• Ceci n'est pas un rosé: blindproeven en nederigheid in rood

    Pin it!

    Ook in rood was er deze keer gestuntel maar dat druiven als de Chatus of de Jaén niet onmiddellijk herkend worden is misschien wel des mensen. Maar er waren een paar verduiveld interessante wijnen bij !

    1: Natur, Château Penin, Bordeaux, 2010: Kijk, hier ben ik nu eens blij mee. In het veelgeplaagde Bordeaux zijn altijd mensen geweest die voor relatief weinig geld uitstekende wijnen maakten voor elke dag, echte maaltijdwijnen waarvan de prijs/kwaliteitsverhouding buiten kijf staat en die in elke kelder thuishoren. Dat die regio nu zo in crisis is beland heeft ze zogezegd aan zichzelf te danken, maar eigenlijk vooral aan een groep zeer hebzuchtige enkelingen of instellingen die de boel voor de rest verzieken. Wij waren dan ook meer dan verheugd om deze fles te proeven. En daar heeft het feit dat schrijver dezes er als eerste de druif herkende (100% merlot) niks mee te maken ! Eerst zette de uitgesproken kruidigheid van het aroma wat mensen op het verkeerde been, maar dat bittertje en die structuur verwezen toch naar iets frissere regionen dan de Languedoc. Een zekere monotonie verwees naar een monocépage, maar het dient onmiddellijk gezegd dat het wel een heel lekkere monotonie was. Wij waren dus zeer blij met deze niet gesulfiteerde Bordeaux, een bewijs dat er voor weinig geld (9 euro) prachtige wijn kan worden gemaakt. Gert bracht hem mee en baadde de rest van de avond in het warme licht van onze waardering. Wij danken trouwens de heer Anton Roobaert voor de sponsoring ! **, en een geweldige zomerwijn. http://www.chateaupenin.com/fr/index.php?option=com_content&view=article&id=43&Itemid=32

    2: Nero d'Avola, Noto DOC, Marabino, 2009: Er zijn van die clichées waaraan je als wijndrinker moeilijk ontsnapt, en het aroma van rubber voor nero d'avola is daar één van. De chocolade en het frisse rode fruit van deze wijn zette dus iedereen op de verkeerde voet en we zijn er nog nit uit of deze wijn al dan niet iets mankeert. Leker was hij wel, stevig en pittig en met een mooie afdronk. ** en van bij Pasqualinno.

    3: Gestad, Syrah, Deutscher Tafelwein, Ziereisen, 2009: Meegebracht door de schrijver die toen hij de fles zag liggen bij de wijnmaker een ideale BYOBB fles zag. Tot mijn verrassing eigenlijk zeer herkenbaar als Duits en zeker in de neus, met die karakteristieke geur van holzfass (16 maanden), maar dan moest de druif worden geraden en dat was een ander paar mouwen. Koffie, chocola, heel lang en rond maar toch met frisse zuren (typisch voor Ziereisen) en in de neus ook met een zekere rokerigheid (toch ook 25% barrique gehad) en vlezigheid (het enige element dat echt naar het ras verwees). De stokken werden in 1999 aangeplant. Een **** wijn en de president-fondateur had met de Pabiot en deze Syrah goed gescoord ! In september gaan we nog eens naar Ziereisen, wie wil bestellen mag (er komt nog een blog aan hun gewijd). Wel 22 euro maar hij is het waard.

