kent

  • Dering Arms, Pluckley Station, Kent

    Pin it!

    Lang, lang geleden, vertrokken twee overwerkte goede vrienden op een winderige natte vrijdagavond uit Brussel op lang weekend. Ze reden in de kletsende regen naar Oostende, werden heen en weer geslingerd in een stampende catamaran, verloren de weg in een stormachtig Kent waar het gehucht Pluckley Station door één miezerig wegwijzertje, half achter een grote struik, wordt aangeduid, en vielen uiteindelijk uitgeput en halfdood binnen in de Dering Arms, waar Jim Buss met veel mensenkennis ze onmiddellijk een pint Dering Ale onder de neus schoof en ze doorstuurde naar de grote oude sofa naast de open haard. Twee uur later werd het dessert afgeruimd en was de wereld terug een warme vrolijke plaats geworden, was de Brusselse werkstress vergeten en waren ze klaar voor enkele dagen tuinen, geschiedenis en pubs.

    De Dering Arms is één van mijn favoriete pubs in Engeland. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren mijn eerste bezoek: de zon scheen binnen door de kleine raampjes van de gelagzaal en ik en mijn zus aten er de monkfish in bacon and orange sauce, op dat moment de signature dish van de eigenaar. Ik was toen zo onder de indruk dat ik zwoer om er terug te keren en er te blijven slapen (de pub heeft drie kamers). Ik heb dat sindsdien gedaan met goede en hele goede vrienden, nieuwe en oude lieven, een echtgenote en een dochter en ooit vierde ik er zelfs mijn veertigste verjaardag. Vorige week waren we er opnieuw en het was weer goed. Aan tafel hadden we een lang gesprek wat zo'n pub nu zo speciaal maakt, en omdat ook de wijn deze keer zo uitmuntend was besloot ik om er een blogbericht aan te wijden.

    DSC01811

                                                                                                                                

    Een goede Engelse pub moet in mijn ogen voldoen aan drie dingen: een aparte omgeving (gebouw of ligging), een goede keuken en een "village local" gevoel. Dat eerste is geen probleem, de Engelse countryside is letterlijk bezaaid met mooie oude gebouwen en prachtige landschappen. Het tweede was ooit wél een probleem, maar u moet weten dat Jamie Oliver eigenlijk is voortgesproten uit een Engelse keukenrevolutie die begin jaren 90 echt doorbrak, die van het werken met goede lokale ingrediënten, zonder veel poespas, maar vooral heel eerlijk, met respect voor de traditie maar met handig gebruik van invloeden uit de hele wereld. Het derde is vaak het moeilijkst te vinden maar is het meest essentiële: hoe goed het restaurant ook is, de locals moeten er nog steeds terecht kunnen voor een pint, en precies dat geeft zo'n pub een ongelooflijk gezellig aspect dat je eigenlijk buiten Engeland nog nauwelijks ontmoet. 

    De Dering Arms komt perfect tegemoet aan die drie criteria. Het gebouw is op zich erg opvallend (en vreselijk moeilijk te fotograferen!). Het is "dutch gabled", een stijl die je vooral in Kent tegenkomt door de influx van Protestantse vluchtelingen uit de Lage Landen, en die lijkt op de gevels van Amsterdam, geen puntgevels, maar eerder rond. De ramen in het gebouw zijn Dering Windows: tijdens de Engelse burgeroorlog ontsnapte een Dering aan zijn achtervolgers via zo'n raam en prompt ordonneerde hij dat elk nieuw gebouw op het landgoed zo'n ramen moest krijgen. Je kan er nog steeds aan zien tot waar hun eigendommen liepen als je een wandeling maakt. En de pub ligt in Pluckley, most haunted village of England, vlakbij Ashford, maar met een écht countryside gevoel.

    Picture 069

    Het restaurant was al twee maal Seafood Restaurant of the Year en heeft een beperkte steeds roterende kaart die vooral rond vis draait. De keuze is meestal beperkt, alhoewel er een kaart is voor wie echt niks moet hebben van wat er op het blackboard staat. Ik heb er gewoontjes gegeten, ik heb er lekker gegeten en ik heb er héél lekker gegeten. Deze avond was opnieuw een topper.

