Evora 6: de dame met de rozen, bittere armoede en een ongelukkige duif.

Pin it!

Rondwandelend binnen de kasteelmuren van boven-Estremoz zagen we wat verder waar de naam van ons restaurant vandaan kwam. Het verhaal van de Heilige Isabella en de rozen is in Portugal erg bekend. De heilige Isabella (voor ons is haar naam Elizabeth van Aragon) was wat religieuzer en vrijgeviger dan haar echtgenoot, koning Dionyisius (Dom Dimis), nogal een onaangenaam man, voor lief nam. Toen ze weer eens op weg was naar één van de arme wijken rond het kasteel hield hij haar tegen met de vraag waar ze naar toe ging. Toen hij ze verplichtte om de broden te tonen die ze onder haar mantel verborgen had, veranderden deze op miraculeuze wijze in rozen.

DSC04824.JPG

 

Dit stadsdeel van Estremoz wordt overheerst door de Torre de Menagem, ook bekend als de Toren van de Drie Kronen. Het kasteel dateert uit 1258 en is vandaag een luxehotel (een parador) en volgens bronnen als tripadvisor de moeite van het verblijven waard. Estremoz zelf bestaat vooral bekend om zijn marmer en de straten zijn er hier letterlijk ook mee geplaveid, en in de miezerregen kreeg alles een mooie glans.

Mij bleef echter vooral onze wandeling bij in de Bairro de Santiago. Deze strekt zich uit van de voet van het kasteel tot de lager gelegen vestingswerken en het is één van de armste wijken van Estremoz. Wij begrepen eerst niet goed waarom elk minuscuul huisje twee deuren had, maar toen we in een vervallen exemplaar konden binnenkijken zagen we dat elk stulpje twee families huisvestte, één op de benedenverdieping en één op de bovenverdieping. Het is mij al een paar keer opgevallen, ook in een grote stad als Porto hoe in dit land de oude wijjken nog vol zitten met toestanden die wij zestig jaar geleden hebben zien verdwijnen. België, ongewaardeerd land van melk en honing...

 

DSC04839.JPG

 

Wij bezochten in de namiddag nog het aardige museum van Estremoz (volkskunst en archeologie), reden terug, kuierden wat door Evora en maakten ons klaar voor het volgende restaurant, het kleinste van de reis, maar alvast wat de hapjes betreft ook het lekkerste.

Tasquinho do Oliveira is een piepkleine gelegenheid in de hoofdstraat van Evora, vlak bij ons hotel, met plaats voor ongeveer 12 mensen. Wij hadden gereserveerd, tot chagrijn van de locals die de hele avond lang hun kans waagden op één van de drie overgebleven tafeltjes, en de supervriendelijke waard had onze tafel volgezet met verrukkelijke schoteltjes, het één al lekkerder dan het andere. 

 

DSC04857.JPG

 

Het is in Portugal de gewoonte dat je wanneer je gaat zitten het ene na het andere schoteltje met hapjes krijgt. Elk schoteltje heeft zijn prijs, zelfs de broodjes, maar je hebt het volste recht om ze te weigeren of terug te sturen. Bij onze eerste reis verkeerden wij nog in de overtuiging dat je daarna het klassieke voorgerecht-hoofdgerecht-dessert moet afhandelen en  werden na afloop op kruiwagens weggerold, maar eigenlijk ben je meestal erg vrij, je kiest gewoon wat je bevalt en alles wat ze je ongekozen voorschotelen mag je weigeren (maar het is meestal wel ongelooflijk lekker). 's Middags heb je op veel plaatsen wel een klein vast menu, vaak aan belachelijk weinig geld...

Wij kregen heerlijke uitlepelbare kaasjes, geweldige ham, inktvisjes, erg lekkere gevulde krab, een superbe jonge geitenkaas met een heerlijk confituurtje, gefrituurde visjes, een quiche met garnalen en spinazie en kaas (suflé de espinafre con camarão), gepaneerde stukjes vlees en startten de maaltijd met de beste witte van de reis, de Branco 2010 van de Herdade do Mlhadinha Nova, waar de alomtegenwoordige en zeer gewaardeerde Luis Duarte alweer de raadgevende oenoloog bleek. Niet goedkoop, deze blend van 65% arinto, 25% viognier en 10% chardonnay, ** waard, maar lekker, in een internationale stijl die even goed paste in Evora als in een restaurant in New York.

 

DSC04859.JPG

DSC04860.JPG

 

Omdat er een Monte dos Cabaços op de kaart stond, de 2005, deden wij onze gastvrouw van deze middag eer aan, en hadden er geen spijt van: eerst wat gedroogd fruit dat snel meer tabacé werd, in de mond fris en met voldoende volume. ** dus. Ondertussen werd alweer een traditionele schotel voor ons bereid: een arroz de pombo. Deze rijstschotel bleek duif te bevatten (er was wat discussie rond de betekenis van het woord pombo), was machtig maar lekker en werd vooral door de heren opgepeuzeld, de dames hadden de strijd al opgegeven. Zo'n machtige schotel vraagt ook een machtige wijn, maar geplaagd door schuldgevoelens en budgetproblemen moesten wij settelen voor de tweede wijn van Mouchão, de Ponte das Canas 2006, een blend van Touriga Nacional, Touriga Franca en Alicante Bouschet. De neus verraste ons trouwens erg, zwarte bessen en eucalyptus, en het leek wel een Australiër, als het niet voor de fraîcheur was. In de mond was hij perfect op dronk, heel fruitig met soepele tannines en heel lekker. ***(*) en hij liet iedereen zich afvragen hoe de eerste wijn van Mouchão dan wel was...

 

DSC04863.JPG

 

Na nog een collectieve slappe lach (een ziek mens weigerde verontwaardigd een strepsil omdat hij zetpil verstaan had), een sorbet van tangerine's (was dit de eerste keer dat ik dit proefde ? complexer dan een mandarijntje leek het), een suikerbom voor J. en een zeer korte wandeling naar het hotel, begon ik een urenlang gevecht met de airco die om een mysterieuze reden al twee dagen midden in de nacht aansloeg.  

 

De commentaren zijn gesloten.