palermo

  • All you can see, all you can eat: Sicilië 2010

    Pin it!

    Aan alle schone dingen komen een eind en dit was dan ook onze laatste dag in Palermo. Maar de weg naar de luchthaven is lang en bochtig en leidde ons eerst naar het klooster van Monreale.

    William II was de kleinzoon van Roger II, die van de Palatijnse kapel waarover ik het in het begin van dit reeksje had. Hij wou zijn grootvader naar de loef steken en bouwde in Monreale een gigantische kerk annex klooster dat één van de mooiste en grootste reeksen mozaïeken ter wereld bevat, met niet minder dan 6340 m² mozaiek. Wij woonden er het begin van de zondagsmis bij, indrukwekkend met die pantocrast die vanuit de koepel op je neerkijkt en vreemd ouderwets omdat de priester zich afwendt van de gelovigen, en keerden na een wandelingetje terug om de mozaïekenreeksen te bekijken die niet minder zijn dan de bijbel in prentenboek-versie...maar dan wel een heel groot prentenboek...

    DSC01482
     

                                                                                                                                 

    Terwijl wij de kathedraal bezochten regende het pijpestelen, maar in het aanpalende klooster brak de zon door en dat leverde erg mooie zichten op de 228 dubbele zuilen die deze kloosterkoer omzomen. Elk van de zuilen heeft zijn eigen beeldhouwwerk, varierend van afbeeldingen van fabeldieren en ambachten tot fragmenten uit legendes. Ze werden vervaardigd door werklui uit heel Italië en de mooiste werden gemaakt door Venetiaanse beeldhouwers.

    Omdat we ons nu al doorwinterde Palermitanen voelden, volgden we ook de rest van een typisch zondagmiddag programma en we reden naar de zee, of beter gezegd naar het kustplaatsjes Mondello voor een aperitiefje. Het was het seizoen nog niet, maar het was er al lekker druk en gezellig, met wat kermistoestanden, een markt in opbouw en alle prutserijen die je kan verwachten op zo'n zondag wanneer stadsmensen in massa zich verplaatsen naar de kust. Wij dronken hier ons laatste glas schuimwijn, een anonieme prosecco, en vertrokken naar één van de meest populaire restaurants van Sicilië.

    DSC01486

     

    Toen J op zoek was naar een restaurant tussen Palermo en de luchthaven was hij bij de woordjes all you can eat for 25 euro snel doorgebladerd. Maar toen de woordjes culinary orgasm, Bib gourmand en extremely popular with Sicilians achtereenvolgens opdoken liet hij alle reserves varen en werd er geboekt voor een culinaire belevenis zoals ik er nog niet zo veel heb meegemaakt. Il Delfino in Sferracavallo is een restaurant zonder spijskaart. Je gaat zitten, en in ons geval waren de jassen nog niet uit, of er stonden al schotels antipasti op tafel. Die blijft men aanbrengen tot je ze niet meer opeet, en vervolgens gebeurt hetzelfde met de primi piatte en de secondi. Het dessert is hier, heel terecht, klein en koud en absoluut nodig om even te bekomen. Dit alles gebeurt aan grote tafels, met grote en lawaaierige Siciliaanse families, onder een stortvloed van erg lekker eten en met witte wijn (van de coöperative uit Corleone) à volonté. Het barretje naast het restaurant zorgt voor een ristretto en een digestief, waar het restaurant niet in voorziet, je moet immers plaats maken voor de volgende groep (die ondertussen al een hele tijd buiten stond te wachten). De taxi zorgde voor het vervoer naar de luchthaven...

    DSC01492

    DSC01496

  • De Heilige Andrea van de groentenmarkt: Sicilië 2010.

    Pin it!

    's Avonds door de straten van Palermo dwalen, het heeft iets. En omdat J. een hekel heeft aan grote brede en saaie straten, én omdat hij, goed voorbereid, wist dat de Vucciria markt iets speciaals is, trokken wij via een omwegje door kronkelende en soms behoorlijk guur uitziende steegjes naar ons avondlijke restaurant. Palermo is tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd en staat nog steeds vol ruïnes van stadspaleizen en half weggebombardeerde achterkanten van woonblokken. Ter bescherming van de voorbijganger worden een soort schuine houten panelen aangebracht die de afbrokkelende gevelstenen opvangen, en vooral wanneer je in de buurt komt waar de Vucciria markt wordt gehouden is dat wel een apart gevoel, wanneer de steegjes smaller en smaller worden en het volk ruwer en ruwer, en op sommige plaatsen vond ik de omgeving bijna apocalyptisch.