    Traditioneel startten we met een grote mooi pint of bitter, de Dering Ale, speciaal voor deze pub gebrouwen. Van het blackboard kozen we voor de lobster & crayfish thermidor, een beetje een risico in de Engelse keuken waar de meest gemaakte fout het slecht nabootsen van de Franse keuken is, maar het gerecht was top ! Jim's reputatie is voor een groot deel gebaseerd op zijn hele goede keuze van verse ingrediënten en ik denk dat dit het succes van dit succulente gerechtje was. Het is zo makkelijk om dit gerecht te bederven door teveel room, teveel kaas, teveel veel maar dit was in elk opzicht OK. De sauvignon blanc 2008 van Cloudy Bay miste karakter, maar eigenlijk waren wij al gefocust op de grote karaf die al vanaf het begin van de maaltijd op tafel stond te ademen. Want op de wijnkaart, voor een groot deel klassiek Bordeaux en Nieuwe Wereld, stond één fles uit de Bandol, van de handen van één van haar grootste wijnmakers. 

    Jean-Pierre Gaussen werkt met 99% mourvèdre en 1% grenache en hij werkt traditioneel, zonder toegevingen aan de drang om rode wijnen vroeger drinkbaar te maken. Ik dronk nog heel onlangs de 1998 en de hoofdconcuslie hier was "te jong", dus onze keuze was een risico. Jim had dan ook onmiddellijk de karakf voorgesteld, zodat de wijn nu toch een dik uur geademd had, maar nog tijdens de maaltijd bleef hij veranderen; We combineerden hem met een traditionele Engelse schotel, lamb noisettes in a minted stilton sauce. Ik weet het, muntsaus, scoort altijd hoog in het lijstje culinaire nachtmerries van mijn geliefde Albion, maar je moet het echt eens proeven als het goed gemaakt is, het is heerlijk.

    asterixmunt

    De Longue Garde 2001 van Jean-Pierre Gaussen kwam uit een fles met een dikke laag zaksel op de bodem en was professioneel gekarafeerd. In de neus was hij onmiddellijk prachtig kruidig, heel evenwichtig en mooi mineralig. In de mond zwart fruit, kersen, maar dan echt pas geplukte en heel rijpe, heel intens. Naar het einde van de maaltijd toe kwam er een aroma en vooral een afdronk die een mengeling was van sigaren en single malt, en het leek alsof de geur van de wijn, de herinnering aan het lam en de openhaardgeuren van de pub allemaal samensmolten in één magnifieke smaakervaring; We gooiden daar achteraf nog een kaasschoteltje en een single malt tegenaan, maar het hoogtepunt lag al achter ons. 

    De Dering Arms heeft drie mooie kamers. Een tafel reserveren is meestal niet nodig, behalve op zaterdagavond en zondagmiddag. De kamer reserveer je best wel op voorhand. Say Hi! to Jim from me! Ah, en dat ijle gegil waar u 's nachts van wakker werd ? Dat is die bouwvakker die al 80 jaar van het dak van het station valt. Zo lang u de Red Lady niet ontmoet is er niks aan de hand...

                 

  • De teleVinz-machine

    Pin it!

    Eén van de dingen die me blijven fascineren bij mijn favoriete wijnen is dat ze erin kunnen slagen om zo complexe aroma's aan te bieden dat ik ze niet langer kan vergelijken met concrete zaken. Ik grijp dan terug naar stemmingen en herinneringen en af en toe zijn die zo concreet dat ze bijna uncanny of griezelig worden.

    Wie mij beter kent weet dat ik eigenlijk een volbloed anglofiel ben die voor de geboorte van mijn dochter elke vakantiedag spendeerde aan het Land aan de Overkant (ik heb nog een abonnement bij Sally Lines gehad...). Ik vond het dan ook bijzonder aangenaam om een wijn in het glas te krijgen die ik eigenlijk maar op één manier kon beschrijven: een ochtend op het Engelse platteland, het moment waarop je uit de auto stapt en je eerste Engelse tuin van de dag binnenwandelt, het raam van je kamer van de B&B openzet wanneer je de vogels hoort fluiten 's morgens...een curieuze mengeling van zuurstofrijke lucht, planten, dauw en dat speciale dat je in Engeland altijd wel in een vleugje meekrijgt: de zee.

    Het gaat hier om de Stettener Stein, Silvaner Alte Reben "Vinz", 2007 van WG Am Stein in Franken (***). Ik kreeg hem van wijnmaatje Kris en ik noteerde eerst vers perzikenfruit, recht van de boom, met een laagje krijtstof erover, een prachtige viscositeit en heel lang, maar ik vond dat ik de wijn niet echt kon vatten. Bij het tweede glas sprong plots die herinnering aan ochtenden in Kent of Dorset naar voor en zo transporteerde hij me naar de overkant van het Kanaal. Even dacht ik in de verte Engelse kerkklokken te horen...

