• Timber Batts, Bodsham, Kent

    Pin it!

    Het blijft me verbazen: mensen die terugkomen uit vakantie in Engeland en beweren dat de Engelsen niet kunnen koken. Bijna altijd bleek dat ze één grote fout maakten: ze aten op hotel (Fawlty Towers bestaat!), in een keten of in een "Frans" restaurant. De renaissance van de Engelse keuken gebeurde, anders dan bij ons, in de pub, waar traditie, vernieuwing en vooral verse ingreidënten elkaar ontmoet hebben en waar Engeland zijn eigen keuken leerde kennen. Ik ken een  plaats in Engeland waar twéé mooie tradities samenvallen: een typische Engelse plattelandspub, een Franse chef, verse countryside ingrediënten, een mooie wijnkaart, goed getapte real ales, een mooi uitzicht en charmante bediening: foodie paradise, kortom.

    Hert gebouw van herberg Timber Batts dateert uit 1485 en werd gebouwd tijdens de regeerperiode van  Henry VII (de papa van VIII, die met zijn zes vrouwen), eerst als het verblijf van de baljuw, dan als een gewone boerderij. In 1780 werd het een registered ale house en in 1833 een officiële pub met de naam Prince of Wales. In 1963 werd de naam veranderd in Timber Batts. Eind 2002 trok Joel Gross, de in de regio bekende Franse chef van de Froggies in Wye in het gebouw.

    DSC01061

    Het was nog net iets te winderig om buiten te zitten en wij veroverden een tafeltje met zicht op de toog. In Engeland kan je in de betere gastro-pub kiezen: ofwel eet je in het wat stijvere restaurantgedeelte ofwel in het lossere pub-gedeelte, met zicht op de toog. Met twee venten vinden wij een direct zicht op toog en ingang leuker dan naar elkaars lelijke koppen te kijken, maar ik vind ook dat ik zo een beter idee krijg van het karakter van de pub en zijn personeel.

    Wij aten à la carte en de bevallige dienster veroverde mijn hart toen ze zonder morren inging op mijn aanvraag tot het bovenhalen van de ijsemmer. Op de uitstekende Franse wijnkaart, eerder een uitzondering in dit land dat massaal de Nieuwe Wereld omhelsde, stonden immers wat mooie flessen uit de Beaujolais en de Loire en wat past er beter dan zo'n gekoelde rode jongen bij een eerlijke plattelandskeuken. Wij kozen voor een uitstekende Fleurie 2007 van Chateau de Bourg, eigendom van de Matray familie (aroma's van kriekensap en bloemen; in de mond zacht en vrouwelijk met mooi rijp fris fruiit, héél goed combinerend bij de eend). Hij kreeg van ons **.

    Wij startten met een verrassende cassolette de St Jacques à la bisque (zie foto), heel fijn en lekker, gevolgd door langs de ene kant van de tafel een confit de canard die helemaal was zoals hij moest zijn en, aan de andere kant, een poitrine de porc roti die in La Paix niet zou misstaan. De daaropvolgende kaasschotel (gecombineerd met een uitstekende bitter van Woodfordes in Norfolk, de Wherry) bracht, de Europese gedachte indachtig, drie Franse, een Hollandse en een Engelse kaas samen, allemaal anders, allemaal lekker. En het pas opgepikte idee dat bier eigenlijk beter bij kaas past dan wijn klopte als een bus. Typerend voor de bediening was de volgende anekdote: toen de kaas was opgediend kwam de dame des huizes vragen of Belgen bij de kaaschotel hun brood boterden ? Ze vond het persoonlijk een barbaarse gewoonte (zei ze met een licht trillende franse rrr) maar die perfide engelsen stonden er altijd op. Maar Belgen hadden toch meer een Franse smaak, hoopte ze ? Bien sur, madame...

    DSC01058

    Wie overigens in Engeland goed wil eten moet zich de Good Pub Guide aanschaffen. Mijn oudste exemplaar dateert uit 1991 en het heeft mij prachtige terrassen, loeiende haardvuren, ontelbare verhalen en succulente maaltijden opgeleverd. Het is een onmisbaar reisinstrument in een land waar men er enigszins andere eetgewoonten dan de onze op na houdt, maar waar de keuken er in twintig jaar zo op vooruit is gegaan dat onze Engeland-trips de laatste jaren meer weg hebben van een culinaire pelgrimage.

                                                                                                                                 

    Good-Pub-Guide-2009-Cover_medium

     

     

     

  • Ontmoetingen met een druif: de sousão

    Pin it!

