• Evora 3: informatief intermezzo

    Pin it!


    www.visitalentejo.pt

    Met zijn weidse golvende landschap is de Alentejo de graanschuur van Portugal, zo belangrijk voor de voedselvoorziening van Portugal dat de wijnteelt er lang scheef werd aangekeken en verbannen naar de onvruchtbaarste stukjes land. Het klimaat wordt er continentaler, met koude winters en hete schrale zomers, en het is de regio van kurkeik en het zwarte varken en natuurlijk, van stevige, in zon-gedrenkte rode wijnen. Het landschap verandert er continu van kleur, zeker in de lente en de vroege zomer, om dan tegen de late zomer uitgedroogd en schraal te worden. De ondergrond is rotsachtig met afwisselend leem, graniet en leisteen, en omdat de zomers er zo droog zijn is het belangrijk dat het er in de winter voldoende regent.

    Trincadeira, Periquita en Aragones (tempranillo) zijn de belangrijkste lokale rode druiven, maar Alicante Bouschet is breed aangeplant om meer kleur te geven, en Syrah en Cabernet Sauvignon worden meer en meer gebruikt. De traditionele wijnen zijn aards, fruitig en kruidig en geven vaak heel goed de invloed van het jaar weer. Er bestaan ook veel modernere, fruitgedreven en tamelijk snel te consumeren wijnen die goed gemaakt en populair zijn voor de export. Veel wijnen zijn rijk aan materie en alcohol door de hete zomers, maar de beste zijn tegelijk ook heel evenwichtig. Bijna alle betere wijnen zijn blends. 

    www.vinhosdoalentejo.pt

    Allemaal vallen ze onder de Alentejano VR (Vinho Regional), maar je ziet soms ook de benaming Alentejo DOC voor de acht subregio's Portalegre, Borba, Redondo, Evora, Reguengos, Granj-Amarela, Vidigueira en Moura, waar de beste wijngaarden zouden liggen, en die vroeger elk een aparte appellatie hadden. De VR benaming geeft echter meer vrijheid aan de wijnmaker en wordt dan ook het meest toegepast. 

    Er wordt vooral rode wijn gemaakt en de productie van witte is marginaler, alhoewel bijna elke wijnboer er eentje maakt voor de lokale markt. Arinto en Antão Vaz zijn de belangrijkste rassen, aangevuld door roupeiro, rabo de ovelha, diagalves en mantuedo. Vooral met Antão vaz worden aardige wijnen gemaakt, maar de wijnboeren nemen ze zelf niet helemaal serieus: hier wordt rode wijn gemaakt.

    De Alentejo is uitgegroeid tot een populaire wijnstreek. De combinatie van een regelmatig klimaat, veel plaats (de regio is erg dunbevolkt) en Europese steun voor de nodige investeringen heeft gemaakt dat de streek een heel geode reputatie kreeg voor het maken van wijn met een goede prijs en hoge kwaliteit. João Portugal Ramos, Luis Duarte en Paulo Laureano zijn getalenteerde oenologen die ook veel als consulent werken. Esporão is het grootste merk hier en de kwaliteit ervan is behoorlijk goed, maar de interessantste domeinen zijn de Quinta do Mouro, Cortes de Cima, Mouchão, Malhadinha Nova en J. Portugal Ramos. 

    De belangrijkste druivenrassen van de Alentejo zijn de volgende:

    Trincadeira: ook bekend als tinta amarela. Oudste en breedst aangeplante druif van de regio. Houdt van hete en droge zomers en absoluut niet van regen. Aroma's van zwarte bessen, pruimen, wilde bloemen en kruiden. 

    Aragones: eigenlijk tempranillo. Vooral aroma's van pruimen en kruiden.

    Periquita of Castelão: kan worden aangeplant op zanderige ondergrond en wordt veel gebruikt voor tafelwijn. 

    Alicante Bouschet: Franse druif, breed aangeplant om meer kleur aan te brengen, ook bekend als garnacha tintorera. Zeer goed aangepast aan de hete Portugese zomer, maar in mono-cépage extreem tanninerijk.

    Volgende week gaan we op bezoek bij de tandarts !!  

     

  • Evora 2: hap, een kleine wandeling, en nog eens hap.

    Pin it!

