restaurant

  • Napoli 2012: wat de Romeinen tegen die van Napels hebben, een drollige geschiedenis aan de voet van een pestzuil en sterreneten in een paleis.

    Pin it!

     

     

    Het Museo Archeologico Nazionale in Napels is één van de meest indrukwekkende musea die ik in mijn leven bezocht heb. Achter elke hoek vind je wel een beeld, een mozaïek of een voorwerp dat je onmiddellijk herkent, en dat deel uitmaakt van het collectieve geheugen van iedereen die ooit heeft opgelet tijdens de lessen geschiedenis. Voor de meer gespecialiseerden onder ons, de historici met een zwak voor Rome (ja, Bart De Wever, het is iets voor u), of de kunsthistorici in het algemeen is dit een lawine van beelden die je tijdens de cursussen in Leuven of Gent zag.

    De collectie opent met één van de mooiste verzamelingen Romeins beeldhouwwerk die er bestaan, de Farnese collectie. Tijdens de 16de eeuw, de periode van de Renaissance dus, werd de oudheid en alles wat Rome of Griekenland te maken had plots terug zeer populair. De Farnese familie, belust op macht en rijkdom, en dus op alles wat dat verzinnebeelde, begon toen met de opgraving van de Thermen van Caracalla in Rome. Dit complex van baden en sportinfrastructuur was ooit door Caracalla, één van de wredere en meer despotische keizers , opgetrokken, en bij de bouw ervan maakte hij driftig gebruik van recup-materiaal. Gelukkig voor ons verzamelde hij er een grote verzameling beeldhouwkunst, samengesteld uit delen van oudere beelden. Vandaag zijn die deel van het collectieve kunstgeheugen van Europa, en hier vind je dus, op een hoopje, de Farnese stier, dé Hercules zoals wij hem vandaag nog steeds inbeelden, een grote collectie keizersbustes die enorm is, en een groot aantal andere zeer bekende beeldhouwwerken. Eigenlijk moet je hier een touwtje rond je hoofd binden om de openvallende mond van verbazing in toom te houden, en ik vond het museum indrukwekkender dan dat van Rome zelf. Voor een Romein moet dat toch wel een beetje zuur zijn

    caracalla.jpg

    Keizer Caracalla

    Na die ene benedenverdieping ben je al behoorlijk onder de indruk, maar het moet eigenlijk nog beginnen. Wie ooit Pompeii en Herculaneum bezocht heeft zich misschien wel eens afgevraagd waarom het er eigenlijk zo kleurloos en leeg uitziet, en de uitleg is dus makkelijk: alles ligt hier. Een onwaarschijnlijke collectie gebruiksvoorwerpen, van de gewoonste tot de gekste, zowat alle mozaïeken (ook hier het ene na het andere beeld dat je bekend voorkomt), de ten dele opgegraven inhoud van één van de grote villa's van de regio die toen al een bezienswaardigheid moet zijn geweest (het touwtje rond het hoofd moest hier terug worden aangebracht) en een zeer amusante geheime kamer met erotische kunst (touwtje mocht er terug af), je wandelt van de ene wonderkamer de andere in.

    Museo_Archeologico_Napoli_660.jpg

    De alomtegenwoordige Japanners vonden de erotische kamer trouwens het leukste, leek het. Twee oudere Japanse dames stonden giechelend naar een portretje te kijken van een vrijpartij tussen sater en geit dat euh...nogal expliciet is afgebeeld, en kregen de slappe lach toen ze ineens doorhadden dat het beeld in kweste één meter verder in volle glorie stond te pronken.

    napolimuseum.jpg

    Het zal u dan ook niet verbazen dat wij enigszins vrolijk terug de straat op gingen, op weg naar ons middagrestaurant. Wij stonden te wachten op het grote plein voor het restaurant, aan één van de drie pestzuilen van Napels, en plotseling leek het alsof we in een Italiaanse film terecht waren gekomen. De zon scheen, families flaneerden in hun beste pak, en even verderop speelde een bandje een akoestische en zeer folky versie van Misirlou, een surfrock-nummer uit Pulp Fiction. Twee jongetjes, ik schat ze rond de tien jaar, en duidelijk broertjes, waren met een bal aan het spelen, onder het toeziend oog van hun ouders, toen plotseling de oudste uitgleed over een verse hondendrol en een pracht van een schuiverd maakte, en de drol mooi uitsmeerde over de volledige linkerkant van zijn kledij. Dit tot grote hilariteit van zijn broer, doffe berusting van zijn moeder en ingehouden woede van zijn vader, die hem in het nekvel greep en dirigeerde naar één van de zijstraten, gevolgd door de nog steeds schaterlachende broer en een glimlachende moeder. En nagestaard door drie glimlachende Belgen.

