ragusa

  • De Feniks van Ragusa en zonsondergang in Siracuse - Sicilië 2009

    Pin it!

    Wij hadden grote plannen in Siracuse. De zon had dat die namiddag echter ook en na onze geweldige maaltijd bij Don Camillo bleven we dus plakken op een terrasje...en plakken...en plakken...en van die grootse plannen kwam niks meer in huis.

                                                                                                  

    DSC00984

     

                                                                                                                             

    De mooiste terrasjes van Siracuse liggen op het eiland Ortygia, tussen de fontein van Arethusa en het niet toegankelijke Castello Maniace. Op zomeravonden (en winterse late namiddagen) vindt hier de passeggiate plaats. De Sicilianen komen dan uit hun huis en wandelen op en neer langs de terrassen van een paar honderd meter baai met de bedoeling om kennissen en vrienden te ontmoeten en om te pronken met hun nieuwe garderobe en hun tot in de puntjes verzorgde voorkomen. Het moet een al eeuwenoud gebruik zijn, heel belangrijk in hun sociale leven, en een beetje vreemd voor ons, inwoners van een permanent doorregend land. Eén van de dingen die mij in Italiaanse steden altijd opvallen is trouwens dat de mannen op het vlak van modebewustheid niet moeten onderdoen voor de vrouwen. Het moet serieus dringen zijn in een Italiaanse badkamer. Wij zaten very underdressed neer, dronken bier en espresso's en keken er naar en genoten ervan.

    De zon ging ondertussen onder in de baai van Siracuse. Het was een vreemd gevoel om naar die zonsondergang te kijken en te beseffen dat voor mij Feniciërs, Grieken, Romeinen, Normandiërs, Fransen, Engelsen en Italianen hetzelfde moeten hebben gedaan. Plots voelde ik de schaduw van kapitein Aubrey en dokter Maturin naast me...

    Onze avondmaaltijd was een beetje een stijlbreuk, maar bewees tegelijkertijd dat een in Geschiedenis doordrenkte plaats als Sicilië ook in het Heden leeft. Restaurant Le Fenice van het Hotel Villa Carlotta heeft een hypermodern interieur en is één van de populairdere zakenrestaurants van de regio. Op een zaterdagavond zaten we er zo goed als alleen en toegegeven, ik had er een beetje schrik van. Het is bekend omdat het de traditionele Siciliaanse keuken in een modern jasje steekt maar ik las ook dat de bediening nogal stijf zou zijn, de hele bedoening nogal ernstig. Of het nu lag aan de lage bezetting lag of aan onze gefascineerdheid door wat er op het bord en in het glas kwam, de kelners waren zeer betrokken en geïnteresseerd en er werden geanimeerde gesprekken over wijn gevoerd.                                                                                                            

    villacarlotta

                                                                                                                                      

    Na onze goede ervaringen met de Murgo Extra Brut van Don Camillo kozen wij de Brut 2005 als schuimwijn, charmerender dan de Extra Brut, iets minder apart misschien (deze rijpte wat minder lang), maar toch echt wel ©© waard. Net toen ik dacht nu toch echt wel alle Siciliaanse druiven te kennen kwam de Minella 2007 ©© van Benanti voorbij. Net als de nerello komt deze druif voor op de hellingen van de Etna waar ze meestal in blends gebruikt wordt. Hier bracht ze een leuke, lekker frisse en naar peer geurende witte voort, in de mond kurkdroog (een peer maar dan zonder de suiker). Onze volgende witte was de Carjcante 06 ©© van Gulfi, een blend van carricante en albanello, eveneens twee lokale druivenrassen. Deze heel droge wijn geurde naar bloemen en druiven, leek licht geëikt (dat klopte) en had een mooi volume, met een heel mooie complexiteit en een leuk middenstuk. We aten hier uitermate lekker bij, maar het was onze laatste avond en het gezelschap was leuk, we werden het wat gewoon, dus helaas geen nota's en dus ook geen commentaar.

    Bij het speenvarken met rozemarijnpatatjes (dàt herinner ik me wel...) werd een Pithos 07 van Cos gedronken, een cerasuola di vittoria van één van de origineelste wijndomeinen van Sicilië. Giusto Occhipinti, Giuseppina Strano en Giambattista Cilia waren architecten en vrienden die in 1980 wijn begonnen te maken onder de naam COS. Al vanaf het begin goed en modern uitgerust evolueerden ze steeds meer naar biodynamische en zelfs natuurlijke wijnbouw en vandaag werken ze nog uitsluitend met kuipen in beton en amforen. Josko Gravner, Eloi Durbach en Nicolas Joly zijn hun voorbeelden en raadgevers en alhoewel ik nog bijlange na niet alles proefde was wat ik al wel ontdekte de moeite: apart vaak, maar wel echt de moeite. Deze Pithos was verrassend fluwelig en tegelijk erg herkenbaar als natuurlijke wijn.

