativiteit en vooral hun kwaliteitsdruiven gebruikten voor het maken van een  Supertoscaan. De laatste jaren groeit echter het besef dat Chianti ook een historische wijn is en onlosmakelijk verbonden met de culinaire tradities van zijn regio. In die mate zelfs dat vandaag sommige wijnmakers beweren dat alleen in Chianti de eigenheid en het terroir van de regio naar boven komen en dat vreemde luizen als cabernet of merlot uitsluitend als steundruif zouden mogen gebruikt. Het allerbelangrijkst is echter dat meer en meer producenten hun beste sangiovese druiven gaan gebruiken voor hun Chianti Classico, en niet meer voor hun supertoscaan. Toen ik de hand kon leggen op drie jaargangen van de gewone classico en drie van de Riserva van één huis was mijn schemaatje snel gemaakt: 2001, 2004, 2005 en 2006 proeven en iets leren over blends en goede of slechte jaren. Om wat te kunnen vergelijken voegden we nog drie chianti's toe van Licata.

    De rode draad voor dit verhaal werden de wijnen van Casanuova di Nittardi, een domein in Castellina in Chianti. Dit 120ha grote domein werd in 1982 door de Duitse kunstuitgever Peter Femfert en zijn Venetiaanse echtgenote, Stefania Canali. Met 21ha wijngaard is het één van de kleinere domeinen, goed voor een jaarproduktie van 90.000 flessen, maar wel met de beroemde Carlo Ferrini als consulterend oenoloog. Het Moment stelde zeer bereidwillig een paar al wat oudere jaargangen ter beschikking en dit maakte de degustatie zeer interessant. Nittardi is één van de vele kleine maar zeer ernstige, goed ondersteunde Chianti producenten waarnaar je altijd wat moet zoeken maar die een grote kwaliteit en vooral professionaliteit aanbieden.

    We startten onze degustatie met vijf Classico's en werden onmiddellijk geconfronteerd met de beperkingen van 2005. De twee flessen uit 2006 waren nog wat jong maar zeer mooi. De Casanuova di Nittardi Chianti Classico 2006, 95% sangiovese en 5% canaiolo, geurde naar zuivere en rijpe zwarte kers, bestrooid met wat zwarte peper, heel ernstig nog, en nog wat gesloten, met in de mond meer bramen, heel evenwichtig, stil-rustig en onmiddellijk goed voor twee **. Ter controle hadden we er ook wat andere flessen ingestoken en de Fonterutoli Chianti Classico 2006 was een topper en nog een streepke beter: een blend van 90% sangiovese, 5% merlot en 5% malvasia nera en colorino en dus ook de eerste "moderne" chianti die de merlot gebruikt om de zaak wat ronder en voluptueuzer te maken. Dat, met de 12 maanden barrique (40% nieuwe), zorgde voor een heel andere stijl, met veel spectaculairdere aroma's en fluwelen tannines. Een zalige, zachte en luxueuze wijn, nu nog wat jong, zelfs nog wat ingekapseld maaral heel precies en duidelijk. Schitterende fles en drie ***. Eén ding kwam er echter hier duidelijk uit: de kwaliteit van het wijnjaar 2006. En het werd mij ondertussen nog bevestigd: als je van chianti houdt moet je nu je voorraadje inslaan, een jaar als 2006 komt zelden voor.

