• CSP goes Stappato II

    Pin it!

    Barbera is een sympathieke druif. Gemakkelijk en resistent tegen allerlei ziektes, bestend tegen een heet en droog klimaat (zolang de nachten maar koud zijn) en altijd met voldoende zuren, zelfs als het seizoen zéér warm was; kortom een lieveling van de wijnmaker, wat haar succes in vreemde continenten als Australië en Amerika ook verklaart. Een typische barbera is levendig, fruitig en vrolijk, met weinig tannines maar met frisse zuren, en een goede begeleider van heel veel Italiaanse gerechten. Vroeger stond hij een beetje voor massaproductie (spaghetti-wijn), maar de laatste decennia is hij opgewaardeerd, en heel veel wijnmakers maken er mooie, betaalbare wijnen mee. Het is niet echt een bewaarwijn maar hij is op zijn best tussen de twee en zes-zeven jaar oud. De beste komen uit de streek rond Alba, en het is dan ook die die we hier proefden.

    PieroBusso-BarberaAlbaStefanetto.jpgOnze eerste fles, Majano, Barbera d'Alba, Piero Busso, 2008, wordt gemaakt in Neive, door één van de meest zwijgzame wijnmakers van de Piemonte. Het domein van Piero is klein, slechts 8ha groot, en bekendst voor zijn barbaresco's. Piero wordt geholpen door zoon Pierguido en dochter Emanuela en Jeroen en Renato zijn gek op de wijnen van dit kleine domein zonder pretentie. Deze wijn rijpte 10 maanden op vaten van 500 liter, na een fermentatie op inox. De ondergrond in de wijngaard is kalk en klei. In de neus kregen we mooi fruit en een mooie toets van het hout; in de mond zeer zuiver met een mooie structuur. Er is een beetje alcoholgloed maar voldoende fraîcheur, zeker in de afdronk. Persoonlijk is het een fles die ik iets zou koelen. ** en 16,70 euro bij Stappato, een mooie prijs voor deze fles.

     

    bruno_giacosa21.jpgDe tweede fles was een Barbera d'Alba, Bruno Giacosa, 2008,komt uit dezelfde stad, Neive, maar wordt gemaakt met aangekochte druiven uit verschillende wijngaarden. Bruno Giacosa is een uitmuntend wijnmaker die zich specialiseerde in Barolo en Barbaresco, met wijngaarden in de top-cru's. Ze zijn legendarisch en duur (de produktie is beperkt) en worden alleen in goede jaren gemaakt, maar net als vele andere maakt ook hij "kleinere" wijnen die erg goed zijn (ik ben gek op zijn Roero Arneis). Deze fles had een frisse en fruitige neus, heel sympa eigenlijk. In de mond was hij mooi rond en lekker strak met een leuk bittertje en mooi zwart fruit, en net toen je dacht dat hij wel duur was voor zo'n wijn kwam een heel lange en ontzettend zuivere afdronk. 26,1 euro is behoorlijk veel voor een barbera, maar Bruno is een perfectionist, en dat kost geld. ***(*) dus.

    Fles nummer drie was een Cascina Francia, Barbera d'Alba, Giacomo Conterno, 2008. De wijnen van Conterno, het bekendst voor zijn Barolo, worden traditioneel gemaakt en behoren tot de old school. De cru Francia is waarschijnlijk één van de beste van het gebied (Monforte d'Alba), van de Piemonte, en misschien wel van Italië. De Barolo kent een schilweking van vijf weken en is zeer hard en gesloten en de zeven jaar rijping op botti die de wijn ondergaat is hoognodig.

    ConternBarblbl.jpg

    Deze zeer complexe barbera had eigenlijk moeten gedecanteerd worden. In deze fase vertoonde hij veel complexiteit, maar pas na overdeven walsen en telkens trok hij zich dan weer terug in zijn schulp. De president nam hem dan ook mee naar huis en 24 uur later was de wijn veel beter. In de neus kwamen gestoofd fruit, chocola en roet, heel mooi versmolten, heel aangenaam, heel complex. In de mond zeer lekker en aangenaam, heel goed gestructureerd, mooi fruit, heel mooi uitgebalanceerd. Dag 3 bracht zwarte chocola en kirsch, nog altijd heel leuk en aangenaam. Hij kreeg ***. Verder is 35 euro véél geld voor een barbera, maar weinig voor een Conterno...

  • CSP goes Stappato

    Pin it!

    Ik weet het, ik weet het, ik heb u op deze blog al tientallen keren lastig gevallen met mijn avonturen in Sicilië, en toch is het zo dat het wijnland waar ik het minste affiniteit mee heb Italië is. Ik vind dat eigenlijk zelf eigenaardig, want wanneer ik Italiaanse wijnen proef ben ik vaak gecharmeerd, en de keuken is één van mijn favoriete, maar ik blijf ergens vinden dat er een heel groot verschil is tussen de toppers (die véél te duur zijn), en de basis, die meestal ondermaats is van kwaliteit. Op de één of de andere manier blijf ik vinden dat het relatief makkelijk is degelijke wijn te vinden aan een redelijke prijs (5 à 20 euro) in Frankrijk, Spanje en Duitsland, maar niet in Italië. Waarschijnlijk is dit een huizenhoog vooroordeel, en op voorstel van wijnbuddy Gert contacteerde CSP de Leuvense winkel Stappato om ons te helpen om me van dit vooroordeel af te raken.