    DSC00142

    Ondertussen was onze geloofwaardigheid als wijnliefhebber bevestigd en werden de heren uitgenodigd voor een bezoek aan de wijnkelder. Deze ligt in een oude ondergronds citerne (lekker vochtig, zo vochtig zelfs dat mijn foto's mislukten) en bevat een wonderlijke verzameling wijnschatten (Sassicaia, Opus Öne, Petrus, Gaia...), maar wij stelden ons tevreden met een Siciliaanse Cabernet sauvignon, de Litra 03 van de Abbazia Santa Anastasia, een Vlaamse leeuw van een wijn, met klauwen en tanden, mooi fruit maar ook ballen en genoeg tannines om er leer mee te looien (een beetje een BartDeWeverke, dus).


     

  • Dolfijnvissen en Griekse tempels - Sicilië 2009

    Pin it!

    Na onze tumultueuze maaltijd in Licata raceten we naar Agrigento en ontdekten waarom we ons zo gehaast hadden. De Valle dei Templi licht op een heuvelrug en is een absolute must voor elke bezoeker aan Sicilië. Drie grote Griekse tempels, de ene al wat meer vervallen dan de andere tronen er op hun hoge uitkijkplaats en herinneren aan de tijd dat de Grieken hier de plak zwaaiden. Sicilië zou Sicilië niet zijn als daar dan ook niet wat vroegchristelijke en Byzantijnse geschiedenis door werd gesmeerd, maar wat mij het meeste trof was hun ligging. Ooit waren deze tempels witgeschilderd met een mengeling van verf en vergruisd marmer en fel gedecoreerd. Ze moeten vanop zee van ver zichtbaar zijn geweest, en voor vriend en vijand een zeer indrukwekkend baken van beschaving, maar voor de inlanders vooral een teken van bezetting. Ik moest plots denken aan Gianni's opmerking over de Italianen: hij zag ze als de meest recente bezetters van het eiland en waarschijnlijk als de ergsten...Wij hadden het grote geluk om de tempels nog te zien in de ondergaande zon, een zeer apart spektakel.

                                                                                                                                     

    DSC00917

                                                                                                                       

    Sicilianen gaan 's avonds, als de winkels terug opengaan, winkelen en een verplaatsing van A naar B kost echt uren. De dames werden dan ook verplicht om zich op een kwartier op te knappen (een bijna bovenmenselijke opdracht), maar het was nodig want wij zouden uit eten gaan in het aan het hotel verbonden restaurant, Don Serafino, vlakbij de Duomo van Ragusa Ibla. Het was de enige keer dat de wijnkaart op zijn Belgisch geprijsd was met een veel hogere factor dan elders, maar ook hier was de keuken zeer goed. Van degustatiemenu's hadden we ondertussen onze buik wel vol en we gingen dus à la carte. En ik ging voor de meest politiek niet-correcte beslissing uit mijn gastronomisch leven. Bij het doorlezen van de kaart viel mijn oog op het woordje Dolphin. Dolfijn op de kaart ? Dit werd op algemeen afkeurend gegrom onthaald bij mijn disgenoten, maar het prikkelde mijn nieuwsgierigheid zo dat ik het niet kon laten. Het is pas nu dat ik, enigszins tot mijn opluchting, ontdek dat de correcte vertaling voor lampuga dolphin fish is, in het Nederlands goudmakreel. De Strisce di grano duro con tochetti lampuga e vellutate di broccoli (zie de foto) was overigens heerlijk ! Wij namen ook wraak op onze eerste dag en het gemiste speenvarken door de gastronomische variant te bestellen, de Maialino nero dei Nebrodi con salsa al ciocolato e marsala, ofte speenvarken in chocoladesaus. Uitermate lekker !

