catania

  • Maatschappelijk verantwoord afsluiten - Sicilië 2011

    Pin it!

    Na achtereenvolgens te hebben bijgedragen aan het massatoerisme (Taormina), de reductie van het visbestand van de Middellandse Zee (Antica Marina, La Grotta en Il Cuciniere) en de verkeerschaos van Catania (wachten voor een rood licht is er een slecht idee, van rechtsomkeer maken op de ringweg kijkt niemand op), hadden wij toch echt wel iets goed te maken en we spoedden ons naar Cutilisci, een aan de zee gelegen wijk van Catania, waar het gelijknamige restaurant op ons wachtte.

    Cutilisci, il gusto di un isola sana, is een restaurant dat eten serveert dat grotendeels afkomstig is van telers en kwekers die op een biologische manier werken en volgt de principes van de Slow Food beweging. Onder het motto "We zijn wat we eten" wordt er heel sterk gelet op kwaliteit en afkomst van alles wat er op je bord terecht komt. En dat de Sicilianen ook dit waarderen kon je merken aan de aanschuivende mensen die er wachtten op een plaatsje.

    DSC02464.JPGWij hadden echt geluk en veroverden onmiddellijk een plaatsje op het terras (reserveren is hier aangeraden) in wat ondertussen was uitgegroeid tot een heerlijke lentezon en we waren er getuige van hoe overmoedige jonge Sicilianen zich in zee waagden voor een zwemmeke. Snel ging het hier allemaal niet vooruit (slow food...) en dat gaf ons ruim tijd om rond te kijken en ons te koesteren in die prille zon.

     

    Ondertussen was ook de eerste fles wijn op tafel gekomen, de Murgo Brut schuimwijn waarover ik al sprak, maar het was de volgende die meer mijn aandacht trok, niet zozeer omwille van wat er in zat (dat was correct) maar van wat er op stond. 

    LiberaTerra is een coöperatieve die gronden die van de georganiseerde misdaad werden afgenomen opnieuw gebruikt voor de landbouw. In Sicilië zijn dat die van de Mafia en onze fles, de Cento Passi Bianco 2009 werd gemaakt met een blend van catarratto, grillo en chardonnay, druiven uit Corleone en geteeld op ex-maffia gronden. De naam komt van een film over het leven van Peppino Impastato, één van de eerste Sicilianen die opkwam tegen de maffia en hun greep op het publieke leven, en die dat in 1978 met zijn leven moest bekopen (hij werd vastgebonden op de rails van een spoorweg en opgeblazen met dynamiet). Zijn dood zette echter iets in gang dat in 1993 leidde tot de spactaculaire aanslag tegen en moord op de rechters Falcone en Borsellino. Dit veranderde de houding van de publieke opinie, meer en meer verhalen over de wreedheden en de terreur van de mafia kwamen naar buien en achtereenvolgens werden Mafia-bazen als Toto Riina en Bernardo Provenzano gearresteerd en opgesloten. Hun gronden, voor de don's een teken van prestige, werden in beslag genomen en onder een Italiaanse wet toegewezen aan sociale coöperatieven die voor lokale werkgelegenheid moeten zorgen. De tarwe, druiven of groenten die er worden geteeld worden door eigen fabriekjes verwerkt en gecommercialiseerd.

    De rest van de maaltijd was lekker, met ondermeer nog een heerlijke pesto van pistachenoten en een fles Barone di Villagrande Etna Superiore 2009 met hetzelfde citroensnoepje als in de Noblesse van Benanti, envoor de rest fris en strak. De zon scheen, de Etna bleef zich verstoppen in de wolken en wij reden terug naar de luchthaven. 

    In België was het koud, miezerig en triest.

      

  • Antica Marina, Catania, Revisited - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    Ik moet in alle eerlijkheid bekennen dat we deze scenes niet gezien hebben, wij wandelden 's avonds door de buurt toen die zich aan het opmaken was voor het feest van de heilige Agatha, de patrones van Catania, dat begin februari plaatsvind. Wij waren echter vooral geïnteresseerd in het Antica Marina restaurant dat in deze buurt ligt en dat wij vorige keer pas na uren wachten (geen reservatie toen) konden betreden. Deze keer waren we vastbesloten niet tevreden te zijn met de restjes en we arriveerden vol verwachting en mooi op tijd. 

