marche

  • Terroir or not to terroir

    Pin it!

    De woorden van mijn vorig blogbericht waren nog niet koud of het Lot besloot me al een neus te zetten. Op één avond kwamen twee wijnen voorbij die allebei geen zak met terroir te maken hadden en ik vond ze allebei erg lekker. De eerste was trouwens de complete ontkenning ervan, omdat hij zelfs het jaartal niet vermeldde.

    De Reméage, een non-vintage Vin de Table Français, wordt gemaakt door Les Vins de Vienne, een in 1996 opgericht domein in de Rhône met als doel de historische wijnregio Seyssuel op de linkeroever van de Rhône te herscheppen.  De steile hellingen van Seyssuel werden na de phylloxera-epidemie verlaten omdat ze niet mechanisch bewert konden worden en werden in 1996 in ere hersteld door drie straffe wijn-gasten: Pierre Gaillard, François Villard en Yves Cuilleron, alledrie bevlogen en succesvolle wijnbouwers in de Noordelijke Rhône. De drie willen hier het leisteen terroir van Seyssuel combineren met moderne technieken en slagen daar wonderwel in, maar deze Reméage is een absoluut buitenbeentje.

    De Reméage is een lokale uitdrukking voor een pelgrimstocht van een wijnbouwer en slaat op de zoektocht van de drie naar geschikte druiven om in deze blend onder te brengen. De viognier, marsanne, roussanne, cugnette en chardonnay komt dan ook van veschillende wijngaarden, ook buiten Seyssuel, en elk jaar selecteren de drie de meest geschikte stukken. Opmerkelijk is ook dat ze er geen jaartal op plakken, wat hen de vrijheid geeft om te blenden over de jaren heen en zo naar een heel consistent karakter te zoeken. In de tijd voor de AOC's gebeurde dit wel meer, en dit is dan ook één van de redenen waarom dit een Vin de Table Français is.

    Volgens de website bleef hij 9 maanden op cuve (geen hout) en als dit klopt blijkt nog maar eens hoe moeilijk proeven kan zijn: door het non-vintage karakter zit hier oudere wijn in, meer dan waarschijnlijk ook met malolactische fermentatie, en houtrijping is uiteindelijk een vorm van oxydatie...in het kort, ik zou gezworen hebben bij houtrijping. Het aroma was massief, maar wel mooi, met amandel, bloemen en een vleug agrumes. in de mond minder dik dan verwacht, eerder elegant, zeer goed gestructureerd en gewoonweg lekker en heel toegankelijk. De mooie afdronk doet eveneens aan eik denken (grote houten vaten, geen nieuwe). Men kan de wijn wat gebrek aan diepgang verwijten, maar hij is gewoonweg heel lekker. 9,23 euro bij Sobelvin en ©©, en het enige spoor van terroir hier is "Noordelijke Rhône".

    remeage

                                                                                                                                              

    De Tourmaline, een Coteaux du Languedoc 2007 van Chateau L'Euzière, kocht ik bij Vinipure in Leuven aan 7,7 euro. Luc raadde me aan om hem wat gekoeld te drinken, een goed advies wat er zaten hier wel wat suikers aan het raam te loeren. Hij bevatte 60% grenache en 40% syrah en wordt gemaakt met de druiven van de jongste stokken, die waarschijnlijk minder hun terroir weergeven (glad ijs hier, hoor). Ik ondervond een mooie, kruidige neus, met zuiver fruit en duidelijke syrah toetsen. In mond nog eclatanter fruit, een heel aardig volume, lekker rond met een mooie finish en een redelijk aardige afdronk. Pas toen hij in het glas wat opwarmde werd hij wat plakkerig. Net als de vorige puur drinkplezier en een heel aardige leuke wijn, echt wel geen vin de meditation, maar 75cl puur drinkplezier, een hele goede partner voor de barbecue (in de ijsemmer, wel). ©©

    Beide wijnen hadden eigenlijk één ding gemeen toen ik er over begon na te denken (waar joggen al niet goed voor is): de hand van de wijnmaker was hier belangrijker dan het terroir. Ik denk dat je met goed materiaal uit de wijngaard twee dingen kan doen: het terroir laten spreken door minimaal te internveniëren...of de wil van de wijnmaker laten overheersen door een duidelijk profiel te kiezen en daarop te mikken.

