bandol

  • Geduld !! (2)

    Pin it!

    Lang geleden, in de zomer van 2006, ben ik beginnen bloggen over wijn, geïnspireerd door een andere Vlaamse wijnblog, http://wijnliefhebbers.skynetblogs.be/, die de laatste tijd tot mijn grote spijt nog nauwelijks actief is. Eén thema bleef in die blogs maar terugkomen en de enthousiaste reacties van anderen met dezelfde smaak begonnen meer en meer te lijken op die van een sekte: de Bandol-liefhebbers. Uit nieuwsgierigheid kocht ik een paar flessen van twijfelachtige kwaliteit om die dan veel te jong te drinken, vroeg me af waar al het lawaai over ging, en liet de Bandol-beker aan mij voorbijgaan. Nog wat jaren later vervoegde één van die Bandolero's CSP en maakte ik kennis met de rosé's, in mijn ogen behorend tot het beste van wat Zuid-Frankrijk te bieden heeft, en met een fascinerend verouderpotentieel. Eind vorig jaar, meer dan zes jaar later dus, was het grote moment eindelijk aangebroken: een bandol tasting, mét oude flessen, halfblind geproefd en geleid door Venne, Bandolees par excellence. In dit stukje starten we met wit en rood.

    De Bandol-regio ligt in het uiterste zuiden van Frankrijk en het is daar warm. Zo warm zelfs dat het de favoriete plaats is van de mourvèdre-druif, een druif die houdt van bakken in de zon, waarmee men geweldig interessante wijnen mee kan maken maar die zich pas na lang wachten geeft: kortom, waar je geduld voor nodg hebt. Zelf ben ik nog nooit in de regio geweest, ben niet zo'n zonneklopper (give me the silver light and the green and the smell of freshly cut grass of that Sacred Isle), en verwijs u dus voor meer indrukken door naar deze twee links: http://wijnliefhebbers.skynetblogs.be/bandol/ en www.vinsdebandol.com

    Wat vandaag eerst in ons glas kwam was wit en ik keek er naar uit: de stevige witte wijnen van het zuiden hebben al lang mijn hart gestolen.

    1: Bandol Blanc, Jean¨-Pierre Gaussen, 2008:  60% clairette, 40% ugni blanc. een mooi voorbeeld van het geduld dat je moet hebben. Deze wijn viel namelijk eerst flink tegen. Drop, witte bloemen en zelfs wat houtlijmmaar eigenlijk erg gesloten. In de mond fris en erg gesloten, een beetje vage amandel. Bij de Grote Verdeling der Kletskes waarmee CSP traditioneel afsluit was niemand geïnteresseerd: zij dwaalden. Twee dagen later in de neus amandel en na wlsen heel mooi en lekker gedroogd fruit. In de mond strak en droog, met toetsen van goeie boenwas en gedroogd fruit, met héél interessante streepjes sinaasappel erboven op. Helemaal open gekomen en gewèldig lekker. ***. 

     

    gaussen.jpg

     

    2: Bandol Blanc, Domaine de la Bastide Blanche, 2010: 47% clairette de bellegarde, 32% ugni blanc, 14% bourboulenc en 7% sauvignon. Biodynamisch. Interessante en zelfs complexe wijn met peper en exotisch fruiit in de neus. In de mond mooi vet, zelfs wat stroperig, maar met genoeg zuren en lekker fruit. **

    Daarna kwamen er drie rosé's, het degustatiestukje waar ik al een week naar uit keek. De rosé's van Bandol kunnen ongelooflijk lekker en complex zijn, zeker als ze al wat geouderd hebben.

