Evora 2: hap, een kleine wandeling, en nog eens hap.

Pin it!

Ondertussen werden wij verwacht in onze eerste culinaire stopplaats, de Taberna Tipica Quarta-Feira, één van Evora's populairste restaurants, N°1 bij Trip Advisor en al jarenlang een vaste waarde bij de Guide du Routard. De formule is uiterst eenvoudig: ga zitten, wacht af en geniet. Er is geen spijskaart, er is geen wijnkaart, maar zodra je zit komt er een reeks hapjes op je af en een fles wijn, en over het hele internet heb ik gezocht naar iemand die dit niet leuk vond en ik heb hem niet gevonden. Zé Dias, de chef-kelner-patron is zo aardig en écht, het eten zo lekker en de wijn zo goed dat niemand het in zijn hoofd haalt om te protesteren: je geniet gewoon. En de prijs-kwaliteit kent zijn gelijke niet in Evora !

 

evora12.JPG

 

De maaltijd begon traditioneel met schijfjes heerlijke op de tong smeltende ham, champignon-hoedjes gevuld met look en olie, en onze eerste kennismaking met dat heerlijke Portugese kaasje, de Azeitão, een ronde sterk afsmakende schapenkaas waarvan je de zachte, lopende binnenkant uitlepelt en op stukjes brood smeert...en ja, het is even lekker als het klinkt ! In het glas kwam de Premium Escolha 2009 van Paulo Laureano, één van de meest pittoreske figuren van het wijnlandschap rond Evora, maar ook een heel sterk wijnmaker met een flamboyant en uitgesproken karakter (we zouden er later nog meer van horen) en deze wijn was zoals zijn baasje: stevig, heel expressief en exuberant, een beetje zwaar zelfs, maar heel goed passend bij de gerechten. **, dus. De wijnmaker is trouwens een hele goede vriend van de chef.  

 

evora11.JPG

 

Het pièce de resistance, een echte signature dish, moest nog komen: het langzaam gegaarde zwarte zwijn van de Alentejo, samen met overheerlijke rijst en een schotel waarin wij broccoli en ansjovis vermoedden. Indien dit wordt opgediend binnen een straal van 20km van een Weight Watchers vestiging springen alle alarmlichten, maar verdraaid wat was dit lekker !!! Het was dan ook onze eerste kennismaking met een uiterst sympathiek dier waarvan wij nog enkele delen beter zouden leren kennen: il porco iberico of het Iberische zwijn, zo noemen ze het in Spanje, of het Alentajano-varken, zo noemen ze het in Portugal. Het is een gedomesticeerd maar vrij rondlopend zwartgekleurd varken. Gedurende een periode van het jaar leeft het van eikels die een unieke smaak aan zijn vlees geven. Voor de boeren die kurkeik hebben is het een economisch gunstige oplossing, want de kurkeik geeft maar eens om de zeven jaar opbrengst, en van dit varken kan je de biggen elk jaar oogsten. Eén varken heeft wel ongeveer een hectare nodig, en liefst met een mengeling van de vier eikrassen om de échte smaak aan te brengen. In de lokale keuken vind je de prachtigste gerechten terug van dit beest.

Net wanneer je denkt dat het niet beter kan, wordt het nog beter: het dessert. Mel e Noz is een dessert waarbij laagjes pannekoek en honing op elkaar worden gelegd, dat we in ieder restaurant anders gemaakt zagen, maar telken volgens hetzelfde basisprincipe. Erg lekker ! Ongevraagd maar ook onbetaald kregen we nog een glaasje dessertwijn, de Licoroso 2007 van Mouchão, één van de cultdomeinen van de regio, waar dezelfde Paulo Laureano de wijn maakt. Het is een 100% alicante bouschet, met vijf jaar vatrijping, die wordt gemaakt als een portwijn en daar dan ook wel wat op lijkt. Lekker glaasje, bitterder dan de meeste porto's, en een aanrader. Voor heel dit culinaire festijn betaalden wij 180 euro voor 7 personen...

