• Ontmoetingen met een druif: de merlot

    Pin it!

     

    Wat krijgt hij nu, hoor ik u al zeggen ? Een blog over de merlot ? De hoer van Babylon onder de druiven ? De tweede meest aangeplante druif ter wereld ? De druif waar een paar van de beste, maar veel van de slechtste wijnen ter wereld mee wordt gemaakt ? En die ongeveer zo hip is als een jeans met brede pijpen...  

    De aanleiding voor deze blog was een fles zoals elke wijnliefhebber er graag eentje ontmoet. Eentje die een vooroordeel ontkracht (bevestigen is saai) en die je aan het denken zet dus. Dat was in dit geval de Rosso Masieri van Angiolino Maule uit de Veneto, een 100% merlot. Deze wijn werd gevinifieerd op inox, zonder artificiële gisten en zonder toevoegingen in de kelder, en komt heel dicht in de buurt van hoe de merlot echt is, in goede omstandigheden, op een goede bodem, met opbrengstbeperking, maar zonder de camouflage of make-up van eik. De ondergrond hier is van oorsprong vulkanisch met veel mineralen, ziet geen kunstmest of herbicides, en dit geeft de wijnmaker goed de gelegenheid om het terroir te laten doorkomen. Zo'n wijn geeft echter in mijn opinie ook heel vaak de zuivere expressie van een druif weer en zeker omdat hij later ook niet gefilterd of geklaard werd en geen of weinig sulfiet bevat. 

    De neus was eerst heel peperig, na walsen verrassend breed, en na tien minuten ontwikkelde er zich een aards aroma. In de mond eerst fris en fruitig, met een heel mooie mineralige toets die deed denken aan een hele goede Pomerol  en na vijf minuten werd hij heel complex, verschrikkelijk lekker, met een mooie lange afdronk: één van de lekkerste merlot's die ik ooit dronk. 24 uur later verwees hij nog meer naar een top-Pomerol, met laurier, pruimen, sinaasappel, peper en drop. En het beste nieuws was dat ik voor deze fles 8,95 euro betaalde bij Divino in Dendermonde.

    Merlot is zowat de makkelijkste druif die je kan telen. Indien de rendementen onder controle zijn levert ze bijna altijd goed materiaal (als de omstandigheden niet te koud zijn), maar zelfs in te warme wijnregio's waar men de druif "melkt" en met grote opbrengsten werkt maak je er gemakkelijke, wat zoete, mollige wijnen mee die goed liggen bij de Cola-drinkende generatie's. De spankracht is er dan al lang uit, hij wordt flabby en zielloos, maar zelfs mensen die geen wijn lusten, lusten dit. Dat is zijn grote voordeel voor de industrie, en het is zijn grote vloek voor de wijnliefhebber. Ik was eigenlijk heel blij om er nog eens één te ontmoeten die mij herinnerde waarom met deze druif de grootste wijn ter wereld wordt gemaakt. Die kan ik helaas niet betalen, maar ik was deze keer snel getroost. Als ik dit soort wijnen aan deze prijs kan ontdekken, hoeven de "groten" voor mij niet meer zo.

    Eén kleine opmerking nog: dit is een erg goede fles voor bijvoorbeeld een wijncursus, maar een niet zo geoefend drinker kan hier wat problemen mee hebben. De vinnige zuren zijn ongewoon en daar moet je wat aan wennen, en dit is dus geen communiefeest-wijn waar je niet hoeft bij na te denken, maar voor wie wat moeite doet. Om hem te bewaren heb je een kelder nodig die frisser is dan 14°C. Heb je die niet ? Gewoon leegdrinken dan...en genieten...Of geef er eentje kado aan een vriend met een goeie kelder en spring vijf jaar later nog eens binnen:  "Herinner je je die Maule nog ? Hoe zou het daarmee zijn?"

     

  • Over opvoeding.

    Pin it!