    Net zoals in La Grotta wordt je onmiddellijk door de baas meegetroond om de vis te kiezen en wij pikten er naast wat klein grut een uit de kluiten gewassen pijlinktvis en zeebrasem uit. Terwijl de ploeg van chef Giovanni Leonardi aan de slag ging arriveerde het eerste bord carpaccio van vis aan tafel, vergezeld van de eerste fles, een Contea di Sclafani M.Classico Brut schuimwijn van Tasca d'Almerita, een goed gestructureerde, lekkere schuimwijn. Een carpaccio als deze is alleen lekker als de gebruikte vis bij wijze van spreken recht uit de zee komt maar het restaurant ligt pal naast één van de bogen van de Marina, waarop de vismarkt plaats vind, en in de zomer biedt het terras slechts één nadeel: je zit er met de voeten letterlijk in de geuren en kleuren van de vismarkt en neemt er de aroma's van mee naar huis. Ons sloeg deze kleine introductie al met verstomming, eigenlijk is het ongelooflijk hoe lekker dit was en hoe simpel.

    DSC02333.JPG

    Antica Marina heeft geen spijskaart maar de formule is heel eenvoudig. Antipasti va bene ? Pasta va bene ? Vis gekozen ? Aan de slag dan. Een wijnkaart is er al evenmin en ook hier moet je even discussiëren maar ons had men alvast goed ingeschat. Na één fles van een aardige Val Cerasa Etna Bianco 2008, een 100% carricante van Alice Bonaccorsi, **(*), die droog en strak en toch ook mooi fruitig was, had de man al door wat voor vlees hij in de kuip had, en werd de wijn vervangen door de NOIR 2008 van hetzelfde huis, de beste witte wijn die ik dit weekend dronk. Alice Bonaccorsi is de dochter van Dr Vincenzo Bonaccorsi die op een klein landgoed wat wijn voor de familiekring maakte (heel wat Sicilianen doen dit, vaak half-legaal in palmenti zoals die van Benanti die je in vorige blogs zag). Zij en haar man Rosario Pappalardo besloten in 1996 om van papa's hobby hun beroep te maken en ze deden beroep op Salvo Foti, dé Etna-specialist, om hun te helpen. Ik vond de ValCerasa Bianco leuk, vooral bij de antipasti, maar de Noir blies ons uit onze sokken. Deze troebele witte (vandaar de naam) deed qua neus sterk denken aan sommige vins naturels uit Frankrijk of Vini Veri uit Italië. In de mond was hij ongelooflijk lang, zeer breed ook, met heel veel karakter. Hij paste perfect bij de fijne maar uitgesproken smaken van de pasta's en de hoofdschotel en kreeg van mij ****, een score die ik zelden geef.

    DSC02342.JPG

    Na de carpaccio kwam er een batterij schoteltjes met antipasti tevoorschijn, het ene al lekkerder en origineler dan het andere, een waarlijk eetfestijn waarbij elk hapje tot kreetjes van verrukking leidde. De (zeer snelle) bediening had ons in het begin wat aarzelend gevraagd of we voor de full monty gingen. Nu kan ik u verzekeren, als je dit elke dag tweemaal doet in Sicilië, kan je het woordje honger al snel definitief uit je woordenboek schrappen, maar ondermeer schrijver dezes had al eens iets gehoord over de primi van de Antica Marina en was dus niet van zijn stuk te brengen. Pasta ! En daar kwamen na elkaar een bordje Pasta Alla Trapanesi met visbroed (zie de foto), één van de beste pasta's die ik ooit at, en een bordje pasta alle mandorle i gamberi, idem!  

    DSC02343.JPG

    Wij werden ondertussen dikker en dikker en vrolijker en vrolijker terwijl operazangers aria's ten beste gaven in het restaurant en de sfeer werd behoorlijk luidruchtig tot het hoofdmaal ons weer tot verstomming sloeg: de pijlinktvis was gearriveerd. Op zijn eentje was hij voldoende reden om terug het internet af te schooien op zoek naar goedkope tickets naar Catania...

