• Héél véél geduld (4)

    Pin it!

    De absolute kampioen van het geduld uitoefenen wat betreft Franse wijnen is wel de Cahors. Zowat alle goede flessen gaan hier na een korte periode van wat gebald fruit door een jarenlang durende fase waarin ze ronduit onaangenaam zijn, om dan plots, na een jaar of tien compleet te veranderen in prachtige aromatische karakterwijnen. Dat is op zich prachtig maar hoe de wijnboeren van de Cahors in deze omstandigheden erin slagen om te overleven is mij een raadsel. Het was me dan ook zeer aangenaam om tijdens Megavino 2011 op de stand van Vindemia kennis te maken met Jean-Luc Baldès, één van de beste wijnmakers van zijn appellatie.

    Ik dronk er zijn zeer mooie Bul's by Caldes, een originele schuimwijn van de malbec druif, een leuke en fruitige instapwijn, een mooie oude Cahors uit 2000 en een interressant terroir-experiment, en besloot om CSP eens te tracteren op een Baldès degustatie. Het heeft eventjes geduurd, Cahors degusteer je in de winter, maar onlangs kwam het er toch van. En na onze kennismaking met de mourvèdre, was het mooi om eens één van die andere moeilijkaards beter te leren kennen: de malbec.

    Deze donkere en tanninerijke druif wordt in de Bordeaux soms gebruikt in blends, maar in de Cahors, in de Sud-Ouest dus, is het de hoofddruif. Er worden echte bewaarwijnen mee gemaakt, ook in Argentinië trouwens, en vaak zijn ze jong nauwelijks drinkbaar. In de regio worden er ook nog veel stugge, goedkope monstertjes mee gemaakt die je alleen bij een groot stuk rood vlees kan wegwerken, maar ook veel jong te drinken rosé's met stevige structuur. Typische aroma's zijn pruimen, zwarte bessen, bramen, tabak, kruiden, damastpruimen (zeer zoet), honing, specerijen, truffel, kreupelhout en chocolade.

    Clos Triguédina, het domein van Jean-Luc Baldès, ligt in Puy-l'Evêque, op een exceptioneel terroir met rolkeien en rode klei op een kalklaag die twee à drie meter lager zit, met wijngaarden op het zuiden gericht, en was één van de weinigen die na de verschrikkelijke koudegolf van 1956 nog druivelaars over had. Sommige van zijn stokken zijn dan ook ongeveer 100 jaar oud. Jean-Luc is de 7e generatie. Hij studeerde in Beaune, werkte een tijd in de Médoc en Barsac na een conflict met zijn vader, en keerde pas terug nadat papa akkoord was met zijn voorwaarden. Geen gemakkelijke mens dus, en iemand die heel goed weet wat hij wilt, maar voor een wijnmaker is dat een voordeel. Een beetje ijdel is hij ook wel, denk ik. Alle wijnen komen van Vindemia in Lochristi, www.vindemia.be, op de 2000 na die van een supermarktje in Montcuq komt.

     

    jlbaldes.jpg

     

    Eerlijk gezegd was ik een beetje pessimistisch voor deze degustatie. Ik had maar één echt oude fles en van de instapcuvées werd wel eens gezegd dat ze veel minder zijn dan de toppers. Maar ik vond het belangrijk om het volledige gamma te proeven en dat is dan ook wat we deden.

    Le Petit Clos, Cahors, 2009: 60% malbec en 20% merlot, om het zaakje wat af te ronden, want deze wijn is gemaakt om tamelijk jong te drinken, en is één van de antwoorden van de Cahors op het feit dat de grote bewaarwijnen wat uit de mode geraakt zijn. Heel aromatisch, met een mix van rood en zwart fruit, intens en heel zuiver. In de mond fruitig en fluwelig, heel zuiver, met tannines die naar het einde toe wel opkomen. Frisse en mooi gronderige afdronk, een beetje boers maar dan in de positieve zin, evolueerde zeer mooi in het glas. Dit is de perfecte zondagse familiewijn, stukske rosbief of steak erbij, beetje knolselderpuree en aan 9,25 euro ook heel prettig geprijsd. **(*) en dat is lekker veel voor de simpelste wijn van het domein.