    De naam Vucciria komt van "boucher", Frans voor beenhouwer en die staan hier nog te pronken met delen koebeest die je in België helaas niet meer ziet. Door de repuatie van deze markt werd de naam in het Italiaans een synoniem voor chaos, lawaai en desorganisatie en alhoewel wij er tegen de avond doorwandelden was het hier nog behoorlijk druk, niet in het minst met de stal- en winkel-houders die bezig waren met iets wat vaag wel kan doorgaan als een schoonmaak.

    DSCF9310

     

    Sant'Andrea ligt op de Piazza Sant'Andrea, in een half weggebombardeerd huis en is een klein en erg gezellig restaurant, vooral vermaard voor zijn vis. Wij begonnen onze avond met een fris-fruitig glaasje Murgo, een Siciliaanse schuimwijn van de nerello mascalese druif, geplukt op de hellingen van de Etna. Ondertussen liep het restaurant in een mum van tijd vol met families en groepjes vrienden (het was ondertussen vrijdagavond) en hadden wij op de wijnkaart opnieuw een vin naturel ontdekt, de Grillo van Barraco, met 15% alcohol een stevige knaap en een bijna stroperige "super"grillo met een leuke afdronk. De reepjes koud buikspek van de antipasti konden mij matig bekoren, maar het zal mij leren als een bronstig beest te reageren op het woordje maiolino (speenvarken). Mijn pasta daarentegen was het pasta hoogtepunt van de reis. De ravioli met vis en calamares was in één woord verrukkelijk en ik zag hem zo'n beetje als een verpersoonlijking van mezelf: hij ziet er niet uit, maar hij is wel lekker !

    DSC01405

                                                                                                                                

    Ondertussen begonnen wij licht verslaafd te geraken aan sardientjes en dat werd dan ook ons hoofdgerecht en het was spijtig dat de kok bij het maken van J's exemplaren het deksel van het zoutvat had laten uit zijn handen glippen, want de mijne waren perfect. De inktvis naast mij (ik bedoel uiteraard die in het bord) was één van de betere exemplaren die ik ooit zag voorbijkomen en de cannolo van het dessert was de beste die we ooit aten.

    DSC01408
     

                                                                                                                               

    Sant'Andrea heeft een hele goede reputatie in Palermo en dat is terecht. Qua finesse was dit één van de betere van Sicilië, maar het was jammer dat ze hier niet een klein beetje vriendelijker waren. Wij maakten dat goed door een tussenstop bij Mi Manda Picone en zwierven nog wat door het nachtelijke en zeer atmosferische Palermo.

    DSC01419

                                                                                                                               

     DSC01422

     

     

  • Mi Manda Picone, de ideale wijnbar: Sicilië 2010

    Pin it!

     

    Het filmpje hierboven komt uit Mi Manda Picone, een gangstercomedie uit 1984 die zich afspeelt in Napels. Klik er even op terwijl u dit bericht leest, het draagt bij tot de sfeer.

    In Palermo ligt één van de mooiste winebar's van Europe. Ze draagt de naam Mi Manda Picone, een verwijzing naar de film, en ze wordt sinds 1999 uitgebaat door Antonella Bonno en Sandro Tatano. Wij wandelden er die avond naar toe, liepen verloren in de steegjes van de oude Arabische wijken, vielen op de twee carbinieri die de Antica Focacceria bewaakten (één van de 420 handelszaken in Palermo die weigeren pizzo of beschermingsgeld te betalen) en werden bereidwillig 10 meter verder gedirigeerd naar de ingang.

    DSC01368

    De wijnbar ligt op het mooie San Francisco pleintje, heeft een wijnkaart met 450 referenties en een goed restaurant, maar ons hart stalen ze hier onmiddellijk toen de ober weigerde onze wijnbestelling op te nemen: nee, dat moet je beneden doen, aan de bar, en met hulp van de barman die je naar de grote kasten vol wijn begeleidt waar je je flessen kan kiezen (bubbles, wit en rood). Hij adviseerde ons, en hij adviseerde ons goed, en in combinatie met het zéér lekkere eten gingen wij zeer voldaan onze eerste avond in Palermo in.