    In onze rug ging ondertussen de deur open van het Palazzo Petrucci, één van de beste restaurants van onze reis, trotse houder van een Michelin ster.  

     

    Palazzo_Petrucci_(Napoli).jpg

    Het Palazzo Petrucci opende als restaurant in 2007 als een initiatief van de zakenman Eduardo Trotta en de kok Lino Scarallo op het Piazza San Domenico Maggiore, in het hart van Napels. De tafels staan in de18de eeuwse stallen van het Palazzo, in een sobere maar gezellige ruimte, en het restaurant heeft een ster in de Michelin-gids. We kregen onmiddellijk een glas schuimwijn, de Prestige Rosé, Grand Cuvée Aglianico van Masseria Fratasi, een redelijk klein wijnhuis in Campania. Het was mijn eerste schuimwijn van deze druif, maar ik blijf er bij dat schuimwijnen van stevige druivenrassen verrassend lekker kunnen zijn. Hier werd het mooie frambozenfruit geflankeerd door een mooie mineraliteit en wij waren dus verrast...en vonden het lekker, net als het aperitiefhapje (foto hieronder).

    DSC03695.JPG

     

    DSC03696.JPG

    Mijn voorgerecht was héérlijk, en één van de lekkerste schotels die ik op de vijf Italië reizen al at. Battuto di calamari, ostriche e lime con tartare di vitello, carciofi e maiones d'astice was een prachtige combinatie van vis en vlees, heel fris en origneel en om duimen, vingeren, bord en servies af te likken. In de vistartaar zat inktvis, oesters en limoen en het contrast met de tartaar van kalfsvlees die er bovenop lag was geweldig. In het glas zat toen al een Greco, de Loggio della Serra, Terradora, 2009. De neus was heel rijp en overweldigend en iedereen riep direct eik, maar het etiket bevestigde het niet (later bleek het een langdurig verblijf sur lie te zijn geweest). Mooie mineraliteit ook. In de mond had hij veel structuur, mooi fruit en mooie mineraliteit, super, en om de één of de andere reden noteerde ik dat het een intelligente wijn was. Hij was op zichzelf al heel duidelijk en lekker, maar hij plooide zich prachtig rond mijn gerechtje.

    DSC03697.JPG

    De ravioli ripieni di capocollo di maiale alla genovese su guazzetto di vongole e pecorino e mirto waren ravioli's gevuld met stukjes coppa in een genovese saus, met daarover wat vongole gestrooid, en dus opnieuw wat monte e mare, maar mij hoorde je al lang niet meer klagen, alleen maar tevreden zuchten. Ook nog niet vaak zo'n lekkere ravioli gegeten, en vooral het contrast tussen de fraîcheur van het sausje van de vongole en het hartige van de ravioli zelf was verbluffend. Aan de overkant had iemand een schoteltje vis dat mij in verleiding tot moord en doodslag zou hebben gebracht, ware het niet dat ik met de eigen keuze ook zo tevreden was.

    DSC03700.JPG

     

    Tot onze vreugde herbergde de wijnkaart nog een verrassing om de vakantie af te sluiten: de Aglianico JQN104 van de mysterieuze Joaquin. Zeer complexe neus, heel elegant en heel evenwichtig, in de mond schitterend rond, maar ook heel complex en fris, met heel fijne elegante tannines. Het wwWeb weet me verder alleen te vertellen dat Raffaele Pagano in zijn Joaquin domein graag en veel experimenteert, maar wat een prachtige wijnen maakt die man ! De fles werd geledigd in het goede gezelschap van een konijn, het Coniglio laccato con salsa di porro al rosmarino pappa alla cacciatora, chips di ceci et bietola croccante. Er volgde nog een mooi nagerecht, een zoete gewurztraminer VT van Girlan, mooi, stevig en lang (ah! beschreef iemand mij zo eens...), een wandeling naar het hotel, een taxi, een vliegtuig, een hapje in Rome, en een druilerige koude nacht in België. Napoli, Ti Amo !!

  • Il Cuciniere, Catania: een TV-chef, de Sex Pistols en een geraspt paard - Sicilië 2011.

    Pin it!

