natuurlijke wijnen

  • De Wonderen van de Wulf

    Pin it!

    Het stond al lang op ons programma: ons aller januari-reisleider, J., moest toch eens zeer hartelijk bedankt worden voor al die jaren van georganiseer, en had in een onbewaakt moment eens laten vallen dat Kobe Desramault van De Wulf in Dranouter zijn droomchef was. Ons leek dat zeer geschikt om te combineren met een weekendje Frans Vlaanderen (Bienvenue dans la Flandre!), de zon was van de partij, In De Wulf heeft ook slaapkamers, (kwestie van verantwoord van de wijn te kunnen profiteren), en wij waren dus klaar voor een culinaire ontdekkingstocht zoals ik er nog maar weinig heb beleefd. En toen die tot mijn grote verwondering en bewondering ook nog eens werd begeleid door uitstekende wijnen uit de biodynamische en/of natuurlijke stal kon onze vreugde niet meer op.

    Over de keuken ga ik hier geen gedetailleerde bespreking plaatsen: ik ken er te weinig van om er iets zinnigs van te zeggen. Een paar gerechten bliezen me echter echt van de sokken: Nieuwpoortse rauwe garnaal met een duindoornbes, Grevelingen oesters met spitskool, mierikswortel en weisaus, wilde eend met gepekelde peer en haverwortel, met geraspt ossehart besprenkelde kolen en laurier, het waren maar een paar van de hoogvliegers. Elk gerechtje, van amuse tot dessert was hier goed voor fascinatie en verrassing en zinnestrelend genot. Kwam daarnog bij: een uitstekende en hartelijke bediening, een persoonlijke uitleg door de chef die dit lekkers bereid had (af en toe Kobe, af en toe iemand anders) en uitstekende begeleidende wijnen (als Mme Rick er niet bij was geweest had ik die sommelière prompt ten huwelijk gevraagd). Ik heb een grenzeloze bewondering voor de manier waarop dit restaurant zijn fascinatie voor het eigen terroir samenbrengt met hypermoderne technieken. In de keuken werken jonge chefs van over de hele wereld die hier komen om bij te leren.

    dewulf 174.jpg

    De kruidtuin van De Wulf.

    Een band met de sommelière werd al van bij het begin gesmeed. De huischampagne bleek hier niet minder te zijn dan de Brut Réserve, Jacques Lassaigne, en laat dat nu net degene zijn waarover wij twijfelden in de Bistro de la Poste, waar we uiteindelijk toch maar de 2003 hadden genomen (http://csp.skynetblogs.be/archive/2011/10/03/bistro-de-la-poste-maar-natuurlijk.html). Jaja, die kende zij ook, maar deze was beter geschikt als aperitief en daar had ze gelijk in. Deze geurde naar grootmoederskast, of naar "beste kamer" voor zij die dit begrip nog kennen. In de mond vooral gedroogd fruit, met achteraan wat amandel, en deze originele champagne begeleidde uitstekend de hapjes die ons werden aangeboden.

    Never judge a book by its cover. en als er nu één druivenras is waarvoor dit het geval is is dat wel de Melon de Bourgogne, de druif waarmee de muscadet wordt gemaakt. Ook ik kende jarenlang alleen de dunne, zure muscadets die slechts gered werden door de zeevruchten die er naast stonden, en zag dit druivenras bijna als een noodzakelijk kwaad, en zeker niet als een ras dat op zichzelf interessant kon zijn. Een Domaine de l'Ecu verder weet ik echter wel beter, en zeker wanneer deze druif terugkeert naar zijn Bourgondische roots kan ze verrassend uit de hoek komen. Deze Melon de Bourgogne, Domaine de la Cadette, 2009 was hierin geen uitzondering. Deze naar agrumes geurende frisse witte (mooi etiket trouwens) was zeer fruitig (perzik) en zeer lekker en bood mooi weerstand aan de erg uiteenlopende smaken (en nu ik er aan terug denk, hij was uitmuntend bij de rauwe garnaal, en daar is die link met zeevruchten weer). Jean en Catherine Montanet (www.domainedelacadette.com) maken een uitstekende chardonnay onder de aoc Bourgogne Vézelay, maar beschikken nog steeds over een wijngaard met melon de bourgogne waar ze erg blij mee zijn. Heel mooie etiketten maakt dit domein trouwens...

