• Het mirakel in de fles

    Pin it!

    Er is een aspect in het wijnproeven dat nooit zal ophouden mij te verbazen en dat is het effect dat het contact met zuurstof kan hebben op een wijn. Het overkwam me vorige week nog eens in volle glorie en het liet me echt met verstomming geslagen achter...

    De fles in kwestie kwam uit een proefpakket van Wijnfolie en werd gemaakt door Thierry Puzelat, één van die wilde wijnmakers uit de Loire, die samen met zijn broer Jean-Marie het bekende Clos Tue-Boeuf uitbaten. Thierry is echter wat wilder dan zijn broer en maakt ook flessen onder zijn eigen naam, daarbij meer als négoce optredend, maar altijd met druiven die volgens heel strikte biodynamische principes zijn geteeld.

    Le P'tit Tannique Coule Bien is een Vin de Table met gamay, grolleau en pineau d'aunis, afkomstig van een wijngaard met een ondergrond van silex. Hij wordt opgevoed in cuve en eigenlijk is het de primeurwijn Tel Quel die een paar maanden opvoeding krijgt. Klinkt allemaal heel onambitieus, neen ? En gemaakt door de vrolijkaard hieronder...

    puzelat.jpg

     

    Op dag 1 gaf de fles min of meer wat ik ervan verwachtte. Een echt "vin naturel" aroma, in de mond tintelend (nog aan het fermenteren?), fris, lekker en interessant, maar een beetje een wijnlimonade: fruitplezier dat je gekoeld naar binnen klokt. Een dag later proefde ik het glas dat in de fles was achtergebleven. De neus was één grote wolk kruidigheid en koek, de mond was iets wat ik nog nooit geproefd had, een explosie van heel aparte smaken, opnieuw die complexe kruidigheid, heel mals en tegelijk levendig, heel apart (en heel veel spijt dat ik er gisteren niet wat meer in gelaten heb).

    Sommige mensen zeggen dat je een vin naturel niet kan bewaren. Ik denk dat ze dwalen... 

  • Nounou invite...encore

    Pin it!

    nounou 038.JPG

    "Mourvèdre ? Zei daar iemand Mourvèdre ?"

    Ondertussen had Venne het zware geschut in stelling gebracht, en van de aanwezige smaakpapillen kropen er nu al een paar jankend in een hoekje. Opnieuw kwam er een heel intense wijn, maar hier met vlezigheid in plaats van rokerigheid. Syrah dus, maar met een scheut cabernet sauvignon en afkomstig van een bescheiden domein. Zwart fruit en rubber domineerden de neus en voor mij was dit al iets te krachtig, maar hij had zijn liefhebbers en in zijn soort was hij erg goed. Grande Cuvée, Château de  Palayson, 2004.  *** toch.

    Straf spul !? Ha, Eat This ! Chocola en kersen maar dan zwarte chocola en rijpe dikke zwarte kersen. Dat, gecombineerd met de kracht van een middelgrote verbrijzelaar, en met de bekende smaak van Venne deed iemand voorzichtig "mourvèdre" mompelen. Ja hoor, 60%. Het domein werkt biodynamisch, paste de grondbewerking, en voor de rest doet het vooral dingen niet: geen pesticides, geen herbicides, geen kunstmatige gisten, geen klaring en geen filtering. Het was een Lirac (niemand zat ook maar enigiszins in de buurt), de Les Muses, 2007, Lirac, Domaine du Joncier. **

    En als we nu eens wat syrah door die mourvèdre draaien ? 45% bijvoorbeeld, met daar nog 42% mourvèdre bij en 13% grenache en 24 maanden eik en een snuifje Brumont en zo goed als geen mest en een mooi terroir en een koppige, eigenziinige wijnmaker ? Dan krijgen we rubber en garrigue en een vleugske zwembad, maar ook een enorme lengte met veel fruit en stevige tannines, en dan noemen we dat de Esprit de Fontcaude 2001 van Alain Chabanon. **(*)

    Toen stond Venne op, nam zijn tweeloop en wandelde door de kamer om de laatste nog rillende smaakpapillen een nekschot toe te dienen met een Chateau Pibarnon 2001, met naast de geur van vers aangesneden buitenband ook een beetje fruit...hij moet nog een beetje liggen...

    Een Finca Villacreces Ribera del Duero 2005 waarvan de druiven vroeger naar de Flor de Pingus gingen was complex, mooi geëikt en heel evenwichtig voor zo'n krachtpatser **(*), maar wij konden ondertussen allemaal doorgaan voor groot uitgevallen blauwtongmuggen en gooiden ons op de uit de doden herrezen Jack-Op biertjes die ondermeer bij Boeres opnieuw kunnen worden geproefd. Kwestie van terug wat kleur te krijgen...

    Venne, wij danken U !

     

     

  • Nounou invite...