    Wij werden uitgenodigd in het proeflokaal in de Diestsestraat, verwend met hapjes en olijfolie en begonnen welgemutst te proeven. Dat gebeurde in flights van drie, en speelde zich af rond de wijnen van de Piemonte, waarbij wij uitdrukkelijk hadden gevraagd om onderaan te beginnen. En wat is er dan beter dan Dolcetto...  

    De Dolcetto d'Alba is een lokale druif uit Piemonte die gewoonlijk wordt aangeplant op plaatsen die niet goed genoeg zijn voor nebbiolo en barbera, die vroeg rijpt en dus als eerste, voor de andere twee, kan geplukt worden, en die niet zo makkelijk is in de kelder: ze combineert veel kleurstof met een natuurlijk gebrek aan zuren. De meeste producenten maken er dan ook hun instapwijn mee, de wijn "die ze zelf aan tafel drinken", en een wijn die niet bedoelt is om lang te rijpen maar om binnen de twe à drie jaar te drinken. Deze druif zonder pretentie is één van mijn lievelingetjes, want voor wie er mee kan werken worden er mooie karaktervolle wijnen gemaakt, zeker door de grote namen waarvan ik de "grote" wijnen te duur vind.

    luigieinaudi.jpgDe eerste die hier vandaag in het glas kwam was de Vigna Tecc, Dolcetto d'Alba, Einaudi, 2007. Het domein Einaudi dateert uit het einde van de 19de eeuw en werd gesticht door de toen 23-jaar oude Luigi Einaudi, die het zou schoppen tot president van de republiek Italië (tussen 1948 en 1955), eens wat anders dan president van de wijnboerenvertegenwoordiging van de regio of zo. Het domein, met 50ha wijngaard, is bekend voor zijn dolcetto's, en Beppe Caviola (genen uil) is de consulterende oenoloog. Deze cuvée werd gemaakt met stokken uit 1937 en 1985, en fermenteerde en rijpte op inox, met een eerder korte schilweking. Hij rook naar vleeskersen en zwarte chocola, en in de mond had hij mooi geconcentreerd fruit en een mooi bittertje. Hij was nogal vet, en net wat te kort achteraan om echt heel goed te zijn, maar het was een mooie starter. *(*) dus, 17,85 euro bij Stappato, en een beetje duur voor wat het was. Wie trouwens een leuk adres zoekt, een beetje aan de exclusievere kant, maar mooi gelegen, kan hier ook verblijven, zie hier.

     

    De tweede fles was een Priavino, Dolcetto d'Alba, Roberto Voerzio, 2008. Roberto Voerzio is een leerling van de beroemde Elio Altare en is heel sterk gericht op wat er gebeurt in de wijngaard. Hij mikt op heel lage opbrengsten, om er wijnen met concentratie en karakter mee te maken. Hij is het bekendst voor zijn Barolo's, maar hij maakt een erg mooi dolcetto, deze dus. Wij kregen eerst wat reductie in de neus en moesten hem even laten rondwalsen om de mineraligheid te laten doorkomen, en in het glas evolueerde hij naar een echte snuffelwijn, fruit met een laag stenen erover. In de mond mooi strak, droog, met zachte tannines en een mooie structuur. 16,95 euro bij Stappato en *** en wél zijn geld waard. Dat je met een kleine druif grote wijn kan maken werd hier bewezen, en

    dolcetto_bricco.jpgde volgende fles, de Bricco, Dolcetto d'Alba, Giuseppe Mascarelli, 2008, bevestigde dat nog. Giuseppe Mascarelli maakt vooral impressionante bewaarwijnen met de nebbiolo druif en de Monprivato is één van de beste wijnen van de Piemonte, maar hij besteed evenveel aandacht aan zijn Dolcetto en zijn Barbera. Deze Dolcetto komt van een wijngaard met een erg kalkrijke bodem, rijpt op grote botti en wordt gemaakt met heel beperkte hoeveelheden sulfiet. Jeroen noemt dit een dolcetto barolato, omdat de manier van vinifieren eigenlijk heel dicht tegen die van een barolo ligt. Er worden trouwens maar 3000 flessen van gemaakt. In de neus vonden wij een mooie, zachte fruitigheid terug, met aardbeien en vanille, en we herkenden er de botti in. In de mond was hij zacht, fluwelig, met veel fraîcheur en toetsen van melkcohocolade. Een beetje een ongewone dolcetto, maar heel edel en zacht en héél lekker. 15,61 euro dus en *** én eveneens een goede koop.   

    Volgende blog: barbera...

     

     

     

      

  • Reclame !

    Pin it!

  • Bubbels met ballen.

    Pin it!