    Starten deden wij deze vier dagen steevast met Siciliaanse schuimwijn, en de Milazzo Classico Brut 2007 was een fruitig exemplaar. Ondertussen hadden de dames in het gezelschap al wijselijk besloten om af te wijken van ons ritme dat twee keer per dag antipasti, primi piatti, secondi piatti én dolci inhield, maar een echte gourmet gaat zo'n uitdaging niet uit de weg, het is alleen wat spijtig dat men er hier geen rekening mee hield: elk van de drie gangen was op zich een volwaardige maaltijd. Ik lanceerde me met sgombro di lampedusa, in olijfolie opgelegde makreel, een beetje zoals je hem hier ook in blik kan kopen, maar dan zo ongeveer 1.000.000 keer lekkerder, en gemengd met kappertjes, verbrokkelde pistachenoten en groene peper.

    De barman had ons ondertussen begeleid naar een fles catarratto, een lokaal druivenras, en yippee! hier zelfs op natuurlijke wijze gevinifieerd, door Antonino Barraco. Het was een karaktervolle witte, één van de beste van de vakantie, van een klein 8ha groot domein, en gemaakt door één van de weinige natuurlijke wijnbouwers aan de linkerkant van het eiland. Hij begeleidde ook de pasta al pesto siciliano alle mandorle uitstekend, en ik begon de smaak en textuur van verse pasta al aardig gewoon te worden. Bij het hoofdgerecht, een reusachtig hammetje met een lekkere saus, kwam eerst een Nero di Serramarocca 2005, ondermaats vonden we, en snel vervangen door een Tancredi 2006 van Donnafugata, een schot in de roos, zuiver, fris en mooi gestructureerd. Het dessert was een mousse van ricotta, waarvan ik mij meen te herinneren dat hij geweldig lekker was, maar ondertussen was mijn digestief systeem in alarmfase rood gegaan, kon ik letterlijk geen pap meer zeggen, en mijn nota's zijn een beetje kort... Wij sloten beneden aan een hoge tafel af met de Ben Rye, de dessertwijn van Donnafugata.

    "Ah, says Andrea, my uncle always used to say that pastries are like the cardinal at Easter. The cathedral is so packed with people come for High Mass there isn't a spare centimeter to move in, but as soon as the cardinal appears, a pathway opens miraculously to make room for him to pass". 

    Uit On Persephone's Island, door Mary Taylor Simeti.  

    Cataratto, Antonino Barraco, 2007:  komt van een 8ha groot domein in Marsala en is gemaakt met biologische druiven en minimale toevoeging van sulfiet.100% cataratto van 15 jaar oude stokken. Tertaire aroma's van ondermeer amandel en herkenbaar als een vin naturel. In de mond veel body, rond en zacht, mineralig en erg karaktervol. Erg apart voor een Siciliaanse witte, maar zéér lekker en goed combinerend bij het eten. **(*)

    Nero di Serramarrocca, 2005: een nero d'avola waarover ik voor de rest niks vond, maar hij was gestoofd, rond, mollig en eigenlijk vooral saai. En dus snel vervangen door een fles

    Tancredi, Donnafugata, 2006: een bland van nero d'avola en 40% cabernet sauvignon, en vorig jaar dronken we hier al een 97 van, toen net op het randje qua ouderdom. Dit was een mooi geëikt exemplaar, met ceder en grafiet in de neus, goed gestructureerd, klassiek maar ook fris en met stevige tannines. **

    Ben Rye, Passito di Pantelleria, Donnafugata, 2008: Ben Rye betekent zoon van de wind en hij wordt gemaakt met zibibbo druiven die van het eiland Pantelleria komen. Zibibbo is een variant van de moscato en dat kan je proeven. Een passito maak je door een deel van de druiven op stro te laten indrogen zodat de suikers zich concentreren en het hieruit geperste sap later toe te voegen aan de wijn. Aroma's van perzik, pompelmoes, gedroogde vijg en honing. In de mond zoet, maar verfrissend zoet, een beetje zoals een maraschino kers. Erg lekker. **(*)

    BenRye

     

     

     

  • Sicily Revisited, over het Zoeken naar Parels in Woestijnzand: Sicilië 2010

    Pin it!