    3: Bandol, Rosé, Jean-Pierre Gaussen, 2011: 30% mourvèdre, 30% cinsault, 30% grenache (en één van die drie klopt niet...). Leuk aroma met neuzekes en snoep, zeer fruitig en mooi uitgebalanceerd, mooie structuur en erg leuk. **

    4: Bandol, Rosé, Château de Pibarnon, 2004: 50% mourvèdre, 50% cinsault. Tijd voor het echte werk dus. 8 jaar oude rosé, het lijkt een vloek, maar het is het niet en er bestaan ekele rosés op de wereld die inderdaad schitterend ouderen. Dit is er één van. Zéér intense neus, heel mooi fruit, mooie complexiteit. Ook in de mond héél apart en héél complex, met een heel lange en interessante afdronk met ondermeer amandelen. Twee dagen later, meer rozen en andere bloemen in de neus, en nog steeds een erg mooi aroma. In de mond nog altijd leker en mooi en interessant. Heel mooie structuur. ***(*)

    5: Bandol Rosé, Domaine Lafran-Veyrolles, 2005: 70% mourvèdre, 20% cinsault, 10% grenache. Kleur van oud goud. In de neus boenwas en uitgedroogde mandarijntjes; zacht en zeer complex in de mond, erg lang ***(*)

    Deze wijnen kostten tussen de 10 en de 15 euro en waren stuk voor stuk heerlijk. Heel erg lekker jong, maar ongelooflijk lekker na het uitoefenen van wat... Geduld.

     

  • Auf wiedersehen, mein freund !

    Pin it!

    Iemand zien vertrekken voor een carrière in het buitenland heeft altijd iets bitterzoets: enerzijds gaat hij het Grote Avontuur tegemoet, en da's leuk, anderzijds ga je hem wel een hele tijd niet meer zien, en wie mist er nu graag zijn vrienden ? Ons trouwe Duitse CSP lid vertrekt naar verre oorden en verzachtte de pil voor ons met een wijnfeestje te huize van, en met een leuk thema: welke wijn past het best bij kip ?

    We brachten allemaal een exemplaar mee, zorgvuldig ingepakt uiteraard, zodat etiket of naam geen invloed konden uitoefenen. Om de kelen en de magen wat te smeren begonnen we met twee buitenbeentjes: een rosé en een kakelfrisse witte. Eigenlijk hadden we die rosé moeten raden (het leven is soms simpeler dan je denkt): het was de Bandol, Rosé, Domaine du Gros Noré, 2005, en het was Venne, who else, die hem meebracht. Alleen G. haalde er de mourvèdre uit, en wij vonden hem vet en breed, maar zo goed als fruitloos, en wat voorbij. Nu is Alain Pascal, de maker, net bekend voor het bewaarpotentieel van zijn wijnen, maar dronken we deze nu op een slecht moment, of was hij al voorbij de top, we bleven het antwoord schuldig. Wel nog één * vanwege toch nog lekker en de fles leeggedronken...

    Om maag én keel te smeren had Stefan ons een fris lenteslaatje gemaakt en hij zou zichzelf niet zijn als daar geen witte uit de Pfalz bij werd geserveerd. De Weissburgunder, Jürgen Leiner, Pfalz, 2008 leek veel jonger dan hij was en had nog wat spritz, eigelijk overbodig in deze wijn maar wel bij het gerechtje passend. Wat nerveus, veel wit fruit, wat restsuiker, een sprankeltje en dus goed voor een *etje.

    Ondertussen gaarde de kip langzaam voort en ging de eerste fles van het examen open. Zo goed als iedereen plaatste hem in het warme zuiden, en er werd vooral Italië ! en Languedoc ! geroepen, tot er iemand Portugal...fezelde, en dat bleek correct. Kon iemand de druiven raden ? Neen, de woordjes codega, rabigato, donzelinho of viosinho zaten veilig opgeborgen in ons geheugen dat collectief dienst weigerde. Van der Niepoort stamelde nog iemand, en dat was wél correct: de wijn bleek de Redoma, Douro Branco, Niepoort Vinhos, 2009, vers gebotteld én lekker. In de neus overheersten wit fruit en heel mooie peper, in de mond was hij mooi vet, een wijn met een schitterende structuur, *** waard, meegebracht door D. waarvoor dank, maar géén perfecte begeleider voor de kip.