    Een dag later vond het Lot (having a jolly good weekend) het leuk om mij een pure terroirwijn langs te sturen, de Cùmaro 2004 van Umani Ronchi, een Rosso Conero Riserva ©© uit de Marche (14,02 euro bij de Auchan). Hij werd gemaakt met 100% montepulciano druiven van de San Lorenzo wijngaard die vlakbij de zee ligt en volgens de makers althans kan je dit ook echt proeven. Op een bijna grappige manier kon je dit ook proeven, of was het inbeelding ? Maar de wijn had iets aparts, een soort mantel die hem omwikkelde en die vaag deed denken aan iets zilts, maar dan meer de geur die je krijgt als je nog een vijftal kilometer van de zee bent: er is iets "anders" in de lucht, maar je ziet het nog niet. Mijn nota ? warm rood fruit, kruiden, vooral laurier; in de mond een zachte fluwelen attaque, daarna plooide hij zich open rond kruiden en rijp rood fruit, heel evenwichtig en met iets zuivers zoals je dat ook wel bij bergwijnen proeft; de finsih was een beetje prikkend, met zachte tannines. Heel veel zaksel. Een dag later en dus gefilterd: chocolade en rook; eerst wat kort in de mond, daarna winnend aan volume en diep en rijk eindigend; mooie en eveneens diepe afdronk met vlezige en rokerige toetsen. Nu ©©(©).


    monteconero3

  • De suprematie van het blanke ras ? Alvast in de Marche !

    Pin it!

    Zo, maar direct even een compromitterende titel voor onze laatste degustatie! Ons aller CSP-lid Ghil ging op vakantie in de Marche, en zoals het hoort, viel hij allerlei wijnboeren en -winkels lastig om er een uitgelezen selectie mee samen te stellen rond het thema Marche, een erg mooie regio trouwens, zonder massatoerisme.

    marche
    De wijnregio Marche is het bekendst voor zijn amfora-vormige flessen Verdicchio, dorstlessende bulkwijnen die decennia-lang ontelbare pizzeria's en trattoria's onveilig maakten (het witte equivalent van de chianti-mandfles). De laatste tijd is er echter zoals op zoveel plaatsen in Italië een echte kwaliteitsrevolutie aan de gang: in het overzichtsvolume van de Gambero Rosso klasseerde de Marche zich als 8ste op in totaal 23 regio's.

    In wit is de overheersende druivensoort de verdicchio. Er worden lichte, frisse limoenachtige wijnen meegemaakt die zeer goed combineren bij de zeevruchtenschotels van de regio, maar de betere producenten bereiken steeds hogere niveaus en meer en meer verdicchio's vervoegen de rangen van de betere witte Italiaanse wijnen. Van de twee DOC's is die van de Castelli di Jesi de grootste, en de kleinere Matelica DOC onderscheidt zich vooral door een grotere aciditeit. Er wordt ook witte wijn gemaakt met internationale varianten als de chardonnay, maar ook hier zijn de lokale varianten het interessantst, met naast de verdicchio vooral de pecorino als druif met nog veel potentieel.

    In rood is de regio minder groot. De DOC's Rosso Conero (100% montepulciano) en Rosso Piceno (sangiovese en montepulciano) zijn aardig, maar kennen weinig uitschieters.

    Het volledige overzicht van de degustatie vindt je op de website hier dus, maar hier komen de highlights.

    Garofoli, Serra Fiorese, Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Riserva, 2004

    In de neus herkenden we vooral limoen en mineralen, heel kruidige, diepe en ernstige wijn, die na opwarming wat deed denken aan zachte spierzalf; in de mond een heel elegante start, dan even mollig, daarna zeer complex evoluerend; ongelooflijke afdronk: héél sterk YYY

    Cambrugiano, Belisario, Verdicchio di Matelica Riserva, 2004

    In de neus eerst vooral fris, met lijsterbes, takjes, mandarijntjes, na opwarmen bijna als een Speyside whiskey. In de mond zéér elegant en fijn, lekker fris, met een aangename wat toasty afdronk die wat aan champagne deed denken; YY

    Ciprea, Pecorino, San Savino, Offida DOC, 2006

    In de neus eerst passievrucht, kisten vol passievrucht!, bijna een beetje monotoon, maar na enkele minuten kwamen er mineralige elementen die zowaar wat aan een Moezel-riesling deden denken. Ook in de mond eerst wat monotoon, maar ook heel origineel; deed nog het meeste denken aan een cocktail van champagne en groene meloen; lekker frisse zuren YY

    Opvallend aan deze drie witte wijnen was ook dat ze zo consistent lang in het glas goed bleven. De aroma's  van de witte wijnen ontlokten bij Karen  de opmerking dat al die wijnen zo lekker ruiken dat ge ze bijna op u kunt doen als parfum. Voor wanneer de verdicchio-verstuiver !?