    Ondertussen werden wij verwacht in onze eerste culinaire stopplaats, de Taberna Tipica Quarta-Feira, één van Evora's populairste restaurants, N°1 bij Trip Advisor en al jarenlang een vaste waarde bij de Guide du Routard. De formule is uiterst eenvoudig: ga zitten, wacht af en geniet. Er is geen spijskaart, er is geen wijnkaart, maar zodra je zit komt er een reeks hapjes op je af en een fles wijn, en over het hele internet heb ik gezocht naar iemand die dit niet leuk vond en ik heb hem niet gevonden. Zé Dias, de chef-kelner-patron is zo aardig en écht, het eten zo lekker en de wijn zo goed dat niemand het in zijn hoofd haalt om te protesteren: je geniet gewoon. En de prijs-kwaliteit kent zijn gelijke niet in Evora !

     

    evora12.JPG

     

    De maaltijd begon traditioneel met schijfjes heerlijke op de tong smeltende ham, champignon-hoedjes gevuld met look en olie, en onze eerste kennismaking met dat heerlijke Portugese kaasje, de Azeitão, een ronde sterk afsmakende schapenkaas waarvan je de zachte, lopende binnenkant uitlepelt en op stukjes brood smeert...en ja, het is even lekker als het klinkt ! In het glas kwam de Premium Escolha 2009 van Paulo Laureano, één van de meest pittoreske figuren van het wijnlandschap rond Evora, maar ook een heel sterk wijnmaker met een flamboyant en uitgesproken karakter (we zouden er later nog meer van horen) en deze wijn was zoals zijn baasje: stevig, heel expressief en exuberant, een beetje zwaar zelfs, maar heel goed passend bij de gerechten. **, dus. De wijnmaker is trouwens een hele goede vriend van de chef.  

     

    evora11.JPG

     

    Het pièce de resistance, een echte signature dish, moest nog komen: het langzaam gegaarde zwarte zwijn van de Alentejo, samen met overheerlijke rijst en een schotel waarin wij broccoli en ansjovis vermoedden. Indien dit wordt opgediend binnen een straal van 20km van een Weight Watchers vestiging springen alle alarmlichten, maar verdraaid wat was dit lekker !!! Het was dan ook onze eerste kennismaking met een uiterst sympathiek dier waarvan wij nog enkele delen beter zouden leren kennen: il porco iberico of het Iberische zwijn, zo noemen ze het in Spanje, of het Alentajano-varken, zo noemen ze het in Portugal. Het is een gedomesticeerd maar vrij rondlopend zwartgekleurd varken. Gedurende een periode van het jaar leeft het van eikels die een unieke smaak aan zijn vlees geven. Voor de boeren die kurkeik hebben is het een economisch gunstige oplossing, want de kurkeik geeft maar eens om de zeven jaar opbrengst, en van dit varken kan je de biggen elk jaar oogsten. Eén varken heeft wel ongeveer een hectare nodig, en liefst met een mengeling van de vier eikrassen om de échte smaak aan te brengen. In de lokale keuken vind je de prachtigste gerechten terug van dit beest.

    Net wanneer je denkt dat het niet beter kan, wordt het nog beter: het dessert. Mel e Noz is een dessert waarbij laagjes pannekoek en honing op elkaar worden gelegd, dat we in ieder restaurant anders gemaakt zagen, maar telken volgens hetzelfde basisprincipe. Erg lekker ! Ongevraagd maar ook onbetaald kregen we nog een glaasje dessertwijn, de Licoroso 2007 van Mouchão, één van de cultdomeinen van de regio, waar dezelfde Paulo Laureano de wijn maakt. Het is een 100% alicante bouschet, met vijf jaar vatrijping, die wordt gemaakt als een portwijn en daar dan ook wel wat op lijkt. Lekker glaasje, bitterder dan de meeste porto's, en een aanrader. Voor heel dit culinaire festijn betaalden wij 180 euro voor 7 personen...