    Château de Flore, Cahors, 2009: 80% malbec, 20% merlot, net als de vorige en aan 8,25 euro nog net iets goedkoper. In de neus warme alcoholgloed en overrijp fruit. In de mond een rijpe en ronde start maar evolueerde niet goed en was heel kort. Weinig fruit, veel alcohol. Teleurstellend en maar 1 * en mee naar huis genomen omdat niemand anders hem wou. Een dag later, tot mijn verrassing, zeer positief geëvolueerd: veel aangenamer en eleganter in de neus, en in de mond veel kruidiger met een echt mooi fruitig puntje achterin. In de afdronk een vleugje wierook. Toch maar **, maar in de Cahors is de dekanteerkaraf nooit veraf...

    Clos Triguedina, Cahors, 2007: Dit is de "normale" cuvée van het huis, een blend van 80% malbec, 15% merlot en 5% tannat, en opgevoed op 1/3 nieuwe, 1/3 eerstejaarse en 1/3 tweedejaarse eik, 18 maanden. In de neus vanille, vleesnat en gebraad, heel aangenaam en al bij al redelijk complex. In de mond fluwelig, fris en zuiver, maar naar het einde toe heel stevige tannines, wat uitdrogend. Bij de eerste indruk leek deze wijn ok, maar eigenlijk is hij nog veel te jong, en dat harde dat de afdronk echt onaangenaam maakt moet nog versmelten. Wel al erg lekker ***.

     

    trilogie.png

    Foto vanop de website www.jlbaldes.com

     

    Au Coin du Bois, Trilogie, 2008: Dit is één van de interessantste commerciële experimenten die ik ken, en eigenlijk typisch voor Jean-Luc, een rusteloze denker over zijn domein en zijn appellatie. Wij vergeten vaak dat de wijnen de we drinken blends zijn, een samenstelling van de wijnen van verschillende percelen die de wijnmaker op een bepaald moment mengt om de wijn te krijgen die hij wil hebben. Hier is de wijn van drie perceeltjes apart gebotteld om te tonen hoe groot de verschillen zijn. Alle drie de wijnen zijn 100% malbec, kregen 12 maanden eik met 1/3 nieuwe en er werden telkens 3000 flessen van gemaakt. In de neus rijk rood fruit, fris en met een vleugje witte peper. In de mond zuiver, met leuk fruit, stevige maar mooie tannines en een heel frisse finish en afdronk, iets té fris zelfs. ** Wijngaard op 90m hoogte, op de zgn. deuxièmes terrasses, zacht glooiend en met rode klei met rolkeien in de diepte en een kalklaag op het laagste niveau.

    Les Galets, Trilogie, Cahors, 2008: gemaakt met druiven van een wijngaard die op 110m hoogte ligt, op een steile helling (veel blootstelling aan de zon), een heel complexe bodem met silexhoudende klei met ijzermineralen, kalkblokken en lava-resten. In de neus veel mineraliger en steniger. In de mond zuiver, maar met heftige tannines en wat scherp en onevenwichtig. Een dag later kruidig maar ook wat wrang. In onze ogen echt een wijn die moest geblend worden met een andere...*(*).