    Melon.jpg

    Daarna kwam er zowaar een Sloveen op tafel, en nog niet de minste. De Ribolla, Movia, 2009 is niet alleen interessant omdat hij uit zo'n toch wat exotisch land komt (de wijngaarden grenzen aan riuli) of met zo'n exotsiche druif gemaakt werd ( de ribolla giallo), maar zeker ook omwille van de persoonlijkheid van zijn flamboyate wijnmaker, Ales Kristancic. Hij geurde naar meloen en voetbalschoenenvet (aldus een kenner van voetbalschoenenvet), en voetbalschoenenvet van een hoge kwaliteit zelfs volgens onze voetbalschoenenvetspecialist. In de mond was hij rond en vet en met een verrassend droge textuur. In het glas werd hij opvallend rijker bij het wachten op de volgende gang. je kan de wijnen van Movia kopen bij Matthys in Brugge.ales_rocker.jpg

    Ondertussen waren de uitwisselingen met de sommelière van een dusdanig enthousiasme dat ze ons voorstelde om de wijnen blind te schenken en ons wat tijd te geven om na te denken voor ze bij het gerecht werden onthuld. Een uitstekende manier om je, de vingers in de neus, belachelijk te maken, maar ook om weer eens bij te leren en wij aanvaardden deze uitdaging dapper (en gingen strijdend ten onder...). Met bewonderenswaardige trefzekerheid plaatste ik de eerste wijn als een weissburgunder uit Duitsland, Baden misschien, en mijn troost is dat ik toch al de taal juist had: het was een Gruner Veltliner, Donauland, 2009 van Hans Diwald. Deze frisse, naar citrus geurende, witte, had ik achteraf gezien moeten herkennen aan de kruidige pepertoetsen in de mond, en hij begeleidde op een voorbeeldige manier ondermeer een succulent stukje pladijs met Zeelandse spinazie. De wijnen van Diwald zijn te koop bij Divino in Dendermonde.

    Als een sommelier naar u toe komt met een geblinddoekte fles en de woorden "dit is geen makkelijke, wil ik u het al niet ineens verklappen" dan eist het een stalen wil om toch een poging te wagen. Het is een beetje als schaatsen wanneer u daar geen aanleg voor hebt: niemand zal ontkennen dat u een moedig man bent, maar het ziet er niet uit. Wij graaiden dan ook compleet blind rond in de duisternis van de Europese wijnwereld, vertelden de stomste dingen, zelfs Italiaanse merlot kwam ter sprake, en het was de kindermond van Madame Rick die plots stellig beweerde dat de wijn Frans was die als enige in de buurt kwam. Onze enige verdediging was dat je niet elke dag een blend van pineau d'aunis, cot en gamay drinkt, maar mijn persoonlijke schande was dat ik hem wel degelijk kende: het was de le Gravot, Coteaux du Loir, 2005 van la Grapperie. Weliswaar mompelde ik wel eens van ik ken dit, en inderdaad de naam pineau d'aunis was me door het hoofd geflitst, maar met "Italiaanse merlot uit de bergen" zat ik er dus ruim naast. In de neus schuilde mooi fruit achter een heel eigenaardige geurmuur van bitterheid en iets van verkoolde asse, maar in de mond speelden fruit, aardse tonen en vrolijke zuren haasje-over, en deze toch wel erg aparte wijn had een persoonlijkheid die perfect paste bij de gerechten.