    Pin it!

    Er wordt ten huize van veel CSP leden nu al vurig gebeden voor de verdere uitbreiding van het gezin van één van de leden. Je maakt het immers niet elke dag mee dat een wijnliefhebber zo in de wolken is met zijn wolk van een dochter dat hij zijn halve kelder naar buiten sleept, maar CSP is trots (en maar wat blij!) om zo'n exemplaar onder zijn leden te hebben: Venne ! die we hierbij dan ook nog eens hartelijk feliciteren !

    Maar omdat hij zijn reputatie van slecht karakter toch nog eer wou aandoen, had hij een emmertje addertjes onder het groene CSP gras gegooid: de degustatie was groots, maar ze was ook blind !

    Hij startte flink: om het ons direct makkelijk te maken kwam er een stevig gestructureerde rosé op tafel met mooi fruit maar ook met complexe neventonen in de neus. in de mond zat fruit en snoep en hij was héél lang, mooi vet en erg intens. Een Bandol, zeggen de venne-kenners bij het lezen unaniem, maar wij kwamen niet verder dan wat gestamel over de Provence, en warm, en stevige druiven...het was de Rosé, Domaine Tempier, 2008, een rosé van één van de topdomeinen van de Bandol, goed voor ***.

    Er waren er toen al een paar die rustig achteruitzakten omdat ze Venne's kelder al wat kennen en die het moment gekomen zagen om te scoren: zei werden vrolijk onderuitgeschopt door de eerste witte. Wat wit fruit, wat anijs...fruitig en fris maar met zeer levendige zuren...vermentino ? Nee hoor, het was de Malvasia Seco 2008 van Bodega Stratus uit Lanzarote, goed voor**, waarop het omgekeerde gebeurde: een paar leden zakten onderuit omdat ze de kans om verder te geraken dan de kleur al zeer klein achtten.

    OK, nog een witte. Peer, een beetje vin naturel, in de neus. Vet en vol en behoorlijk intens met een mooi bittertje (een Languedoc?), maar ook heel complex en zeer lang. Uit een hele kleine wijnstreek, gaf Venne nog mee. Normaal gezien alleen brol. Dat is toch niet moeilijk ! Jawel hoor. Terre du Chardons, Clairette de Bellegarde, 2007, **(*), van zowat het enige domein binnen deze aoc dat de moeite is. Biodynamisch trouwens.

    En nog een mooie: in de neus gekonfijt fruit, okkernoten en honing, een zoete wijn van Brumont ? middenin de degustatie ? even geproefd en verrassing ! niet zoet maar kurkdroog. Iets Languedoc's, maar dan heel apart gevinifieerd ? Het was de Trélans, Vin de Pays d'Oc, 2002 van Alain Chabanon, een blend van 55% vermentino en 45% chenin, een hele brede, complexe maar zeer originele wijn met Mme Oxydation en Mme Fermentation als toverfeeën. En wie was de grote inspiratiebron van Alain Chabanon ? Inderdaad, Alain Brumont ! 

    Dan kwam de eerste flight, drie roden die "iets" met elkaar te maken hadden. Venne kennende kon dat varieren van dezelfde wijn in een ander jaar tot "de zussen van de drie eigenaars hebben elk een cocker spaniel die aan oorontstekingen leidt", en er werd dus ingespannen geproefd. Bovendien verklapte hij al direct dat er een instinkertje tussen zat. Exemplaar 1 had iets peperigs, iets van een vin naturel en was in de mond fris en fruitig met nogal scherpe tannines: een cabernet franc uit de Loire ? maar wat is dan het verband met Exemplaar 2, een wijn met een heel welopgevoede, elegante en complexe neus, rijp en rond en lekker en breed in de mond, met mooie tannines en longueur ? Een top-cabernet ? die smaakt zo toch niet ? Exemplaar 3 dan: onmiddellijk scheurde het woordje Beaujolais door ieders hersenpan: fruit en zuurtjes, maceration carbonique, een echte smakelijke tafelbeaujolais.

    Exemplaar 1 was: Grain & Granite, Régnié, Charles Thevenet, 2007, van de zoon van de grote Jean-Paul Thévenet, één van de mensen die de Beaujolais terug groot maakten door te tonen dat de gamay wijnen met karakter kan voortbrengen (en geen peperst bananensap) . ***

    Exemplaar 2 was: Cuvée Tardive, Clos de la Roilette, Fleurie, 2007: een Beaujolais van Fernand Coudert die hetzelfde bewijst maar op een heel andere manier. Een klassieke grote wijn me bewaarpotentieel die menig liefhebber van de klassiekers op het verkeerde been kan zetten. En waarmee Venne ons twee uitersten van de "goede" Beaujolais toonde. ***(*)