    Na een tussenstop in Messina, een stad die u links mag laten liggen, werden wij verwacht in het restaurant van Carmelo Chiaramonte, in het Katane Palace hotel, in het moderne centrum van Catania. Carmelo is een TV-persoonlijkheid die werkt voor de RAI, het Italiaanse TV-station, boeken en artikels schrijft en af en toe ook opduikt op grote culinaire evenementen. Hij staat hier bekend voor zijn heel grote fixatie op het seizoen en de kwaliteit van zijn ingrediënten en voor het feit dat hij aan klassiekers uit de Siciliaanse keuken een moderne zwaai geeft. Het restaurant Il Cuciniere, lijkt op het eerste gezicht wat stijf-deftig en dat zette mij even op het verkeerde been, maar al bij de eerste schotel keek ik verrast op: hier was een meesterkok aan het werk.

    carmelo-chiaramonte_17699.jpg

    "Ik open de deur en ruik.", was het antwoord dat Carmelo aan een journalist gaf toen die hem vroeg hoe hij besliste wat hij ging klaarmaken. Volgens Carmelo moet je je laten leiden door het moment, niet door een lijstje, wanneer je kookt, en hij werkt dan ook intuïtief door klassiekers aan te passen aan het moment en de ingrediënten die dan op hun best zijn.

    Hij startte vandaag met een soepje van broccoli, niet echt mijn favoriete groente, maar in deze verschijningsvorm succulent. Ik moet u de rest van de ingrediënten schuldig blijven, er dreven in ieder geval ook stukjes van een heerlijke harde kaas in, en hele goede olijfolie, maar het nerveuze Italiaans van de kelner ging me wat te snel, en heel eerlijk gezegd, was het eten in dit restaurant té lekker om alles te zitten noteren.

    DSC02416.JPG

    In het glas waren wij bij het binnenkomen (we waren weer te vroeg, Sicilianen eten behoorlijk laat) vertroeteld met een Murgo Brut, een schuimwijn van de Etna, en we besloten om onmiddellijk verder te gaan met de Etna Rosso 2008 van hetzelfde huis. Een mooie mineraliteit, mooi strak ook, heel droog en redelijk fijn, maar met iets te weinig fruit. Wel leuk verder**. Onze volgende fles was de Rosso del Soprano 2004 van Palari en plots begrepen wij de man die ons vertelde dat hij Palari wat heavy vond. In tegenstelling tot de elegante Faro, hun hoofdwijn, was deze heel straf, met het aroma van ossenbloed, natte grond, rottende eik in de herfst en in de mond héél straf, met verwijzingen naar bloed en vlees, stevige tannines ook en dus een wijn met de persoonlijkheid van een Grieks-Romeins worstelaar: indrukwekkend en interessant, maar subtiliteit staat in een ander woordenboek. Toch wel ***(*), want lekker was hij, maar wij hadden de Faro al geproefd, dus...

    DSC02419.JPG

    Op het bord was ondertussen één van de interessantste gerechtjes van de hele reis gekomen: geraspt paard. Ik kan mij hier echt voorstellen hoe dit gerecht tot stand kwam: Carmelo die op de markt een mooi rijp stuk kaas tegenkomt, en een stalletje of drie verder een schijfje gedroogd paardenvlees proeft. "Hier kan ik iets mee doen..." Het was het lekkerste paardenvlees dat ik in mijn leven al geproefd heb. Ondertussen kwam ook de achtergrondmuziek op dreef en wij herkenden ondermeer Slipknot, The Sex Pistols, Yes en Led Zeppelin, en het leek er echt op dat Carmelo snel even zijn I-pod ingeplugd had. Ik moet zeggen, en ik had dat eigenlijk niet verwacht, de muziek ging wonderwel samen met het eten, en het maakte de ervaring van deze avond nog intenser en wonderlijker.

    Het volgende gerecht was een wonderlijke pasta alla nonna, zo lekker dat ik er niet veel van opschreef, en hier moet ik u iets bekennen: ondertussen was het allemaal zo lekker, zo plezant, zo ongedwongen en zo natuurlijk dat de levensgenieter in mij de blogger het zwijgen oplegde. Ik kan nog lezen dat er een Nero d'Avola 2007 van Zenner's Terre delle Sirene voorbijkwam en dat we afsloten met een moscato di pantelleria, en in de bar van het hotel dronk ik mijn laatste Old Fashioned, volgens J dé cocktail om te zien of een barman zijn klassiekers kent, maar de rest van de avond blijft een blinde vlek, een mooie warm-gloeiende herinnering aan vrienden, muziek en lekker eten en drinken.