    Ik zal u iets bekennen: ik hou van Europa. Ik vind het geweldig om door landen te rijden die op het mijne lijken, maar waar je achter elke hoek wel ergens een spoor vindt van het verleden, een verleden dat ik ken en begrijp. Engeland heeft dat heel sterk, Rome heeft dat als stad, en ook Palermo is daar geen uitzondering op.

    Nu kan van Palermo veel gezegd worden, maar niet dat het een propere stad is. In het begin choqueert dat zelfs wat, met op de stoepen van sommige wijken kapotte zetels, versleten tv's en ijskasten, en zowat overal in de stad bouwpuin dat ergens op een stoep is blijven liggen en dat er jaren na afloop van de werken nog altijd ligt. Overal vind je nog ruïnes van Palazzi die in 1943 uitbrandden bij het grote bombardement van de Britten, woningen met een soort luiken om de voorbijgangers te beschermen tegen vallend puin en bestrating die, toegegeven mooi en charmant is, maar niet echt heel voetgangervriendelijk. Doe daar nog een behoorlijk chaotisch verkeer bij, een zeer grote vindingrijkheid in parkeren en (in ons geval) wat regen, en dat maakt dat Palermo niet echt een schoonheidskoningin is. En toch loert ook hier Schoonheid achter iedere hoek.

    Wij wandelden dus naar onze eerste Parel, het Palazzo dei Normanni. De geschiedenis van Sicilië, en dus automatisch ook die van Palermo, is grotendeels bepaald door bezetters. Dat waren Grieken, Feniciërs, Romeinen, Fransen, Italianen, Arabieren, maar af en toe ook meer onverwachte volkeren als de Normandiërs. In 1059 verleende de Paus in het verdrag van Melfi feodale rechten over Puglia en Sicilië aan Robert Guiscard, één van de negen zonen van Tancred de Hauteville. Dit was een nobele onbekende die Normandië nooit verliet maar negen van zijn zonen vertrokken naar Italië om er hun fortuin te zoeken en slaagden er in om na wat mislukkingen de Byzantijnse krachten in de regio te verslaan. Uit dankbaarheid erkende de Paus één van hen, Willem Bras-de-Fer, als graaf van Puglia, en na diens overlijden wist een handige Robert Guiscard, één van de andere broers, de Paus te overtuigen om hem te erkennen als graaf van Puglia, Calabria en Sicilië. Dat Sicilië nog in handen van de Sultan van Tunis was, bleek een detail en in 1072 veroverde zijn broer, Roger I, Palermo, en werd graaf van Sicilië. Hierdoor komt het dat niet alle blondines met blauwe ogen hier toeristen zijn, Roger had niet minder dan 15 legitieme kinderen bij drie echtgenotes, en daarnaast nog een onbekend aantal bastaarden. 

    Ondertussen was Palermo wel meer dan 200 jaar een Arabische stad geweest. Voor de stad en haar huidig uitzicht was het echter Roger II, zijn opvolger, die een heel grote rol zou spelen. Hij werd pas geboren toen zijn vader al 62 was, wist een erkenning als Koning los te krijgen, en maakte dankzij zijn inkomsten uit zeeroverij en belastingen (Sicilië was toen één van de meest succesvolle economiën van de Middellande Zee) en zijn verdraagzaamheid van zijn hof een trekpleister voor kunstenaars en intellectuelen uit de Christelijk-Byzantijnse, de Joodse en de Arabische wereld. Hij behield het Arabische stratenplan maar vernietigde de moskeën en verving ze door kerken. Hij bouwde ook het Palazzo dei Normanni, vandaag de zetel van het Siciliaanse parlement, en trok er een Palatijnse kapel in op, één van de mooiste van het gebied. De kerken en kathedralen die door hem en zijn opvolgers werden opgetrokken zijn uniek en ze smelten Normandische (het grondplan) en Byzantijnse (de mozaïeken) en Arabische (het dak en delen van de versiering) samen tot iets unieks.

    Wij bezochten eerst de Cappella Palatina, gebouwd tussen 1123 en 1143 en werden met verstomming geslagen. Ik had nog nooit zoiets gezien.

    DSC01347

     

    De Capella Palatina zit in wat van buitenuit lijkt op een nogal hysterische aan elkaar geplakte groep gebouwen rond een compleet ingesloten Normandische donjon. Ze is volledig versierd met mozaïeken die een heel verhaal vertellen en is zo een architecturaal prentenboek waarnaar je kan blijven en blijven kijken. Indrukwekkend.

