engeland

  • Kinderen welkom ! soms... onder bepaalde omstandigheden... en well behaved...

    Pin it!

    Ik ben gek op Engelse pubs, maar er is één ding dat ik nooit helemaal zal begrijpen: de grote aversie tegen kinderen. Ik ken schitterende pubs waar je met je gezinnetje wordt verwezen naar een kale ruimte ergens aan de toiletten, en ik ken er waar ze gewoon helemaal niet binnen mogen. Dit zou terug gaan op een wet die verbiedt dat kinderen volwassenen alcohol zien kopen (je kan daar zelfs in supermarkten mee in de problemen geraken) en nog maar een tiental jaar geleden was dit een algemeen verspreid en aanvaard fenomeen. Ik herinner me nog heel goed een pub, en een hele goeie, redelijk deftige zelfs, waar op de parking kinderen in de auto chips en cola zaten te drinken, terwijl de ouders binnen zaten, en in Bristol zag ik ooit op een deur het opschrift "No Kids, No Dogs, No Boots".

    Onderstaande foto nam ik in de Ruddlestone Inn in Widecombe, een pittoresk dorp in Dartmoor. Voor de rest een aanrader trouwens...

    DSC02073.JPG

     

     

  • Dering Arms, Pluckley Station, Kent

    Pin it!

    Lang, lang geleden, vertrokken twee overwerkte goede vrienden op een winderige natte vrijdagavond uit Brussel op lang weekend. Ze reden in de kletsende regen naar Oostende, werden heen en weer geslingerd in een stampende catamaran, verloren de weg in een stormachtig Kent waar het gehucht Pluckley Station door één miezerig wegwijzertje, half achter een grote struik, wordt aangeduid, en vielen uiteindelijk uitgeput en halfdood binnen in de Dering Arms, waar Jim Buss met veel mensenkennis ze onmiddellijk een pint Dering Ale onder de neus schoof en ze doorstuurde naar de grote oude sofa naast de open haard. Twee uur later werd het dessert afgeruimd en was de wereld terug een warme vrolijke plaats geworden, was de Brusselse werkstress vergeten en waren ze klaar voor enkele dagen tuinen, geschiedenis en pubs.

    De Dering Arms is één van mijn favoriete pubs in Engeland. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren mijn eerste bezoek: de zon scheen binnen door de kleine raampjes van de gelagzaal en ik en mijn zus aten er de monkfish in bacon and orange sauce, op dat moment de signature dish van de eigenaar. Ik was toen zo onder de indruk dat ik zwoer om er terug te keren en er te blijven slapen (de pub heeft drie kamers). Ik heb dat sindsdien gedaan met goede en hele goede vrienden, nieuwe en oude lieven, een echtgenote en een dochter en ooit vierde ik er zelfs mijn veertigste verjaardag. Vorige week waren we er opnieuw en het was weer goed. Aan tafel hadden we een lang gesprek wat zo'n pub nu zo speciaal maakt, en omdat ook de wijn deze keer zo uitmuntend was besloot ik om er een blogbericht aan te wijden.

    DSC01811

                                                                                                                                

    Een goede Engelse pub moet in mijn ogen voldoen aan drie dingen: een aparte omgeving (gebouw of ligging), een goede keuken en een "village local" gevoel. Dat eerste is geen probleem, de Engelse countryside is letterlijk bezaaid met mooie oude gebouwen en prachtige landschappen. Het tweede was ooit wél een probleem, maar u moet weten dat Jamie Oliver eigenlijk is voortgesproten uit een Engelse keukenrevolutie die begin jaren 90 echt doorbrak, die van het werken met goede lokale ingrediënten, zonder veel poespas, maar vooral heel eerlijk, met respect voor de traditie maar met handig gebruik van invloeden uit de hele wereld. Het derde is vaak het moeilijkst te vinden maar is het meest essentiële: hoe goed het restaurant ook is, de locals moeten er nog steeds terecht kunnen voor een pint, en precies dat geeft zo'n pub een ongelooflijk gezellig aspect dat je eigenlijk buiten Engeland nog nauwelijks ontmoet. 