                                                                                                                         

    DSC00116
     

                                                                                                                            

    De wijnen die dit maal vergezelden waren mooi en kwamen uit een reusachtige kelder die we na de maaltijd ook mochten bezoeken. Uit nieuwsgierigheid startten we met de Brut van Tasca d'Almerita, mooi parelend, mooi gestructureerd en met een fijn mondgevoel. Bij de volgende fles, de Baccante 2006 ©(©) van de Abbazia Sant'Anastasia, had ik nog eens geluk: bij het proeven riep hij herinneringen op, zodat ik spontaan opperde dat het een blend van grillo en chardonnay was (het etiket was er al afgevallen, ze hebben er een mooie maar erg vochtige kelder). Het was toch wel juist zeker ! Ik bouw traag maar zeker mijn smakencataloog uit: geen zak aanleg, maar wel véél oefenen... De wijn mengde rijpe witte peer met pompelmoes en ananas en had een frisse afdronk met een Italiaans bittertje in de finish. De getatoueerde sommelier overtuigde ons dan om te gaan voor oud: de Tancredi 1997 ©© van Donnafugata, een blend van 70% nero d'avola en 30% cabernet sauvignon. Heel tertiair aroma dat al verwees naar een goede aceto balsamico. In de mond heel rijp, nog evenwichtig maar al op het randje: toch wel een wijn met al wat rafels, maar interessant en een goede begeleider van het speenvarken. Onze eerste kennismaking met een oude marsala was interessant en lekker, maar moeilijk: een gebrek aan referentiekader ? De Marsala Vecchio Sampieri De Bartoli Riserva 20 Anni ©© refereerde wat naar noten en was heel fris, maar deze beschrijving doet hem onrecht aan. De tafel was al wat te vrolijk voor een contemplatieve wijn als deze (of het lag aan mij...).

    's Nachts door de straten van een stad als Ragusa wandelen heeft iets, zeker op een frisse januari-avond wanneer het er zo goed als verlaten is...tot we plots rockmuziek hoorden. Op zoek naar de bron (een dancing? een café) kwamen we er plots achter dat het uit de basiliek kwam, waar een soort jongerenmis werd beëindigd. Erg apart hoor, de geloofsbelevenis van de Sicilianen. Of zijn wij het die zo'n koude kikkers zijn ?

    DSC00880
     

  • La Gazza Ladra, Modica - Sicilië 2009

    Pin it!

    Wie van plan is om een culinaire ontdekkingsreis door Sicilië te maken, kan moeilijk beter van start gaan dan in La Gazza Ladra, het Michelinster-voerende restaurant van het Hotel Palazzo Failla in Modica. In dit uitstekende restaurant roert kok Accursio Craparo de lepel en hij doet dat op een bijna briljante manier, maar de cherry on the cake was voor ons de aanwezigheid van sommelier Shingo Nagaj, een japanner met een zeer eclectische smaak en grazie alle grandi doti comunicative...interessante suggerimenti "emozionali", poco dogmatici. Hij liet ons kennis maken met enkele pareltjes van Siciliaanse wijncultuur.

                                                                                                                                     

    gazzaladra

                                                                                                                          

    Ook op zichzelf was de avond nogal, euh, apart. De lokale Rotary had deze avond uitgekozen voor haar jaarvergadering en zelden zag ik zoveel bontjassen bijeen (een blijkbaar geheel onbestaand taboe in Sicilië). Gedistingeerde heren hielpen oudere maar zeer stijlvolle en ijdele dames op hun plaats en voor onze ogen zagen wij oud en nieuw geld door elkaar mengen. Bovendien vulde deze verzameling lokale middenstanders het restaurant volledig en werden wij in de hal geplaatst, ook al een wat aparte ervaring. Om het goed te maken was de service echter uitstekend en toen Shingo doorhad dat hij een tafeltje wijnliefhebbers had binnengekregen zat hij meer bij ons dan bij de Rotary.

