• De Heilige Andrea van de groentenmarkt: Sicilië 2010.

    Pin it!

    's Avonds door de straten van Palermo dwalen, het heeft iets. En omdat J. een hekel heeft aan grote brede en saaie straten, én omdat hij, goed voorbereid, wist dat de Vucciria markt iets speciaals is, trokken wij via een omwegje door kronkelende en soms behoorlijk guur uitziende steegjes naar ons avondlijke restaurant. Palermo is tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd en staat nog steeds vol ruïnes van stadspaleizen en half weggebombardeerde achterkanten van woonblokken. Ter bescherming van de voorbijganger worden een soort schuine houten panelen aangebracht die de afbrokkelende gevelstenen opvangen, en vooral wanneer je in de buurt komt waar de Vucciria markt wordt gehouden is dat wel een apart gevoel, wanneer de steegjes smaller en smaller worden en het volk ruwer en ruwer, en op sommige plaatsen vond ik de omgeving bijna apocalyptisch.

    De naam Vucciria komt van "boucher", Frans voor beenhouwer en die staan hier nog te pronken met delen koebeest die je in België helaas niet meer ziet. Door de repuatie van deze markt werd de naam in het Italiaans een synoniem voor chaos, lawaai en desorganisatie en alhoewel wij er tegen de avond doorwandelden was het hier nog behoorlijk druk, niet in het minst met de stal- en winkel-houders die bezig waren met iets wat vaag wel kan doorgaan als een schoonmaak.

    DSCF9310

     

    Sant'Andrea ligt op de Piazza Sant'Andrea, in een half weggebombardeerd huis en is een klein en erg gezellig restaurant, vooral vermaard voor zijn vis. Wij begonnen onze avond met een fris-fruitig glaasje Murgo, een Siciliaanse schuimwijn van de nerello mascalese druif, geplukt op de hellingen van de Etna. Ondertussen liep het restaurant in een mum van tijd vol met families en groepjes vrienden (het was ondertussen vrijdagavond) en hadden wij op de wijnkaart opnieuw een vin naturel ontdekt, de Grillo van Barraco, met 15% alcohol een stevige knaap en een bijna stroperige "super"grillo met een leuke afdronk. De reepjes koud buikspek van de antipasti konden mij matig bekoren, maar het zal mij leren als een bronstig beest te reageren op het woordje maiolino (speenvarken). Mijn pasta daarentegen was het pasta hoogtepunt van de reis. De ravioli met vis en calamares was in één woord verrukkelijk en ik zag hem zo'n beetje als een verpersoonlijking van mezelf: hij ziet er niet uit, maar hij is wel lekker !

    DSC01405

                                                                                                                                

    Ondertussen begonnen wij licht verslaafd te geraken aan sardientjes en dat werd dan ook ons hoofdgerecht en het was spijtig dat de kok bij het maken van J's exemplaren het deksel van het zoutvat had laten uit zijn handen glippen, want de mijne waren perfect. De inktvis naast mij (ik bedoel uiteraard die in het bord) was één van de betere exemplaren die ik ooit zag voorbijkomen en de cannolo van het dessert was de beste die we ooit aten.

    DSC01408
     

                                                                                                                               

    Sant'Andrea heeft een hele goede reputatie in Palermo en dat is terecht. Qua finesse was dit één van de betere van Sicilië, maar het was jammer dat ze hier niet een klein beetje vriendelijker waren. Wij maakten dat goed door een tussenstop bij Mi Manda Picone en zwierven nog wat door het nachtelijke en zeer atmosferische Palermo.

    DSC01419

                                                                                                                               

     DSC01422

     

     

  • Marco De Bartoli, redder van de Marsala: Scilië 2010

    Pin it!

    Voor door de GPS verwende Belgen is Sicilië vaak een kluwen van op elkaar lijkende wegen en zelfs onze taxichauffeur werd er ondertussen wanhopig van. Wij arriveerden dus met een uur vertraging bij Marco, maar de stemming bij onze ondertussen wat mopperende vrouwen sloeg snel om toen Sebastiano de Bartoli verscheen en ons welkom heette. Wij, de heren, hadden op een tweede Sara gehoopt, maar vooruit, wij kunnen tegen een stootje, en wij concentreerden ons dan maar op de wijn en negeerden de verliefde zuchten van onze eega's.