    DSC02345.JPG

    Aan dessert waren wij al lang niet meer toe, maar een fluks aangevoerde sorbetto con fragoline schiep net genoeg plaats voor een gemeenschappellijk schoteltje dolci, aangevraagd door de gourmets onder ons, onder luid geweeklaag van de dames (die er echter wel van genoten hebben, met hele kleine maar hele snelle hapjes...). Wij wandelden naar huis door de nacht die zwanger was van de voorbereidingen voor het grote volksfeest en zagen later vanuit onze kamer de flitsen van het vuurwerk. Of het nu de ouderdom was of de keuken die ons onderuit haalde, of het vooruitzicht vroeg te moeten opstaan, dat laat ik in het midden, maar wij dronken nog een old fashioned in de hotelbar en doken onder de lakens.

    Eén enkele opmerking nog: wij betaalden 490 euro voor het eten met 7 personen, naar Belgische normen een habbekrats, maar voor de jonge budgetreiziger wat meer dan in vele andere Siciliaanse restaurants, en eigenlijk weet je niet echt op voorhand hoeveel je gaat betalen. Laat dat u echter niet weerhouden, je kan op vele andere plaatsen super goedkoop eten, en de Antica Marina is een belevenis die je je niet mag onthouden. Reserveren is echter wel een noodzaak, ook voor de lunch. Dit is hun website.     

  • Palazzo Biscari, Catania: rococco, nero d'avola en snoep - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    Na afloop van ons Benanti bezoek spoedden wij ons met enige vertraging naar het gereserveerde restaurant om er voor een gesloten deur te staan. Januari is toeristisch niet echt een topmaand voor Sicilië en veel restaurants blijven dan toe om de hele zomer 100% open te zijn. Maar J zou J niet zijn als hij niet nog steeds een fantastische neus zou hebben voor leuke plaatsen en die vond hij dan ook in de stallen van het paleis dat we zouden bezoeken. De dames hadden na de culinaire krachtpatserij van gisteren nog niet echt honger en lieten ons in de steek voor de zoetigheden van I Dolci di Nonna Vincenza op de Piazza San Placido, waar deze straat op uit komt, één van de mooiste snoepwinkels die ze ooit gezien hadden, en voor de winkels in de omgeving.

    Ondertussen leidde J.'s instinct ons regelrecht naar de Fiaschetteria Biscari, winebar en restaurant in de voormalige stallen van het Palazzo Biscari dat we later die dag zouden bezoeken. Door de ligging had ik een beetje schrik en het woordje tourist trap sloop al rond in mijn notities, maar haast onmiddellijk werd ik gerustgesteld: in de wijnkast stond een mooie collectie van Benanti, en na vijf minuten kwam de patron laten zien wat voor vis hij die dag kon serveren.

    DSC02285.JPG

    Wij gingen die middag echter voor kaas en wijn en vooral omdat we, opmerkzaam als we zijn, in de wijnkast de twee nero d'avola's van Benanti hadden zien staan.  Over dat bordje kan ik kort maar uitbundig zijn: een in nero d'avola gerijpte kaas, geweldig lekkere lardo (mijn god, ik eet hier puur varkensvet...) en een geitenkaas met honing die zo vers is dat je de beesten nog hoort mekkeren...Daarbij dronken we, toastend op de gezondheid van Lisa Sapienza,  de Il Drappo, Benanti, 2003, een op nieuwe eik gerijpte 100% nero d'avola uit wijngaarden in Val di Noto, op een ondergrond van klei en kalk. Nu ben ik niet zo'n grote nero d'avola fan, ik vind ze erg vaak lomp en te zoet, maar dit exemplaar bracht me weer terug naar waarom de druif eigenlijk zo'n reputatie kreeg: een frisse neus met pruimen en nieuwe verse autoband en in de mond appelsienen, pruimen en rubber, maar dan verse. Hij had ook een heel mooie structuur en was erg lang. ***, dus.