    Het is een ziekte: toon mij een fles met een mij onbekend druivenras en ik moet ze hebben. Lekker is het niet altijd, leerzaam echter wel en af en toe komt wel eens een combinatie van de twee voorbij.

    Sousão is één van de vele toegelaten druivenrassen bij het maken van porto en komt vooral voor in de grote wijngaarden van de Douro waar de verschillende rassen kriskras door elkaar staan (een toegelaten traditie in de regio). In de blend zorgt ze voor kleur en zuren. Ze wordt maar heel zelden apart gevinifieerd omdat ze zo goed als geen uitgesproken aroma's heeft. Het sap is heel intens en diep gekleurd. Ook de heel stevige zuren zijn typisch. De druif wordt ook veel gebruikt in Zuid-Afrika, eveneens als deel van een blend voor versterkte wijnen, en in de Vinho Verde regio waar ze bekend staat als vinhão en gebruikt word voor de lokale lichte en vaak erg zure rode vinho verde.

    Ik proefde de Sousão, Quinta do Vallado, Douro, 2006, aan 17,9 euro bij Pasqualinno in Opglabbeek voor het eerst op het Wine World Tasting event in het Hilton in maart 2009: wierook, donker fruit en gebraad. Stevig en zuiver fruit en redelijk complex. De fles was al even open. In mei van hetzelfde jaar herproefd: donkere en intense kleur; een wat vaag aroma van fruit; in de mond opvallende zuren, nogal zwakke tannines, een beetje onduidelijk fruit. Ik gaf hem op de beurs **, maar thuis viel hij wat tegen. Eerder interessant dan aardig.   

  • The Sicilian Tasting: Cos

    Pin it!

    In onze laatste Siciliaanse tasting paseerde een huis de revue dat meer aandacht waard is. Niet in het minste omdat het een naam is die maar bleef terugkeren: bij Filippo van A Zamara, bij Shingo Nagaj van La Gazza Ladra en bij heel wat andere liefhebbers van Italiaanse wijnen. Wij profiteerden er dan ook van om de wijnen van dit domein in onze Siciliaanse degustatie binnen te loodsen.

    De Azienda Cos in Vittoria werd opgericht door een driemanschap bestaand uit Giusto Occhipinti en Giambattista Cilia, architecten en wijnmakers, en Giuseppina Strano, die ondertussen afscheid nam van het project. De naam is dan ook afkomstig van de afkortingen van de namen van de drie stichters. Hun verhaal begon in 1980 als een leuke hobby met enkele ha wijngaard van Giusto's familie die de drie in pacht namen. De eerste 1500 liter pletten ze nog met de voeten om hun eerste wijn te maken. In 1983 introduceerden ze het gebruik van barriques (één van de eersten van Sicilië) en ze waren ook pioniers op het vlak van temperatuurcontrole in de kelder. Het domein is niet zo groot, 25ha, maar het is nu één van de bekendste van Sicilië.

    Vandaag worden de wijngaarden volledig biodynamisch bewerkt, met advies van mensen als Jacques Mell, Nicolas Joly en Eloï Durbach. Inox wordt nu nog alleen gebruikt voor de assemblage omdat het volgens hen teveel reductieve noten geeft. Ze gebruiken vandaag vooral cement en amforen en het advies van mensen als Josko Gravner wordt hier zwaar geapprecieerd. Ze blijven verder investeren en experimenteren en ondermeer door de aparte vorm van hun flessen kennen ze ook in de export succes. Ze experimenteren nog steeds volop, soms met veel succes, soms met al wat minder en maken ondermeer een wijn met druiven van dezelfde wijngaard, waarvan de ene cuvée op barrique en de andere op amfoor rijpte. Het domein exporteert 65% van zijn produktie maar is goed vertegenwoordigd in de betere restaurants op het eiland.

    Alle flessen werden aangekocht bij Swaffou.

    Wij begonnen met de witte Rami, 2007. Een blend van 50% inzolia en 50% grecanico, gefermenteerd op cement en meteen de eerste keer dat wij het gebrek aan decanteerkaraffen betreurden. In de neus boter en perzik. In de mond droog, complex en héél sec, met een nogal frisse finish. Met zijn 16,26 euro bepaald niet goedkoop, maar geconcentreerd en lekker. Evolueerde mooi in het glas en mocht waarschijnlijk wel wat ouder gedronken worden. Toch goed voor **.