    Ik redde nog de eer door de naam Pascal Simonutti te laten vallen, een groot pineau d'aunis kenner, en toen ik vertelde dat Jacques Massy de man was die mij ooit de poort naar natuurlijke wijnen toonde, was het ijs definitief gebroken, want hij was ook de man die deze fles had aangeleverd. Ik merk trouwens meer en meer dat sommeliers de enorme mogelijkheden van natuurlijke wijnen beginnen te herkennen, en een paar van mijn persoonlijke successen heb ik geheel en al te denken aan deze combinatie. Jacques opent in november trouwens zijn nieuwe lokalen in Roeselare en houdt op 11 en 13 november opendeurdag; al wie natuurlijke wijn kent zou er moeten zijn, en wie nog niet vertrouwd is met dit fenomeen kan ik alleen maar aanraden om dit niet te missen. Meer info hier: http://www.troca-vins-naturels.be/index.asp?LID=13   

    De halfzoete wijn die onze desserts begeleidde was les Tuffeaux, Montlouis aoc, François Chidaine, 2006, nog zo'n druivenras dat ik pas echt heb leren appreciëren dankzij sulfietarme wijnen. Dit exemplaar was strak, breed en complex, halfzoet met geen spoor van plakkerigheid, en zéér lekker.

    Wij nestelden ons nog in de salon met een Frans-Vlaams bier, bezochten 's anderendaags het Musée de Flandre in Cassel, een aanrader, http://museedeflandre.cg59.fr/, met een schitterende vergezicht dat zo uit één van de aanwezige schilderijen leek,te zijn gestapt, deden ongelukken in de streekgerechten winkel langszij (proef het Rouge de Flandres bier, subliem !), zagen gelijknamige runderen rollebollen in de wei, en sloten ons weekend culinair af in een Bib Gourmand, de Estaminet du Centre, in Godewaersvelde, http://estaminetducentre.com/, bij Béatrice, de hartelijke gastvrouw, ondermeer met een Bière de Ch'ti. Iets eenvoudiger dan De Wulf, maar ook iets goedkoper, en zéér smakelijk. Toch speciaal om te zien hoe hier de Vlaamsheid van de regio wordt gebruikt als trots handelsmerk, maar dan in het Frans...

     

    dewulf 184.jpg

     

     

  • Revue libre de toute publicité

    Pin it!

    Als min of meer geïnteresseerd wijnliefhebber begin je op een gegeven moment wijntijdschriften te kopen. Je probeert Decanter (wijn voor rijke mensen), je abonneert je op het Revue de Vin de France (interessant maar eenzijdig) en je koopt het inmiddels terziele gegane WeinGourmet (sterk voor Duitsland en Middellandse Zee). In de Nederlandse taal kan je kiezen tussen een gedrocht als In Vino Veritas (gebrekkig Nederlands en een ouderwetse stijl) of een paar Nederlandse tegenhangers die een groot enthousiasme paren aan een even groot gehalte oeverloos gezwam. En wil het toeval dan ook nog eens dat je een liefhebber bent van "echte wijnen" uit de sfeer van de vins naturels, dan blijf je helemaal op je honger zitten.

    Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij ! Wanneer je net als ik graag weet wie waarom iets in een fles stak, is altijd wat gefrustreerd door de wijnhandelaar die vooral gefixeert is op de inhoud en niet op de mens erachter. Gelukkig bestaan er bloggers die hierin wél geïnteresseerd zijn en onlangs viel ik, ik geloof dat het op een engelstalige blog was, op een vermelding van een wijntijdschrift "zonder pretentie", dat een must zou zijn voor alle liefhebbers van goede Franse wijn zonder pretentie. Dat klonk interessant ! Ik abonneerde me en deze week viel het eerste exemplaar in mijn brievenbus.

    rougetblanc

                                                                                                                                                     

    LeRouge&LeBlanc beschrijft zichzelf als een "revue à petit budget mais à projet fort". Het werd in 1983 opgericht door een groep liefhebbers met veel passie en nog veel meer vragen, op zoek naar informatie zonder vooroordelen en zonder commerciële banden, uit frustratie rond het ontbreken van zo'n bron van informatie (we spreken pre-worldwideweb!). Ze zagen zichzelf als voorvechters van de strijd tegen de standaardisatie van smaken in de wijn en als verdedigers van het terroir, volgens hun het enige waardoor de Franse wijngaard (en elke andere) zich kan onderscheiden. Haast automatisch volgde een afkeer voor alles wat terroir maskeert en een grote natuurlijke interesse voor biologische en biodynamische teelt.