    DSC02290.JPG

    Uiteraard moest nu ook die tweede Benanti in het rek er aan: de Majora, Benanti, Sicilia IGT, 2002, is een blend van nero d'avola, syrah, tannat en petit verdot uit ongeïrrigeerde wijngaarden in de Val di Noto in de buurt van Siracuse, die 18 maanden nieuwe eik krijgt. De gestoofde aroma's (imand heeft een stuk buitenband in de pruimenconfituur meegekookt), en het mollige, wat overrijpe van deze wijn, kon ons minder bekoren. Het was dan ook de minst-Siciliaanse van alle Benanti-wijnen, en van ons kreeg hij slechts **. Ik moet echter ook toegeven dat een last-minute change in het menu een zwarte risotto met inktvis had gebracht, misschien niet de ideale begeleider. We sloten af met een grappa die werd gemaakt met de marc van de Pietramarina oogst, lekker, zacht en fruitig.

    Ondertussen stonden onze dames al voor de poort van het Palazzo Biscari en kwam onze gids niet opdagen. J. wist echter dat de poortwachter ook een sleutel heeft en we kregen dus, na een tijdje chambreren op de binnenkoer, de kans om enkele van de grote zalen te zien.  

    DSC02293.JPG

    Wij waren niet echt de eerste toeristen hier en ondermeer Goethe was ons al voor in 1787 wanneer hij in zijn dagboek beschrijft hoe de moeder van de prins heer zoon dankt dat ze de rariteiten en pronkstukken in haar appartement heeft laten staan zodat ze ze aan bezoekers kan laten zien. Wij hebben vaak het idee dat de paleizen van de rijken toen hermetisch afgesloten waren voor bezoekers, maar het tegendeel is vaak waar. In reisgidsen uit die periode vind je heel vaak informatie over de toegankelijkheid van hun kunstcollecties, de prijs voor een rondleiding en zelfs opmerkingen over de kwaliteit van het te bezichtigen goed. Voor kunsthistorici zijn dit trouwens waardevolle bronnen om een kunstwerk te traceren.

    Ook vandaag wordt het Palazzo Biscari, nog steeds in handen van de Paterno Castello familie wiens voorvader Ignatius het in 1702 liet oprichten, voor een hele waslijst functies gebruikt. De familie woont er uiteraard nog steeds, maar de 700 kamers herbergen achtereenvolgens ook de Sporting - Unione club van Catania, een restaurant, de Rotary, het Cultuurdepartement van de stad, privé-vertrekken van de familie en een aantal huurders, een concertzaal, een banketzaal en enkele studio's voor toeristen. Al vanaf het begin bevatte het een voor het grote publiek toegankelijk museum voor archeologie waarvan de collectie nu in het Ursino kasteel zit.

    Het Palazzo maakt eigenlijk deel uit van de 15de eeuwse omwalling van Catania, iets dat je goed kan zien als je Catania langs hier binnenrijdt of met de trein komt, en de barokke versiering langs de buitenkant valt aardig op. In 1991 werd het opnieuw beschadigd door een aardbeving maar een paar van de grote zalen werden toen gerestaureerd. De grote trap die naar de ingang leidt is gemaakt uit basalt afkomstig van de Etna. Hij geeft toegang tot een zaal met 17de eeuwse schilderijen van de verschillende bezittingen van de familie. In de volgende zaal is de maiolica, beschilderd aardewerk dat typisch is voor Sicilië nog intact maar zijn de schilderijen al lang verdwenen en in de derde zaal, die met de familieportretten, kan je de vader van Ignatius, Vincenzo, nog zien, poserend in een hoek van het paleis.

    DSC02293.JPG

    Het pronkstuk van het Palazzo is echter de grote balzaal. Dit rococo-spektakel is een explosie van kleur en krullen, helemaal in de toen zeer populaire stijl en is schitterend bewaard. Familieportretten, schilderijen en voorstellingen van goden wisselen elkaar af en in de koepel zie je een voorstelling van de god Vulcanus die de familie Paterno Castello looft. Je ziet er ook een gang waarop de muzikanten stonden zodat het leek dat de muziek uit de hemel kwam. Ik heb de onderstaande foto van een site geplukt (de mijne was mislukt).

    palazzobiscari.jpg

    In een hoek van de gang naast de balzaal staat de trap die de muzikanten naar de volgende verdieping bracht. Hij deed ons allen terugdenken aan die golf van gisteravond en wij merkten enige schroom bij één van ons, een omhelzing in steen is wellicht droger maar ook definitiever... Een kleine anekdote nog: in de tweede wereldoorlog vonden de Britten de ligging vlakbij de haven ideaal voor een luchtafweerbatterij. Hiervoor wilden ze de bovenste verdieping verwijderen,iets waar het lokale bestuur gelukkig nog een stokje voor kon steken. De balzaal werd dan maar gebruikt als overdekt tennisveld voor de officieren van de RAF.