    Weingut Am Stein is één van de beste domeinen van Franken en wordt ingevoerd door Vinikus. Beiden zijn aanraders.

    DSC01136

     

  • Timber Batts, Bodsham, Kent

    Pin it!

    Het blijft me verbazen: mensen die terugkomen uit vakantie in Engeland en beweren dat de Engelsen niet kunnen koken. Bijna altijd bleek dat ze één grote fout maakten: ze aten op hotel (Fawlty Towers bestaat!), in een keten of in een "Frans" restaurant. De renaissance van de Engelse keuken gebeurde, anders dan bij ons, in de pub, waar traditie, vernieuwing en vooral verse ingreidënten elkaar ontmoet hebben en waar Engeland zijn eigen keuken leerde kennen. Ik ken een  plaats in Engeland waar twéé mooie tradities samenvallen: een typische Engelse plattelandspub, een Franse chef, verse countryside ingrediënten, een mooie wijnkaart, goed getapte real ales, een mooi uitzicht en charmante bediening: foodie paradise, kortom.

    Hert gebouw van herberg Timber Batts dateert uit 1485 en werd gebouwd tijdens de regeerperiode van  Henry VII (de papa van VIII, die met zijn zes vrouwen), eerst als het verblijf van de baljuw, dan als een gewone boerderij. In 1780 werd het een registered ale house en in 1833 een officiële pub met de naam Prince of Wales. In 1963 werd de naam veranderd in Timber Batts. Eind 2002 trok Joel Gross, de in de regio bekende Franse chef van de Froggies in Wye in het gebouw.

    DSC01061

    Het was nog net iets te winderig om buiten te zitten en wij veroverden een tafeltje met zicht op de toog. In Engeland kan je in de betere gastro-pub kiezen: ofwel eet je in het wat stijvere restaurantgedeelte ofwel in het lossere pub-gedeelte, met zicht op de toog. Met twee venten vinden wij een direct zicht op toog en ingang leuker dan naar elkaars lelijke koppen te kijken, maar ik vind ook dat ik zo een beter idee krijg van het karakter van de pub en zijn personeel.

    Wij aten à la carte en de bevallige dienster veroverde mijn hart toen ze zonder morren inging op mijn aanvraag tot het bovenhalen van de ijsemmer. Op de uitstekende Franse wijnkaart, eerder een uitzondering in dit land dat massaal de Nieuwe Wereld omhelsde, stonden immers wat mooie flessen uit de Beaujolais en de Loire en wat past er beter dan zo'n gekoelde rode jongen bij een eerlijke plattelandskeuken. Wij kozen voor een uitstekende Fleurie 2007 van Chateau de Bourg, eigendom van de Matray familie (aroma's van kriekensap en bloemen; in de mond zacht en vrouwelijk met mooi rijp fris fruiit, héél goed combinerend bij de eend). Hij kreeg van ons **.

    Wij startten met een verrassende cassolette de St Jacques à la bisque (zie foto), heel fijn en lekker, gevolgd door langs de ene kant van de tafel een confit de canard die helemaal was zoals hij moest zijn en, aan de andere kant, een poitrine de porc roti die in La Paix niet zou misstaan. De daaropvolgende kaasschotel (gecombineerd met een uitstekende bitter van Woodfordes in Norfolk, de Wherry) bracht, de Europese gedachte indachtig, drie Franse, een Hollandse en een Engelse kaas samen, allemaal anders, allemaal lekker. En het pas opgepikte idee dat bier eigenlijk beter bij kaas past dan wijn klopte als een bus. Typerend voor de bediening was de volgende anekdote: toen de kaas was opgediend kwam de dame des huizes vragen of Belgen bij de kaaschotel hun brood boterden ? Ze vond het persoonlijk een barbaarse gewoonte (zei ze met een licht trillende franse rrr) maar die perfide engelsen stonden er altijd op. Maar Belgen hadden toch meer een Franse smaak, hoopte ze ? Bien sur, madame...

    DSC01058

    Wie overigens in Engeland goed wil eten moet zich de Good Pub Guide aanschaffen. Mijn oudste exemplaar dateert uit 1991 en het heeft mij prachtige terrassen, loeiende haardvuren, ontelbare verhalen en succulente maaltijden opgeleverd. Het is een onmisbaar reisinstrument in een land waar men er enigszins andere eetgewoonten dan de onze op na houdt, maar waar de keuken er in twintig jaar zo op vooruit is gegaan dat onze Engeland-trips de laatste jaren meer weg hebben van een culinaire pelgrimage.