    Rousseau-Emile-Title-Page.jpg

    Wanneer een mens, en vooral een wijnblogger, getroffen wordt door een dienstweigerend reukorgaan heeft hij plots veel tijd voor introspectie, en ik vond het een mooi moment om eens even een oude denkpiste uit te werken. Wij volwassenen worden eigenlijk bepaald door twee factoren, die ik even ruw opdeel in "aanleg" en "opvoeding". Wie geen talenknobbel heeft zal er nooit één krijgen, maar wie er wel één heeft en er nooit op gewerkt heeft zal al evenmin uitblinken, en in bepaalde gevallen kan de persoon zonder die mét zelfs voorbijsteken. 

    In feite is het in wijn niet anders. We onderscheiden immers altijd twee duidelijke delen in de ontstaansgeschiedenis van een wijn: het basismateriaal, de druif, en de opvoeding, maw alles wat er gebeurt nadat ze geplukt is. De kwaliteit van het basismateriaal wordt vooral gekenmerkt door drie dingen: wat men gemakshalve het terroir noemt, ofte de omgeving waarin de druif opgroeide (de ligging, de ondergrond, het klimaat, het jaar), het ras en de omstandigheden (de reeks van menselijke ingrepen met negatieve als herbicides of pesticides en positieve als grondbewerking of groene oogst). De opvoeding gebeurt aan de andere kant van de kelderdeur. Nu is iedereen het er wel over eens dat zonder basiskwaliteit (laat ons dat met talent vergelijken) je geen goede wijn kan maken en ik ga het dus niet hebben over de zee van platgespoten en opgedreven druiven die dankzij allerlei kunstgrepen en keldermartelingen in een min of meer drinkbare vorm worden gegoten. Ze doen mij altijd denken aan Lords of the Ring en het kweken van orks...

    Maar gesteld dat in de wijngaard alles goed gebeurde en het materiaal goed is, dan komt er een tweede tijdstip waarop de wijnmaker voor twee duidelijk afgescheiden paden kan kiezen: de vrije opvoeding of de klassieke.

    In de klassieke opvoeding wordt de wijn eigenlijk getemd. Men gebruikt technieken om de evolutie van een wijn zacht in een bepaalde richting te duwen, nooit tegen de draad van de druif in, en eigenlijk doet men niet meer dan een bepaald talent uit te vergroten of te ontwikkelen. Een groot jaar ? Dan lijkt dit het makkelijkst en doet de druif het meeste zelf. Een minder jaar ? Dan moet je stevig ingrijpen, mag je je aandacht nooit laten verslappen en moet je af en toe corrigeren. Lijkt een beetje op de opvoeding van uw kinderen, niet ? In de twee gevallen weten we trouwens waar we naar toe willen (een bepaalde stijl, een bepaalde reputatie). Het is het kenmerk van grote klassieke wijnen: iemand heeft ze zo gemaakt. Champagne en Bordeaux zijn er mooie voorbeelden van. 

    Er is echter ook een ander pad. Ook hier gaan we uit van zo goed mogelijk basismateriaal, van goede omstandigheden waarin onze druiven zich ontwikkelen (geen vergif, geen rommel, geen hamburgers en snoeprepen, veel liefde en geborgenheid, om de parallel met kinderen nog maar eens te leggen). Het laatste decennium is er dan ook een nieuwe school opgestaan, die van de vrije opvoeding: de vin naturel. Hier valt de rol van de wijnmaker vooral op door wat hij niet doet: geen vreemde gisten, geen chaptalisatie, geen filtering, geen nieuwe eik, geen micro-oxygenisatie, kortom eigenlijk vooral niets. Het materiaal wordt in een oud vat gebracht, of zelfs in een amfoor voor sommigen, en basically doet men niet meer dan afwachten wat er gebeurt, uitgaand van het idee dat ingrijpen het ware karakter van de wijn (of de druif of het terroir) maskeert en wegmoffelt. De wijn moet eigenlijk zichzelf opvoeden. Zo is een man als Jules Chauvet, die aan de wieg van deze school stond, niks minder dan de Jean-Jacques Rousseau van de wijnwereld. En weten we dat net zoals bij mensen deze manier van denken kan leiden tot erg uiteenlopende resultaten: van originele denkers en grote creatievelingen voor wie het lukte, tot "het slechte pad" en de jammerlijke mislukking voor waar het ergens fout ging.