    DSC02308.JPG

    Wij keerden nu terug naar het hotel, maar in de onmiddellijke omgeving ligt het Teatro Bellini in wat de universiteitswijk is, met veel levendige terrasjes en cafeetjes en veel ambiance. Ook de vismarkt en de Dom liggen hier vlakbij, en ja, zelfs in januari kan je hier een terrasje doen !

     

  • Benanti: Wine should be drunk to remember, not to forget. - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    De zware regenbuien van gisteren waren onmiddellijk vergeten toen wij wakker werden onder een stralende blauwe hemel en vertrokken naar ons wijn-rendez-vous, een bezoek aan het huis Benanti in Viagrande, een dorp vlak boven Catania, op de eerste hellingen van de Etna. Wij werden er ontvangen door een sympathieke en welbespraakte exportmanager uit New Jersey, Lisa Sapienza, die mijn hart stal door me de spreuk uit de titel mee te geven, maar die ons ook een uitstekende rondleiding zou geven.

    Benanti is een domein dat eind 19de eeuw werd opgericht door Giuseppe Benanti. Het het begon zich pas bezig te houden met het maken van kwaliteitswijn in 1988 toen Dr Benanti met de hulp van Salvo Foti, de wijntovenaar van de Etna, begon met een grondige studie van het terroir en het aanpassen van de aanplant. Vandaag beschikt het domein over 50ha wijngaard, verspreid over wijngaarden aan de oost- en de noord-kant van de Etna, het eiland Pantelleria, en in Val di Noto bij Siracusa, waar hun nero d'avola staat. Hun jaarproductie bedraagt gemiddeld 180.000 flessen. De oogst gebeurt met de hand, het transport in koeltrucks voor de meer afgelegen wijngaarden, en er worden geen pompen gebruikt in de kelder. Het bedrijf werkt bio wat toelaat om uitsluitend te werken met natuurlijk aanwezige gisten. Wij bezochten de kelders echter niet, want volgens Lisa, en gelijk heeft ze, wordt het verschil gemaakt in de wijngaard.

    Het eerste wat we te zien kregen was een stukje geschiedenis. Benanti heeft nog een oude palmento installatie waarmee je heel goed kan zien hoe er vroeger wijn werd gemaakt. Een heel primitieve bedoening, en kwaliteitswijn kan je zo niet maken volgens Lisa, maar wijn was toen gewoon een basisingrediënt voor het leven van alle dag, zonder het sacrosancte dat wij er nu vaak aan geven. Benanti verkoopt trouwens ook nu nog steeds wijn aan de deur voor de mensen uit de omgeving, per liter en voor alledaags gebruik, een praktijk die ik eigenlijk alleen maar kan toejuichen.

    DSC02262.JPG

    Men zegt wel eens dat je een wijn eigenlijk alleen echt kan begrijpen als je de plaats hebt bezocht waar hij wordt gemaakt en tot mijn grote frustratie moet ik, wijnschrijver van achter mijn bureautje, toch toegeven dat daar iets in zit. Lisa begon met ons uit te leggen waarom de Etna zo'n aparte plaats is voor het maken van wijn, en onvergelijkbaar met het terroir van de rest van Sicilië. De DOC Etna is dan ook één van de oudste appellaties van het eiland. Ze werkt niet met de nero d'avola of de inzolia, de meest populaire druiven van het eiland, maar met de nerello mascale en de nerello cappuccio of mantella voor rood en met de catarratto voor wit. De carricante staat op de wijngaarden hoog tegen de hellingen van de Etna, waar het verschil tussen de dag en nachttemperatuur het grootst is en wordt pas laat, in oktober, geoogst. De nerello staat lager, reageert heel sterk op zijn omgeving (er is een opmerkelijk verschil tussen die van de koudere noordkant en de warme oostkant), en is een zeer temperamentvolle druif waarmee een wijn wordt gemaakt die eigenlijk met weinig andere te vergelijken is.  Benanti en vooral Salvo Foti redden ze uit de vergetelheid en vandaag baadt ze in een steeds groter worden populariteit.