    Petites Cailles, Trilogie, Cahors, 2008: druiven van de hoogst gelegen wijngaard (quatrième terrasse), op 300m hoogte, met kalkhoudende klei en veel ijzer. Harder en strakker en geslotener dan de vorige wijnen, maar met een heel mooie gebalde complexiteit en een zuivere en fruitige kern. In de mond zuiver, maar met eveneens een harde, gebalde kern. kan heel mooi worden ! Voor ons de beste van de drie. **

    Prince Probus, Cahors, 2000: Dit is de topcuvée van Clos Triguedina. Ik kocht deze fles in een onnozel supermarktje in Montcuq, op vakantie, maar het is één van de grote wjnen van de Cahors. 100% malbec, of course, en 18 maanden nieuwe eik, die malbec kan wat verteren blijkbaar. In de neus eerst iets gebrokens en pas na stevig walsen een mooie kruidigheid, snel ook de aroma's van een al uren pruttelende stevige vleesbouillon, nog wat later evoluerend naar kurkuma en curry. In de mond glorieus openend, heel complex en geconcentreerd, heel mooi en perfect op dronk. ***(*). In het begin was de wijn even "war", hij kwam dan ook uit een supermarkt, grijns grijns (kijk twee blogs terug eens in de commentaren...). 

    Prince Probus, Cahors, 2005: 29,25 euro (23 euro voor de vorige in dat supermarktje in 2005). In de neus specerijen en kruiden, maar ook gesloten en ingehouden, deed wel denken aan Indische keuken. Heel edel in de mond, een beetje strak en gesloten, maar mooi zuiver, met een veelbelovende kern. De stevige tannines en de zuiverheid maken deze wijn echt veelbelovend. ****

    Dé speciaalste wijn van de avond leg ik volgende blog uit. Dat verdient hij...

      

       

     

  • Véél geduld !! (3)

    Pin it!

    Het waren leuke, originele en lekkere wijnen die witte en rosé Bandol's, maar uiteraard waren het maar spielereien en appetizers voor het serieuze werk: de echte Bandol's, de rode... En om het allemaal wat sportief te houden had organisator Venne het ons een beetje moeilijker gemaakt, en was de degustatie halfblind. We kregen een woordje uitleg over de Bandol, over de druivenrassen, een plannetje van de regio, en een lijstje met domeinen: aan ons om te raden (gokken) van wie welke wijn was, hoe oud hij was en hoeveel mourvèdre er in zat. Dit halfblind proeven vinden wij zéér leerzaam omdat het je dwingt om wat meer na te denken, terwijl volledig blind proeven toch extreem moeilijk blijft (en een beetje nerdy). Intelligente opmerking van een lid: het wordt gemakkelijker naar het einde, we beginnen het te leren :-))

    In een rode Bandol zit minimaal 50% mourvèdre, daarnaast mogen grenache en cinsault en carignan en syrah, maar van die laatste nooit meer dan 10%. De mourvèdre druif is klein en met een dikke schil en houdt van hitte, maar wil wel met haar voeten in het water staan en is dus geknipt voor terroirs waar de wortels diep in de grond op zoek kunnen naar vocht. Zelf geeft ze vooral aroma's van frambozen en rode bessen en de wijn kan vaak erg animale of aardse toetsen hebben. Door de dikke schillen zijn de wijnen ook erg tanninerijk en slechts zeer zelden geschikt om jong te drinken, en des te hoger het percentage mourvèdre des te meer het een bewaarwijn wordt. In Spanje wordt ze monastrell genoemd. In blends met redelijk veel grenache zorgt ze voor een mooie kruidigheid, zeker als de wijn al wat gerijpt is, grenache brengt vooral fruit aan en cinsault fraîcheur. Carignan en syrah worden weinig gebruikt. 

    Bandol, Domaine de la Tour du Bon, 2002:  dit erg klassieke domein ligt helemaal in het noordwesten van de appellatie en staat bekend voor zijn traditionele Bandol's. Ooit liep de jonge Thierry Puzelat hier nog rond. De wijngaarden zijn goed gedraineerd en aangeplant met 60% mourvèdre, 30% grenache, 8% cinsault en 2% carignan. Staat bekend als heel regelmatig in zijn kwaliteit. In de neus eerst en vooral groentensoep, heel vegetaal, en pas na lang walsen en wachten kwam de kruidigheid door en begon de wijn te geuren naar peperkoek, maar dat gebeurt wel meer bij zo'n oue Bandol werd ons verzekerd. In de mond wel lekker en fijn maar het was allemaal wat kort. De tannines waren nog erg duidelijk. **, maar dit was geen goed jaar. De blend bestond uit 55% mourvèdre, 35% grenache, 5% cinsault en 5% carignan. 14 euro.