    En Exemplaar 3: Rozeta, Corbières, Domaine Maxime Magnon, 2008: carignan, cinsault en grenache, maar inderdaad: Maxime heeft véél vriendjes in de Beaujolais en past consequent maceration carbonique toe op zijn zuiderse instapcuvée. Waarmee nog eens werd aangetoond dat de vinificatiemethode heel veel kan verstoppen...**

    Gelukkig was Venne daarna zo vriendelijk om ons even aan te tonen dat zelfs de grootsten zich kunnen vergissen, en, ere wie ere toekomt, Gert had er inderdaad een Bordeaux in herkend (en ik gaf hem gelijk, da's ook de helft van de punten waard). Rokerig maar niet vlezig was mijn eerste indruk, en dus geen syrah, wat sommigen wel dachten. Wel zuiver zwart fruit, heel expressief, en in de mond impressionnant, heel uitgesproken en toch heel elegant. Een top-Bordeaux ? Nee hoor, de Reignac 2001, 20 euro. ***(*) En om u te tonen dat wij niet de enigen zijn, en hoe moeilijk het is om te proeven, hierbij het legendarische filmpje waar deze wijn in meespeelt.


    the unbelievable blind tasting of the finest bordeaux wines
    Geüpload door yvatelot. - De allerlaatste nieuwscontent.

     De rest volgt...

     

     

  • Restaurant Vincent, Brussel

    Pin it!

    Het is weer druk druk druk en van tijd om te bloggen komt weinig in huis, maar om u toch niet op uw honger te laten een Tip !

    Ik heb een paar jaar geleden bedroefd geconstateerd dat Aux Armes de Bruxelles, mijn favoriet en één van de laatste culinaire bastions van de Beenhouwersstraat,  in de handen van de familie achter Chez Léon viel. Aan de keuken en de wijnkaart werd niet veel veranderd (de wijnkaart was nooit veel soeps), het interieur bleef zijn charmante zelf, maar de ziel verdween uit dit restaurant, en dat valt eigenlijk vooral aan de bediening op. Gelukkig ligt er vlakbij, in de Rue des Dominicains, nog een favoriet en momenteel gaan wij vooral naar daar. Het is ook mijn favoriete plaats om bezoekers en toeristen mee te nemen: ten eerste eet en drink ik dan zelf ook lekker, de ligging is leuk en het interieur is heel erg mooi. En hier heeft de bediening wél die echt Brusselse mengeling van arrogantie, vakkennis en efficiëntie, met zo net op tijd ook die vonkjes echte interesse in wat u er van vindt die de echte professionele kelner verraden. Welkom bij Restaurant Vincent.

    Ik ga vaak op zondagmiddag en zie er dan één van de mooiste tekenen van een traditioneel restaurant met niveau: oude stamgasten die de kelners met bijzonder veel égards behandelen, families die hier duidelijk al decennia op zondag komen eten en verdwaalde foodies als wij. Het eten is ontzettend klassiek, maar ook ontzettend lekker, met voor mij één van de beste Américains Préparés en Salle (standaardgrapje voor Amerikaanse vrienden), goeie garnaalkroketten en een verrukkelijke carbonades bruxelloises, het favoriete stoofvlees van mijn dochter. Af en toe is er al eens en buitenlander gechoqueerd door sommige schotels (Amerikanen eten géén rauw vlees, Duitsers vinden garnaalkroketten niet lekker...), maar er is keus genoeg.

    De wijnkaart is heel beperkt, maar ondermeer de witte Grand Ardèche is een makkelijk succesje voor wit, en de chinon's, bourgueil's, brouilly's, die zonder domeinnaam of jaar op de kaart staan, komen telkens weer van betrouwbare huizen (Chateau Thivin, Domaine de la Perrière, Couly-Dutheuil...) en worden fris geserveerd, zoals het hoort !  

    Ik herinner me hier nog een zondagmiddag en een familie die hier kwam eten: drie kindjes, door de kelners serieus genomen en culinair behandeld als toekomstige gourmets die nog een beetje opvoeding moesten krijgen (twee van de drie aten oesters, ik moet het een gemiddeld Vlaams kind nog zien doen), en een werkelijk stokoude grootmoeder die door twee kelners het restaurant in werd gedragen en voorzichtig aan tafel gezet. Ik houd van dit restaurant omdat het eigenlijk voor iedereen is: van de culinaire snob tot de absolute leek.

    Mijn ervaring is dat op een zondagmiddag boeken niet echt nodig is, 's avonds in de week wel. Na afloop is een kleine wandeling op de Grand Place een aanrader, maar voor wie nog een afzakkertje wil met karakter kan ik Het Goudblommeke in Papier aanraden: een drietalig* maar Vlaams café, en het schoonste van Brussel, in de lelijkste straat, op tien minuten van het restaurant: doen !   

     

    Vincent.jpg

     

     * nederlands, frans, brussels