     

  • Steak Frit

    Pin it!

    steakfrit.jpg

    Ik keek er eigenlijk naar uit en het eerste excuus dat voorbij kwam was goed genoeg om Steak Frit, de nieuwe restaurantketen in wording, te testen. Het is immers een gebeurtenis wanneer er iemand opstaat die beweert gespecialiseerd te zijn in al die ouwe trouwe Belgische goodies waar ik zo verlekkerd op ben. Ik stapte dan ook vol hoop binnen in de vestiging in de Predikherenstraat, een zijstraat van de Beenhouwersstraat in Brussel.

    Het interieur van SteakFrit is ruim en licht en nodigt uit. De bediening was van het begin snel en vlot en de nogal beperkte spijskaart had genoeg van mijn favorieten om echt te kunnen kiezen. Om mezelf te tracteren begon ik met een glas champagne, niet echt een hoogvlieger, maar we waren nog zeer vergevingsgezind, en dat beterde nog toen het broodmandje op tafel kwam. Dat was immers vergezeld van een potje reuzel of smout, en zelfs van hele goeie en heel goed gekruide. Het is één van de dingen die ik geweldig vind aan Duitse restaurants en die ik echt mis in België. Politiek correct is het niet meer, het gebruik van dierlijk vet als broodsmeersel, en je cholesterol hikt er waarschijnlijk stevig van naar boven, maar lekker ! En het werd nog beter door het voorhapje, dikke schijven jambon persillé van superieure makelij, vergezeld van een potje uitstekende mosterd.

    Tot daar echter het goede nieuws. Ik houd van garnaalkroketten. Ik houd zelfs veel van garnaalkroketten en ik ben een gemakkelijke mens, en of de inhoud ervan nu vast is of lekker smeuïg is als het verschil tussen bruin en blond: een kwestie van goesting. Maar een correcte garnaalkroket is vergezeld van gefrituurde peterselie en wanneer die wordt aangeleverd als een samengekoekte klomp olie is de lol er wel een beetje van af. En als die garnaalkroketten dan ook al niet uitblinken door smakelijkheid voel ik me wat bekocht.

    Een Brussels/Belgisch gerecht dat mij altijd bijzonder kon bekoren is een echte américain préparé en salle. Ik houd van de hele ceremonie, van de consistentie van rauw rundsvlees, van het smakelijke binnenglijden, en als het gerecht dan ook nog eens vergezeld is van lekkere versgesneden frieten en goeie mayonnaise, dan is het echt genieten geblazen. Laat me beginnen met het goede nieuws: correcte verse mayonnaise, sterk naar mosterd smakend, maar ook dat is een kwestie van goesting, en frieten à volonté, niet te groot, en van een correcte kwaliteit en krakendheet opgediend. Maar de américain zelf: grof gehakt en daarom eigenlijk de essentie missend van dit heerlijke gerecht: je moest hier op kauwen om het te verwerken en een echte moet binnenglijden. Afgekeurd !

    De wijnen waren correct, met een rode Vin de pays d'Oc van Bernard Magrez, de Domaine Tranquillité 2006, een fruitige en leuke wijn die de keuken eer aan deed. De koffie was zeer correct en plaats voor een dessert was er helaas niet meer. Maar nu komt de hamvraag...ga ik hier nog terug ?

    Het antwoord is neen. Ondanks de werkelijk zeer goede bediening, de correcte prijzen en het aantrekkelijke interieur ging ik hier buiten met één groot schreeuwend gevoel: tourist trap ! Eén van de betere weliswaar, misschien zelfs één van de beste, maar toch een restaurant voor toeristen, en niet voor Belgen die zich storen aan die details: nét niet goed genoeg, en dat is iets wat in die eenvoudigere belgische gerechten als garnaalkroket of américain moet. Ik kan me levendig inbeelden dat een Nederlander of een Duitser hier tevreden buitenkomt (de prijzen zijn ook erg ok) en ik zou het ze zelfs aanbevelen. Maar waarom iemand met culinair verstand voorbij zou gaan aan een etablissement als Vincent, of Aux Armes de Bruxelles, en hier dan zou opteren voor de kopie, is mij een raadsel. En plots leken mij zelfs de wat norse kelners van Vincent of de Armes te behoren tot een grote Belgische traditie.