    Bandol, Domaine le Galantin, 2000: Domein in le Plan du Castellet, in het midden van de appellatie. Volgens Venne de meest traditionele van de avond. In de neus vlezig, rijk en complex, met mooi fruit en erg mooie animale toetsen die de wijn erg interessant maken. In de mond fijn en lekker, met opnieuw die animaliteit (paardenzweet en zadel), mooie tannines, fijn en lekker lang, in grootse vorm. 90% mourvèdre, 10% cinsault. Aangenaamste wijn van de avond met een heel goede prijs/kwaliteitsverhouding (15 euro). Het geduld waard ! ***

     

    bandolsnow.JPG

     

    Bandol, Domaine Sorin, 2005: Domein in Saint-Cyr-du-Mer, op 3km van de zee. Luc Sorin is afkomstig van de Bourgogne en dat merk je aan de vorm van zijn flessen. Maakt ook Côtes de Provence, en zijn aanplant heeft maar 25% mourvèdre, maar toch kan het gehalte ervan in zijn flessen erg hoog zijn. Werkt met roterende cementen vaten die het effect van pigeage wat nabootsen en ontsteelt 100%. Mineralige, frisse en zuivere neus. In de mond zeer zuiver, mooi strak, met nog heel veel verbeterpotentieel. Moet nog verder openen maar nu al gewoonweg lekker. **(*). 85% mourvèdre, 10% syrah, 5% carignan. 

    Bandol, Domaine de la Laidière, 2007: Historisch domein met wijngaarden op de typische restanques (terrassen), ook op maar een paar kilometer van de zee. Zwarte chocolade en vers leer in de neus. In de mond opnieuw die zwarte chocolade, donker fruit, stevige tannines, maar ook mooi zuiver en fris en lang. Veelbelovend maar veel te jong. *** 16 euro, 70% mourvèdre, 20% cinsault, 10% grenache; 

    Bandol, Château de Vannières, 2007:   Domein vlakbij le Castellet, met het Massif de Baumes in de rug. Historisch domein dat echter ook graag en vaak experimenteert. Broeierige neus met redelijk agressief hout. In de mond erg fruitig, wat zoet zelfs, veel alcohol, lange en leuke afdronk, maar sterke houtdominantie die toch nogal wat proevers stoorde. 90% mourvèdre, 10% grenache. ** dus. De wijnen van dit domein hebben echter wel de reputatie zich de eerste jaren ofwel heel fruitig ofwel heel gesloten te gedragen en zijn echte bewaarwijnen, en wij toonden dus een beetje te weinig geduld...

    Ondertussen kwamen, als de zeilschepen die vroeger de tonnetjes Bandol vervoerden, langzaam maar zeker de "grote flessen" in zicht. De prijzen en de verwachtingen stegen maar er sloop nu meer en meer een hoge Bethlehem-factor binnen: wij prepareerden ons voor een heuse oenologische kindermoord.

    Cuvée Classique, Bandol, Domaine Tempier, 2007: Spreek het woord Tempier uit en je zal zien dat het oog van elke rechtgeaarde wijnliefhebber zal afdwalen naar uw hand (heeft hij een fles vast ?), en dat is al heel lang zo. Tempier was heel lang hét domein van de regio waar Lucien Peyraud tussen 1940 en de jaren 90 de plak zwaaide, de wereld liet kennismaken met zijn grote liefde, de mourvèdre druif, en als voorzitter van de aoc de naam en de faam van de regio maakte. Na de dood van Peyraud zakte de kwaliteit door erfenisruzies wat in, maar in 2000 kwam Daniel Pavier ten tonele en hij maakte er terug het topdomein van dat het was. Het ligt helemaal van boven in de appellatie, echt te bakken in de zon, maar het terroir kent diepe vochtige kleilagen waar de stokken hun water vinden. Eerst héél gesloten, dan kwamen langzaam maar zeker zuivere, zwarte bessen, héél geconcentreerd. In de mond eveneens heel zuiver en geconcentreerd maar heel gesloten. Zéér lange afdronk, en werd in het glas beter en beter, maar veel te vreog geopend. *** denken we, maar ons bloedstollend gebrek aan ervaring maakte hier toch wel wat een gok van. Ondertussen ontspon zich een interessante discussie over bewaarpotentieel en hoe het te herkennen. Deze blend bevat gewoonlijk 75% mourvèdre, tussen de 14 en de 16% grenache, 8 en 9% cinsault en 2 à 3% grenache.