    Toen kwamen de drie 2005's...De eerste schaatser die vrolijk onderuitging op het gladde 2005 ijs was de Casanuova di Nittardi Chianti Classico 2005: iets animaals en onaangenaams in de neus, en lichte, wat dunne en oppervlakkige neus, heel makkelijk wel en nu al opdronk. Snel drinken en snel vergeten dus en maar één *. De Castello di Ama Chianti Classico 2005, 80% sangiovese, 8% canaiolo, 12% merlot en malvasia, had dankzij zijn 100% barrique (25% nieuwe) een betere neus, met vanille, rood fruit en tabak en was in de mond mooier rond, maar ook hij vertoonde een zekere ijlheid en oppervlakkigheid die typisch is voor de jaargang. Wel smakelijk, maar ook hier snel drinken, denken we. Nog interessanter werd het toen de de Casanuova di Nittardi Chianti Classico Riserva 2005 proefden, 95% sangiovese en 5% merlot, en 100% eik waarvan één derde nieuwe. Hier werd de mindere kwaliteit van de jaargang weggemoffeld onder de vinificatie-mantel, aardig gelukt trouwens. In de neus vonden we open haard, takjes, bramen, vanille, véél vanille, en iets heel aparts dat wat deed denken aan een gueuze van Cantillon. Heel zachte, rode aanzet, rokerig haardvuur, verrassend met een mooie lange afdronk. Positief was dat deze wijn echt een verhaal vertelde (rond het haardvuur, gezellig...) en een beetje een ontdekkingstocht was omwille van de hogere complexiteit, maar het was toch ook wel een beetje een muscle car, door de eik uitgebouwd tot iets indrukwekkends, maar als je de motorkap opendoet mis je toch wel wat fond. Of hoe een wat minder jaar door pure techniek naar boven kan worden gekrikt.Toch zeker ** waard.

    nittardi

    Vanop de Nittardi website, een zicht op de omgeving.

                                                                                                                                     De twee volgende wijnen, 2004's, maakten het punt nog duidelijker. De Nittardi Chianti Classico 2004 kreeg van ons onmiddellijk drie ***. In de neus zat iets animaals met een leuk topje rood fruit en in de mond was deze wijn very drinkable , zuiver, lang en fruitig, en de ideale partner om 's avonds de zorgen van een lange dag te doen vergeten. De Classico Riserva 2004 van hetzelfde huis kreeg dezelfde *** score: een rokerig en evenwichtig aroma met fruit en tabak, een mooie, mooie structuur, héél evenwichtig, met een mooie afdronk; hier nog een streepje klassieke muziek bij en ome Rick zakt diep weg in zijn zetel...

    Ondertussen viel er één element heel sterk op en dat was de grote stijluniformiteit van de Nittardi's, ideaal dus om de invloed van het jaar te herkennen en een grote zekerheid voor de consument. Ik ken uiteraard noch Ferrini noch Femfert persoonlijk maar die Nittardi's hadden iets degelijks, geruststellend en constants dat heel aangenaam was en we vroegen ons af of dat iets met hun persoonlijkheid zou te maken hebben? Is het hier het terroir dat de wijn maakt of de maker ? 

    Ondetussen kwam 2001 aan de beurt. De Nittardi Classico Riserva 2001 vertoonde maar één minpunt: dat hij uitverkocht is. Het was de meest complexe van de Nittardi's, heel rijp en volledig, blokhut, tabak en een streepke munt voor de fraîcheur. In de mond complex, rijp, klaar, helemaal op dronk, veel diepgang en een lange afdronk. Hij combineerde fruit, fraîcheur en versmoltenheid op een prachtige manier en kreeg dus ****. Het slechte nieuws is: uitverkocht, het goede nieuws is dat gegeven de stijluniformiteit van Nittardi deze wijn waarschijnlijk heel dicht zal liggen bij de Riserva 2006. Te proeven dus wanneer die binnenkomt en niet twijfelen als het de goede richting uitwijst. Johan had ons ook nog een andere Riserva aangeraden, gewoon om het stijlverschil duidelijk te maken. De Chianti Classico Riserva 2001 van Dievole, een domein in Castelnuovo Berardenga, zou een veel traditionelere chianti moeten zijn, van een domein waar de vernieuwingen pas in 2006 echt op gang kwamen. Hij was bijna de helft goedkoper dan de Nittardi's, maar viel eigenlijk wel mee. Veel ingetogener, een zwijger eerder dan een babbelaar, een beetje droger ook, met meer eik en minder fruit; in de mond wel mooi gemaakt, wat tertiaire toetsen, wat eenvoudiger ook maar met een hele goede prijs/kwaliteit: een hele goede wijn voor het betere communiefeest waar je toch meer met je gasten bezig bent dan met de wijn maar ondertussen toch wel  iets degelijks wil drinken. Hij kreeg ** en was eigenlijk een echte CSP-wijn.