    Dat Shingo wel houdt van het wat meer ongebruikelijke werd al duidelijk bij de keuze van het aperitief: een spumante pinot nero van Tasca D'Almerita, uit het grote domein Regaleali van de familie Tasca, wiens wijnen me nog maar zelden teleurstelden. Dit was best wel leuk, zo'n beetje een Bourgogne met bubbles. Een doorgedreven studie van de wijnkaart (400 referenties) leverde de eerste verrassingen op: er wordt hier een zeer bescheiden opslag gehanteerd en dat verleidt tot het kiezen van mooie wijnen zonder wenkbrauwgefrons aan de vrouwelijke zijde van de tafel. De eerste drie gerechten werden begeleid door de Grappoli del Grillo 2007 ©©© van Marco De Bartoli. Marco De Bartoli is een ex-autoracer en een verzamelaar van snelle oldtimers die in 1978 het domein van zijn ouders overnam. Hij is een marsala-liefhebber pur sang, één van de grootste voorvechters van deze wijnstijl, maar hij was ook één van de eersten om kwaliteitswijnen te maken met de lokale druivensoorten grillo en zibibbo...en wij hadden de eer om met deze flessen onze Siciliaanse witte wijn spits te kunnen afbijten. 8 maanden barrique bezorgden deze wijn zijn mooie goudgele kleur. In de neus wit fruit, een beetje als een nog neit helemaal rijpe meloen, fraai bittertje ook; mooi rond fruitig middenstuk, iets complex mineraligs dat waarschijnlijk eerder van het hout kwam, kortom een zeer lekkere wijn die in het glas ook positief evolueerde. Hij begeleidde een Paesaggio Ibleo met geitekaas uit Ragusa, heel breed en complex, een Spaghetti con spremuta di Sicilia, pasta met tonijn, erg zout en erg wild en een geweldig lekkere L'Arancino, een nationaal gerecht maar hier erg verrassend gemaakt (een bol risotto met een rond kapje dat je moest doorbreken om de aroma's te bevrijden).

    Voor de Pesce Azzurro al profume di Carbonelli raadde Shingo ons een andere wijn aan (ik denk dat hij ons hem vooral wilde laten proeven). De Zibibbo Integer 2007 ©©(©) was mijn eerste kennismaking met deze Siciliaanse druif. Deze wijn wordt gemaakt op het eiland Pantelleria, bekend voor zijn zoete moscato's die met dezelfde druif gemaakt worden. Wij proefden kruidig en exotisch fruit en dachten eerst aan een verwant van de traminer tot Shingo ons corrigeerde. In de mond heel veel structuur en karakter, bittere witte pompelmoesschil ook en veel volume, een beetje als een natuurlijke wijn (hij was ongeklaard en ongefilterd, wat ongewoon voor een witte).

    De topper kwam echter samen met het hoofdgerecht, een verrukkelijk stuk speenvarken (Maiolino nero dei Nebrodi con fagioli borlotti e sanapu). De Guardiola 2006 ©©©(©) van het Tenuta delle Terre Nere is een Etna Rosso, een appellatie voor wijnen die worden gemaakt op de flanken van de Etna, op één van de vreemdste terroirs van de wereld. Het domein is het privé-project van Marc De Grazia, één van Italië's bekendste wijnmensen, eigenaar van een groot exportbedrijf en consultant voor een 90tal domeinen. De nerello mascalese druif groeit hier op een ondergrond van lava en vulkanische as. Hij wordt meestal geblend met de nerello cappuccio (hier maar 2%). Marco is een amateur van grote Bourgogne's en hij past hier een redelijk korte schilweking toe om de wijn licht en levendig te maken. De Guardiola wijngaard is één van de hoogst gelegen wijngaarden van Europa en bijna alle stokken zijn pre-phylloxera, aangeplant in 1917 en 1947. De nog wat jonge wijn had een neus die ik nog niet vaak heb ontmoet (staal, bloed, wat verborgen fruit...) maar was in de mond fruitig en levendig, héél lang en geweldig lekker combinerend met het varken. Ondertussen waren wij en Shingo er ook achter gekomen dat Filippo van het Leuvense 'A Zamara een gemeenschappellijke kennis is en werden de relaties steeds hartelijker.

    DSC00099

    Tijdens de groepsfoto werd de geheime identiteit van Rick bijna onthuld door een geniepig vingertje.

    Als dessertwijn koos Shingo voor de Khamma ©©, een Moscato Passito di Pantelleria 2002 van Salvatore Murana, ook al een vinologische rariteit. Eveneens gemaakt met zibibbo, maar onderworpen aan 30 à 40 dagen schilweking (da's lang), gevolgd door 60 tot 80 dagen alcoholische fermentatie (da's heel lang) en twaalf maanden Alllier eik. Hij had een nootbruine kleur en een heel speciaal aroma dat niemand echt kon thuisbrengen en waarvoor ook ik de woorden niet vond. In de mond was de wijn fris en zoet, goed uitgebalanceerd en nootachtig en lekker.  De verdere avond werd gevuld door allerlei strafs...voor wij terug sukkelden naar ons hotel in Ragusa Ibla om er de slaap der slapen aan te vangen.