    DSC01384 

    Marsala volgens het Solera-systeem: de bovenste vaten worden bijgevuld met jonge wijn

                                                                                                                                                                      

    Marco's wijnverhaal start in 1978 wanneer hij de Baglio Samperi, de familiale boerderij, overneemt van zijn moeder Josephine. Tot dan had Marco, een gediplomeerd landbouwingenieur, zich vooral bezig gehouden met autoracen. Marco wou de dingen goed doen en nam zich onmiddellijk voor om Marsala, de versterkte wijn van de regio, terug de kwaliteit te geven die hij oorspronkelijk had. Ooit was die even bekend en gegeerd als porto of madeira, en net als die twee door Engelse handelaars geschapen toen oorlogen de aanvoer van Spanje en Portugal bemoeilijkte. Winstbejag, gemakzucht en de overschakeling naar productie op industriële schaal had er echter voor gezorgd dat de Siciliaanse Marsala was verworden tot een goedkoop keukeningrediënt voor het maken van sauzen. Marsala als dessertwijn was zo goed als verdwenen.

    De-Bartoli-FamilyLR
     

    Marco parkeerde zijn racewagens definitief en begon er aan. Dat deden wij ook, en na een korte uiteenzetting over Marsala nam Sebastiano ons mee naar de eerste kelder waar de wijnen rijpen volgens het Solera systeem. Het Solera systeem komt oorspronkelijk uit Jerez en wordt gebruikt voor het maken van sherry. Heel simpel gezegd is het een systeem met lagen vaten waarbij de oudste wijn zich onderaan bevindt terwijl wat verdampt of wordt afgetapt bovenaan wordt vervangen door jonge wijn. Het hele tracé van boven naar beneden kan zeer lang duren en vandaag maakt Marco twee wijnen op deze manier, de Vecchio Samperi Ventennale, twintig jaar oud, en een nieuwkomer, een dertigjarige, die we nog niet konden proeven. De grootste verrassing van deze wijnen is dat ze droog zijn, niet zoet, met de complexiteit van een oude sherry. Ze gaan eigenlijk terug op een traditie van voor de komst van de Engelse handelaars toen vele herbergen en boerderijen een vat wijn hadden dat ze bijvulden naarmate ervan gedronken werd. Sommige van deze zouden wijnen hebben bevat van bijna 40 jaar oud.

    Vecchio Samperi Ventennale:  een erg complexe neus met veel diepgang; verrassend droog in de mond, dat verwacht je helemaal niet van een marsala, heel complex, heel diep, sterk verwijzend naar noten; lang en heel complexe afdronk ****

    DSC01386

    De "gewone" rijpingskelder.

                                                                                                                           

    Marco combineerde ondertussen het aangename met het nuttige en begon met de oude sportwagens die hij verzamelt Italië te doorkruisen om zijn wijnen aan de man te brengen. Ondertussen lanceerde hij ook andere madeira-stijlen en daarmee maakten we kennis in de volgende kelder. Hier rijpten vooral de versterkte wijnen. De Marsala Superiore Riserva 1986 en de Marsala Superiore Riverva 10 Anni rijpen op vaten van kastanje en eik en worden op de klassieke marsala-manier gemaakt door het toevoegen van mistella, de met brandewijn gemengde most, en deze wijnen zijn dus zoet, de toenmalige tegenhangers van port en madeira. Ze moesten op die manier bestand gemaakt worden tegen de moeilijke omstandigheden van transport naar Engeland. Het zijn vandaag wijnen die laten zien hoe Marsala was voor men er een industriële plakkerige variant van maakte. Sebastiano legde ons ook uit dat de keuze van de druif hier heel belangrijk was. De grillo is een druif die natuurlijk hoge alcoholgehaltes aanmaakt maar veel smaak behoudt en veel beter geschikt dan een productieve slappeling als de cataratto, hoofdbestanddeel van de goedkope keuken-marsala's.

    Marsala Superiore Riserva 10 Anni:  aroma met noten en likeur; mooi volume, mooie suikers die strak genoeg geplaatst zijn; complexiteit en diepgang, in de afdronk een beetje stroef ? ***

    Vigna La Miccia, Marsala Superiore Oro: deze goudkleurige Marsala (de andere zijn eerder amberkleurig) wordt gemaakt door de druiven te fermenteren op inox en niet op hout; hij rook naar een goed gevulde boerderijkelder en was lichtzoet, mooi fris en erg aangenaam; moet een leuk aperitief zijn maar Marco serveert hem bij geitenkaas met honing **

    Ondertussen wandelden wij door nog een kelder vol vaten vol witte wijn en een kelder met de rosso (hier niet geproefd, maar zeer lekker) naar boven waar de grote pneumatische pers staat en de installaties uit inox voor de witte niet-geoxideerde wijnen. Marco begon hier in 1989 mee om zijn aanbod wat te diversifiëren en wat sneller cash te genereren maar als hij dingen doet doet hij ze goed en zijn gewone witte is fantatstisch ! In 1989 lanceerde hij de Pietra Nera, een 100% zibibbo en in 1990 de Grappoli del Grillo, een 100% grillo. De tweede kreeg de Grappoli toevoeging omdat grillo in het Italiaanse ook krekel betekent en omdat Marco er de drinkers van wou bewust maken dat ze wijn van de grillo druif dronken. Marco was toen trouwens een pionier voor de grillo druif en de eerste die er een tafelwijn mee maakte.