    4: Cuvée Palaio, Côtes de Provence, Château de Palayson, 2004: Syrah en cabernet, en met de verzamelde inspanningen vna de groep werden de twee min of meer geraden. Jaar of regio was al moeilijker, alhoewel iedereen wel erg zuidelijk dacht. In de neus vleesjus, zadelvet, leder en munt. Zacht en afgerond maar ook nog hevig en karaktervol. Mooi strak met een mooie afdronk. Proeft nog heel jong (alleen de neus gaf de leeftijd wat weg). *** 

    5: Quinta das Maias, Dão, 2003: Dat niemand hier de Jaén herkende mag niet echt verbazen, tot slot van rekening zijn wij ook amateurs, maar Dão was eigenlijk wel herkenbaar. Tot onzer verdediging misschien wel dat een wijn moeilijker wordt te herkennen naarmate hij ouder word en dit exemplaar was vermoeid en dof, alleen in de mond nog min of meer ok met een leuke afdronk.*(*)

    6: Chatus, Vignerons Ardechois, 2007: Chatus is een bijna verdwenen druif uit de Ardèche, en de kans dat iemand dit juist zou raden is zo groot als de kans dat u wordt getroffen door een meteoriet. In de hele lichte neus komen zweempjes chocola en karton naar voren, en in de neus is de wijn kort en karakterloos. De Chatus zou familie van de nebbiolo zijn...

    7: Celebratory Blend, Margaret River, 2005: Gemaakt ter gelegenheid van de 10e verjaardag van Ad Bibendum. Heel typisch Aussie Shiraz, heel kruidig; in de mond confituur en kruiden, een BBQ wijn van niveau, niet enorm complex maar wel stevig. Een dag later was de wijn nog intenser, maar ik zou hem graag jong geproefd hebben. Ik weet niet of deze cuvée gemaakt is om te ouderen. **

    Ondertussen waren wij weer al eens overtuigd van onze onkunde en werd een nieuw en wereldschokkend initiatief onder de doopvont gehouden door uw aller president. Enthousiaste leden sprongen onmiddellijk op de kar, maar net zoals Syeve Jobs dat deed, houden wij alles nog supergeheim...

     

  • Ceci n'est pas un rosé: blindproeven en nederigheid

    Pin it!

    Het gejammer en geweeklaag dat die avond opsteeg in de straten van het Leuvense was niet te harden. Een schilder met rugproblemen had de woonst van één van onze trouwste leden onbezoekbaar gemaakt en de traditionele ladies night "BYOBB" was dan ook afgelast. Menig lid heeft die week dan ook de stille gramschap van zijn eega moeten doorstaan en de geboortestatistieken voor het Brabantse zullen binnen negen maanden een scherpe neerwaartse dip vertonen. Lokale beenhouwers bellen vertwijfeld naar Unizo, lokale fritkoteigenaren bestellen zich nog een extra dagje vakantie aan de Azuren, kortom het was een bende door het leven hard getroffen CSP'ers die die avond bijeenkwam in Wezemaal.

    Om hen te steunen werd door het bestuur besloten om het BYOBB gedeelte toch te laten doorgaan, "tot troost, vermaak en lering van de leden". Zelden zijn wij zo onderuit geschoffeld door een reeks wijnen. Ons zelfvertrouwen werd later die avond op een brancard weggevoerd, koortsachtig in zichzelf mompelend. De psychologische schade bleek behoorlijk en kon alleen door ouden Orval worden hersteld...

    1: Pietranera, Sicilia IGT, Marco de Bartoli, 2008: Vernis en boenwas walsten uit ons glas omhoog. Fruit en wat kruizemunt volgden na een paar mlinuten en de hele avond zou dit glas steeds complexer worden in de neus. In de mond viel een mooie vettigheid op, een grote fraîcheur en een heel mooie structuur. Ook hier heel complex met een heel smakenpalet dat voorbijgefietst kwam en dus een *** wijn om mee te beginnen. Ondertussen was zowat elke druif hier de revue gepasseerd en bleef de meebrenger droef het hoofd schudden: het bleek een zibibbo te zijn, een familielid van de muscat, de makkelijkst te herkennen druif op blindproeverijen...het zelfvertrouwen van de president die het domein al bezocht had en de fles al geproefd, lag al bebloed in een hoekje te huilen. De fles was drie jaar geleden meegebracht uit Sicilië.