    Poging twee kwam uit een kelder in Wijgmaal, of beter gezegd Nieuw-Zeeland, en werd gelanceerd door ons wandelende wijngeheugen, G. Ook nu weer bracht hij een mooie fles mee, de Riesling, Pegasus Bay, Waipara Valley, 2006. Het was een zeer verdienstelijke poging om een wijn te koppelen aan de saus en niet aan de kip (citroenzeste), en hij paste perfect bij het uitschrapen van het bord en de restjes schil die veel intenser smaakten. In de neus was hij zeer herkenbaar als riesling van aan de andere kant van de wereld, met zijn pakken exotisch fruit en limoen, en ook in de mond was hij uitermate fruitig, maar ook wat prikkelend. Erg lekker, vonden we in blok, **(*) dus, maar deze wijn vroeg naar een kreeft of een langoustine, en tot nader order kunnen kippen niet zwemmen, dus ook deze was niet de ideale kipwijn.

    Bij het kiezen van mijn fles moest ik even nadenken. ik had iets in gedachten, iets leuks, maar ik dacht eigenlijk ook aan iets héél speciaals. Dat speciaals was echter ook zeldzaam en duur, en wat doe je dan ? eenzaam in een hoekje de fles leeglurken en alle lekkers voor jezelf houden ? Neen, echte goeie flessen moet je drinken met hele goede vrienden die genoeg van wijn kennen om te appreciëren wat je doet en dat je dan zelf minder drinkt maak je op een andere manier goed. Wijn is speciaal omdat het of herinneringen kan oproepen, of omdat het momenten kan creëren die het waard zijn om herinnerd te worden.  En om herinneringen te creëren moet je delen.

    Ik ontkurkte dus zonder gewetensbezwaar mijn Clos d'Opleeuw 2006, één van de mooiste flessen wijn die ik al gedronken heb. Dit is een top-chardonnay zoals er maar weinig gemaakt worden, op een schitterende manier geëikt, perfect op dronk (kon hij nog liggen ? ja, dat ook), en zonder enige twijfel momenteel de beste Belgische wijn. Bovendien was mijn gok ook de juiste: deze wijn paste pèrfect bij de kip. **** dus. Ere wie ere toekomt, G. met een t had door dat het een Belg was (maar dacht aan de topper van Genoelselderen), en werd gefeliciteerd, en ik had de beste fles en de best passende bij !

     

    opleeuw.jpg

    Om als het ware te bewijzen hoe flexibel de chardonnay druif is, was de volgende fles er ook eentje, de Fleur de Marne, En Chalasse, Côtes du Jura, Domaine Alain Labet, 2004. Op dit domein in Rotalier wordt gewerkt met lage rendementen en zonder gebruik van commerciële giststammen, in heel kleine oplages, en deze cuvée kreeg 18 maanden vatrijping. Het was een echte Jura wijn, mooi wit chardonnay fruit met die nootjes toets van de Jura, goed gestructureerd en lang, en de fles hield van een kippetje, maar dan wel van een ander kippetje. Hij kreeg wel **, en was op dronk, en ik doe dus binnenkort mijn fles ook open !

    Ik had in mijn kelder lang staan twijfelen tussen een Pommard of een rode uit Baden of een Chardonnay, en ik was dus blij dat er iemand met een spätburgunder opdook. En omdat dat dan nog eens de Spätburgunder, Christmann, Pfalz, 2009 was, waren wij allen zéér tevreden, te meer omdat niemand van ons besefte dat Christmann, een riesling-prins, ook rode wijn maakte. Spätburgunder is ongeveer goed voor 16% van zijn aanplant. Vinikus voerde hem nog maar pas in, en het was een echt mooie pinot noir, als ik hem zo mag noemen, met een grote complexiteit en genoeg karakter om hem interessant te maken. Ik gaf hem **, hij paste niet zo goed bij de kip, een gewone braadkip had beter gegaan, maar het was ondertussen al laat, ik was de spuugemmers vergeten, het was een zware week geweest, en afscheid nemen is eigenlijk altijd wat triest, dus wij vertrokken in stoet naar één van de café's aan het station van Leuven, en kieperden alle verdere verfijning en intellectualiteit overboord. 