    Bandol, Château Pradeaux, 2001: Terug een beetje meer richting zee, en misschien wel het meest traditionele domein van allemaal. Er wordt uitsluitend gewerkt met houten foeders en de aanplant bestaat uit niet minder dan 95% mourvèdre, met een beetje (5%) grenache, en officieel is dit ook de blend, alhoewel kwatongen wel eens durven beweren dat het om 100% mourvèdre wijnen gaat, wat eigenlijk niet mag. Zéér complexe en rijke neus. In de mond een beetje alcoholbrand, heel intens, rijk en complex, maar ook een beetje té, vond ik. ** voor mij, maar ik kan me levendig inbeelden dat liefhebbers van de stijl en een beetje power er veel meer aan geven.

    Bandol, Château Pibarnon, 2007: Dit domein ligt écht vlakbij de zee, in een natuurlijk amfitheater, en met een ondergrond met veel kalk die de wijn extra fraîcheur zou moeten geven. In 1977 dronk graaf Henri de Saint-Victor op restaurant een glas wijn van dit kasteel en was daar zo ondersteboven van dat hij het domein kocht. Rijk zijn, het heeft zijn goede kanten ! Ook hier héél véél mourvèdre, 90%, en voor de rest ook grenache. Heel fijne en elegante neus. Zuiver fruit, fris, zeer mooi gestructureerd, lekker lang en lang lekker. *** maar ook hier zie ik echte Bandolero's meer punten geven.

    La Bégude, Bandol, Domaine de la Bégude, 2009: De duurste wijn van de avond, van het meest prestigieuze kasteel. De familie Tari, de vroegere eigenaars van Château Giscours, kochten het in 1996 en mikten er onmiddellijk op de top. Het domein is schitterend gelegen, helemaal bovenaan in de appellatie en de wijngaarden liggen ook letterlijk erg hoog, op 400m, de hoogste van de aoc. In het begin werkte de familie erg Bordelees, maar de laatste jaren zouden ze meer en meer terugkomen van het gebruik van nieuwe eik. Ook hier 90%mourvèdre en 10% grenache. Strak en zuiver in neus en mond, maar zéér gesloten en dit was een vergissing, want echt veel te jong geopend. Maar hier werd de discussie over het herkennen van bewaarpotentieel heel interessant. Traditioneel kijkt men naar tannines en fraîcheur om te herkennen of een wijn al dan niet bewaarpotentieel heeft, maar persoonlijk gebruik ik een ander truukje. Wanneer de wijn nog erg jong is zoek ik naar wat ik "een hard maar zuiver blokje fruit" noem, een kern van fruit die soms nauwelijks doorkomt, heel geconcentreerd en verstopt zit, maar er wel degelijk is, ook al is er op dat moment nauwelijks iets anders. Bijna alle flessen die ik in die toestand kocht plooiden zich jaren later open tot prachtige wijnen. Heel harde tannines duiden misschien op héél groot bewaarpotentieel, maar gebrek aan ervaring en kelder maken mij op dit punt maar een amateurreke, en dit laat ik over aan meer ervaren wijnliefhebbers. **(*) voor het potentieel.