                                                                                                                                 

    Good-Pub-Guide-2009-Cover_medium

     

     

     

  • Pinot Noir vs Spatburgunder: de match van de eeuw (of van de avond..)

    Pin it!

    Er mag binnen CSP al eens geëxperimenteerd worden. En op deze avond besloten we omdat maar eens te doen met een druif waar velen van ons fan van zijn: de pinot noir. Of de spätburgunder ? Of is dat dezelfde druif ? En gaan we daar verschil tussen proeven ? Ook als we dat blind doen ?

    Vandaar volgende premisse: 12 flessen, vijf Bourgondiërs, vijf Duitsers en twee vreemde eenden in de bijt. De techniek noemen we halfblind: we weten dat het pinot noir flessen zijn, maar zijn ze Duits of Frans of geen van beide ? En halfblind omdat we elke fles van haar verpakking ontdoen na het proeven, zo kunnen we zien of we bijleren ja dan neen.

    Laat de match beginnen !

    fightingcouples

    Duitsland mag de eerste mep uitdelen en slaat meteen raak: de Endinger Engelsberg van Weingut Knab uit Baden, 2006, is met zijn 8 euro de goedkoopste van de avond en maakt meteen indruk: de ideale zomerwijn. Kers, kruiden, chocola, fraîcheur en fruit en een mooie lange afdronk. Het Chateau de Santenay slaat terug met een Mercurey 2006, 9,6 euro in afslag, eerst heel vreemd en onzeker (kruidnagel, vegetale elementen), maar na wat oefenen kwamen er kruiden en een mooie minerale rokerigheid. Licht voordeel voor de spätburgunder, zeker wanneer de volgende Bourgondiër licht gekurkt blijkt. Weingut Knab ziet zijn kans met de Barrique versie van de Endinger Engelsberg: 12,7 euro voor een nu nog wat alle kanten opschietende maar zeer complexe, mooie en vooral lekkere wijn die volgens ons een hele grote gaat worden. Beide kwamen van Vinikus.

    Daarna kwam de eerste vreemde eend voorbij...gesukkeld, want hij bleek net iets te oud. De pinot noir van de Cherry Point Vineyards in Canada, Vancouver Island, bleek rokerig, wild en interessant maar ook wat ruw en dun: wij weten het aan de leeftijd. Net toen we Duitsland toch wel het voordeel begonnen te geven, kwam de revanche: de Clos Saint-Louis 2003, een Côtes de Nuits Villages, bracht frisse kruiden, een mooie structuur, secure tannines en een rijpe rokerigheid in het spel. Uitstekend dus (13,5 euro, Cora). De tweede vreemde eend zette iedereen op het verkeerde been: wat iedereen aanzag als een jonge Fransman, een Elzasser bijvoorbeeld, bleek van de andere kant van het Kanaal te komen. De Pinot Noir 2003 van Lamberhurst Vineyards was met zijn vers, krakend fruit natuurlijk een kind van een hete zomer, maar enige vooroordelen gingen op dit moment in rook op. Alleen de prijs was wat jammer (18,7 euro).

    De match ging dan verder: kampioen Bernard Huber werd gevloerd door kurk, maar de eer werd gered door Ernst Heinemann die met zijn Scherzinger Batzenberg 2003 de hoodvogel afschoot. Het ontlokte lid Gerd de opmerking (in de blinde fase!) dat deze wijn te lekker was om Frans te zijn, en gelijk had hij dus. Schitterend ! en voor 15 euro goed te doen ! De Franse eer werd gered door de La Justice, een Gevrey-Chambertin 2002 van Domaine Marey, zeer strenge en volgens diezelfde Gerd eerder een pinot nerd dan een pinot noir, kruiden, munt en stevige tannines. De twee toppers stelden teleur: de Spätburgunder B van Friedrich Becker uit de Pfalz was in een wat in zichzelf gekeerde fase alhoewel het potentieel er wel doorkwam. De Nuits Saint-Georges 2001 van Robert Sirugue was hoekig, gesloten, hard en zo goed als expressieloos.

    Moraal van het verhaal ? In deze prijsklasse is Duitsland ons inziens de overwinnaar, niet in het minst omwille van de smakelijkheid van de wijnen. Wij hadden sterk de indruk dat de Bourgogne echt het csp-prijsniveau achter zich heeft gelaten, maar ook dat deze wijnen weinig zekerheid geven: je weet gewoon niet wanneer je ze moet opendoen en er was uiteindelijk maar weinig drinkplezier aan te beleven. Bevooroordeeld ? Misschien (maar het was wel blind!). Maar waar zijn ze dan die lekkere Bourgondiërs aan gewone prijzen ?