    Ondertussen was er dankzij de uitstekende witte bij niet-spuwers al wat hilariteit ontstaan. Toen iemand vroeg waar we nu precies zaten in de degustatie weerklonk er unisono In Italië ! Een half uurtje later sprak er iemand over het lekkere buidelgeurtje van een wijn, wat pas na enige opgetrokken neusvleugels de correctie ontlokte dat hij eigenlijk geurenbuideltje bedoelde...

    In rood was er helaas minder reden tot juichen. De Rosso Conero van Umani Ronchi werd vergeleken met spa kers en weinig rode wijnen deden het gezelschap echt juichen. De grote uitzondering was de

    Morellone, Le Canette, Rosso Piceno, 2002

    In de neus heel apart: sommigen deed hij denken aan een keukenkastje vol kruiden, anderen aan een Marokkaans kraampje vol olijven en kruiden. In de mond was hij zeer droog, mooi fris met stevige tannines en een mooie afdronk. Een boertige wijn, maar dan wel op een heel mooie manier, à la Permeke. Opzoekingswerk na de degustatie bracht aan het licht dat dit ook de huisstijl is. YY    

    Een aangename verrassing was de afsluiter, een zoete verdicchio:

    Carpe Diem, Belisario, Verdicchio Passito, 2002

    Amberkleurig. In de neus gele muscat-krenten en noot. In de mond complex, verrassend: honing, peperkoek, gember en nootmuskaat kwamen voorbij, maar hier kon je aan blijven snuffelen. Ook een opvallende mooie, helemaal niet plakkerige afdronk. YY

    marche2

  • Ontmoetingen met een druif: de pecorino

    Pin it!

    pecorino
    Eén van de boeiendste en leukste tendenzen in de wijnwereld van vandaag is de herontdekking en herlancering van honderden zo goed als verdwenen druivenrassen die dankzij moderne technieken als de ampelografie hun geheimen prijsgeven. Zo blijkt ondermeer Italië tsjokvol vergeten maar zeer interessante druivenrassen te zitten en worden deze door ambitieuze wijnmakers gebruikt om uit de anonimiteit te treden en de eigenheid van de eigen regio te promoten.

    Eén van deze nieuwe helden is de pecorino-druif. Deze vooral in de Marche (ook wat in de Abruzzi) voorkomende druif was naar het schijnt zo goed als uitgestorven toen enkele jonge wijnboeren stekken namen van één van de laatst overblijvende struiken. Met het resultaat maakten ze zeer aangename witte wijnen en de druif was geherlanceerd. Zoals veel van haar lotgenoten is de druif niet de makkelijkste: een dunne schil en de daaruitvolgende gevoeligheid voor ziekten, geen echt hoge opbrengsten en een nogal onregelmatig presteren schijnen de grootste oorzaken te zijn geweest voor haar bijna-verdwijning.

    Geel fruit, witte peper, noten en een duidelijke minerale toets schijnt typisch te zijn. Sommige bronnen verwijten de druif ook een gebrek aan zuren. Wij proefden in onze Marche-degustatie van de csp de Offida DOC "Ciprea" van San Savino, 2006. Eerst was de wijn in de neus nogal monolithisch (wij noteerden vooral passievrucht), maar la na een vijftal minuutjes wolkte de mineraliteit op, met dingen als leisteen die eigenlijk sterk deden denken aan een jonge riesling. Ook in de mond was de wijn wat monotoon, maar wel origineel en lekker. Toen Karen plots groene meloen met champagne riep kwamen bij velen verwijzingen naar champagne-cocktails naar boven. Lekker frisse zuren sloten af. Echt niet onaangenaam deze witte. De meeste pecorino's worden trouwens onder deze DOC, de Offida, gemaakt.