     

    ...

  • Dering Arms, Pluckley Station, Kent

    Pin it!

    Lang, lang geleden, vertrokken twee overwerkte goede vrienden op een winderige natte vrijdagavond uit Brussel op lang weekend. Ze reden in de kletsende regen naar Oostende, werden heen en weer geslingerd in een stampende catamaran, verloren de weg in een stormachtig Kent waar het gehucht Pluckley Station door één miezerig wegwijzertje, half achter een grote struik, wordt aangeduid, en vielen uiteindelijk uitgeput en halfdood binnen in de Dering Arms, waar Jim Buss met veel mensenkennis ze onmiddellijk een pint Dering Ale onder de neus schoof en ze doorstuurde naar de grote oude sofa naast de open haard. Twee uur later werd het dessert afgeruimd en was de wereld terug een warme vrolijke plaats geworden, was de Brusselse werkstress vergeten en waren ze klaar voor enkele dagen tuinen, geschiedenis en pubs.

    De Dering Arms is één van mijn favoriete pubs in Engeland. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren mijn eerste bezoek: de zon scheen binnen door de kleine raampjes van de gelagzaal en ik en mijn zus aten er de monkfish in bacon and orange sauce, op dat moment de signature dish van de eigenaar. Ik was toen zo onder de indruk dat ik zwoer om er terug te keren en er te blijven slapen (de pub heeft drie kamers). Ik heb dat sindsdien gedaan met goede en hele goede vrienden, nieuwe en oude lieven, een echtgenote en een dochter en ooit vierde ik er zelfs mijn veertigste verjaardag. Vorige week waren we er opnieuw en het was weer goed. Aan tafel hadden we een lang gesprek wat zo'n pub nu zo speciaal maakt, en omdat ook de wijn deze keer zo uitmuntend was besloot ik om er een blogbericht aan te wijden.

    DSC01811

                                                                                                                                

    Een goede Engelse pub moet in mijn ogen voldoen aan drie dingen: een aparte omgeving (gebouw of ligging), een goede keuken en een "village local" gevoel. Dat eerste is geen probleem, de Engelse countryside is letterlijk bezaaid met mooie oude gebouwen en prachtige landschappen. Het tweede was ooit wél een probleem, maar u moet weten dat Jamie Oliver eigenlijk is voortgesproten uit een Engelse keukenrevolutie die begin jaren 90 echt doorbrak, die van het werken met goede lokale ingrediënten, zonder veel poespas, maar vooral heel eerlijk, met respect voor de traditie maar met handig gebruik van invloeden uit de hele wereld. Het derde is vaak het moeilijkst te vinden maar is het meest essentiële: hoe goed het restaurant ook is, de locals moeten er nog steeds terecht kunnen voor een pint, en precies dat geeft zo'n pub een ongelooflijk gezellig aspect dat je eigenlijk buiten Engeland nog nauwelijks ontmoet. 

    De Dering Arms komt perfect tegemoet aan die drie criteria. Het gebouw is op zich erg opvallend (en vreselijk moeilijk te fotograferen!). Het is "dutch gabled", een stijl die je vooral in Kent tegenkomt door de influx van Protestantse vluchtelingen uit de Lage Landen, en die lijkt op de gevels van Amsterdam, geen puntgevels, maar eerder rond. De ramen in het gebouw zijn Dering Windows: tijdens de Engelse burgeroorlog ontsnapte een Dering aan zijn achtervolgers via zo'n raam en prompt ordonneerde hij dat elk nieuw gebouw op het landgoed zo'n ramen moest krijgen. Je kan er nog steeds aan zien tot waar hun eigendommen liepen als je een wandeling maakt. En de pub ligt in Pluckley, most haunted village of England, vlakbij Ashford, maar met een écht countryside gevoel.