    Het tijdschrift wordt gedrukt in zwart-wit, zonder reclame, en op gerecycleerd, grijs papier. Ik vond in de laatste editie vreselijk interessante artikels over één van mijn wijnhelden, René Mosse, maar ook over biodynamie in Bordeaux en (h)eerlijke wijnen in Tavel. Het is uiteraard gericht op Frankrijk, maar het is niet bekrompen en schrijft over iedereen die eerlijk probeert goede wijn te maken, of dat nu met of zonder certificaat is. Het is niet het tijdschrift dat je koopt om meer te weten over de Grote (sic) Bordeaux of Bourgogne wijnen, maar het is een fantatstisch ding om meer te weten over wijnen die lekker, gezond en interessant zijn en die de modale wijnliefhebber nog kan betalen. Of om wijnmaker Elian Da Ros te citeren:

    Les grands vins, ce sont ceux que l'on boit, pas ceux que l'on regarde!

    Vrienden, abonneer U ! Het kost maar 58 euro voor vier nummers! En maak zo kennis met de leukste wijnen van Frankrijk*.

    * Wie ze wil kopen en proeven kan hier terecht: LeVinPassion, TrueGreatWines, TrocaVins, WijnFolie, Divino. Met mijn excuses voor degenen die ik vergeet of niet ken (waarom ken ik U eigenlijk niet ?).

      

  • True Great Wines Vol.3

    Pin it!

    "Un bon vin doit avoir la gueule de l'endroit et la tripe du vigneron."

    Jacques Puissais.

    Jean-Francois Ganevat wordt door het Revue de Vin de France het enfant terrible van Rotalier genoemd, en wie hem een tijdje bezig ziet kan dit alleen maar beamen. Jean-François, of Fanfan zoals iedereen hem noemt, is een groot blad, een provocateur, een stoker, een levensgenieter, een uitdager, een stoeferke ook wel én hij maakt geweldig lekkere wijnen.

    "Fanfan" Ganevat nam het 8,5ha grote familiedomein over in 1998 nadat hij tien jaar had gewerkt voor Jean-Marc Morey in Chassagne-Montrachet en hij moest dus niet al te veel meer leren over de chardonnay druif.In 2001 schakelde hij over op bio, in 2005 op biodynamische landbouw en hij probeert het gebruik van sulfiet tot een minimum te beperken. Hij werkt met heel beperkte rendementen, beschikt over heel wat oude wijnstokken en maakt heel zuivere, geconcentreerde karakterwijnen. Samen met mensen als Stéphane Tissot zorgt hij ervoor dat de Jura, die toch wat in slaap gevallen, "moeilijke" wijnregio terug hip wordt, en persoonlijk kan ik hier alleen maar achter staan. Het zal mijn drang naar het non-conformistische wel zijn, maar ik heb hier de laatste jaren werkelijk zéér mooie wijnen gevonden.

    Fanfan heeft een uitgesproken extraverte persoonlijkheid, vol stevige opinies, en hij houdt van het spelen met zijn publiek. In zijn wijnen vind je dat wat terug: ze zijn open, duidelijk, extravert, maar ze verraden ook het niveau van de man die erachter staat. Veel lawaai, maar ook veel fond, en dan mag dat. Zijn wijnen spreken onmiddellijk aan, maar wie ze proeft vindt als hij zoekt ook de dubbele bodem: ze zijn soms verrassend complex en hebben allemaal een serieuze diepgang.

    DSC00312
    Fanfan aan het werk (zittend)

    Ik proefde achtereenvolgens: 

    1: Rien que du Fruit, Vin de Table, 2007: 11,9 euro. 80% chardonnay en 20% enfariné (wat? enfariné ?); Zachte ingetogen neus. Licht, een chardonnay met een apart toetsje, deed me denken aan een mooi meisje met fond (in tegenstelling met één zonder fond: begrijpt u mij?) ©©

    2: Cuvée Florine, Chardonnay, Côtes du Jura, 2006: 13,24 euro. 23 jaar oude stokken, lage opbrengsten (20-25 hl/ha). Was wat mineraliger, geurde naar wit fruit en een vleug olie; in de mond daarentegen erg verrassend, zeer vol, rond en intens, vet zelfs; mooie diepgang, mooi geëikt, mooie lange afdronk. ©©(©)

    3: Les Chalasses Vieilles Vignes, Côtes du Jura, 2006: 18 euro. Chardonnay stokken uit 1972. In de neus noten en dennenhout, in de mond vooral mineralig met noten en kruiden en veel diepgang. Nu al ©© maar moet denk ik nog rijpen en daat dan nog beter worden.