 

evora7.JPG

 

Zo'n maaltijd eist wat inspanning om het te verteren, dus wij terug op wandel door de stad, en om terug met beide voeten op de grond te komen bezochten wij een eerder macaber oord, de Capela dos Ossos. Wij, de beenderen die hier liggen, wij wachten op de uwe... was de vrolijke boodschap bovenaan de ingang. De kapel die volledig is bekleed met ongeveer 5000 schedels en beenderen, afkomstig van de kerken en begraafplaatsen van Evora, werd in de 16de eeuw, in volle Contrareformatie, opgetrokken door een Franciskaner monnik om ons te herinneren aan het droeve lot dat ons allen wacht...na het eten :-))

 

evora4.JPG

 

Zo ver is het echter nog niet en ondertussen kwam de zon er weer door en dus stoomden wij weer naar het terrasje om na een biertje of twee wat te rusten (om 4 uur opstaan , het kruipt niet in je kouwe kleren) in het hotel en ons voor te bereiden op het volgende restaurant, heel symbolisch na deze middag misschien wel het sjiekste van de reis. 

 

evora5.JPG

Het centrale Giraldo Sempavor plein.

 

O Fialho is al 50 jaar het bekendste restaurant van Evora, en het was lang het enige dat culinair wat te bieden had. Het ligt in een achterafstraatje maar is goed aangeduid en wij kwamen na een wandeling door de pittoreske straatjes mooi op tijd aan om er te starten met een rosé schuimwijn van Cartuxa die nietszeggend was (dit is absoluut geen streek voor bubbles, het is echt maar een bijproduct om de portfolio compleet te maken). Op tafel stonden opnieuw uitgelezen hapjes, van heel lekkere kikkererwten, onze eerste Queijo de Evora, een uitmuntend lokaal kaasje, tot inktvisjes en empadas de galinha (kippenpasteitjes). In het glas verscheen ondertussen een mooie witte, de Monte da Peceguina 2010 van de Herdade de Malhadinha Nova, een goed domein. Deze blend van Antão Vaz, Roupeiro, Arinto en Verdelho was alleraardigst, een beetje geurend en smakend naar ananas en in ieder geval lekker, maar misschien wat simpel.

 

evora16.JPG

 

Gebrek aan ervaring leidde ons nog tot een kapitale fout: we bestelden een voorgerecht. Op zichzelf was dat al volledig overbodig, met de hapjes vooraf vul je in België al een maaltijd, maar het lichte hapje dat ik voor ogen had toen ik de kwarteleitjes met worst bestelde bleek een weliswaar lekkere maar ook moordende schotel te zijn met niet minder dan negen kwarteleieren gelardeerd met schijven couriço. In België noemen ze zoiets een houthakkersontbijt, en als ik het minste vermoeden had dat mijn huisarts meelas, deed ik hier aan zelfcensuur !!

 

evora14.JPG

 

Ik werd gelukkig gered door een traditioneel hoofdgerecht, varkenspootjes, dat zo tegenviel dat ik er niet veel van gegeten heb. Wat dan weer de gelegenheid gaf om me te concentreren op de wijn. De eerste rode, de Quinta de Terrugem 2006, was een blend van Aragones, Trincadeira en Alicante Bouchet, drie druivenrassen die hier overal aangeplant staan, en die bestand zijn tegen de hete en droge zomers van de Alentejo. Een stevige wijn, heel normaal hier, maar met een mooi aroma, zuiver en evenwichtig in de mond. Een beetje kort, helaas, en echt wel ok, maar de volgende wijn stelde hem in de schaduw (en beloofde veel voor morgen).

De Quinta do Mouro 2006 was even stevig, even overdonderend, maar met één groot verschil:hij was ook elegant en fijn en schitterend gestructureerd. Het zou ons de volgende dagen gaan opvallen: de naam van de tandarts/wijnmaker die hem schiep werd overal met een glimlach en bewondering uitgesproken.

PS ondertussen werden we echt moe, en ik herinner me het dessert nauwelijks. Door de donkere steegjes van Evora naar huis, nog een Super Bock en een Bushmills in het hotel en we gingen in coma...

 

evora13.JPG

 

De commentaren zijn gesloten.