    DSC02268.JPG

    We hadden een beetje geluk omdat Benanti momenteel werkt aan een nieuwe kelder en de werken ons toelieten om beter te zien hoe de ondergrond er uit ziet. Hij is van vulkanische oorsprong, barst van de mineralen en is uitermate vruchtbaar, maar aan de noordkant is hij toch anders, en zwart van kleur. Het rode hier is eigenlijk geöxideerd ijzer, ofte...roest. Lisa herhaalde nog eens het enorme verschil met de nero d'avola wijngaarden die vooral klei hebben en die hele andere karakteristieken aan de wijn geven. Hier liggen de wijngaarden echt op de hellingen van de Etna (een enorme berg eigenlijk, vergeet de cliché's over één grote vulkaankegel), en vaak op oude en al lang uitgebluste kegels, waar het vulkanisch gesteente is vergaan tot grond. De MonteSerra, één van die kegels, ligt zowat in de achtertuin van het domein en beschikt nog over stokken die 100jaar oud zijn en die nog op hun originele onderstok staan, wat zeer zeldzaam is.

    DSC02269.JPG

    Toen de druifluis in 1870 ongeveer twee derde van de Europese aanplant vernietigde werd de toekomst van onze wijnwereld gered door het importeren van Amerikaanse onderstokken die resistent zijn tegen de druifluis, ook wel phylloxera genoemd. Men zegt echter dat het karakter van de wijn hier toch wel door veranderd is, en het is dan ook een groot plezier om stokken te zien (en wijn te kunnen proeven) die nog weergeven hoe het vroeger was. Ik dacht persoonlijk dat de druifluis in de vulkanische ondergrond niet kon overleven, maar dat bleek niet zo te zijn. Het is meer zoals wanneer men u, beste lezer, in een geheel alcoholvrije omgeving zou neerpoten voor de volgende tien jaar: u gaat het wel overleven, maar plezant is iets anders. Wijnstokken worden hier trouwens gesnoeid volgens de aloude alberello-vorm, een wat wilde manier van snoeien die grote struiken oplevert, erg arbeidsintensief voor de oogst, maar veel beter geschikt in deze omstandigheden dan de klassieke Guyot manier. In deze periode van het jaar kon je daar niet zo veel van zien, maar hier toch een fotootje van zo'n veld met "stok"oude nerello mascalese.

    DSC02280.JPG

    Ondertussen leerden we nog over de minella- druif, een "field grape" volgens Lisa, met stokken die lukraak geplant staan tussen andere, en een beetje over het hele domein, wat ze moeilijk te oogsten maakt, en in heel kleine hoeveelheden. Ze maken er dan ook niet elk jaar wijn mee. Ondertussen zakten wij terug af, op weg naar het proeflokaal, waar een kleine maar mooie selectie ons opwachtte.

     

  • Over de olifant, de kraai en verse vis - Sicilië 2009

    Pin it!

    Sicilië is in vele opzichten een vreemd eiland. De verschillende culturen en volkeren van de Middellandse Zee ontmoeten er elkaar al eeuwen, vaak in conflict maar al even vaak in uitwisseling en versmelting. Zo was Siracuse voor mij nog heel duidelijk oud-Grieks en had het iets van die openheid en handelsgeest van die cultuur bewaard. Caltegirona, de hoofdstad van het majolica-aardewerk, had voor mij dan weer een veel Arabischer invloed. Overal op straat stonden groepjes mannen te praten (waar zitten die vrouwen eigenlijk ?), de kleding was armer en wat stroever en strenger en er was niks te merken van het ijdele pauwen-gepronk dat we in Siracuse zagen. De naam van de stad komt dan ook van het Arabische Qual'At al Giran of Burcht van de Vazen, en alhoewel de pottenbakkerij hier al sinds het neolithicum bestaat (omwille van de kwaliteit van de klei) waren het de Arabieren die de majolica-glazuurtechniek invoerden waarvoor het stadje nu nog bekend is. Wij liepen er een inktvisje of twee af op de befaamde trap en werden beloond door een mooi uitzicht, maar in de benedenstad en het park stonden gebouwtjes die me meer deden denken aan Algiers dan aan Italië.