     

    bandolvue.jpg

    Foto uit http://www.vinsdebandol.com/

    La Tourtine, Bandol, Domaine Tempier, 2007: Volgens Venne de topper van de avond en hij kan het als ervaren Bandolees weten. Gemaakt met de oudste stokken (45 jaar) en 80% mourvèdre, 10% grenache en 10% cinsault. Heel interessante neus, héél mooi en héél complex, met aroma's van garrigue, keukenkruiden en verbrand rubber. In de mond erg mooi, elegant, fris en fruitig, een hele mooie wijn. Wat te jong, daar was iedereen het over eens, maar deze gelukzak kreeg de fles mee naar huis en dronk ze twee dagen later leeg: nog altijd zuiver en lekker en intens, strak en jong, alsof ze pas open was. Tien jaar te vreog geopend dus, maar toch al heel veel plezier aan beleefd.

    Ons besluit ? Geduld is een schone deugd, en wie de eerste jaren Bandol ziet liggen koopt hem, legt hem achter slot en grendel en houdt hem bij tot de grote bandol degustatie van 2022. 

    Veel informatie in dit blogbericht kwam van deze site: http://www.vinsdebandol.com/ 

     

  • Geduld !! (2)

    Pin it!

    Lang geleden, in de zomer van 2006, ben ik beginnen bloggen over wijn, geïnspireerd door een andere Vlaamse wijnblog, http://wijnliefhebbers.skynetblogs.be/, die de laatste tijd tot mijn grote spijt nog nauwelijks actief is. Eén thema bleef in die blogs maar terugkomen en de enthousiaste reacties van anderen met dezelfde smaak begonnen meer en meer te lijken op die van een sekte: de Bandol-liefhebbers. Uit nieuwsgierigheid kocht ik een paar flessen van twijfelachtige kwaliteit om die dan veel te jong te drinken, vroeg me af waar al het lawaai over ging, en liet de Bandol-beker aan mij voorbijgaan. Nog wat jaren later vervoegde één van die Bandolero's CSP en maakte ik kennis met de rosé's, in mijn ogen behorend tot het beste van wat Zuid-Frankrijk te bieden heeft, en met een fascinerend verouderpotentieel. Eind vorig jaar, meer dan zes jaar later dus, was het grote moment eindelijk aangebroken: een bandol tasting, mét oude flessen, halfblind geproefd en geleid door Venne, Bandolees par excellence. In dit stukje starten we met wit en rood.

    De Bandol-regio ligt in het uiterste zuiden van Frankrijk en het is daar warm. Zo warm zelfs dat het de favoriete plaats is van de mourvèdre-druif, een druif die houdt van bakken in de zon, waarmee men geweldig interessante wijnen mee kan maken maar die zich pas na lang wachten geeft: kortom, waar je geduld voor nodg hebt. Zelf ben ik nog nooit in de regio geweest, ben niet zo'n zonneklopper (give me the silver light and the green and the smell of freshly cut grass of that Sacred Isle), en verwijs u dus voor meer indrukken door naar deze twee links: http://wijnliefhebbers.skynetblogs.be/bandol/ en www.vinsdebandol.com

    Wat vandaag eerst in ons glas kwam was wit en ik keek er naar uit: de stevige witte wijnen van het zuiden hebben al lang mijn hart gestolen.

    1: Bandol Blanc, Jean¨-Pierre Gaussen, 2008:  60% clairette, 40% ugni blanc. een mooi voorbeeld van het geduld dat je moet hebben. Deze wijn viel namelijk eerst flink tegen. Drop, witte bloemen en zelfs wat houtlijmmaar eigenlijk erg gesloten. In de mond fris en erg gesloten, een beetje vage amandel. Bij de Grote Verdeling der Kletskes waarmee CSP traditioneel afsluit was niemand geïnteresseerd: zij dwaalden. Twee dagen later in de neus amandel en na wlsen heel mooi en lekker gedroogd fruit. In de mond strak en droog, met toetsen van goeie boenwas en gedroogd fruit, met héél interessante streepjes sinaasappel erboven op. Helemaal open gekomen en gewèldig lekker. ***. 