    2: Schulhaus, Riesling, Andreas Schäffer, Pfalz, 2010: Aha ! eerherstel, dacht de president, want hij meende kattepis te herkennen en poneerde met grote stelligheid dat dit een sauvignon blanc was. En zo werd wat misschien de tweede makkelijkste druif om te herkennen is eveneens niet gevonden en pas toen het verlossende woordje riesling viel (uit de mond van de meebrenger) knikte iedereen van natuurlijk, het schaamrood op de wangen. In de neus dus heel groen, heel sterk gekneusde tankjes, maar zachter wordend en dan meer herkenbaar. In  de mond extreem fris, bijna tandenglazuuraantastend zuur, maar met voldoende fruit en een heel goede begeleider voor een slaatje met geitenkaas op een zomeravond. Een riesling zonder pretentie...*(*).

    3: Pouilly Fumé, Jonathan Didier Pabiot, 2010: Ongetwijfeld één van de flessen van de avond. Sauvignon Blanc werd redelijk snel geraden en één lid wist ook Loire snel aan te duiden (anderen zaten hopeloos aan de andere kant van de aardbol te zoeken). De appellatie was dan ook snel gevonden. In de neus werd kruisbes, venkel, cavaillon en snoep ontdekt, samen met een mooie en fijne mineraliteit. In de mond rijp en strak met heel veel structuur en dit was de in het glas mooist evoluerende witte. ***(*). Verkrijgbaar bij Peter Leirens, die Jonatan de toekomstige Didier Daguenau noemt. Een fles met bewaarpotentieel en een naam die in het oog te houden valt. Een paar weken geleden schreef ik al een blogbericht http://csp.skynetblogs.be/archive/2012/06/05/ondine-edinburgh-een-ontmoeting-met-jong-aanstormend-wijntal.html over deze fles, en mijn oordeel werd hier unaniem bevestigd. Prachtige wijn.

    4: Côtes du Roussillon Blanc, Château de l'Ou, 2010: Het woordje grenache blanc was één van de weinige zinnige die deze avond over mijn lippen kwamen, maar de roussanne was er te veel aan. De wijn werd dan ook wat te koud geschonken (les excuses sont faits pour s'en servir) en de boter en lichte rokerigheid van de neus gaf niet veel weg. In de mond had hij wel dat typerende bittertje van grenache blanc en iets heel zuidfrans. Hj kreeg ***, heel correct maar ook heel lekker. Meegebracht door Tom.

    5: Spätburgunder Weissherbst Trocken, Adeneuer, Ahr, 2011: Aha een rosé ! riep ik fier. Nee hoor een witte, poneerde mijn buur met stellige zekerheid. Een blanc de noirs dan ! riep ik nog zekerder. Nee, gemaakt van witte druiven, poneerde hij stellig. Bijna sloeg de wanhoop toe maar even later bleek het mijn buur te zijn die na drie weken Griekse zon af en toe last had van zinsverbijstering. Hij mompelde nog iets van, ik had het verkeerd verstaan, maar de algemene hilariteit overstemde zijn droef gewauwel. Want dit was een zéér lekkere rosé, meegebracht door Joep van bij Vinikus, met van die typsiche pinot noir rozenaroma's en snoepjes, heel veel volume, veel karakter, een hele goeie maaltijdrosé en het eerste glas waarvan ik met diepe spijt afscheid moest nemen (wij nemen het spugen ernstig!).

     

    foto.JPG

    Ceci n'est pas un rosé...

     

    6: La Paillousse, Châteauneuf-du-Pape Blanc, Pierre Amadieu, 2010: eigenlijk had die neus me al iets moeten zeggen want deze appellation maakt enkele van mijn favoriete witte eetwijnen. Helaas strompelde ik weer rond in het duister, en was het Tom die al snel de Paapse nagel op de kop tikte. Olieachtige, vette neus met appel en harde peer, maar ook een mooie complexiteit. In de mond was hij mooi bitter, vet, complex en intens, en een kip in roomsaus zou perfect gepast hebben (of wat mooi wit vlees). Het domein van Pierre Amadieu is met zijn 137ha serieus uit de kluiten gewassen, maar er wordt goede wijn gemaakt. Een tekort aan elegantie en finesse misschien, maar bij een machtig gerecht hoort een machtige wijn, en deze is daar zeer geschikt voor. **(*)

    Volgende week meer over de rode.   