    Grappoli del Grillo, 2008: 100% grillo, met fermentatie op inox, gevolgd door 8 maanden vatverblijf met bâtonnage. Citroen, limoen en meloen; mooi body maar ook mooi fris, mooi gestructureerd; een vleug amandelen ook, maar de fles stond al een paar dagen open. ***

    DSC01392

    De fermentatievaten voor de Integer reeks.

    Naast de moderne installaties stonden ook enkele fermentatievaten voor de Integer-reeks, de natuurlijke wijnen van het huis. Sebastiano vertelde ons dat ze hier een zeer dubbel gevoel bij hadden en dat ze deze wijn in een heel beperkte oplage maakten, altijd met het gevoel van iets fouts te doen. "Veel van wat we doen om bepaalde effecten bij de Grappoli te vermijden, moeten we hier juist wel doen, en dat voelt heel vreemd aan". 100% voor zijn ze dan ook niet, maar vandaag maken ze een grillo, een zibibbo en een grecanico in deze stijl. Ik proefde ze alle drie en vond ze zeer lekker.

    Grillo, Integer, 2007: troebel; in de neus gisten en nootjes, in de mond zacht, ingehouden, mooi gestructureerd; niet lekkerder dan de Grappoli maar anders lekker ***

    DSC01394

    Ondertussen waren wij in de proefruimte verzeild geraakt, waar we nog een lange babbel hadden en we de Bukkuram nog proefden. Deze passito wordt gemaakt met druiven van de 5ha wijngaard die Marco bezit op Pantelleria, een eiland voor de kust van Marsala. In 1984 maakte Marco voor de eerste keer deze wijn. Hij gebruikt daarvoor niet de grillo maar de zibibbo (zibibbo lijkt sterk op moscato), de lokale druif van het eiland. Hij noemde hem Bukkuram, Arabisch voor vader van de wijnstok. Deze passito's worden gemaakt met drie weken in de zon gedroogde druiven (50%) en aan de wijnstok zelf deels ingedroogde druiven (de andere 50%). De tweede gaan het fermentatievat in en wanneer dit goed op gang is gekomen voegt men er de gedroogde druiven aan toe; drie maanden schilweking doet de rest. Na nog eens 30 maanden op Franse eik en 6 maanden op inox is de passito klaar. Marco was de pionier die deze vergeten stijl redde. Wij proefden, apprecieerden, sleepten nog wat flessen mee en vertrokken wijzer dan toen we gekomen waren.

    Bukkuram, Passito di Pantelleria, 2006: heel donker; heel complexe neus, heel magnifiek; zoet, maar ook heel breed en complex; mooie lange afdronk ****

    Meer info over Marco vindt je hier en hier en in de vinopedia vindt je ook de proefnota's van alle tot nu toe door mij geproefde wijnen van Marco.

     

     

       

  • Over de heuvels, langs de tempel en het theater naar de vis, de olie en de grappa en de grappa en nog meer grappa en een taxi vol licht snurkende belgen

    Pin it!

    Iedereen weet nu al wel dat wij eigenlijk naar Sicilië gaan om te eten, maar wij zijn ook stuk voor stuk intellectuelen (égt waar), en wij hebben dus een excuus nodig om onze gulzigheid achter weg te stoppen. Het was die ochtend dan ook tijd voor een stukje cultuur, en als dat dan toch moet ;-) dan doen we dat maar ineens ook goed: we bezochten Segesta.

    Als echte Spartanen moesten we daarvoor vroeg op staan. De hele weg ernaartoe regende het pijpestelen zodat de slinksen onder ons al een koffietje met een gebakje voor zich zagen, maar net op tijd kwam de zon er door en konden wij kennis maken met één van de mooiste archeologische sites van Sicilië.