    Ik zal het zo uitdrukken: met een Nederlandse vriend ga ik naar SteakFrit. Hij zal blij zijn dat hij niet te veel betaald, vriendelijk wordt behandeld, in het Nederlands, en buitengaan met de illusie dat hij echt Belgisch gegeten heeft. Maar in het gezelschap van een Fransman zou ik niet durven...Het is dan ook opvallend dat je in het restaurant vooral Hollands, Engels, Spaans, Russisch etc etc hoort. En als alle toeristen naar hier komen is er misschien wat meer plaats bij Vincent...Kinderen tot 8 jaar eten hier trouwens gratis, tot 12 jaar aan 50%. Er zijn nu drie SteakFrit's, de andere adressen vind je op hun website www.steakfrit.be

    Voor de rest ben ik van mening dat België niet gesplitst mag worden (naar Cato).

     

  • Piccolo Napoli: Sicilië 2010

    Pin it!

    Zoals U vorig jaar wel hebt gemerkt, waren we zwaar onder de indruk van onze eerste kennismaking met Sicilië, en er werden toen dan ook al snel plannen gemaakt om de andere kant van het eiland eens te bezoeken, en met name Palermo, de hoofdstad, waarover wij de meest uiteenlopende dingen hadden gehoord. 

    Omdat we werkelijk afschuwelijk vroeg vertrokken waren (er zijn geen rechtstreekse vluchten in de winter), vonden wij dat we alvorens een stap uit het hotel konden zetten we een aperitiefje verdienden. Zoals dat hoort in Palermo, gebeurde dit op het dakterras, kunstig overdekt door een soort plastieken tent, genoeg om hier de winter door te komen (probeer dat maar eens in te denken in Brussel). Ons hotel lag trouwens erg goed, in het oude, Arabische stuk van Palermo, de Kalsa wijk, was modern en comfortabel, heel geschikt om alles te voet te doen en heel betaalbaar. Een glas van een alleraardigste Rosa d'Avola van Lanzara later, waren wij genoeg versterkt om op zoek te gaan naar ons eerste restaurant.

    Rosa d'Avola, Spumante, Lanzara: Lanzara is een jong wijnbedrijf (2005) dat werd opgericht door een uit Silicon Valley teruggekeerde Siciliaanse prof die heimwee had en zijn droom wou najagen door een boerderij te kopen, wijngaarden aan te planten en een jonge oenoloog aan te nemen, Alessandro Giarraputo. Deze schuimwijn met rosso antico kleur was aardig en verfrissend en een goede aperitiefwijn die ook wel een wat steviger aperitiefhapje aan kan dankzij zijn 100% nero d'avola. *(*)

    DSC01337

    Piccolo Napoli (Piazzetta Mulino, a Vento, géén website) is een klein restaurant zonder veel poeha, in een wat arme en slonzige buurt, maar heeft ons allemaal gecharmeerd en betoverd, heel sterk in de lijn van ons bezoek aan Antica Marina in Catania, vorig jaar. Onmiddellijk als je binnenkomt, en dat doe je beter vroeg, rond 1 uur, wanneer het opent, zie je een uitstalling van de vissen die de eigenaar die morgen kocht en van de antipasti die die voormiddag werden klaargemaakt. Voor zover ik weet heeft het restaurant géén kaart, wel een goede wijnkaart, en de sympathieke baas komt aan tafel wat dingen voorstellen. Gewoon jaknikken volstaat... Wij aten, genoten, en leerden !

    De antipasti van de dag bestonden uit een bordje olijven waarvan ik niet wist dat die dingen zo lekker konden zijn en een bordje pannelle, gefrituurde kikkererwtenbeignet's, simpel maar verschrikkelijk lekker en een lokale specialiteit met Noord-Afrikaanse roots. De nabijheid van Afrika merk je trouwens heel vaak in de Siciliaanse keuken. We lieten ons ook een fles wijn aanraden, een witte Piano Maltese van Rapitala, een wat commerciële allemansvriend...aan 10,5 euro de fles...op restaurant...op sommige plaatsen betaal je dit voor een gas schuimwijn...

    DSC01326
     Pannelle

    Als primi piatti worden hier pasta's gegeten, héérlijke pasta's, en hier was dat een klassieke pasta alla sarde. Nu maak ik dat thuis ook wel eens, maar hier waren de sardienen vers, de pasta zelf gemaakt, het broodkruim (dat de kaas vervangt, zo hoort het bij pasta met vis) van topkwaliteit, en dat maakte van dit eigenlijk heel simpele gerecht een topper. De wijn werd vervangen door een Damarino 2008 van Donnafugata, een instapwijn van dat huis en een blend van cataratto, grillo, chardonnay en viognier.