    4: Les Chalasses Marnes Bleues, 2006: 21,81 euro. 100% savagnin. In de neus nootjes en wat boter, deed sterk aan een overdreven malolactische gisting denken; in de mond zeer complex, met fruit én fraîcheur, heel mooie frisse zuren en een mooie lange afdronk. Géén oxydatie en dat is verrassend voor een savagnin, vond ik. ©©©

    5: Savagnin Prestige: 21,81 euro. Oxydatieve stijl die sterk aan vin jaune doet denken. Stevige en erg intense neus; in de mond heel intens, veel diepgang met een fris en stevig raamwerk; een "grote" wijn, heel expressief ©©(©)

    6: Cuvée de l'Enfant Terrible, Poulsard Vieilles Vignes, 2007: 14,19 euro. Heel licht van kleur, als een donkere rosé; heel expressief aroma, echt waw!; ook in de mond heel mooi, levendig en vief, mooi kruidenpakket; een beetje zoals Fanfan zelf, onmiddellijk vatbaar, heel expressief, maar na even nadenken en proeven ook heel complex en diep...©©

    7: Plein Sud, Trousseau, 2007: 15,14 euro. heel fruitige neus; in de mond verrassend zacht, elegant en fruitig; Fanfan's Bourgondische achtergrond kwam hier boven.©©     Iemand vroeg Fanfan op dit moment over de poulsard en de trousseau en al die vreemde druivenrassen. Met luide stem verkondigde hij dat dit de Jura net zo interessant maakte, al die oude rassen, de tradities, de verschillende terroirs...NIET ZOALS IN DE BEAUJOLAIS MET HUN SIMPELE GAMAY...Georges Descombes, op het standje ernaast, glimlachte eens.

    8: Cuvée Julien SS, Pinot Noir, 2007: 16,1 euro. Werd voor mijn ogen geopend en leed wat aan bottleshock; mineralige neus (leisteenteroir), voor de rest nog wat gesloten; mooie structuur, veel diepgang, een fijne wijn met power ©© 

    Voor een deeltje verdenk ik de liefhebbers van de wijnen van Ganevat hiervan te houden omwille het dubbele weirdo effect: de Jura is al apart, en binnen in deze appellatie is Ganevat ook nog eens een buitenbeentje. Wie echter de Bourgondische link in het oog houdt ziet dit anders: voor een groot deel is dit Bourgondië met een apart terroir en chardonnay's met zo'n kwaliteit en karakter moet je in de Bourgogne al met een loep gaan zoeken. Ik heb tot nu toe nog maar één wat oudere chardonnay van zijn hand gedronken, de Grusse VV 2002, maar die was verbluffend. Iemand anders ooit oude Ganevat's geproefd ?  

     

  • Suivre son chenin: CSP goes Loire

    Pin it!

    Soms is de pater familias van CSP liever lui dan moe, en dan staat er altijd wel een bereidwillige CSP'er op om eens een degustatie rond een bepaald thema te organiseren. Deze keer was dat Stichtend Lid Gert en hij richtte zich tot de wijnen van de Loire. Omdat de Loire als wijnregio zo groot en divers is, schiep hij een interessante beperking. Er zou alleen worden geproeft rond twee van de hoofddruiven van de Loire: de chenin blanc en de cabernet franc. Dat bleek een interessante premisse te zijn: beide druiven lieten zich hier zien in hun sterk uiteenlopende verschijningsvormen. En in één klap legden we ook de hand op één van de interessantste kanten van de Loire: de grote gevoeligheid van zijn druiven voor hun terroir en de omstandigheden.