     

    evora7.JPG

     

    Zo'n maaltijd eist wat inspanning om het te verteren, dus wij terug op wandel door de stad, en om terug met beide voeten op de grond te komen bezochten wij een eerder macaber oord, de Capela dos Ossos. Wij, de beenderen die hier liggen, wij wachten op de uwe... was de vrolijke boodschap bovenaan de ingang. De kapel die volledig is bekleed met ongeveer 5000 schedels en beenderen, afkomstig van de kerken en begraafplaatsen van Evora, werd in de 16de eeuw, in volle Contrareformatie, opgetrokken door een Franciskaner monnik om ons te herinneren aan het droeve lot dat ons allen wacht...na het eten :-))

     

    evora4.JPG

     

    Zo ver is het echter nog niet en ondertussen kwam de zon er weer door en dus stoomden wij weer naar het terrasje om na een biertje of twee wat te rusten (om 4 uur opstaan , het kruipt niet in je kouwe kleren) in het hotel en ons voor te bereiden op het volgende restaurant, heel symbolisch na deze middag misschien wel het sjiekste van de reis. 

     

    evora5.JPG

    Het centrale Giraldo Sempavor plein.

     

    O Fialho is al 50 jaar het bekendste restaurant van Evora, en het was lang het enige dat culinair wat te bieden had. Het ligt in een achterafstraatje maar is goed aangeduid en wij kwamen na een wandeling door de pittoreske straatjes mooi op tijd aan om er te starten met een rosé schuimwijn van Cartuxa die nietszeggend was (dit is absoluut geen streek voor bubbles, het is echt maar een bijproduct om de portfolio compleet te maken). Op tafel stonden opnieuw uitgelezen hapjes, van heel lekkere kikkererwten, onze eerste Queijo de Evora, een uitmuntend lokaal kaasje, tot inktvisjes en empadas de galinha (kippenpasteitjes). In het glas verscheen ondertussen een mooie witte, de Monte da Peceguina 2010 van de Herdade de Malhadinha Nova, een goed domein. Deze blend van Antão Vaz, Roupeiro, Arinto en Verdelho was alleraardigst, een beetje geurend en smakend naar ananas en in ieder geval lekker, maar misschien wat simpel.

     

    evora16.JPG

     

    Gebrek aan ervaring leidde ons nog tot een kapitale fout: we bestelden een voorgerecht. Op zichzelf was dat al volledig overbodig, met de hapjes vooraf vul je in België al een maaltijd, maar het lichte hapje dat ik voor ogen had toen ik de kwarteleitjes met worst bestelde bleek een weliswaar lekkere maar ook moordende schotel te zijn met niet minder dan negen kwarteleieren gelardeerd met schijven couriço. In België noemen ze zoiets een houthakkersontbijt, en als ik het minste vermoeden had dat mijn huisarts meelas, deed ik hier aan zelfcensuur !!

     

    evora14.JPG

     

    Ik werd gelukkig gered door een traditioneel hoofdgerecht, varkenspootjes, dat zo tegenviel dat ik er niet veel van gegeten heb. Wat dan weer de gelegenheid gaf om me te concentreren op de wijn. De eerste rode, de Quinta de Terrugem 2006, was een blend van Aragones, Trincadeira en Alicante Bouchet, drie druivenrassen die hier overal aangeplant staan, en die bestand zijn tegen de hete en droge zomers van de Alentejo. Een stevige wijn, heel normaal hier, maar met een mooi aroma, zuiver en evenwichtig in de mond. Een beetje kort, helaas, en echt wel ok, maar de volgende wijn stelde hem in de schaduw (en beloofde veel voor morgen).

    De Quinta do Mouro 2006 was even stevig, even overdonderend, maar met één groot verschil:hij was ook elegant en fijn en schitterend gestructureerd. Het zou ons de volgende dagen gaan opvallen: de naam van de tandarts/wijnmaker die hem schiep werd overal met een glimlach en bewondering uitgesproken.

    PS ondertussen werden we echt moe, en ik herinner me het dessert nauwelijks. Door de donkere steegjes van Evora naar huis, nog een Super Bock en een Bushmills in het hotel en we gingen in coma...

     

    evora13.JPG

     

  • Evora 1: een lange brug, een kasteel op een heuvel en een Taberna Tipica.

    Pin it!

    Wie lekker wil eten moet daar soms vroeg voor opstaan, dat is een alom erkende waarheid, en het was dus niet voor niks dat wij ons om zes uur 's morgens halfdood in Zaventem bevonden om gesterkt door een espresso'ke de vlucht naar Lissabon aan te vatten. Twee en een half uur later vroeg ik mij even af waarom ze branders installeren op een trap naar de tarmac, om me dan even later te realiseren dat wat ik voelde de normale buitentemperatuur was...zo maar eventjes 20°C verschil met het thuisfront.