    Picture 069

    Het restaurant was al twee maal Seafood Restaurant of the Year en heeft een beperkte steeds roterende kaart die vooral rond vis draait. De keuze is meestal beperkt, alhoewel er een kaart is voor wie echt niks moet hebben van wat er op het blackboard staat. Ik heb er gewoontjes gegeten, ik heb er lekker gegeten en ik heb er héél lekker gegeten. Deze avond was opnieuw een topper.

    Traditioneel startten we met een grote mooi pint of bitter, de Dering Ale, speciaal voor deze pub gebrouwen. Van het blackboard kozen we voor de lobster & crayfish thermidor, een beetje een risico in de Engelse keuken waar de meest gemaakte fout het slecht nabootsen van de Franse keuken is, maar het gerecht was top ! Jim's reputatie is voor een groot deel gebaseerd op zijn hele goede keuze van verse ingrediënten en ik denk dat dit het succes van dit succulente gerechtje was. Het is zo makkelijk om dit gerecht te bederven door teveel room, teveel kaas, teveel veel maar dit was in elk opzicht OK. De sauvignon blanc 2008 van Cloudy Bay miste karakter, maar eigenlijk waren wij al gefocust op de grote karaf die al vanaf het begin van de maaltijd op tafel stond te ademen. Want op de wijnkaart, voor een groot deel klassiek Bordeaux en Nieuwe Wereld, stond één fles uit de Bandol, van de handen van één van haar grootste wijnmakers. 

    Jean-Pierre Gaussen werkt met 99% mourvèdre en 1% grenache en hij werkt traditioneel, zonder toegevingen aan de drang om rode wijnen vroeger drinkbaar te maken. Ik dronk nog heel onlangs de 1998 en de hoofdconcuslie hier was "te jong", dus onze keuze was een risico. Jim had dan ook onmiddellijk de karakf voorgesteld, zodat de wijn nu toch een dik uur geademd had, maar nog tijdens de maaltijd bleef hij veranderen; We combineerden hem met een traditionele Engelse schotel, lamb noisettes in a minted stilton sauce. Ik weet het, muntsaus, scoort altijd hoog in het lijstje culinaire nachtmerries van mijn geliefde Albion, maar je moet het echt eens proeven als het goed gemaakt is, het is heerlijk.

    asterixmunt

    De Longue Garde 2001 van Jean-Pierre Gaussen kwam uit een fles met een dikke laag zaksel op de bodem en was professioneel gekarafeerd. In de neus was hij onmiddellijk prachtig kruidig, heel evenwichtig en mooi mineralig. In de mond zwart fruit, kersen, maar dan echt pas geplukte en heel rijpe, heel intens. Naar het einde van de maaltijd toe kwam er een aroma en vooral een afdronk die een mengeling was van sigaren en single malt, en het leek alsof de geur van de wijn, de herinnering aan het lam en de openhaardgeuren van de pub allemaal samensmolten in één magnifieke smaakervaring; We gooiden daar achteraf nog een kaasschoteltje en een single malt tegenaan, maar het hoogtepunt lag al achter ons. 

    De Dering Arms heeft drie mooie kamers. Een tafel reserveren is meestal niet nodig, behalve op zaterdagavond en zondagmiddag. De kamer reserveer je best wel op voorhand. Say Hi! to Jim from me! Ah, en dat ijle gegil waar u 's nachts van wakker werd ? Dat is die bouwvakker die al 80 jaar van het dak van het station valt. Zo lang u de Red Lady niet ontmoet is er niks aan de hand...