    DSC01370

    De eerste inwoners van Segesta waren de Elymi, een volk dat rond 1200 voor Christus het westen van Sicilië binnenvielen. 600 jaar later namen zij de Griekse cultuur heel gemakkelijk over en de toenmalige Griekse bezetters van het eiland begonnen al snel te versmelten door huwelijken met de Elymi. Segesta werd één van hun belangrijkste steden en toen ze in conflict kwamen met de buurstaat Selinunte zochten ze de hulp van Carthago op. Die maakten korte metten met Selinunte, kregen dan in 480 voor Christus zelf een pandoering van de Atheners en de handigaards van Segesta begonnen prompt aan een Griekse tempel voor de godin Athena. Hij werd nooit echt afgemaakt en omdat het dak er nooit werd op gezet werd hij later ook niet omgebouwd tot kerk. Bovenop de heuveltop van het stadje werd ondertussen wel een agora en een amfitheater gebouwd en van beide kan je de resten nog bekijken. Nadat achtereenvolgens de Normandiers en de Arabieren er verbleven werd het verlaten en eeuwen later terug opgegraven. Vandaag wordt je met een bus naar de site gebracht die op een winderige heuveltop ligt (in de zomer waarschijnlijk te bakken in de zon). 

    DSC01374

    Na een bezoek aan Marco De Bartoli (daarover meer volgende keer), was het alweer eens hoog tijd voor een hapje ! En omdat de De Bartoli's het ons hadden aangeraden kozen wij voor La Bettola in Mazaro del Vallo, op een half uurtje van Marsala, een etablissement dat de reputatie had om een traditioneel, wat ouderwets, maar zeer betrouwbaar visrestaurant te zijn. We waren daar alleen, op deze vrijdagmiddag, terwijl het buiten opnieuw goot, maar zelden zijn we zo gastvrij ontvangen. 

    La Bettola is een klein restaurant, met als chef Pietro Sardo, een eeuwig glimlachende gezelligaard waarvan de trots op zijn keuken afdroop. De taalbarrière werd handig opgelost door J. die een handvol Italiaans spreekt (vooral sterk in culinaire termen, tiens), door visuele informatie (ik had een foto van die vis moeten nemen...) en door Google, waarvan de kelner blijkbaar een hevig aanhanger was. Onze schuimstart namen we deze keer met een fles Petali Brut van Fazio, een 100% chardonnay met een stevige dosage, eigenlijk meer een maaltijdwijn. Pietro stelde ons ondertussen telkens twee gerechten voor om tussen te kiezen en smoorde elke twijfel in de kiem door telkens voor te stellen van de tweede keus ook wat borden op tafel te zetten, een sympathieke gewoonte vind ik.

    DSC01397

    Wij startten dan ook met een gewoonweg verrukkelijke carpaccio van vis, en omdat dat volgens Pietro niet te missen was, twee centrale borden met een insalata di mare. En ja hoor, het was inderdaad even lekker als het eruit zag. Ondertussen had de slimmerd ook door met een tafel lekkerbekken te maken te hebben en gooide hij nog een fleske of twee olijfolie op tafel, waarvan die van Gianfranco Becchina de beste reputatie had (hij was pas gebotteld, een beetje pikant en verrukkelijk). De sommelier drong ons een fles Khejre op, een lokale grillo, maar wij waren ondertussen gebrainwasht door De Bartoli en schakelden snel over naar de veel betere Grappoli van Marco (nota's volgende keer!). Kwestie van vulling kregen wij (de venten) als primi piatti dan een verrukkelijke pasta met zeevruchten en toen kwam de hoofdschotel. Donna Rick koos voor een Sint-Pietersvis, die achteraf een signature dish van Pietro bleek te zijn, wij gingen voor het visuele en verslonden enkele Gamberi, grote garnalen, en een Tampa, een lange platvis, die op Google aan de inspanningen van de kelner ontsnapte en dus verder anoniem bleef. Geen idee dus van de soort, maar hij was wél lekker. Beetje overeten ? Een bordje vers fruit als dessert ? Ok, maar U slaat dit verrukkelijke stukje taart toch niet af ?

    Om dit alles te verteren gingen we nog voor een ristretto koffie (zo eentje die je kan uitlepelen) en een Bukkuram, de heerlijke passito van Marco de Bartoli. Nog een groepsfoto, nog een grappa van de baas (hé ik wist niet dat een grappa lichtbruin kon zijn?, hij is wel lekkerder dan dat doorzichtige spul, ha, dat komt omdat ik nog nooit goeie gedronken heb ?), en dus nog een grappa van de baas en de Belgen strompelden naar hun busje, vielen als blokken in slaap en arriveerden goed uitgerust in Palermo, klaar voor nog een dutje en rarara, het volgende restaurant...

    Picture 102

    Die grappa's waren een invecchiato van Fazio, een Pietra Salli met nero d'avola, cabernet sauvignon en merlot, en van Danzantica, een 100% nero d'avola. Allebei topgrappa's !

     

     

     

     

    Als je de chef graag in actie ziet, ga hier dan eens kijken. Best eerst iets eten, wel.  

  • Mi Manda Picone, de ideale wijnbar: Sicilië 2010

    Pin it!

