benanti

  • Palazzo Biscari, Catania: rococco, nero d'avola en snoep - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    Na afloop van ons Benanti bezoek spoedden wij ons met enige vertraging naar het gereserveerde restaurant om er voor een gesloten deur te staan. Januari is toeristisch niet echt een topmaand voor Sicilië en veel restaurants blijven dan toe om de hele zomer 100% open te zijn. Maar J zou J niet zijn als hij niet nog steeds een fantastische neus zou hebben voor leuke plaatsen en die vond hij dan ook in de stallen van het paleis dat we zouden bezoeken. De dames hadden na de culinaire krachtpatserij van gisteren nog niet echt honger en lieten ons in de steek voor de zoetigheden van I Dolci di Nonna Vincenza op de Piazza San Placido, waar deze straat op uit komt, één van de mooiste snoepwinkels die ze ooit gezien hadden, en voor de winkels in de omgeving.

    Ondertussen leidde J.'s instinct ons regelrecht naar de Fiaschetteria Biscari, winebar en restaurant in de voormalige stallen van het Palazzo Biscari dat we later die dag zouden bezoeken. Door de ligging had ik een beetje schrik en het woordje tourist trap sloop al rond in mijn notities, maar haast onmiddellijk werd ik gerustgesteld: in de wijnkast stond een mooie collectie van Benanti, en na vijf minuten kwam de patron laten zien wat voor vis hij die dag kon serveren.

    DSC02285.JPG

    Wij gingen die middag echter voor kaas en wijn en vooral omdat we, opmerkzaam als we zijn, in de wijnkast de twee nero d'avola's van Benanti hadden zien staan.  Over dat bordje kan ik kort maar uitbundig zijn: een in nero d'avola gerijpte kaas, geweldig lekkere lardo (mijn god, ik eet hier puur varkensvet...) en een geitenkaas met honing die zo vers is dat je de beesten nog hoort mekkeren...Daarbij dronken we, toastend op de gezondheid van Lisa Sapienza,  de Il Drappo, Benanti, 2003, een op nieuwe eik gerijpte 100% nero d'avola uit wijngaarden in Val di Noto, op een ondergrond van klei en kalk. Nu ben ik niet zo'n grote nero d'avola fan, ik vind ze erg vaak lomp en te zoet, maar dit exemplaar bracht me weer terug naar waarom de druif eigenlijk zo'n reputatie kreeg: een frisse neus met pruimen en nieuwe verse autoband en in de mond appelsienen, pruimen en rubber, maar dan verse. Hij had ook een heel mooie structuur en was erg lang. ***, dus.

    DSC02290.JPG

    Uiteraard moest nu ook die tweede Benanti in het rek er aan: de Majora, Benanti, Sicilia IGT, 2002, is een blend van nero d'avola, syrah, tannat en petit verdot uit ongeïrrigeerde wijngaarden in de Val di Noto in de buurt van Siracuse, die 18 maanden nieuwe eik krijgt. De gestoofde aroma's (imand heeft een stuk buitenband in de pruimenconfituur meegekookt), en het mollige, wat overrijpe van deze wijn, kon ons minder bekoren. Het was dan ook de minst-Siciliaanse van alle Benanti-wijnen, en van ons kreeg hij slechts **. Ik moet echter ook toegeven dat een last-minute change in het menu een zwarte risotto met inktvis had gebracht, misschien niet de ideale begeleider. We sloten af met een grappa die werd gemaakt met de marc van de Pietramarina oogst, lekker, zacht en fruitig.

    Ondertussen stonden onze dames al voor de poort van het Palazzo Biscari en kwam onze gids niet opdagen. J. wist echter dat de poortwachter ook een sleutel heeft en we kregen dus, na een tijdje chambreren op de binnenkoer, de kans om enkele van de grote zalen te zien.  