                 

  • Domaine de Frégate, Bandol, 2003: alternatief besprekingske

    Pin it!

    Een kleine discussie bij Vinejo leidde tot de volgende bedenking. Punten geven aan wijn is een eeuwigdurende bron van onenigheid, waar je decennia over kan doorbomen, maar er zijn mensen als Hugh Johnson die proberen wijn te vatten in woorden en beschrijvingen in plaats van punten. En dan bedoel ik niet de klassieke wijnblabla maar iets poetischer. Hier volgt mijn poging. 

    "Een communiefeest. Veel volk, mooi weer, gepraat, wijn, gebabbel...links en rechtds staan er fruitschotels, maar er drijft al een geur van gebraad uit de keukens...alles is licht en vrolijkheid maar tegelijk is er ook een ondertoon van ernst: voor de communicant en zijn ouders is het een belangrijke gebeurtenis, spannend zelfs, vertrekken op wereldreis door het leven. Later op de avond halen de nonkels de sigaren boven en komen de serieuze gesprekken. Een erfeniskwestieke ? een lang weggedkt familiegeheim ? en de sfeer wordt nu zelfs wat dreigend. 

    Een dag later drinkt de zaaluitbater een glas in de zaal voor ze wordt leeggemaakt voor het volgende feest: er hangt een mengeling van mens en wijn en bier en sigaar in de lucht, maar je ruikt ook nog dat een mooie dag was."

    Of in klassieke wijnnotitie-taal:

    Stevig fruit met munt, peper en zoethout en een beetje onderhout; mooie eerste mondindruk, fris en fruitig dan interessanter en wat complexer, een tertiair element, een beetje warm achteraan maar soepel; zachte tannines maar nog duidelijk; na een uurtje of wat ernstiger, kruidiger met veel minder opvallend fruit; nog wat later: evolueert naar chocola, zoethout, zwarte bessen; drop in de afdronk en heel grote, diepe ernst, heel streng eigenlijk. Een dag later: nog ok maar het fruit is nu overrijp en wat eendimensionaal: het feest is voorbij, alleen de herinnering blijft...

    fregate
     Domaine de Frégate, Bandol: wish I was there

     

  • CSP goes Provence

    Pin it!

    DSC00221
    Normaal gezien gaat CSP in juli en augustus in zomerreces. Maar het moet worden toegegeven, twee maanden zonder wijnsessie houden we eigenlijk al jaren niet vol. En omdat er deze keer aardig wat CSP'ers in het land waren in juli werd besloten om geen BYOB te doen, maar om de popelende Tom de kans te geven zijn Provencaals ei te leggen. Dat had moeten gebeuren in Gert's mooie tuin, maar het normale subpolaire Belgische zomerklimaat (zo ongeveer de temperatuur van een ontmoeting tussen Joëlle Milquet en Bart Dewever) dreef ons helaas naar binnen. Omdat dat dan weer het geurvermogen bevoordeelde weenden wij niet, maar wij gooiden ons welgemutst op deze harde taak: een Provence degustatie.

    Het moet worden gezegd: ik was zeer nieuwsgierig. Sommige, al dan niet met metsersspleet pronkende, wijnliefhebbers zijn die-hard liefhebbers van wijnen uit de Provence. Deze bandeloze Bandolezen wijden complete blogs aan de geneugten van de grote rode wijnen van deze regio en het benieuwde me zeer of deze microbe aanstekelijk zou werken. Temeer daar Tom (bij de BB's gekend als Venne) ons beloofde om ook op dronk zijnde exemplaren mee te brengen, een niet wegdenkbaar voordeel voor deze tanninetijgers.