     

    Het filmpje hierboven komt uit Mi Manda Picone, een gangstercomedie uit 1984 die zich afspeelt in Napels. Klik er even op terwijl u dit bericht leest, het draagt bij tot de sfeer.

    In Palermo ligt één van de mooiste winebar's van Europe. Ze draagt de naam Mi Manda Picone, een verwijzing naar de film, en ze wordt sinds 1999 uitgebaat door Antonella Bonno en Sandro Tatano. Wij wandelden er die avond naar toe, liepen verloren in de steegjes van de oude Arabische wijken, vielen op de twee carbinieri die de Antica Focacceria bewaakten (één van de 420 handelszaken in Palermo die weigeren pizzo of beschermingsgeld te betalen) en werden bereidwillig 10 meter verder gedirigeerd naar de ingang.

    DSC01368

    De wijnbar ligt op het mooie San Francisco pleintje, heeft een wijnkaart met 450 referenties en een goed restaurant, maar ons hart stalen ze hier onmiddellijk toen de ober weigerde onze wijnbestelling op te nemen: nee, dat moet je beneden doen, aan de bar, en met hulp van de barman die je naar de grote kasten vol wijn begeleidt waar je je flessen kan kiezen (bubbles, wit en rood). Hij adviseerde ons, en hij adviseerde ons goed, en in combinatie met het zéér lekkere eten gingen wij zeer voldaan onze eerste avond in Palermo in.

    Starten deden wij deze vier dagen steevast met Siciliaanse schuimwijn, en de Milazzo Classico Brut 2007 was een fruitig exemplaar. Ondertussen hadden de dames in het gezelschap al wijselijk besloten om af te wijken van ons ritme dat twee keer per dag antipasti, primi piatti, secondi piatti én dolci inhield, maar een echte gourmet gaat zo'n uitdaging niet uit de weg, het is alleen wat spijtig dat men er hier geen rekening mee hield: elk van de drie gangen was op zich een volwaardige maaltijd. Ik lanceerde me met sgombro di lampedusa, in olijfolie opgelegde makreel, een beetje zoals je hem hier ook in blik kan kopen, maar dan zo ongeveer 1.000.000 keer lekkerder, en gemengd met kappertjes, verbrokkelde pistachenoten en groene peper.

    De barman had ons ondertussen begeleid naar een fles catarratto, een lokaal druivenras, en yippee! hier zelfs op natuurlijke wijze gevinifieerd, door Antonino Barraco. Het was een karaktervolle witte, één van de beste van de vakantie, van een klein 8ha groot domein, en gemaakt door één van de weinige natuurlijke wijnbouwers aan de linkerkant van het eiland. Hij begeleidde ook de pasta al pesto siciliano alle mandorle uitstekend, en ik begon de smaak en textuur van verse pasta al aardig gewoon te worden. Bij het hoofdgerecht, een reusachtig hammetje met een lekkere saus, kwam eerst een Nero di Serramarocca 2005, ondermaats vonden we, en snel vervangen door een Tancredi 2006 van Donnafugata, een schot in de roos, zuiver, fris en mooi gestructureerd. Het dessert was een mousse van ricotta, waarvan ik mij meen te herinneren dat hij geweldig lekker was, maar ondertussen was mijn digestief systeem in alarmfase rood gegaan, kon ik letterlijk geen pap meer zeggen, en mijn nota's zijn een beetje kort... Wij sloten beneden aan een hoge tafel af met de Ben Rye, de dessertwijn van Donnafugata.

    "Ah, says Andrea, my uncle always used to say that pastries are like the cardinal at Easter. The cathedral is so packed with people come for High Mass there isn't a spare centimeter to move in, but as soon as the cardinal appears, a pathway opens miraculously to make room for him to pass". 

    Uit On Persephone's Island, door Mary Taylor Simeti.  

    Cataratto, Antonino Barraco, 2007:  komt van een 8ha groot domein in Marsala en is gemaakt met biologische druiven en minimale toevoeging van sulfiet.100% cataratto van 15 jaar oude stokken. Tertaire aroma's van ondermeer amandel en herkenbaar als een vin naturel. In de mond veel body, rond en zacht, mineralig en erg karaktervol. Erg apart voor een Siciliaanse witte, maar zéér lekker en goed combinerend bij het eten. **(*)

    Nero di Serramarrocca, 2005: een nero d'avola waarover ik voor de rest niks vond, maar hij was gestoofd, rond, mollig en eigenlijk vooral saai. En dus snel vervangen door een fles

    Tancredi, Donnafugata, 2006: een bland van nero d'avola en 40% cabernet sauvignon, en vorig jaar dronken we hier al een 97 van, toen net op het randje qua ouderdom. Dit was een mooi geëikt exemplaar, met ceder en grafiet in de neus, goed gestructureerd, klassiek maar ook fris en met stevige tannines. **