    Frappato is de basisdruif van Sicilië, gebruikt voor het maken van hectoliters lichte, gemakkelijke en jong te drinken dorstlessers. We waren dan ook benieuwd wat een huis als Cos ermee zou doen en we vergeleken hem dan ook met een andere frappato, de Frappato, Az Agr Cortese, 2006 van een domein in Vittoria dat al 70 jaar biologisch werkt. Hij geurde naar paddestoelen en heel oude mon chériekes (die al tien jaar ergens in een kast liggen) maar evolueerde naar het aroma van een mooie oude porto, een goeie tawny reserve. in de mond fris, krachtig en mooi, een leuke drinkwijn met frisse afdronk en een leuke finish. ** dus. Aan 7,1 euro (bij Het Moment) ook heel betaalbaar, maar niet geschikt als bewaarwijn. De Frappato, Az Cos, 2007 kostte meer dan het dubbele (16,15 euro). Hij was eerst heel geloten met alleen een vleugje kruiden, maar wat later kwam er een geur van fris fruit in de openlucht. In de mond fris, net als de andere, met een hele subtiele lichte fruitigheid. Eerst heel gesloten en in zichzelf gekeerd, maar evolueerde erg goed in het glas. Ook hier ware de karaf nuttig geweest. Hij kreeg uiteindelijk toch ook **, maar we verkozen toch de Cortese, zeker voor zijn prijs. Leuke druif trouwens, die frappato, maar de Sicilianen kijken er erg op neer.

    Als de frappato de prins is van Sicilië dan is nero d'avola de koning, maar deze druif heeft veel gezichten. De Nero d'Avola, Morgante, 2007 voldeed aan de cliché's: rubber, chocola met rozijnen, stevige tannines, donker fruit. Een broeierige, donkere wijn die zuurstof had om wat open te komen maar die heel stevig bleef. We kwoteerden hem gelijk met de Nero di Lupo, Az Cos, 2007, en ze kregen alletwee dezelfde score: **, maar ook hier een opmerkelijk prijsverschil: de Morgante kostte 10,95 euro bij Licata, de Cos 17,48 euro. De Cos was een verrassend vriendelijke wijn, met een heel elegant fruitig aroma en heel sympa en rustig in de mond. Hij werd weggeblazen door de Morgante maar iedereen was het er over eens dat deze op zichzelf misschien wel de leukste wijn van de avond zou kunnen zijn, niet de meest complexe, niet de meest krachtige, maar een goeie om op je gemak leeg te tutteren. Aan het einde van de avond liet de druif zich van haar sterkste kant zien: de Syre, Az Cos, 2003, is één van de betere wijnen van Sicilië en bewees dit. Net als de twee andere een 100% nero d'avola en net als de andere Cos gefermenteerd op cement. Daarna verbleef hij 24 tot 35 maanden op hout (30hl). Een zeer complexe wijn, mooi rijpe aroma's, duidelijke tertiaire toetsen al; in de mond complex, elegant maar ook erg overtuigend en expressief met een grootse en magnifieke afdronk. Met een prijs van 31,46 euro niet echt goedkoop maar zijn **** helemaal waard.

    cos2-736165

    Cos maakt ook de traditionele DOC van de regio, de Cerasuolo di Vittoria, een blend van nero d'avola en frappato. Interessant is echter hun experiment waarbij ze druiven van dezelfde wijngaard en met hetzelfde terroir apart vinifieren, eentje heel klassiek, de andere op amforen zoals je hierboven kan zien. Cos koopt zijn amforen in Tunesië, Spanje en Sicilië en ze kunnen 250 of 400 liter bevatten. Zowel de fermentatie als de opvoeding gebeurt zo, eerst zonder enige temperatuurcontrole en met uitsluitend natturlijke gisten. Na 12 à 15 dagen gaan de amforen toe en blijft de wijn, mét de schillen, nog zes à zeven maanden rijpen. De amforen worden nu natgehouden om ze af te koelen en te voorkomen dat ze barsten. De eerste maal dat Cos zijn wijn zo maakte was in 2000.