    Ik houd van beide types: soms wil ik een vin naturel, waarbij elke fles eigenlijk een verrassing inhoudt, een positive of een negatieve, maar waarbij sommige resultaten je gewoon van de wereld blazen. Deze wijnen zijn origineel, fris, kunnen je manier van denken over wijn compleet veranderen en vaak gewoonweg zeer lekker en smakelijk, maar af en toe ook afschuwelijk, en in staat om op een bepaald punt van hun levensloop plots in azijn te veranderen of letterlijk te ontploffen. En soms verlang ik naar een "grote" wijn: een wijn waarvan de basis goed was en die met geduld en vakkennis en veel tijd is gekneed in iets wat zijn basis fel overstijgt. En zo is het eigenlijk een beetje als in het leven: soms praat ik graag met een gestudeerd man, iemand die zijn talenten tot hun top ontwikkelde aan de universiteit en geniet ik van de uitwisseling tussen geesten; soms geef ik de voorkeur aan hen die gepokt en gemazeld zijn in de universiteit van het leven. 

    Nu die neus nog terugkrijgen...     

  • Pas geproefd

    Pin it!

    Ahum, ahum, even een dienstmededeling: de Chateausanspretention website is licht aangepast en gerepareerd. Ik heb een Pas Geproefd pagina toegevoegd waarop ik de laatste flessen plaats die me bijzonder bevielen (voor hun kwaliteit, hun prijs, of gewoonweg hun verhaal) en heb de link naar de Degustatienota hersteld.

    Een paar pagina's heb ik verwijderd vanwege niet up-to-date.

    De RestaurantZonderPretentie pagina's zijn wat uitgebreid maar ik worstel nog wat met de Lucky Dips (de twijfelgevallen die ik niet bezocht) omdat ik ze toch niet allemaal kan bezoeken. Op termijn ga ik alles in één lijst samengieten, met een commentaar voor de zelf bezochtte. Ondertussen krijg ik af en toe wél goeie reacties dus de meeste in het buitenland schijnen wel ok te zijn.

    De website bevat ook nog steeds de link naar de 1-pagina-versie van de Vinopedia, wat makkelijk om een "search" te doen van het hele volume.

    Commentaar is altijd welgekomen !

     

  • Ontmoetingen met een druif: de nosiola.

    Pin it!

    De Nosiola of Nusiole druif komt voor in Trentino, in het noorden van Italië. De naam komt waarschijnlijk van het Italiaanse woord "nocciola" of hazelnoot. Sommige bronnen verwijzen hierbij naar de kleur van de rijpe vruchten, maar anderen naar de noterige smaak van de vin santo die met deze wijn gemaakt wordt.

    nosiola.jpg

    Tot voor de eerste Wereldoorlog was dit één van de meest voorkomende druiven van de regio, een echt werkpaard, flexibel, tamelijk resistent tegen ziektes en zeer geschikt voor de hooggelegen wijngaarden. Na de oorlog werd ze stelselmatig vervangen door gemakkelijkere rassen als pinot bianco of grigio of chardonnay die meer opleverden en bekender waren, en ze werd meer en meer gebruikt in blends zonder haar naam te vermelden of in de zeer bescheiden produktie van de zoete vin santo. Vandaag is ze zo goed als verdwenen, maar ze heeft nog een paar fans in de regio.

    De Le Frate, Nosiola, Vigneti delle Dolomiti, 2008 van Pravis, rook naar kruiden en agrumes. In de mond was hij fijn en fruitig, eerst eerder licht, maar na een tijd viel het mooie volumeop en vond ik hem zelfs wat vet (een compliment, hier). Erg lekker fruit en een mooie fijne wijn, heel sympathiek. ** 8,4 euro bij Raineri in Zwartberg. Ik kocht twee jaar geleden ook de 2006 die ik wat notiger vond en wat floraler en volgens mijn nota's veel molliger en zachter, alhoewel ook met een mooie fraîcheur: *(*).

    Ik heb een zwak voor dit soort druiven, ooit de sterkhouders van een regio, weggeduwd door commerciëlere en makkelijkere broertjes en dan wat vergeten. Naast Pravis zijn ook Giuseppe Fanti en Marco Zani van Castel Noarna grote fans (niet geproefd, ik zou niet weten waar ik ze moest vinden).