    Ben Rye, Passito di Pantelleria, Donnafugata, 2008: Ben Rye betekent zoon van de wind en hij wordt gemaakt met zibibbo druiven die van het eiland Pantelleria komen. Zibibbo is een variant van de moscato en dat kan je proeven. Een passito maak je door een deel van de druiven op stro te laten indrogen zodat de suikers zich concentreren en het hieruit geperste sap later toe te voegen aan de wijn. Aroma's van perzik, pompelmoes, gedroogde vijg en honing. In de mond zoet, maar verfrissend zoet, een beetje zoals een maraschino kers. Erg lekker. **(*)

    BenRye

     

     

     

  • Sicily Revisited, over het Zoeken naar Parels in Woestijnzand: Sicilië 2010

    Pin it!

    Ik zal u iets bekennen: ik hou van Europa. Ik vind het geweldig om door landen te rijden die op het mijne lijken, maar waar je achter elke hoek wel ergens een spoor vindt van het verleden, een verleden dat ik ken en begrijp. Engeland heeft dat heel sterk, Rome heeft dat als stad, en ook Palermo is daar geen uitzondering op.

    Nu kan van Palermo veel gezegd worden, maar niet dat het een propere stad is. In het begin choqueert dat zelfs wat, met op de stoepen van sommige wijken kapotte zetels, versleten tv's en ijskasten, en zowat overal in de stad bouwpuin dat ergens op een stoep is blijven liggen en dat er jaren na afloop van de werken nog altijd ligt. Overal vind je nog ruïnes van Palazzi die in 1943 uitbrandden bij het grote bombardement van de Britten, woningen met een soort luiken om de voorbijgangers te beschermen tegen vallend puin en bestrating die, toegegeven mooi en charmant is, maar niet echt heel voetgangervriendelijk. Doe daar nog een behoorlijk chaotisch verkeer bij, een zeer grote vindingrijkheid in parkeren en (in ons geval) wat regen, en dat maakt dat Palermo niet echt een schoonheidskoningin is. En toch loert ook hier Schoonheid achter iedere hoek.

    Wij wandelden dus naar onze eerste Parel, het Palazzo dei Normanni. De geschiedenis van Sicilië, en dus automatisch ook die van Palermo, is grotendeels bepaald door bezetters. Dat waren Grieken, Feniciërs, Romeinen, Fransen, Italianen, Arabieren, maar af en toe ook meer onverwachte volkeren als de Normandiërs. In 1059 verleende de Paus in het verdrag van Melfi feodale rechten over Puglia en Sicilië aan Robert Guiscard, één van de negen zonen van Tancred de Hauteville. Dit was een nobele onbekende die Normandië nooit verliet maar negen van zijn zonen vertrokken naar Italië om er hun fortuin te zoeken en slaagden er in om na wat mislukkingen de Byzantijnse krachten in de regio te verslaan. Uit dankbaarheid erkende de Paus één van hen, Willem Bras-de-Fer, als graaf van Puglia, en na diens overlijden wist een handige Robert Guiscard, één van de andere broers, de Paus te overtuigen om hem te erkennen als graaf van Puglia, Calabria en Sicilië. Dat Sicilië nog in handen van de Sultan van Tunis was, bleek een detail en in 1072 veroverde zijn broer, Roger I, Palermo, en werd graaf van Sicilië. Hierdoor komt het dat niet alle blondines met blauwe ogen hier toeristen zijn, Roger had niet minder dan 15 legitieme kinderen bij drie echtgenotes, en daarnaast nog een onbekend aantal bastaarden. 

    Ondertussen was Palermo wel meer dan 200 jaar een Arabische stad geweest. Voor de stad en haar huidig uitzicht was het echter Roger II, zijn opvolger, die een heel grote rol zou spelen. Hij werd pas geboren toen zijn vader al 62 was, wist een erkenning als Koning los te krijgen, en maakte dankzij zijn inkomsten uit zeeroverij en belastingen (Sicilië was toen één van de meest succesvolle economiën van de Middellande Zee) en zijn verdraagzaamheid van zijn hof een trekpleister voor kunstenaars en intellectuelen uit de Christelijk-Byzantijnse, de Joodse en de Arabische wereld. Hij behield het Arabische stratenplan maar vernietigde de moskeën en verving ze door kerken. Hij bouwde ook het Palazzo dei Normanni, vandaag de zetel van het Siciliaanse parlement, en trok er een Palatijnse kapel in op, één van de mooiste van het gebied. De kerken en kathedralen die door hem en zijn opvolgers werden opgetrokken zijn uniek en ze smelten Normandische (het grondplan) en Byzantijnse (de mozaïeken) en Arabische (het dak en delen van de versiering) samen tot iets unieks.