    De chenin opende de dans. Zes droge chenin blancs passeerden de revue en we proefden zes maal een erg verschillende wijn. Dat vier van de zes werden aangeleverd door Troca Vins uit Roeselare speelde ook wel een rol. Deze wijnhandelaar is gespecialiseerd in biodynamische en natuurlijke wijnen die door een minimale interventie in de kelder het terroir zeer duidelijk te laten uitkomen. Eén van de leden vroeg naar het verschil tussen een biodynamische en een natuurlijke wijn. Grof gezegd komt dat hierop neer: het biodynamische aspect van een wijngaard eindigt aan de kelderdeur, waar het natuurlijke begint. Biodynamische wijnbouw houdt zich bezig met de wijngaard, het maken van al dan niet natuurlijke wijnen gebeurt in de kelder. In België zijn er twee die u daar alles over kunnen vertellen: Jacques Massy uit Roeselare en Laurent Mélotte uit Pécrot bij Wavre, beide fascinerende persoonlijkheden die uren over hun wijnen kunnen vertellen.

    Onze eerste wijn  was een heel klassiek gemaakte Chateau de la Guimonière 2005, een Anjou, aangekocht in de Auchan van Roncq aan 4,95 euro. Hij kaapte onmiddellijk twee hartjes weg door zijn peperige en kruidige noten, heel fris en origineel, en zijn prijs/kwaliteitsverhouding. De volgende chenin liet ons kennis maken met een wijn van een biodynamische wijngaard: de Le Chenin 2006, Domaine de la Garrelière, een Touraine (8,82 euro, Troca Vins), is het broertje van één van mijn favoriete sauvignon blancs. François Plouzeau is een ervaren wijnmaker die elegante en soepele wijnen wil maken daar wonderwel in slaagt. Deze wijn verwees naar heel rijp fruit (ananas) en zette ons de hele tijd op de verkeerde voet: het volle fruit dat telkens de eerste mondindruk opleverde deed een aanval van zoet vermoeden, maar die kwam er niet, de wijn was zeer droog. Schitterende afdronk. En dus opnieuw twee hartjes. Ook de volgende, de Suivre Son Chenin 2006, Domaine Lechartier, een Montlouis, kwam van Troca-Vins (14,4 euro) en bleek de ster van de avond. In de enorm complexe neus kwamen eerst eigenaardige elementen als polypropyleenkorrels en gesmolten plastic naar voor (ooit startte onze president zijn professionele loopbaan aan de lopende band in een plastiekfabriekske in Beerse, horresco referens), maar dan kwam wit fruit, peer, ijzerschaafsel, metaalfrees, highland whisky en des te langer er aan deze wijn gesnuffeld werd, des te beter hij werd. in de mond was hij kurkdroog en zeer sec, fris en mineralig en eveneens héél complex. Eigenlijk een wijn waarvan je er twaalf moet wegleggen en om het jaar eentje openen. Soms ontmoet je een mens die je beter wil leren kennen uit pure nieuwsgieirigheid: dit was zo een wijn. Goed voor drie-en-een-half hartje.   

    cheninsuivre

     

    De Lechartier was in volle conversie naar bio, maar het volgende domein werkt al sinds 1998 biodynamisch. De Les Fontenelles 2005, Chateau Tour Grise, is een Saumur, eveneens van Troca Vins (12,71 euro). Opnieuw een échte chenin, maar geen whisky deze keer, wél calvados. Zowel in neus als mond riep iedereen calvados, of pommeau, of farm-cider ! maar de wijn was ook complex en fris, fruitig en vol, en kreeg hiervoor twee-en-een-half hartjes. Op aanraden van Amaronese kwam Pierre Soulez, één van de grote namen van de appellation Savennières, aan de deurt kloppen met zijn Cuvée d'Antan, 2000, Chateau de Chamboureau (Auchan Roncq, 10,9 euro). Opnieuw een hele andere wijn: gekonfijte amandelen en rozijnen in de neus, in de mond hetzelfde maar met toetsen van melkwei, noot en een soort oxydatief element. Met mijn beperkte ervaring zag ik dit als een soort tussenfase voor een goede chenin. Binnen een jaar of twee gaat zo'n wijn richting honing en kruiden...denk ik toch. Twee hartjes. De witte afsluiter was eerder oranje van kleur: een vin naturel dus...En hier barstte een hele interessante discussie los...Wordt vervolgd.  