    Snel een minibus gehuurd dus en voor we goed en wel wakker waren stuurde organisator Johan ons al over de 17km lange Vasco da Gama brug richting het Portugese binnenland in, op weg naar Evora , met zijn door de Unesco als Werelderfgoed erkende binnenstad. Onderweg flitsten wijngaarden (Moscatel de Setubal), gestripte kurkeiken, ooievaars nestelend op electriciteitspylonen en verlaten huisjes ons voorbij, tot we met min of meer slippende banden Arraiolos binnenreden, onze eerste stop, helaas in een miezerregentje en redelijk veel mist...

     

    evora1.JPG

    Echt een constante deze reis: was die in mist en miezerregen hangt te...ja wat eigenlijk ?

     

    Maar ok, even de beentjes strekken, een wandelingske, en bovenop Arraiolos ligt een burcht, en begeleid door een enthousiaste gids-straathond wandelden wij door de redelijk goed bewaarde resten van een 13de eeuwse burcht. keken naar middeleeuwse graffiti, en pierden door de mist naar een ons verborgen blijvend landschap. Dan maar even door het stadje gewandeld, gemerkt dat alle ramen werden omgeven door een blauwe rand om de duivel af te weren, en de lokale produktie van wollen tapijten bekeken, ongetwijfeld de échte reden waarom de duivel deze plaats liet links liggen. Kortom, niet het meest flitsende stadje van Portugal !

     

    evora2.JPG

     

    Dus wij repten ons snel naar Evora, onze thuisbasis voor de volgende dagen, de mist trok weg, de zon klopte aan het raam, en voor ik goed en wel Arraiolos kon zeggen zaten we in ons prachtige hotel aan de welkomstdrink !! De Albergeria do Calvario www.albergariodocalvario.com werd gebouwd op de grondvesten van het atelier waar het tegenoverliggende klooster zijn olijfolie perste, toen wijd en zijd bekend als de beste van de regio. Die olijfolie is weg, maar vandaag is het even bekend voor zijn service en klantgerichtheid en voor zijn geweldige ontbijt en het is niet voor niks N°1 op Tripadvisor. Wij werden ontvangen door een zeer bevallige dame die ons een plan van de stad gaf met een heel deskundige uitleg, en een glas Herdade de Calada Reserva 2010, een mooie en intense fruitgedreven witte met nét genoeg eik en niet teveel ! Voeg daar die geweldige kaastaart en notentaart aan toe, en wij hadden het direct door: we waren met ons gat in de boter gevallen !

     

    evora3.JPG

     

    Ondertussen kwam de zon er een beetje door en drong een stadswandelingetje zich op, een eerste kennismaking zeg maar, en al snel stonden we tegenover Evora's grootste trots: de templo de Diana, een Romeinse tempel die middenin de stad ligt. Hij dateert uit de 1e eeuw na Christus en was eigenlijk gewijd aan keizer Augustus in een periode waarin de Romeinse keizers de status van God kregen. Hij stond in het midden van het forum, op de hoogste plaats van Evora, en errond strekte zich een heel domein uit met gebouwen voor administratie en eredienst die vandaag volledig verdwenen zijn. Hij werd in de 5de eeuw na Christus verwoest en in de Middeleeuwen gebruikt als opslagplaats en nog later als toren van het kasteel van Evora, en daarvoor werden de ruimtes tussen de zuilen opgevuld met ander materiaal. In de 19de eeuw was het zelfs even een slachthuis, maar in 1840 begonnen archeologen met opgravingen en reconstructie en tegen 1869 was hij min of meer in ere hersteld. 

     

    evoratemploarchivo.jpg

     

    Het centrum van Evora is Unesco Werelderfgoed en absoluut de moeite, maar het is leuk om je verbeelding even te laten gaan tot de middeleeuwse periode. Wij vergeten dat vaak, maar de grote Romeinse monumenten zijn in veel Europese steden redelijk lang bewaard gebleven, deels omdat de barbaren toen ze de macht overnamen niet in steden wilden wonen, en deels omdat ze zo goed gebouwd waren. Pas redelijk laat zijn veel van die dingen afgebroken en zelfs in Evora heeft tot 1570 een prachtige Romeinse triomfboog gestaan. 