     

     

     

     

  • Restaurant sans pretention: Comptoir d'Antoine

    Pin it!

    Na dagen en dagen regen, onder een loodgrijze hemel en zonder een straaltje zonneschijn, waren wij dringend toe aan een snuifje Zuid-Frankrijk. Omdat the real thing er dit jaar niet zal inzitten, reden we dan maar naar Ukkel, waar een zeer Frans restaurant ons toch een beetje de illusie bezorgde dat de zomer begonnen was. En warempel, amper waren wij geïnstalleerd aan ons tafeltje of de zon brak door.

    Le Comptoir d'Antoine biedt een echte terroirkeuken aan, met goed gemaakte Franse klassiekers. Ik heb er mij al een paar keer het hoofd over gebroken: hoe komt het dat je dit soort etablissementen overwegend in het Franstalige landsgedeelte terugvind ? In Vlaanderen lijkt het wat betreft de Franse keuken altijd te draaien tussen twee types van restaurants: toppers met sterren en pretentie of zouteloos brasserie-eten. 

    Ook in de grootwarenhuizen en de meeste winkels is dit opvallend: in Vlaanderen lijkt "light" nog steeds hét modewoord wat betreft voeding, in Wallonië is dat "terroir". Eén van de verschillen (in mijn ogen) die hiervoor verantwoordelijk zijn is de panische Vlaamse angst voor vet. Veel van de armzalige lapjes biefstuk die hier in de toonbank liggen krijg je in Wallonië aan de straatstenen niet kwijt, en men weet er nog dat vet ook de smaak mede bepaald. Ooit al eens geprobeerd ? Gebakken aardappeltjes in eenden- of ganzenvet gebakken ? En dan vergeleken met iets dat gebakken is in een van onze vaak droevige vervangers ? 

    Eén van de dingen die je in Vlaanderen niet vindt was hier één van de specialiteiten van het huis: Andouilette, één van mijn favoriete gerechten. Ik hoor nu de helft van mijn lezers gruwen, en ik wéét dat als u dit aan uw eega verteld u aan scores van 100% afgrijzen komt, maar dat zijn wél dezelfde echtgenotes die met smaak een bordje scampi's verorberen, die in hun eigen drek opgevoede exoten, waarvan alleen de saus bepalend is voor de smaak (en liefst straf om de strontsmaak weg te duwen). 

    Wij aten hier ook nog een heerlijke terrine de porc (magnifiek en mooi tomaté), een cabecou geitenkaasje dat heerlijk was en een zeer correcte tartaar. Halverwege de maaltijd kwam de eigenaar met een hartelijk "Bonjour Eric" de hand schudden. Even dacht ik weer een acute aanval van geheugenverlies te hebben, maar het bleek gewoon gastvrijheid te zijn. De man was trouwens verbaasd dat ik zo verbaasd was, maar als je de ijskonijnen die vaak opdienen in Vlaamse restaurants gewoon bent, is het even schrikken.  

    In het glas kregen we een heerlijke licht gesulfiteerde Morgon 2011 van Lapierre, toch opvallend anders dan de suflietloze uit mijn kelder, en na een geanimeerd gesprek over vin naturel met de kelner / sommelier volgde nog een glas Moulin-à-Vent van Desvignes. Mooie maar kleine Beaujolais kaart overigens.

    PS Volgens Mme Rick had die kelner de schoonste wimpers die ze in lang gezien had. Hij kende ook iets van wijn.  

     

    comptoir.jpg

     

  • Zucht...

    Pin it!

    weersvoorspelling leuven.jpg