    Omdat J. een hekel heeft aan grote lanen wandelden wij via achterstraatjes en sloppen naar onze volgende Byantijnse Kapel (zonder enig gevoel van onveiligheid trouwens, zelfs 's nachts niet). La Martorana werd gebouwd door de admiraal van Roger II en is nog steeds dé plaats voor trouwfeesten van gelovigen die de Grieks-Orthodoxe ritus aanhangen. Het heeft een barokke gevel, een Normandische klokkentoren en een Byzantijns interieur, is veel kleiner van de Palatijnse Kapel, maar wat echter en volkser. Eén van de opvolgers van Roger, Willem II, drukte er later zijn onafhankelijkheid mee uit toen hij in het mozaïek een portret van zchzelf liet maken terwijl hij gekroond werd door God (en dus niet door de Paus...).

    DSC01356

    La Martorana.

    DSC01355

    De ingang van La Martorana. Kon net zo goed in Tunis genomen zijn, vindt u niet ?

  • Piccolo Napoli: Sicilië 2010

    Pin it!

    Zoals U vorig jaar wel hebt gemerkt, waren we zwaar onder de indruk van onze eerste kennismaking met Sicilië, en er werden toen dan ook al snel plannen gemaakt om de andere kant van het eiland eens te bezoeken, en met name Palermo, de hoofdstad, waarover wij de meest uiteenlopende dingen hadden gehoord. 

    Omdat we werkelijk afschuwelijk vroeg vertrokken waren (er zijn geen rechtstreekse vluchten in de winter), vonden wij dat we alvorens een stap uit het hotel konden zetten we een aperitiefje verdienden. Zoals dat hoort in Palermo, gebeurde dit op het dakterras, kunstig overdekt door een soort plastieken tent, genoeg om hier de winter door te komen (probeer dat maar eens in te denken in Brussel). Ons hotel lag trouwens erg goed, in het oude, Arabische stuk van Palermo, de Kalsa wijk, was modern en comfortabel, heel geschikt om alles te voet te doen en heel betaalbaar. Een glas van een alleraardigste Rosa d'Avola van Lanzara later, waren wij genoeg versterkt om op zoek te gaan naar ons eerste restaurant.

    Rosa d'Avola, Spumante, Lanzara: Lanzara is een jong wijnbedrijf (2005) dat werd opgericht door een uit Silicon Valley teruggekeerde Siciliaanse prof die heimwee had en zijn droom wou najagen door een boerderij te kopen, wijngaarden aan te planten en een jonge oenoloog aan te nemen, Alessandro Giarraputo. Deze schuimwijn met rosso antico kleur was aardig en verfrissend en een goede aperitiefwijn die ook wel een wat steviger aperitiefhapje aan kan dankzij zijn 100% nero d'avola. *(*)

    DSC01337

    Piccolo Napoli (Piazzetta Mulino, a Vento, géén website) is een klein restaurant zonder veel poeha, in een wat arme en slonzige buurt, maar heeft ons allemaal gecharmeerd en betoverd, heel sterk in de lijn van ons bezoek aan Antica Marina in Catania, vorig jaar. Onmiddellijk als je binnenkomt, en dat doe je beter vroeg, rond 1 uur, wanneer het opent, zie je een uitstalling van de vissen die de eigenaar die morgen kocht en van de antipasti die die voormiddag werden klaargemaakt. Voor zover ik weet heeft het restaurant géén kaart, wel een goede wijnkaart, en de sympathieke baas komt aan tafel wat dingen voorstellen. Gewoon jaknikken volstaat... Wij aten, genoten, en leerden !

    De antipasti van de dag bestonden uit een bordje olijven waarvan ik niet wist dat die dingen zo lekker konden zijn en een bordje pannelle, gefrituurde kikkererwtenbeignet's, simpel maar verschrikkelijk lekker en een lokale specialiteit met Noord-Afrikaanse roots. De nabijheid van Afrika merk je trouwens heel vaak in de Siciliaanse keuken. We lieten ons ook een fles wijn aanraden, een witte Piano Maltese van Rapitala, een wat commerciële allemansvriend...aan 10,5 euro de fles...op restaurant...op sommige plaatsen betaal je dit voor een gas schuimwijn...