    De Dering Arms komt perfect tegemoet aan die drie criteria. Het gebouw is op zich erg opvallend (en vreselijk moeilijk te fotograferen!). Het is "dutch gabled", een stijl die je vooral in Kent tegenkomt door de influx van Protestantse vluchtelingen uit de Lage Landen, en die lijkt op de gevels van Amsterdam, geen puntgevels, maar eerder rond. De ramen in het gebouw zijn Dering Windows: tijdens de Engelse burgeroorlog ontsnapte een Dering aan zijn achtervolgers via zo'n raam en prompt ordonneerde hij dat elk nieuw gebouw op het landgoed zo'n ramen moest krijgen. Je kan er nog steeds aan zien tot waar hun eigendommen liepen als je een wandeling maakt. En de pub ligt in Pluckley, most haunted village of England, vlakbij Ashford, maar met een écht countryside gevoel.

    Picture 069

    Het restaurant was al twee maal Seafood Restaurant of the Year en heeft een beperkte steeds roterende kaart die vooral rond vis draait. De keuze is meestal beperkt, alhoewel er een kaart is voor wie echt niks moet hebben van wat er op het blackboard staat. Ik heb er gewoontjes gegeten, ik heb er lekker gegeten en ik heb er héél lekker gegeten. Deze avond was opnieuw een topper.

    Traditioneel startten we met een grote mooi pint of bitter, de Dering Ale, speciaal voor deze pub gebrouwen. Van het blackboard kozen we voor de lobster & crayfish thermidor, een beetje een risico in de Engelse keuken waar de meest gemaakte fout het slecht nabootsen van de Franse keuken is, maar het gerecht was top ! Jim's reputatie is voor een groot deel gebaseerd op zijn hele goede keuze van verse ingrediënten en ik denk dat dit het succes van dit succulente gerechtje was. Het is zo makkelijk om dit gerecht te bederven door teveel room, teveel kaas, teveel veel maar dit was in elk opzicht OK. De sauvignon blanc 2008 van Cloudy Bay miste karakter, maar eigenlijk waren wij al gefocust op de grote karaf die al vanaf het begin van de maaltijd op tafel stond te ademen. Want op de wijnkaart, voor een groot deel klassiek Bordeaux en Nieuwe Wereld, stond één fles uit de Bandol, van de handen van één van haar grootste wijnmakers. 

    Jean-Pierre Gaussen werkt met 99% mourvèdre en 1% grenache en hij werkt traditioneel, zonder toegevingen aan de drang om rode wijnen vroeger drinkbaar te maken. Ik dronk nog heel onlangs de 1998 en de hoofdconcuslie hier was "te jong", dus onze keuze was een risico. Jim had dan ook onmiddellijk de karakf voorgesteld, zodat de wijn nu toch een dik uur geademd had, maar nog tijdens de maaltijd bleef hij veranderen; We combineerden hem met een traditionele Engelse schotel, lamb noisettes in a minted stilton sauce. Ik weet het, muntsaus, scoort altijd hoog in het lijstje culinaire nachtmerries van mijn geliefde Albion, maar je moet het echt eens proeven als het goed gemaakt is, het is heerlijk.

    asterixmunt

    De Longue Garde 2001 van Jean-Pierre Gaussen kwam uit een fles met een dikke laag zaksel op de bodem en was professioneel gekarafeerd. In de neus was hij onmiddellijk prachtig kruidig, heel evenwichtig en mooi mineralig. In de mond zwart fruit, kersen, maar dan echt pas geplukte en heel rijpe, heel intens. Naar het einde van de maaltijd toe kwam er een aroma en vooral een afdronk die een mengeling was van sigaren en single malt, en het leek alsof de geur van de wijn, de herinnering aan het lam en de openhaardgeuren van de pub allemaal samensmolten in één magnifieke smaakervaring; We gooiden daar achteraf nog een kaasschoteltje en een single malt tegenaan, maar het hoogtepunt lag al achter ons. 

    De Dering Arms heeft drie mooie kamers. Een tafel reserveren is meestal niet nodig, behalve op zaterdagavond en zondagmiddag. De kamer reserveer je best wel op voorhand. Say Hi! to Jim from me! Ah, en dat ijle gegil waar u 's nachts van wakker werd ? Dat is die bouwvakker die al 80 jaar van het dak van het station valt. Zo lang u de Red Lady niet ontmoet is er niks aan de hand...

                 

  • Timber Batts, Bodsham, Kent

    Pin it!