    DSC00989

                                                                                                                                    

    Catania, onze laatste stop in Sicilië gaf ons opnieuw een cultuurschok. Wij hadden het er met Gianni al over gehad hoe rijk Sicilië ons wel leek en hoe, wel, on-Siciliaans, het ons leek, helemaal anders dan de clichés van zwartgerokte priesters, maffiosi en armoede die wij meenden te kennen. Toen we de stad inreden kwamen al die clichés echter met volle kracht terug. De voorsteden van Catania zijn druk, chaotisch, vuil en vreemd en ze doen meer denken aan Noord-Afrika dan aan Italië. Beenhouwers werken er nog op straat, het krioelt er van het volk, het is een continu getoeter en verkeerslichten fungeren er hoofdzakelijk als decoratie. Overal liggen onafgewerkte fabrieksgebouwen, wegenwerken die ooit begonnen zijn maar nooit afgemaakt en vervallen flatgebouwen. De dreigende aanwezigheid van de Etna, het zwarte stof, de donkere vulkaansteen waarmee hier gebouwd werd, voegen daar nog iets grimmigs aan toe en plots waren wij heel blij dat we in Ragusa sliepen en niet hier.

    Het grote plein met de Duomo had eerst, in de zon, wel iets, maar tegen de middag was ook het weer wat slechter geworden en in combinatie met de zwarte steen maakte dat alles wat somberder werd. Véél mensen op straat, dat wel, maar het viel me erg op dat hier niet gelachen werd. Ook in de kathedraal hing een erg aparte sfeer. Terwijl die van Ragusa en Noto me meer deden denken aan de Jongerenkerk van vroeger, waren het hier terug de zwarte kraaien die de scepter zwaaiden, dreigend rondkijkend naar de vermaledijde die te luid sprak of te licht gekleed was. De best wel indrukwekkende monumenten van de stad lagen er vuil, half ingevallen en totaal verwaarloosd bij. Het plein zelf wordt beheerst door een standbeeld van een olifant in vulkaansteen. Niemand weet waar hij vandaan komt of waarom hij daar staat, en dat hele doelloze straalde ook af op die vreemde, vreemde stad.

    DSC00996
     

    Maar eindigden wij deze trip echter met een valse noot ? Néén ! Want dat was buiten de keuken van de Antica Marina gerekend. Omdat we wat laat hadden gereserveerd, moesten we wachten...en wachten...en wachten...en aperitieven...en aperitieven...

                                                                                                                             

    DSC01001

                                                                                                                          

    De reden voor dit alles werd ons later duidelijk. Ik heb van de hele reis niet zo goedkoop lekker gegeten. Ik apprecieer de fijne geneugtes van de culinaire toppers van dit eiland, enorm zelfs, maar hier was het back to basics. Géén menu, gewoon bordjes met antipasti (verrukkelijk), aan de toog je verse vis uitkiezen (grote gamba's, inktvis in alle vormen, grote mooie zeedieren) en die dan gegrild en gefileerd geserveerd krijgen. Een wijnkaart ? Is er niet, maar wilt u chardonnay, fiano of grillo, signore ? Geen gelul, geen chi-chi, maar gewoonweg een eerlijke viskeuken, zeevers en verrukkelijk. Het deed een mens wreed spijt krijgen dat hij terug moest vertrekken...We dronken hier de Kados 07 ©(©) van Duca di Salaparuta, een 100% grillo, een frisse witte met wat citrus en vanille en goed combinerend bij de gegrilde vis.

    Op de luchthaven gooiden wij ons nog op de Litra 04, fijner en evenwichtiger dan de 03, maar nog altijd een (te) stevige knaap en de Neromaccarj 03 ©© van Guilfi, een zwoele, kruidige en rokerige nero d'avola, elegant, complex en fris in de mond en compleet op dronk. Goeie wijnbar, hoor, voor zo'n luchthaventje...

    De temperatuur in Zaventem bedroeg -2°C. Dat deed pijn.