    Afsluiten deden we met vuurwerk. De Castello di Fonterutoli Chianti Classico 2001 is de top-chianti van het gelijknamige kasteel en is met zijn blend van 85% sangiovese, 10% cabernet sauvignon en 5% merlot, 16 maanden barrique voor de sangiovese en 18 maanden voor de merlot en de cabernet sauvignon, bijna een supertoscaan eerder dan een traditionele chianti. Wat een vreemde wijn ! Wij roken achtereenvolgens: balsamico, overkokende groentesoep, de afdeling meststoffen bij Aveve, koeiepis (plassex met runderen, riep de grapjas van dienst), meubelwas, plotseling heel sterk opwellend rijpe, pure moerbeien, zwart vlees, roastbeef, dikke sigaren, een heel fumoir...In de mond sterk, heel donkere, geconcentreerde kracht, zuiver rijp fruit, heel veel karakter, een enorme evolutie. We hadden deze wijn die in het glas constant veranderde, moeten karaferen en om alles er uit te halen wat er in zat nog 24 uur moeten blijven zitten. Als de 2006 hier een beetje op lijkt én u over een goede kelder beschikt, dan haal ik nu mijn agende boven en spreken wij af in 2014, 2016, 2018, 2020, 2025 en 2030. Nu *** maar waarschijnlijk ****(*) waard.

    Eén ding werd in ieder geval bevestigd. Er is het één en het ander aan het gebeuren in de Chianti. Dit gegeven, gecombineerd met de hele mooie jaren 2006 en 2007 die nu op de markt komen en met het feit dat je ze nog altijd wat minder betaald dan de supertoscanen, brengt mij sterk in verleiding tot het vullen van een kelder: vandaag wat inslaan en dan binnen een paar jaar eens een horizontale degustatie van 2006! U kent mijn adres...

     

         

  • Terroir or not to terroir

    Pin it!

    De woorden van mijn vorig blogbericht waren nog niet koud of het Lot besloot me al een neus te zetten. Op één avond kwamen twee wijnen voorbij die allebei geen zak met terroir te maken hadden en ik vond ze allebei erg lekker. De eerste was trouwens de complete ontkenning ervan, omdat hij zelfs het jaartal niet vermeldde.

    De Reméage, een non-vintage Vin de Table Français, wordt gemaakt door Les Vins de Vienne, een in 1996 opgericht domein in de Rhône met als doel de historische wijnregio Seyssuel op de linkeroever van de Rhône te herscheppen.  De steile hellingen van Seyssuel werden na de phylloxera-epidemie verlaten omdat ze niet mechanisch bewert konden worden en werden in 1996 in ere hersteld door drie straffe wijn-gasten: Pierre Gaillard, François Villard en Yves Cuilleron, alledrie bevlogen en succesvolle wijnbouwers in de Noordelijke Rhône. De drie willen hier het leisteen terroir van Seyssuel combineren met moderne technieken en slagen daar wonderwel in, maar deze Reméage is een absoluut buitenbeentje.

    De Reméage is een lokale uitdrukking voor een pelgrimstocht van een wijnbouwer en slaat op de zoektocht van de drie naar geschikte druiven om in deze blend onder te brengen. De viognier, marsanne, roussanne, cugnette en chardonnay komt dan ook van veschillende wijngaarden, ook buiten Seyssuel, en elk jaar selecteren de drie de meest geschikte stukken. Opmerkelijk is ook dat ze er geen jaartal op plakken, wat hen de vrijheid geeft om te blenden over de jaren heen en zo naar een heel consistent karakter te zoeken. In de tijd voor de AOC's gebeurde dit wel meer, en dit is dan ook één van de redenen waarom dit een Vin de Table Français is.