    Dit is waar elke wijnliefhebber het uiteindelijk voor doet: die allereerste indruk, die allereerste neus, dat allereerste slokje, en het moment dat hij beseft dat hij iets uitzonderlijks in het glas heeft. Elke keer dat me dit overkomt (en dat is echt niet elke week) word ik vervuld door een grote vreugde en een heel groot gevoel van voldoening: ik ben verrast, ik leer iets, ik proef wat zich achter elk nog niet gekend etiket kan verstoppen, en ik ben superblij dat ik er weer eens eentje heb ontdekt.

    Dat overkwam me onlangs, redelijk kort na mekaar, met twee flessen schuimwijn, en omdat ze een beetje in hetzelfde register zitten, vermeld ik ze graag samen. Beide horen ze tot de zogenaamde "natuurlijke" school en werden gemaakt met weinig of geen sulfiet, van rode druivenrassen. Ze zijn voor zover ik weet nog steeds op stock bij de respectievelijke wijnhandelaar.

     

    voer sleutelwoorden in

    De eerste was de Que Pasa ?, Domaine Léonine, een PetNat van Stéphane Morin uit Argelès-sur-Mer, een kuststadje vlakbij Collioure, in de Roussillon. Stéphane, fotograaf van beroep, deed in 2005 stage bij Jean-François Nicq, en kocht van een oude boer 13ha wijnstokken, voornamelijk omdat de man van zijn hele leven geen herbicides, kunstmest of pesticides had gebruikt. Veel van de stokken waren erg oud. Deze Pétillant Naturel, een schuimwijn waar geen dosage wordt toegevoegd en waarvan de belletjes het gevolg zijn van de eerste gisting, is gemaakt van 75% grenache gris en 25% grenache noir. In de neus deed de wijn me onmiddellijk terugdenken aan de geur van de boerderij van mijn grootvader, en echt aan alles errond: de stallen,  de herfstlucht, de beesten, de geur van de fruitkelder en de hooizolder, het bedauwde gras, de handen van mijn peter. In de mond leek het of iemand een mand pas geplukt rood fruit had klaargezet aan de achterdeur en de geur van aarde en herfst speelde door het fruit. De finish was fantastisch, de afdronk lang, de structuur heel erg mooi. Ik deed mijn ogen toe, en stond terug in Oppuurs waar ik ooit lange vakanties doorbracht. 12,6 euro kostte deze trip down memory lane, en ik haalde hem bij Wijnfolie. ****, was hij me waard en ik dronk hem voor het eerst in de herfst van 2010.

    Al even straf vond ik de Brut de Ouf van Domaine Milan, die ik in februari van dit jaar ontdekte. Ook deze fles komt uit het zuiden, maar dan uit de Provence. Henri Milan nam dit domein over van zijn vader en introduceerde er de principes van het biodynamisch wijnmaken. Hij beperkte de rendementen drastisch en liet elk perceel onderzoeken door Claude Bourguignon om te zien of het de juiste stokken had en hoe hij er mee moest omgaan. Ook hij gebruikt zeer weinig sulfiet. Hij is gemaakt van 80% grenache, 10% syrah en 10% merlot. Hier deed het aroma me denken aan dat van een restaurant in Frankrijk op een zondagnamiddag, een heel complex samengaan van heel verschillende aroma's. In de mond deed hij me even denken aan een droge kirr, kwam dan heel aards naar voren, werd complexer en begon kruiden en gedroogd fruit weer te geven. Ongelooflijk lekker. ***, en ik betaalde hem 11,1 euro bij True Great Wines in Pécrot. Je kan hem ook online bestellen, op de site van Biodissey (kijk ook eens naar het onwaarschijnlijke aanbod aan specerijen, tisanes en thee).

    Ik heb twee bemerkingen bij deze wijnen. Ik las net een interview met Christophe Salin van Lafite Rothschild dat deels ging over de belachelijke prijzen die er momenteel worden betaald in China voor sommige Bordeaux. Dat wij die niet meer kunnen betalen is jammer, maar als je dan flessen proeft zoals die twee hierboven, moeten wij dan treurig zijn ? Neen! Wij moeten beter zoeken... Mijn tweede opmerking is een tip: probeer dit soort schuimwijn eens met wat gerookte ham, wat pata negra, wat kaas, wat lomo, gewoon wat edele charcuterie. Het maakt uw zondag mooi !

    En waarom zijn deze wijnen niet bekender en waarom hebben ze niet het succes van Bordeaux of Bourgogne ? Ten eerste zijn ze maar beschikbaar in zeer kleine hoeveelheden, en er marketing rond voeren heeft weinig zin. Ten tweede kunnen natuurlijke wijnen wel degelijk ouderen, maar ze hebben zeer stabiele en koele omstandigheden nodig (kelders van een constante 12°C of kouder) om dat te doen. En ten derde gaat het over de inhoud, niet over het etiket. Elke rijke Amerikaan, Rus of Chinees kent Lafite, maar Brut de Ouf ? een schuimwijn die rood is en niet rosé, geen dosage kreeg en dus geen champagne is en die vaak voorzien is van een kroonkurk in plaats van een kurk ?  

    Elke Jeff Hoeyberghs kan een bimbo maken, maar alleen God of de Natuur maakt een mooie vrouw...