     

    gaussen.jpg

     

    2: Bandol Blanc, Domaine de la Bastide Blanche, 2010: 47% clairette de bellegarde, 32% ugni blanc, 14% bourboulenc en 7% sauvignon. Biodynamisch. Interessante en zelfs complexe wijn met peper en exotisch fruiit in de neus. In de mond mooi vet, zelfs wat stroperig, maar met genoeg zuren en lekker fruit. **

    Daarna kwamen er drie rosé's, het degustatiestukje waar ik al een week naar uit keek. De rosé's van Bandol kunnen ongelooflijk lekker en complex zijn, zeker als ze al wat geouderd hebben.

    3: Bandol, Rosé, Jean-Pierre Gaussen, 2011: 30% mourvèdre, 30% cinsault, 30% grenache (en één van die drie klopt niet...). Leuk aroma met neuzekes en snoep, zeer fruitig en mooi uitgebalanceerd, mooie structuur en erg leuk. **

    4: Bandol, Rosé, Château de Pibarnon, 2004: 50% mourvèdre, 50% cinsault. Tijd voor het echte werk dus. 8 jaar oude rosé, het lijkt een vloek, maar het is het niet en er bestaan ekele rosés op de wereld die inderdaad schitterend ouderen. Dit is er één van. Zéér intense neus, heel mooi fruit, mooie complexiteit. Ook in de mond héél apart en héél complex, met een heel lange en interessante afdronk met ondermeer amandelen. Twee dagen later, meer rozen en andere bloemen in de neus, en nog steeds een erg mooi aroma. In de mond nog altijd leker en mooi en interessant. Heel mooie structuur. ***(*)

    5: Bandol Rosé, Domaine Lafran-Veyrolles, 2005: 70% mourvèdre, 20% cinsault, 10% grenache. Kleur van oud goud. In de neus boenwas en uitgedroogde mandarijntjes; zacht en zeer complex in de mond, erg lang ***(*)

    Deze wijnen kostten tussen de 10 en de 15 euro en waren stuk voor stuk heerlijk. Heel erg lekker jong, maar ongelooflijk lekker na het uitoefenen van wat... Geduld.

     

  • Geduld !

    Pin it!

    cahorsfoto.JPG

    Ik vind het één van de moeilijkste dingen als wijnliefhebber: tijd. Elke wijnfanaat kent dit fenomeen: je reist door een mooie wijnstreek, je koopt er wijn, je slaat die op in je kelder (je vingers jeuken al om er eentje open te doen) en je noteert de ideale datum om de eerste fles te kraken. Bij veel wijnen valt dat mee, een paar jaar volstaan en dat houden we wel vol, maar er is nu eenmaal een hele groep wijnen die veel langer tijd vragen (tien jaar of meer) en dan slaat de vertwijfeling geregeld toe. Zou hij toch nog niet klaar zijn ? Zou karaferen misschien helpen ? En als ik er een paar dagen over doe ? En hop, daar gaat de eerste fles open, een paar jaar na aankoop, en een dag later vraag je je af waarom je in godsnaam zes flessen hebt gekocht van iets dat lelijk tegenvalt. En hoe ben je daar in vredesnaam toe gekomen ?

    Op een bepaald moment in je leven drink je je eerste grote wijn. Bij mij was dat een Chateau Clinet 1986, een Pomerol, in 2002, in Le Tour d'Argent in Parijs. een week later sta je in de Carrefour voor het Bordeaux rek te kiezen en begint de reis. Al snel drink je je eerste flessen veel te vroeg. Da valt uiteraard tegen, en dan begint fase twee, waarin je als een stuiterballetje door de wijnwereld vliegt, van Chili naar de Moezel, van riesling naar malbec, van sherry tot sauternes, en waarin je zo ongeveer alles proeft wat er te vinden is, eerst nog in allerlei supermarkten, en dan schoorvoetend bij de eerste serieuze wijnhandelaar (waar je eerst niet goed naar toe durfde omdat je schrik had om er door de mand te vallen). Je palet verbetert, je leest en je proeft, je praat erover met gelijkgestemden (de geboorte van CSP ging zo) en onderweg heb je kennisgemaakt met de wat moeilijkere wijnregio's als Cahors, Madiran of Bandol, en vroeg je je af waarom mensen zich zo druk maken over die wijnen. Dan proef je je eerste malbec-, tannat- of mourvèdre-gedomineerde wijn die op dronk is, en kom je tot een verbijsterend maar ook bedroevend inzicht. Die wijn is magnifiek maar je hebt geduld nodig...