    DSC02293.JPG

    Wij waren niet echt de eerste toeristen hier en ondermeer Goethe was ons al voor in 1787 wanneer hij in zijn dagboek beschrijft hoe de moeder van de prins heer zoon dankt dat ze de rariteiten en pronkstukken in haar appartement heeft laten staan zodat ze ze aan bezoekers kan laten zien. Wij hebben vaak het idee dat de paleizen van de rijken toen hermetisch afgesloten waren voor bezoekers, maar het tegendeel is vaak waar. In reisgidsen uit die periode vind je heel vaak informatie over de toegankelijkheid van hun kunstcollecties, de prijs voor een rondleiding en zelfs opmerkingen over de kwaliteit van het te bezichtigen goed. Voor kunsthistorici zijn dit trouwens waardevolle bronnen om een kunstwerk te traceren.

    Ook vandaag wordt het Palazzo Biscari, nog steeds in handen van de Paterno Castello familie wiens voorvader Ignatius het in 1702 liet oprichten, voor een hele waslijst functies gebruikt. De familie woont er uiteraard nog steeds, maar de 700 kamers herbergen achtereenvolgens ook de Sporting - Unione club van Catania, een restaurant, de Rotary, het Cultuurdepartement van de stad, privé-vertrekken van de familie en een aantal huurders, een concertzaal, een banketzaal en enkele studio's voor toeristen. Al vanaf het begin bevatte het een voor het grote publiek toegankelijk museum voor archeologie waarvan de collectie nu in het Ursino kasteel zit.

    Het Palazzo maakt eigenlijk deel uit van de 15de eeuwse omwalling van Catania, iets dat je goed kan zien als je Catania langs hier binnenrijdt of met de trein komt, en de barokke versiering langs de buitenkant valt aardig op. In 1991 werd het opnieuw beschadigd door een aardbeving maar een paar van de grote zalen werden toen gerestaureerd. De grote trap die naar de ingang leidt is gemaakt uit basalt afkomstig van de Etna. Hij geeft toegang tot een zaal met 17de eeuwse schilderijen van de verschillende bezittingen van de familie. In de volgende zaal is de maiolica, beschilderd aardewerk dat typisch is voor Sicilië nog intact maar zijn de schilderijen al lang verdwenen en in de derde zaal, die met de familieportretten, kan je de vader van Ignatius, Vincenzo, nog zien, poserend in een hoek van het paleis.

    DSC02293.JPG

    Het pronkstuk van het Palazzo is echter de grote balzaal. Dit rococo-spektakel is een explosie van kleur en krullen, helemaal in de toen zeer populaire stijl en is schitterend bewaard. Familieportretten, schilderijen en voorstellingen van goden wisselen elkaar af en in de koepel zie je een voorstelling van de god Vulcanus die de familie Paterno Castello looft. Je ziet er ook een gang waarop de muzikanten stonden zodat het leek dat de muziek uit de hemel kwam. Ik heb de onderstaande foto van een site geplukt (de mijne was mislukt).

    palazzobiscari.jpg

    In een hoek van de gang naast de balzaal staat de trap die de muzikanten naar de volgende verdieping bracht. Hij deed ons allen terugdenken aan die golf van gisteravond en wij merkten enige schroom bij één van ons, een omhelzing in steen is wellicht droger maar ook definitiever... Een kleine anekdote nog: in de tweede wereldoorlog vonden de Britten de ligging vlakbij de haven ideaal voor een luchtafweerbatterij. Hiervoor wilden ze de bovenste verdieping verwijderen,iets waar het lokale bestuur gelukkig nog een stokje voor kon steken. De balzaal werd dan maar gebruikt als overdekt tennisveld voor de officieren van de RAF.

    DSC02308.JPG

    Wij keerden nu terug naar het hotel, maar in de onmiddellijke omgeving ligt het Teatro Bellini in wat de universiteitswijk is, met veel levendige terrasjes en cafeetjes en veel ambiance. Ook de vismarkt en de Dom liggen hier vlakbij, en ja, zelfs in januari kan je hier een terrasje doen !