    Het blijft me verbazen: mensen die terugkomen uit vakantie in Engeland en beweren dat de Engelsen niet kunnen koken. Bijna altijd bleek dat ze één grote fout maakten: ze aten op hotel (Fawlty Towers bestaat!), in een keten of in een "Frans" restaurant. De renaissance van de Engelse keuken gebeurde, anders dan bij ons, in de pub, waar traditie, vernieuwing en vooral verse ingreidënten elkaar ontmoet hebben en waar Engeland zijn eigen keuken leerde kennen. Ik ken een  plaats in Engeland waar twéé mooie tradities samenvallen: een typische Engelse plattelandspub, een Franse chef, verse countryside ingrediënten, een mooie wijnkaart, goed getapte real ales, een mooi uitzicht en charmante bediening: foodie paradise, kortom.

    Hert gebouw van herberg Timber Batts dateert uit 1485 en werd gebouwd tijdens de regeerperiode van  Henry VII (de papa van VIII, die met zijn zes vrouwen), eerst als het verblijf van de baljuw, dan als een gewone boerderij. In 1780 werd het een registered ale house en in 1833 een officiële pub met de naam Prince of Wales. In 1963 werd de naam veranderd in Timber Batts. Eind 2002 trok Joel Gross, de in de regio bekende Franse chef van de Froggies in Wye in het gebouw.

    DSC01061

    Het was nog net iets te winderig om buiten te zitten en wij veroverden een tafeltje met zicht op de toog. In Engeland kan je in de betere gastro-pub kiezen: ofwel eet je in het wat stijvere restaurantgedeelte ofwel in het lossere pub-gedeelte, met zicht op de toog. Met twee venten vinden wij een direct zicht op toog en ingang leuker dan naar elkaars lelijke koppen te kijken, maar ik vind ook dat ik zo een beter idee krijg van het karakter van de pub en zijn personeel.

    Wij aten à la carte en de bevallige dienster veroverde mijn hart toen ze zonder morren inging op mijn aanvraag tot het bovenhalen van de ijsemmer. Op de uitstekende Franse wijnkaart, eerder een uitzondering in dit land dat massaal de Nieuwe Wereld omhelsde, stonden immers wat mooie flessen uit de Beaujolais en de Loire en wat past er beter dan zo'n gekoelde rode jongen bij een eerlijke plattelandskeuken. Wij kozen voor een uitstekende Fleurie 2007 van Chateau de Bourg, eigendom van de Matray familie (aroma's van kriekensap en bloemen; in de mond zacht en vrouwelijk met mooi rijp fris fruiit, héél goed combinerend bij de eend). Hij kreeg van ons **.

    Wij startten met een verrassende cassolette de St Jacques à la bisque (zie foto), heel fijn en lekker, gevolgd door langs de ene kant van de tafel een confit de canard die helemaal was zoals hij moest zijn en, aan de andere kant, een poitrine de porc roti die in La Paix niet zou misstaan. De daaropvolgende kaasschotel (gecombineerd met een uitstekende bitter van Woodfordes in Norfolk, de Wherry) bracht, de Europese gedachte indachtig, drie Franse, een Hollandse en een Engelse kaas samen, allemaal anders, allemaal lekker. En het pas opgepikte idee dat bier eigenlijk beter bij kaas past dan wijn klopte als een bus. Typerend voor de bediening was de volgende anekdote: toen de kaas was opgediend kwam de dame des huizes vragen of Belgen bij de kaaschotel hun brood boterden ? Ze vond het persoonlijk een barbaarse gewoonte (zei ze met een licht trillende franse rrr) maar die perfide engelsen stonden er altijd op. Maar Belgen hadden toch meer een Franse smaak, hoopte ze ? Bien sur, madame...

    DSC01058

    Wie overigens in Engeland goed wil eten moet zich de Good Pub Guide aanschaffen. Mijn oudste exemplaar dateert uit 1991 en het heeft mij prachtige terrassen, loeiende haardvuren, ontelbare verhalen en succulente maaltijden opgeleverd. Het is een onmisbaar reisinstrument in een land waar men er enigszins andere eetgewoonten dan de onze op na houdt, maar waar de keuken er in twintig jaar zo op vooruit is gegaan dat onze Engeland-trips de laatste jaren meer weg hebben van een culinaire pelgrimage.

                                                                                                                                 

    Good-Pub-Guide-2009-Cover_medium