    En dat is behoorlijk frustrerend ! In een wereld die draait rond onmiddellijke genoegdoening en waarin zelfs vele Bordeaux onder druk van de markt al jong lekker en drinkbaar zijn, is dit een tegenwringend gegeven. Bovendien hebben die wijnregio's het precies daarom ook moeilijk (zoek maar eens goeie Cahors bij uw wijnhandelaar). Deze wijnen kosten geen geld, ze zijn vaak niet zo duur en voor prijzen tussen de 15 en 25 euro kan je al toppers kopen, maar ze kosten wél tijd, en om de een of andere reden is tijd vandaag duurder dan geld. In augustus 2005 bracht ik een weekje vakantie door in de Cahors. Wij slurpten er de krachtige rosés van malbec (lekker hoor), kauwden één of keer onze kaken stuk op een échte Cahors, maar geloofden dan toch maar in het verhaal en reden terug naar huis met een paar dozen van die koppige, stroeve, gesloten, afwijzende rode wijnen waar de regio zo bekend voor is.

    In de herfst gaat de eerste open en proeven we...niks. Die doos vliegt de rekken in, ergens onderaan, met een datum ergens in de verre toekomst. Een eeuwigheid later (zo'n drie à vier jaar) vinden we het wel welletjes geweest: waar liggen die flessen nu ook al weer ? hop open, de karaf in, verdorie dit valt tegen, zo onevenwichtig, zo gesloten, zo wrang, zo teleurstellend, waarom heb ik dit gedaan, onnozelaar die ik ben, geld weggegooid etc etc

    Nog eens vier jaar later struikelen we nog eens over die flessen. Het is kerstvakantie, we hebben wat tijd, en kom, laat ons er nog een eentje opentrekken, anders moet ik ze toch weggooien. Een half uur later zit je verbouwereerd aan je keukentafel: het lelijke eendje is een zwaan geworden.

    Bij mij gebeurde dit onlangs met een in een lokale supermarkt gekocht Le Prestige 2002 van de gebroeders Verhaeghe in de Cahors. Door mijn verblijf in de regio ben ik een tijdje gefascineerd geweest door de wijnregio, ik kocht en proefde het één het ander, proefde een paar jaren later nog eens, en vroeg me af waarvoor al die poeha nodig was: dit is niet lekker. Deze vakantie, tien jaar na botteling dus, deed ik toch nog maar eens een fles open. Een heel straffe geparfumeerde neus waaide me uit het glas tegemoet. Het aroma was een mengeling van ouderwetse parfums, rood fruit en nog iets dat ik maar hout zal noemen, en het leek plots alsof ik in zo'n echte ouderwetse bistro zat, naast een bejaarde maar stijlvolle dame, na het eten, in een zaal die nog volhangt van allerlei geuren. In de mond was deze wijn fluweelzacht, met heel mooi versmolten tannines, rond en intens, met een knappe fraîcheur en een erg lange afdronk. Ik voelde me warm en gezellig en op zijn zondags, met een wijn als een oude vriend, in harmonie met de wereld. Ik betaalde hier 11 euro voor in een supermarkt in Montcucq. Misschien moet ik nog maar eens wat Cahors kopen voor de kerstvakantie van 2020.

    Er liggen echter nog een paar flessen Le Cèdre, de topper van Verhaeghe, in de kelder. Nog een beetje geduld...