     

  • There are people who make the wine of Etna and there are people who make their wine on Etna (Salvo Foti). Benanti: de proefnota's. - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    Wij proefden vijf wijnen en concentreerden ons op die van de Etna (en wisten nog niet dat we nog dezelfde dag de anderen zouden proeven...).

    De Bianco di Caselle, Etna Bianco DOC, 2009 is de basiswijn van het domein. Hij wordt gemaakt met druiven van de Caselle en de Cavaliere wijngaarden die respectievelijk op de oost- en de zuidflank van de Etna liggen. Die wijngaarden liggen op een serieuze hoogte, tussen de 900 en de 1000m, op een zanderige ondergrond van vulkanische oorsprong, heel rijk aan mineralen, en met heel grote verschillen tussen dag- en nachttemperaturen. Er staan tussen de 6000 en 8000 stokken per ha, en de stokken zijn tussen 35 en 50 jaar oud. Ze worden eind oktober geoogst en fermenteren en rijpen op inox. De neus is kruidig en mooi, de mond is redelijk vet, maar met mooie frisse granny smith zuren en mooi lang. **, dus.

    De bekendste wijn van Benanti is eveneens wit. De Pietramarina, Etna Bianco Superiore DOC, 2007 is één van de grote witte wijnen van Sicilië. Net als de basiswijn wordt hij gemaakt van de carricante druif, die bijna uitsluitend op de flanken van de Etna voorkomt, en heel goed reageert op het terroir, maar hier komen de druiven uitsluitend van de Caselle wijngaard wat toelaat om Superiore toe te voegen aan de DOC naam. De aanplant is dichter, 9000 stokken per ha, en de stokken zijn 80 jaar oud. De oogst gebeurt even laat. Fermentatie en rijping gebeuren eveneens op inox, maar de wijn blijft een jaar op fles voor hij gecommercialiseerd wordt. Deze wijn verandert nog heel sterk in de kelder, en Lisa vond hem op zijn best na vijf, zes jaar. Hij moest eigenlijk gekarafeerd worden. In de neus viel onmiddellijk een grote complexiteit op, met aroma's als honing, bijenwas en gedroogd fruit. In de mond was hij ook complex, maar strakker en ingehouden, mooi droog, met een lange, frisse afdronk en vooral hier proefde je dat de wijn te jong was. ***(*). Hij ligt in de kelder ;-)

    DSC02282.JPG

    In rood begon Lisa met de Rovittello, Etna Rosso 2005, een blend van nerello mascalese en nerello cappuccio. De wijngaard ligt op de noordkant van de Etna, lager dan die van de witte, op 750m hoogte, in de gemeente Castiglione di Sicilia. De grond is eveneens vulkanisch van oorsprong en de temperatuurverschillen tussen dag en nacht groot. De stokken staan 9000 per ha en zijn ongeveer 80 jaar oud. Ze worden midden oktober geoogst, krijgen een lange schilweking op inox en verblijven na de malolactische fermentatie nog een jaar op barrique. Na nog eens tien maanden flesrijping gaan ze de verkoop in. De neus was eerst erg moeilijk te vatten, ook deze wijn was eigenlijk te jong, maar na een tijdje kwam er wat vanille en wat kruidigheid. In de mond viel vooral een grote fraîcheur op (dat was het terroir volgens Lisa), mooie krachtige tannines ook, en een heel lange afdronk. Binnen een jaar of vijf zou hij op zijn top moeten zijn, ik houd u op de hoogte ! ****

    Helemaal anders, want afkomstig van een andere wijngaard (en een ander jaar) was de Serra della Contessa Etna Rosso 2004. De druiven komen hier van de Monte Serra wijngaard achter het domein, op 500m hoogte, op een bodem die ook van vulkanische oorsprong is maar anders. De stokken zijn 100 jaar oud en deels nog 'franco di piede', op hun oorspronkelijke onderstam dus. De vermeerdering gebeurt trouwens niet door stekjes, er wordt gewoon een tak onder de grond geleid waaruit een nieuwe struik ontstaat zodat het oorspronkelijk genetisch materiaal van de wijngaard bewaard blijft. De lange schilweking gebeurt hier in eiken vaten 52 hectoliter, de rijping gebeurt eveneens een jaar op barrique. De neus is opvallend warmer, met eveneens vanille maar daaarnaast opvallend blauwe pruimen. In de mond was hij ronder en molliger, warmer ook dan de vorige, maar eveneens zéér lang. Ik gaf hem nu maar *** maar een dag later proefden we de restjes op de hotelkamer en was deze de beste. Ik kocht hem helaas niet...