    Zo'n beetje cultuur werkt uiteraard op de maag en op de keel, en ondertussen scheen de zon. Terraskestijd dus, op de Praco de Giraldo, genoemd naar Giraldo Sem Pavor (Zonder Vrees) die hier in 1165 de Moren buitenwipte, een erg leuk groot plein, heel mooi en gezellig, maar het was ook de plaats waar de Inquisitie zijn vurige werk deed en waar duizenden mensen aan hun einde kwamen op de brandstapel, en waar in revolutionaire tijden menig edelman zijn hoofd verloor. Nu, dat lieten wij ons niet aan het hart komen, en wij aperitiefden tevreden in de zon, een hongerke opbouwend voor de eerste culinaire landslide van de vakantie.     

  • Geen geduld gehad: The New Black Wine

    Pin it!

    De Engelsen hebben altijd iets met de Cahors gehad. Toen Engelse vorsten het nog als een deel van hun erfbaar patrimonium beschouwden, in de Middeleeuwen dus, was er naast veel oorlog ook een levendige handel tussen de regio en Engeland. De laatste twintig jaar waren er ook veel Engelsen die, verleid door de wisselkoers van het Britse pond en goedkope vliegtuigtickets, massaal huizen en domeinen opkochten in de regio. Dat sprookje is ondertussen weeral voorbij, maar de historische band tussen de twee gebieden blijft.

    De regio rond Cahors werd Engels toen Henri Plantagenet Eleanore van Aquitaine, toen de mooiste en rijkste vrouw van het Christendom, afsnoepte van de Franse koning en zijn en haar Franse bezittingen verenigde. Er kwam een intense handelsstroom tussen Engeland en zijn overzeese bezittingen op gang en in 1225 decreteerde Henri III Plantagenet dan ook dat die van Bordeaux niet het recht hadden om de wijnen uit Cahors tegen te houden. Gedurende heel de Middeleeuwen zou de wijn zeer populair blijven in Engeland en omwille van zijn donkere kleur (malbec!) bekend staan als Black Wine. De stévige tannines maakten de wijn erg geschikt voor zeetransport en als een echte bewaarwijn kon hij tegen een stootje. Warschijnlijk waren de fabricatiemethodes ook een beetje anders, en het is dat wat Jean-Luc Baldès heeft geprobeerd na te bootsen.

    The New Black Wine wordt gemaakt van de druiven van de beste stukjes van een 1,3ha groot perceel met héél oude stokken die heel lage en zeer geconcentreerde opbrengsten kennen. Als ze erg rijp zijn worden ze héél zorgvuldig met de hand geplukt en getrieerd, uitgespreid op paletten, op elkaar gestapeld en in warme ovens gezet. Deze techniek noemt men passerillage. Tijdens het proces concentreren de suikers zich nog doordat er vocht uit de druiven verdwijnt, terwijl de zuren blijven (wat bij een zgn. vendange tardive niet gebeurt). Hierna gebeurt de verdere productie klassiek, met fermentatie op inox, en zonder toevoeging van likeur, zodat het niet gaat om een versterkte wijn. Ook de Italiaanse Amarone in de Veneto wordt ongeveer op deze manier gemaakt. De rijping gebeurt 18 maanden op eik. Het hele proces is zo intens dat deze wijnen niet goedkoop zijn en deze jongen kost dan ook 45,27 euro, maar het voordeel is dat je er de volgende 20 à 30 jaar naar kan blijven kijken.

     

    newblack.jpg

     

    In de neus Schwarzwaldkirschtorte, rijk en fruitig. In de mond stevig maar zuiver, heel evenwichtig, helemaal niet plakkerig en de alcohol is heel goed ingekapseld (15,5%). De afdronk is zéér lang en, ik herhaal, heel puur en zuiver. Prachtig fruit. ***(*), maar eigenlijk moeilijk te kwoteren door gebrek aan ervaring. Maar ik kan me inbeelden dat deze wijn 20 jaar bewaart, ja. 

    Interessant man, die Jean-Luc Baldès !!