    DSC01326
     Pannelle

    Als primi piatti worden hier pasta's gegeten, héérlijke pasta's, en hier was dat een klassieke pasta alla sarde. Nu maak ik dat thuis ook wel eens, maar hier waren de sardienen vers, de pasta zelf gemaakt, het broodkruim (dat de kaas vervangt, zo hoort het bij pasta met vis) van topkwaliteit, en dat maakte van dit eigenlijk heel simpele gerecht een topper. De wijn werd vervangen door een Damarino 2008 van Donnafugata, een instapwijn van dat huis en een blend van cataratto, grillo, chardonnay en viognier.

    DSC01329

     

     

    Die pasta was goed, héél goed zelfs, maar de volgende schotel sloeg me helemaal onderuit: simpel, scorfano of rouget in wat de baas krankzinnig water noemde (agua pazza), cq een mengeling van olijfolie, look, kappertjes, tomaatjes en wat makreel (denk ik). Om te huilen zo goed, waarom, o waarom, vind ik dit niet in België, dacht ik, en toen deponeerde hij een portie neonati op onze tafel...dus het ligt ook wel een beetje aan de beschikbaarheid van de ingrediënten. Neonati zijn pas uit het ei gekomen, nog half doorzichtige visjes die samen worden gemengd tot een soort kleverige massa en dan gefrituurd in een bol. Je krijgt een hele intense vissmaak maar met een heel aparte structuur, en het is ook wel grappig wanneer je bedenk dat al die zwarte puntjes eigenlijk oogjes zijn. Simpel, maar succulent.  

    DSC01330

    Ondertussen zat de zaak eivol, stonden er mensen aan te schuiven (op een donderdagmiddag...) en was ook de broer van de eigenaar opgedoken om een handje bij te steken. Tussen al dat gestress vond die toch nog de tijd om af en toe met ons te praten en vroeg hij ons hoe we bij hem terecht waren gekomen. Johan, organisator, beste vriend en gedurende die vier dagen één van de Goden, vertelde hem over het boek van Mary Taylor Simeti, On Persephone's Island, waaruit hij heel wat inspiratie boekte voor het plannen van deze reis, en die het restaurant vermeld. Ah ja, zei de patron, die kennen we, die komt hier vaak, het zijn vrienden...en tot onze stomme verbazing bracht hij ons een telefoontoestel met aan de lijn niemand anders dan de schrijfster zelve. Ze vertelde ondermeer dat we nog goed gingen eten in Palermo, maar niet meer zo goed als hier...en dat klopte eigenlijk wel.

    Omdat we hier van de ene verbazing in de andere vielen konden we ook het dessert niet aan ons voorbij laten gaan. Dat bestond uit schijven sinaasappel ingestreken met maraschino-suiker en een stuk taart dat mij (alweer) de tranen in de ogen deed krijgen. Ter ere van Mary Taylor hebben we nog een fles van haar zoete Zibibbo opgedronken, van de Falconeria Bosco, het domein van haar man. Wij betaalden 325 euro voor zeven personen, cq voor vier flessen goeie wijn en een viergangenmenu met koffie. Dit wordt een leuk weekend...

    DSC01335

    Wij dronken:

    Piano Maltese, Tenuta Rapitalà, 2008:  een blend van grillo, cataratto en "internationale druivensoorten", chardonnay, vermoedden wij, aan een onnozele 10,5 euro. Dit wijngoed is zeer groot en onlangs kocht het concern GVI zich hier in. Citrus en sinaas in de neus, in de mond fruitig en droog, goed gemaakt in een wel erg commerciële stijl. *(*)

    Damarino, Donnafugata, 2008: wij zijn nieuwsgierige jongens die de vorige wijn wat te makkelijk vonden en pikten er op de wijnkaart deze wijn uit omdat we de repuatie van Donnafugata nog kenden van vorige reis. Een blend van cataratto, ansonica, chardonnay en viognier, en een instapcuvée. Wij hielden van de naast elkaar liggende fruitige en florale tonen in neus en mond en vonden hem net iets beter, iets origineler. ** dus, en de prijs was dezelfde.

    Zibibbo, Bosco Falconeria, 2007: dit is het domein van Mary Taylor en dus alle sympathie voor deze vino de meditazione, heel fris en uitgepuurd, wat Sauternes achtig, maar helaas ook met een storend vleugje lijm. Hij had ** kunnen zijn...