    De laatste fles was een mono-cepage of een monovitigno, de Nerello Cappuccio, Sicilia IGT, 2005. Hij komt uit de Verzella wijngaard, van heel jonge stokken (12 jaar in 2010), bijeengeraapt over de hele Etna. De wijn krijgt wel degelijk ook barrique, zo'n 8 tot 10 maanden, en dat vond ik wat jammer, ik vroeg me af hoe zo'n nerello puur proefde. In de neus vond ik vooral rood fruit en chocola, in de mond frisse zuren en stevige tannines. **

    Hongerige magen riepen ons ondertussen tot de orde, het was allemaal heel interessant en dus al laat, maar op de parking liepen we nog mijnheer Benanti zelf tegen het lijf, die trouwens perfect Frans sprak en die nog een tijdje iets met België gehad heeft. Wat ? Wel, dat weten wij nu eens wel, en U niet...

    DSC02284-1.JPG

    Sr Benanti, Lisa Sapienza, en het buikje van Rick

     

  • Benanti: Wine should be drunk to remember, not to forget. - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    De zware regenbuien van gisteren waren onmiddellijk vergeten toen wij wakker werden onder een stralende blauwe hemel en vertrokken naar ons wijn-rendez-vous, een bezoek aan het huis Benanti in Viagrande, een dorp vlak boven Catania, op de eerste hellingen van de Etna. Wij werden er ontvangen door een sympathieke en welbespraakte exportmanager uit New Jersey, Lisa Sapienza, die mijn hart stal door me de spreuk uit de titel mee te geven, maar die ons ook een uitstekende rondleiding zou geven.

    Benanti is een domein dat eind 19de eeuw werd opgericht door Giuseppe Benanti. Het het begon zich pas bezig te houden met het maken van kwaliteitswijn in 1988 toen Dr Benanti met de hulp van Salvo Foti, de wijntovenaar van de Etna, begon met een grondige studie van het terroir en het aanpassen van de aanplant. Vandaag beschikt het domein over 50ha wijngaard, verspreid over wijngaarden aan de oost- en de noord-kant van de Etna, het eiland Pantelleria, en in Val di Noto bij Siracusa, waar hun nero d'avola staat. Hun jaarproductie bedraagt gemiddeld 180.000 flessen. De oogst gebeurt met de hand, het transport in koeltrucks voor de meer afgelegen wijngaarden, en er worden geen pompen gebruikt in de kelder. Het bedrijf werkt bio wat toelaat om uitsluitend te werken met natuurlijk aanwezige gisten. Wij bezochten de kelders echter niet, want volgens Lisa, en gelijk heeft ze, wordt het verschil gemaakt in de wijngaard.

    Het eerste wat we te zien kregen was een stukje geschiedenis. Benanti heeft nog een oude palmento installatie waarmee je heel goed kan zien hoe er vroeger wijn werd gemaakt. Een heel primitieve bedoening, en kwaliteitswijn kan je zo niet maken volgens Lisa, maar wijn was toen gewoon een basisingrediënt voor het leven van alle dag, zonder het sacrosancte dat wij er nu vaak aan geven. Benanti verkoopt trouwens ook nu nog steeds wijn aan de deur voor de mensen uit de omgeving, per liter en voor alledaags gebruik, een praktijk die ik eigenlijk alleen maar kan toejuichen.