    We proefden eerst de traditionele variant, de Cerasuola di Vittoria, Az Cos, 2006: hij fermenteerde op cement en daarna werden de twee druiven apart opgevoed, de frappato (40%) verder op cement, de nero d'avola (60%) op eik, ongeveer 20 maanden. De eik was in de neus erg duidelijk in het rokerige en vlezige en vooral toen de wijn wat opwarmde in het glas sprong de vanille duidelijk naar voor. Heel mooi en lekker en heel evenwichtig en goed gestructureerd. Kreeg van ons ***. De Pithos, Cerasuola di Vittoria, 2006 was de op amfoor opgevoede variant. Een heel aardse wijn met toetsen van fruit en natte aarde. In de mond voelde hij korrelig aan maar behield zijn mooie fruit. Een echte natuurlijke wijn, maar duur: 28,05 euro tegenover de 18,98 euro van de klassieke versie. De Pithos kreeg daarom maar één * en vroeg eigenlijk naar de hand van een goede kok om er een begeleidende schotel voor te creëeren. Het is een heel leuk verhaal dit amforen-ding maar zeker niet aan iedereen besteed en de produktiekost is erg hoog. Maar wijn is een drank met 1000 gezichten en er is zeker plaats voor. Benieuwd wat zo'n fles trouwens in de tijd zou doen... 

    Besluit ? Een wreed interessant domein, Cos, maar ook al omwille van de prijs niet echt de beste wijnen voor zo'n degustatie. Bij elke fles leek het wat zonde dat we niet meer tijd konden nemen. Eigenlijk wijnen om met twee liefhebbers rustig te ledigen over twee of drie dagen. Ik zal u laten weten wanneer er een huis vrijkomt in mijn straat. Tegelijk ook onze complementen voor het veel minder sexy Cortese. Heel aardige wijnen met een grote drinkability.

  • Vrije bewerking naar...

    Pin it!

    Uit de Wijnscheurkalender van Harold Hamersma en van de hand van Georg Saladin:

    In mei...

    De leeuwerik zingt prachtig

    De lijster doet zijn bes'

    Maar het liefst van al hoor ik het krachtig

    ontkurken van een fles.

    Uit de hersenkoker van Rick Ricksma

    In juni...

    'T is waar 't is mooi

    het ploppen van de kurk

    maar nog mooier is in 't hooi

    het ritsen van de jurk

     

  • Kempense kelderrestjes

    Pin it!

    Ongeveer 400kg wijnliefhebbers in mijn omgeving hadden me het al aangeraden: ge moet eens binnenspringen bij van Eccelpoel in Herentals. En onlangs kwam het er eens van: ik ben nog maar zelden zo verrast geweest. Op het eerste gezicht is dit een superette zoals er in Vlaanderen honderden zijn. Op het tweede gezicht is dit een foodie schatkamer zoals er maar weinig zijn.

    Ik bespaar u mijn commentaar over de verrukkelijke kazen, de geweldige "pottekes pesto" en de charcuterie-toog uit een andere, betere wereld, maar over het wijnrekje in de winkel kan ik niet zwijgen: dit is zowat de natte droom voor elke liefhebber. Grote en kleine namen, grote en kleine jaren, het staat hier allemaal bijeen, compleet drempelloos, compleet toegankelijk. Zelfs de wetenschap dat in de kelder van dit huis een echte wijnschatkamer staat doet hier niks aan af: het is één van de weinige plaatsen in België waar je anoniem kan binnengaan en er terug buitenwandelen met een winkelkar vol culinaire goodies.

    De aanleiding voor deze blog was een Italiaan die ik er onlangs kocht (april 09): een Augenta 1997, Dolcetto D'Alba, Pelissero. In elke andere winkel had ik deze fles laten liggen. Een dolcetto uit 1997 ? Dat is toch veel te oud ? De dolcetto is toch de tegenhanger van de gamay ? een simpele druif in een regio vol sterren ? Maar men had dit al in mijn oor gefluisterd: ze kopen hier soms oudere wijnen die commercieel opgegeven werden maar die door het palet van de eigenaar nog waardig werden bevonden.

    Augenta is de naam van de wijngaard rond de kelders van Pelissero. Deze dolcette rijpte zes maanden op grote botti. Vandaag, bijna twaalf jaar later, zijn dit de proefnota: "droesemvliesje onder de kurk; er is wel wat veroudering zichtbaar maar de kern is mooi kersenrood; mooie, evenwichtige en echt elegante neus van een al wat oudere wijn, met toetsen als zoethout, drop, boenwas (een oud boerenmeubel). Een wijn om aan te ruiken en dan te walsen en aan te ruiken en dan te walsen en aan te ruiken en dan te walsen...in de mond rustiger, minder complex maar heel evenwichtig. Heel smakelijk en vriendelijk, als iemand die je graag aan je zijde zou hebben op een moeilijk moment. Hij deed me wat denken aan dit liedje (met eeuwige dank aan vinejo voor het idee).