    Wij bezochten eerst de Cappella Palatina, gebouwd tussen 1123 en 1143 en werden met verstomming geslagen. Ik had nog nooit zoiets gezien.

    DSC01347

     

    De Capella Palatina zit in wat van buitenuit lijkt op een nogal hysterische aan elkaar geplakte groep gebouwen rond een compleet ingesloten Normandische donjon. Ze is volledig versierd met mozaïeken die een heel verhaal vertellen en is zo een architecturaal prentenboek waarnaar je kan blijven en blijven kijken. Indrukwekkend.

    Omdat J. een hekel heeft aan grote lanen wandelden wij via achterstraatjes en sloppen naar onze volgende Byantijnse Kapel (zonder enig gevoel van onveiligheid trouwens, zelfs 's nachts niet). La Martorana werd gebouwd door de admiraal van Roger II en is nog steeds dé plaats voor trouwfeesten van gelovigen die de Grieks-Orthodoxe ritus aanhangen. Het heeft een barokke gevel, een Normandische klokkentoren en een Byzantijns interieur, is veel kleiner van de Palatijnse Kapel, maar wat echter en volkser. Eén van de opvolgers van Roger, Willem II, drukte er later zijn onafhankelijkheid mee uit toen hij in het mozaïek een portret van zchzelf liet maken terwijl hij gekroond werd door God (en dus niet door de Paus...).

    DSC01356

    La Martorana.

    DSC01355

    De ingang van La Martorana. Kon net zo goed in Tunis genomen zijn, vindt u niet ?

  • Piccolo Napoli: Sicilië 2010

    Pin it!

    Zoals U vorig jaar wel hebt gemerkt, waren we zwaar onder de indruk van onze eerste kennismaking met Sicilië, en er werden toen dan ook al snel plannen gemaakt om de andere kant van het eiland eens te bezoeken, en met name Palermo, de hoofdstad, waarover wij de meest uiteenlopende dingen hadden gehoord. 

    Omdat we werkelijk afschuwelijk vroeg vertrokken waren (er zijn geen rechtstreekse vluchten in de winter), vonden wij dat we alvorens een stap uit het hotel konden zetten we een aperitiefje verdienden. Zoals dat hoort in Palermo, gebeurde dit op het dakterras, kunstig overdekt door een soort plastieken tent, genoeg om hier de winter door te komen (probeer dat maar eens in te denken in Brussel). Ons hotel lag trouwens erg goed, in het oude, Arabische stuk van Palermo, de Kalsa wijk, was modern en comfortabel, heel geschikt om alles te voet te doen en heel betaalbaar. Een glas van een alleraardigste Rosa d'Avola van Lanzara later, waren wij genoeg versterkt om op zoek te gaan naar ons eerste restaurant.

    Rosa d'Avola, Spumante, Lanzara: Lanzara is een jong wijnbedrijf (2005) dat werd opgericht door een uit Silicon Valley teruggekeerde Siciliaanse prof die heimwee had en zijn droom wou najagen door een boerderij te kopen, wijngaarden aan te planten en een jonge oenoloog aan te nemen, Alessandro Giarraputo. Deze schuimwijn met rosso antico kleur was aardig en verfrissend en een goede aperitiefwijn die ook wel een wat steviger aperitiefhapje aan kan dankzij zijn 100% nero d'avola. *(*)

    DSC01337

    Piccolo Napoli (Piazzetta Mulino, a Vento, géén website) is een klein restaurant zonder veel poeha, in een wat arme en slonzige buurt, maar heeft ons allemaal gecharmeerd en betoverd, heel sterk in de lijn van ons bezoek aan Antica Marina in Catania, vorig jaar. Onmiddellijk als je binnenkomt, en dat doe je beter vroeg, rond 1 uur, wanneer het opent, zie je een uitstalling van de vissen die de eigenaar die morgen kocht en van de antipasti die die voormiddag werden klaargemaakt. Voor zover ik weet heeft het restaurant géén kaart, wel een goede wijnkaart, en de sympathieke baas komt aan tafel wat dingen voorstellen. Gewoon jaknikken volstaat... Wij aten, genoten, en leerden !

    De antipasti van de dag bestonden uit een bordje olijven waarvan ik niet wist dat die dingen zo lekker konden zijn en een bordje pannelle, gefrituurde kikkererwtenbeignet's, simpel maar verschrikkelijk lekker en een lokale specialiteit met Noord-Afrikaanse roots. De nabijheid van Afrika merk je trouwens heel vaak in de Siciliaanse keuken. We lieten ons ook een fles wijn aanraden, een witte Piano Maltese van Rapitala, een wat commerciële allemansvriend...aan 10,5 euro de fles...op restaurant...op sommige plaatsen betaal je dit voor een gas schuimwijn...