    DSC02262.JPG

    Men zegt wel eens dat je een wijn eigenlijk alleen echt kan begrijpen als je de plaats hebt bezocht waar hij wordt gemaakt en tot mijn grote frustratie moet ik, wijnschrijver van achter mijn bureautje, toch toegeven dat daar iets in zit. Lisa begon met ons uit te leggen waarom de Etna zo'n aparte plaats is voor het maken van wijn, en onvergelijkbaar met het terroir van de rest van Sicilië. De DOC Etna is dan ook één van de oudste appellaties van het eiland. Ze werkt niet met de nero d'avola of de inzolia, de meest populaire druiven van het eiland, maar met de nerello mascale en de nerello cappuccio of mantella voor rood en met de catarratto voor wit. De carricante staat op de wijngaarden hoog tegen de hellingen van de Etna, waar het verschil tussen de dag en nachttemperatuur het grootst is en wordt pas laat, in oktober, geoogst. De nerello staat lager, reageert heel sterk op zijn omgeving (er is een opmerkelijk verschil tussen die van de koudere noordkant en de warme oostkant), en is een zeer temperamentvolle druif waarmee een wijn wordt gemaakt die eigenlijk met weinig andere te vergelijken is.  Benanti en vooral Salvo Foti redden ze uit de vergetelheid en vandaag baadt ze in een steeds groter worden populariteit.

    DSC02268.JPG

    We hadden een beetje geluk omdat Benanti momenteel werkt aan een nieuwe kelder en de werken ons toelieten om beter te zien hoe de ondergrond er uit ziet. Hij is van vulkanische oorsprong, barst van de mineralen en is uitermate vruchtbaar, maar aan de noordkant is hij toch anders, en zwart van kleur. Het rode hier is eigenlijk geöxideerd ijzer, ofte...roest. Lisa herhaalde nog eens het enorme verschil met de nero d'avola wijngaarden die vooral klei hebben en die hele andere karakteristieken aan de wijn geven. Hier liggen de wijngaarden echt op de hellingen van de Etna (een enorme berg eigenlijk, vergeet de cliché's over één grote vulkaankegel), en vaak op oude en al lang uitgebluste kegels, waar het vulkanisch gesteente is vergaan tot grond. De MonteSerra, één van die kegels, ligt zowat in de achtertuin van het domein en beschikt nog over stokken die 100jaar oud zijn en die nog op hun originele onderstok staan, wat zeer zeldzaam is.

    DSC02269.JPG

    Toen de druifluis in 1870 ongeveer twee derde van de Europese aanplant vernietigde werd de toekomst van onze wijnwereld gered door het importeren van Amerikaanse onderstokken die resistent zijn tegen de druifluis, ook wel phylloxera genoemd. Men zegt echter dat het karakter van de wijn hier toch wel door veranderd is, en het is dan ook een groot plezier om stokken te zien (en wijn te kunnen proeven) die nog weergeven hoe het vroeger was. Ik dacht persoonlijk dat de druifluis in de vulkanische ondergrond niet kon overleven, maar dat bleek niet zo te zijn. Het is meer zoals wanneer men u, beste lezer, in een geheel alcoholvrije omgeving zou neerpoten voor de volgende tien jaar: u gaat het wel overleven, maar plezant is iets anders. Wijnstokken worden hier trouwens gesnoeid volgens de aloude alberello-vorm, een wat wilde manier van snoeien die grote struiken oplevert, erg arbeidsintensief voor de oogst, maar veel beter geschikt in deze omstandigheden dan de klassieke Guyot manier. In deze periode van het jaar kon je daar niet zo veel van zien, maar hier toch een fotootje van zo'n veld met "stok"oude nerello mascalese.

    DSC02280.JPG

    Ondertussen leerden we nog over de minella- druif, een "field grape" volgens Lisa, met stokken die lukraak geplant staan tussen andere, en een beetje over het hele domein, wat ze moeilijk te oogsten maakt, en in heel kleine hoeveelheden. Ze maken er dan ook niet elk jaar wijn mee. Ondertussen zakten wij terug af, op weg naar het proeflokaal, waar een kleine maar mooie selectie ons opwachtte.