    Volgens de website bleef hij 9 maanden op cuve (geen hout) en als dit klopt blijkt nog maar eens hoe moeilijk proeven kan zijn: door het non-vintage karakter zit hier oudere wijn in, meer dan waarschijnlijk ook met malolactische fermentatie, en houtrijping is uiteindelijk een vorm van oxydatie...in het kort, ik zou gezworen hebben bij houtrijping. Het aroma was massief, maar wel mooi, met amandel, bloemen en een vleug agrumes. in de mond minder dik dan verwacht, eerder elegant, zeer goed gestructureerd en gewoonweg lekker en heel toegankelijk. De mooie afdronk doet eveneens aan eik denken (grote houten vaten, geen nieuwe). Men kan de wijn wat gebrek aan diepgang verwijten, maar hij is gewoonweg heel lekker. 9,23 euro bij Sobelvin en ©©, en het enige spoor van terroir hier is "Noordelijke Rhône".

    remeage

                                                                                                                                              

    De Tourmaline, een Coteaux du Languedoc 2007 van Chateau L'Euzière, kocht ik bij Vinipure in Leuven aan 7,7 euro. Luc raadde me aan om hem wat gekoeld te drinken, een goed advies wat er zaten hier wel wat suikers aan het raam te loeren. Hij bevatte 60% grenache en 40% syrah en wordt gemaakt met de druiven van de jongste stokken, die waarschijnlijk minder hun terroir weergeven (glad ijs hier, hoor). Ik ondervond een mooie, kruidige neus, met zuiver fruit en duidelijke syrah toetsen. In mond nog eclatanter fruit, een heel aardig volume, lekker rond met een mooie finish en een redelijk aardige afdronk. Pas toen hij in het glas wat opwarmde werd hij wat plakkerig. Net als de vorige puur drinkplezier en een heel aardige leuke wijn, echt wel geen vin de meditation, maar 75cl puur drinkplezier, een hele goede partner voor de barbecue (in de ijsemmer, wel). ©©

    Beide wijnen hadden eigenlijk één ding gemeen toen ik er over begon na te denken (waar joggen al niet goed voor is): de hand van de wijnmaker was hier belangrijker dan het terroir. Ik denk dat je met goed materiaal uit de wijngaard twee dingen kan doen: het terroir laten spreken door minimaal te internveniëren...of de wil van de wijnmaker laten overheersen door een duidelijk profiel te kiezen en daarop te mikken.

    Een dag later vond het Lot (having a jolly good weekend) het leuk om mij een pure terroirwijn langs te sturen, de Cùmaro 2004 van Umani Ronchi, een Rosso Conero Riserva ©© uit de Marche (14,02 euro bij de Auchan). Hij werd gemaakt met 100% montepulciano druiven van de San Lorenzo wijngaard die vlakbij de zee ligt en volgens de makers althans kan je dit ook echt proeven. Op een bijna grappige manier kon je dit ook proeven, of was het inbeelding ? Maar de wijn had iets aparts, een soort mantel die hem omwikkelde en die vaag deed denken aan iets zilts, maar dan meer de geur die je krijgt als je nog een vijftal kilometer van de zee bent: er is iets "anders" in de lucht, maar je ziet het nog niet. Mijn nota ? warm rood fruit, kruiden, vooral laurier; in de mond een zachte fluwelen attaque, daarna plooide hij zich open rond kruiden en rijp rood fruit, heel evenwichtig en met iets zuivers zoals je dat ook wel bij bergwijnen proeft; de finsih was een beetje prikkend, met zachte tannines. Heel veel zaksel. Een dag later en dus gefilterd: chocolade en rook; eerst wat kort in de mond, daarna winnend aan volume en diep en rijk eindigend; mooie en eveneens diepe afdronk met vlezige en rokerige toetsen. Nu ©©(©).


    monteconero3