  • Kasteel met pretentie

    Pin it!

    Zeggen de naam Martijn Soen en Stefaan Camerlinck u iets ? Nee ? Dan bent u nog niet langs geweest bij wat in korte tijd één van de culinaire toppers van België is geworden.

    Het Kasteel Withof in Brasschaat riep bij mij al van bij zijn ontstaan enigszins tweeslachtige gevoelens op. Ik hoorde van in het begin de meest waanzinnige geruchten over de wijnkelder die één van de beste van België zou zijn, over de twee piepjonge maar zeer getalenteerde sommeliers (voilà, nu zeggen die namen u wél iets), over de keuken die vernieuwend en gewoonweg perfect zou zijn (twee sterren in de Michelin) en over het kader en de bediening die dat dan ook nog allemaal waard zou zijn. Helaas hoorde ik ook over de prijzen (verduiveld duur) en de link met Brasschaat met zijn villa's, zijn rijke hollanders en zijn pfaff's maakte nu niet dat dit direct een plek was waar ik perse naar toe wilde. Mijn lokale verdeler, Burovorm, had echter goed gewerkt in 2007 en mocht kiezen...

    Ik heb dit nog niet vaak gezegd van een restaurant: het was perfect. Ik heb in mijn leven nog niet vaak zo goed gegeten (mijn Hof van Cleve experience werd gesaboteerd door een sinusitis), om niet te zeggen nooit. Alles was in orde, van de bediening, het kader tot wat er in bord en glas kwam. Indrukwekkend. Ik at de gebraiseerde kalfswezerik met witlof, zoethout en koffie: verbluffend. De jonge duif uit Anjou met met wortel, sinaasappel en dadels deed me bijna in snikken uitbarsten. Mijn dessert, een bikini van taleggo kaas was goddellijk.

    We dronken twee wijnen en ik heb nog nooit in mijn leven zo hoge scores gegeven aan twee flessen tijdens één maaltijd. Mijn eerste was een witte Arbois Pupillin van Emmanuel Houillon uit 2000, een natuurlijke wijn van de opvolger van Pierre Overnoy, de pionier van de wijnen zonder sulfiet. Hij was troebel en goudgeel van kleur. Het zeer complexe aroma was ragfijn en elegant en ontzettend precies en van een zeer grote klasse. Zoals het hoort een heel mooi ouillé  toetsje dat de Jura wijnen zo mooi en apart maakt. In de mond was hij kurkdroog, fijn, apart en eigenzinnig, zeer evenwichtig en absoluut op dronk. Voilà, ♥♥♥♥ en dus direct één van de beste wijnen die ik al dronk. Hij combineerde perfect bij de kalfswezeriken, ook heel complex van smaak (en bedankt, mijnheer de sommelier, voor het basisadvies en uw steun voor deze een beetje gedurfde keuze). Je vindt de wijnen van Houillon bij TrueGreatWines in Pécrot.

    Onze tweede wijn was een oude liefde, maar dan in een mij nog onbekend jaar: de spätburgunder spätlese Burkheimer Feuerberg 1998 van weingut Bercher. Ik houd al heel lang van spätburgunders én van de Bercher's die er heel sterk in zijn. Ik heb van deze wijn alleen opgeschreven dat hij perfect was. Hij was al wat bruinig van kleur en ik kreeg even schrik toen men hem uitschonk, maar dit is van een zo waanzinnig hoge lekkerheidsgraad dat je er stil van wordt. ♥♥♥♥♥ dus... Hier vragen ze binnen tien jaar het dubbele voor. Ik kocht mijn Bercher collectie deels op het domein, maar in België vindt je ze bij Langbeen.  

    Het Kasteel Withof is duur. De wijnen op de wijnkaart zijn voortreffelijk maar ze zijn ook duur. En toch geef ik u, tegen alle Chateasanspretention-idealen in, het volgende advies: spaar, troggel af, chanteer, ga de geregelde misdaad in of wordt wijnjournalist (hmm...dat is er misschien iets over) en ga hier eens eten: het is een belevenis. Of doe zoals ik: zoek u een sponsor. De mijne is de maker van de beste kantoorstoelen ter wereld...

    bild-quer-1