    DSC01326
     Pannelle

    Als primi piatti worden hier pasta's gegeten, héérlijke pasta's, en hier was dat een klassieke pasta alla sarde. Nu maak ik dat thuis ook wel eens, maar hier waren de sardienen vers, de pasta zelf gemaakt, het broodkruim (dat de kaas vervangt, zo hoort het bij pasta met vis) van topkwaliteit, en dat maakte van dit eigenlijk heel simpele gerecht een topper. De wijn werd vervangen door een Damarino 2008 van Donnafugata, een instapwijn van dat huis en een blend van cataratto, grillo, chardonnay en viognier.

    DSC01329

     

     

    Die pasta was goed, héél goed zelfs, maar de volgende schotel sloeg me helemaal onderuit: simpel, scorfano of rouget in wat de baas krankzinnig water noemde (agua pazza), cq een mengeling van olijfolie, look, kappertjes, tomaatjes en wat makreel (denk ik). Om te huilen zo goed, waarom, o waarom, vind ik dit niet in België, dacht ik, en toen deponeerde hij een portie neonati op onze tafel...dus het ligt ook wel een beetje aan de beschikbaarheid van de ingrediënten. Neonati zijn pas uit het ei gekomen, nog half doorzichtige visjes die samen worden gemengd tot een soort kleverige massa en dan gefrituurd in een bol. Je krijgt een hele intense vissmaak maar met een heel aparte structuur, en het is ook wel grappig wanneer je bedenk dat al die zwarte puntjes eigenlijk oogjes zijn. Simpel, maar succulent.  

    DSC01330

    Ondertussen zat de zaak eivol, stonden er mensen aan te schuiven (op een donderdagmiddag...) en was ook de broer van de eigenaar opgedoken om een handje bij te steken. Tussen al dat gestress vond die toch nog de tijd om af en toe met ons te praten en vroeg hij ons hoe we bij hem terecht waren gekomen. Johan, organisator, beste vriend en gedurende die vier dagen één van de Goden, vertelde hem over het boek van Mary Taylor Simeti, On Persephone's Island, waaruit hij heel wat inspiratie boekte voor het plannen van deze reis, en die het restaurant vermeld. Ah ja, zei de patron, die kennen we, die komt hier vaak, het zijn vrienden...en tot onze stomme verbazing bracht hij ons een telefoontoestel met aan de lijn niemand anders dan de schrijfster zelve. Ze vertelde ondermeer dat we nog goed gingen eten in Palermo, maar niet meer zo goed als hier...en dat klopte eigenlijk wel.

    Omdat we hier van de ene verbazing in de andere vielen konden we ook het dessert niet aan ons voorbij laten gaan. Dat bestond uit schijven sinaasappel ingestreken met maraschino-suiker en een stuk taart dat mij (alweer) de tranen in de ogen deed krijgen. Ter ere van Mary Taylor hebben we nog een fles van haar zoete Zibibbo opgedronken, van de Falconeria Bosco, het domein van haar man. Wij betaalden 325 euro voor zeven personen, cq voor vier flessen goeie wijn en een viergangenmenu met koffie. Dit wordt een leuk weekend...

    DSC01335

    Wij dronken:

    Piano Maltese, Tenuta Rapitalà, 2008:  een blend van grillo, cataratto en "internationale druivensoorten", chardonnay, vermoedden wij, aan een onnozele 10,5 euro. Dit wijngoed is zeer groot en onlangs kocht het concern GVI zich hier in. Citrus en sinaas in de neus, in de mond fruitig en droog, goed gemaakt in een wel erg commerciële stijl. *(*)

    Damarino, Donnafugata, 2008: wij zijn nieuwsgierige jongens die de vorige wijn wat te makkelijk vonden en pikten er op de wijnkaart deze wijn uit omdat we de repuatie van Donnafugata nog kenden van vorige reis. Een blend van cataratto, ansonica, chardonnay en viognier, en een instapcuvée. Wij hielden van de naast elkaar liggende fruitige en florale tonen in neus en mond en vonden hem net iets beter, iets origineler. ** dus, en de prijs was dezelfde.

    Zibibbo, Bosco Falconeria, 2007: dit is het domein van Mary Taylor en dus alle sympathie voor deze vino de meditazione, heel fris en uitgepuurd, wat Sauternes achtig, maar helaas ook met een storend vleugje lijm. Hij had ** kunnen zijn...

     

  • Zie de mannen vallen

    Pin it!

     

    Even uit de wijn...wie deelt er deze jeugdherinnering ?