    Het startte eigenlijk zoals ik verwacht had. Ik ben al lang een grote liefhebber van de betere witte uit het zuiden van Frankrijk en de drie meegebrachte exemplaren stelden niet teleur. De twee eerste (de Blancs de Blancs van Domaine Trians en Domaine Mas Berthe, beide 2005) waren heel typerend én lekker, de derde eigenlijk voor dat eerste heel wat minder, maar hij was dan weer zo goed, zo rustig en beschaafd dat hem dit vergeven werd (Domaine des Planes, 2006).

    De reputatie van de Provencaalse rosé's is tweesnijdend: een zee van lichte terraswatertjes met daar doorheen dobberend de jerommekes van de Bandol. De eerste, de Mas Sainte Berthe 2006, was nog echt een, weliswaar superieur, Provencaals zomerroséke, gewoonweg heel lekker, maar de tweede, de Chateau Pibarnon 2006, begon al duidelijk wat ambitieuzere karaktertrekjes te vertonen: een complexe, trage, nadenkende rosé, mijlenver weg van de eerste. Nummer drie veroverde ons hart: de Domaine Tempier 2006 is één van de beste rosés die ik in mijn leven al proefde. Geen fles om te delen (of het moet met de allerbeste….) maar om leeg te drinken, slokje per slokje, alleen op je dakterras met zicht op zee, terwijl je naar de ondergaande zon kijkt en mijmert over het leven.

    Rood. Donkerrood. We kregen acht rode Provence's voorgeschoteld en leerden twee dingen: er zijn tamelijk uiteenlopende stijlen en geen van deze wijnen kon klagen over een gebrek aan karakter. Eigenlijk vonden we ze alle acht goed, met helaas, helaas, een nogal duidelijk verband tussen kwaliteit en prijs, op één uitzondering na. Om toch nog een beetje eenvoudig te beginnen kregen we eerst de Cuvée Louis David 2004 van Domaine Mas Saint Berthe, een Beaux de Provence, achter de kiezen. Een aardige, fruitige en sympathieke wijn die iedereen kon appreciëren. Het Jerommeke dat hierna in het glas kwam was wat controversiëler: een rokerige en erg krachtige Côtes de Provence uit 2003 van het Domaine Miraval. Niemand schrok ervan dat het domein een Amerikaanse eigenaar had. Sommigen hielden van deze wijn, anderen hadden het moeilijk: de nieuwe eigenaresse van dit domein, Angelina Jolie, riep dezelfde discussie op. Die de kop werd ingedrukt door wijn nummer drie: de Cotes de Provence 2001 van Domaine Sorin, de man van de draaiende fermentatievaten, die zijn bourgondische afkomst niet kon verstoppen. Een hele, mooie, elegante wijn, eerder een intellectueeltje, meer Nicole Kidman, die mij enorm kon bekoren (de wijn, dus). Leuk geprijsd ook. Na twee kneusjes, OK lekkere kneusjes, in-mijn-kelder-welgekomen kneusjes, maar toch een beetje, allé, u begrijpt wat ik bedoel, dipjes (Cuvée St Clement, Domaine Trians en Domaine de Marchandise, Mourvèdre, 2005) kwam er eentje voorbij van het postuur Aretha Franklin: indrukwekkend, schoon, maar er een beetje over…dat was de Bandol 1999 van Domaine Sorin, daarstraks nog zo bevallig. En dan draaide de wereld rond zijn as, vielen vooroordelen als aangeschoten eenden uit de lucht en zag Rick het licht. De Bandol 2003 van Domaine Pibarnon was de meest evenwichtige wijn van de avond, een wijn die bijna perfect was in zijn prijsklasse, een schitterende diepgang ook, gewoon indrukwekkend goed. Maar nog niks vergeleken met de volgende: de Domaine Trevallon 1999. Geen over-the-top Angelina, geen wat al te icy Nicole, geen Aretha-bom: Uma Thurman in Kill Bill. Vrouwelijk, geraffineerd, complex, dodelijk lekker. Vier ♥♥♥♥, en dat was weer even geleden.