    DSC01329

     

     

    Die pasta was goed, héél goed zelfs, maar de volgende schotel sloeg me helemaal onderuit: simpel, scorfano of rouget in wat de baas krankzinnig water noemde (agua pazza), cq een mengeling van olijfolie, look, kappertjes, tomaatjes en wat makreel (denk ik). Om te huilen zo goed, waarom, o waarom, vind ik dit niet in België, dacht ik, en toen deponeerde hij een portie neonati op onze tafel...dus het ligt ook wel een beetje aan de beschikbaarheid van de ingrediënten. Neonati zijn pas uit het ei gekomen, nog half doorzichtige visjes die samen worden gemengd tot een soort kleverige massa en dan gefrituurd in een bol. Je krijgt een hele intense vissmaak maar met een heel aparte structuur, en het is ook wel grappig wanneer je bedenk dat al die zwarte puntjes eigenlijk oogjes zijn. Simpel, maar succulent.  

    DSC01330

    Ondertussen zat de zaak eivol, stonden er mensen aan te schuiven (op een donderdagmiddag...) en was ook de broer van de eigenaar opgedoken om een handje bij te steken. Tussen al dat gestress vond die toch nog de tijd om af en toe met ons te praten en vroeg hij ons hoe we bij hem terecht waren gekomen. Johan, organisator, beste vriend en gedurende die vier dagen één van de Goden, vertelde hem over het boek van Mary Taylor Simeti, On Persephone's Island, waaruit hij heel wat inspiratie boekte voor het plannen van deze reis, en die het restaurant vermeld. Ah ja, zei de patron, die kennen we, die komt hier vaak, het zijn vrienden...en tot onze stomme verbazing bracht hij ons een telefoontoestel met aan de lijn niemand anders dan de schrijfster zelve. Ze vertelde ondermeer dat we nog goed gingen eten in Palermo, maar niet meer zo goed als hier...en dat klopte eigenlijk wel.

    Omdat we hier van de ene verbazing in de andere vielen konden we ook het dessert niet aan ons voorbij laten gaan. Dat bestond uit schijven sinaasappel ingestreken met maraschino-suiker en een stuk taart dat mij (alweer) de tranen in de ogen deed krijgen. Ter ere van Mary Taylor hebben we nog een fles van haar zoete Zibibbo opgedronken, van de Falconeria Bosco, het domein van haar man. Wij betaalden 325 euro voor zeven personen, cq voor vier flessen goeie wijn en een viergangenmenu met koffie. Dit wordt een leuk weekend...

    DSC01335

    Wij dronken:

    Piano Maltese, Tenuta Rapitalà, 2008:  een blend van grillo, cataratto en "internationale druivensoorten", chardonnay, vermoedden wij, aan een onnozele 10,5 euro. Dit wijngoed is zeer groot en onlangs kocht het concern GVI zich hier in. Citrus en sinaas in de neus, in de mond fruitig en droog, goed gemaakt in een wel erg commerciële stijl. *(*)

    Damarino, Donnafugata, 2008: wij zijn nieuwsgierige jongens die de vorige wijn wat te makkelijk vonden en pikten er op de wijnkaart deze wijn uit omdat we de repuatie van Donnafugata nog kenden van vorige reis. Een blend van cataratto, ansonica, chardonnay en viognier, en een instapcuvée. Wij hielden van de naast elkaar liggende fruitige en florale tonen in neus en mond en vonden hem net iets beter, iets origineler. ** dus, en de prijs was dezelfde.

    Zibibbo, Bosco Falconeria, 2007: dit is het domein van Mary Taylor en dus alle sympathie voor deze vino de meditazione, heel fris en uitgepuurd, wat Sauternes achtig, maar helaas ook met een storend vleugje lijm. Hij had ** kunnen zijn...

     

  • Timber Batts, Bodsham, Kent

    Pin it!

    Het blijft me verbazen: mensen die terugkomen uit vakantie in Engeland en beweren dat de Engelsen niet kunnen koken. Bijna altijd bleek dat ze één grote fout maakten: ze aten op hotel (Fawlty Towers bestaat!), in een keten of in een "Frans" restaurant. De renaissance van de Engelse keuken gebeurde, anders dan bij ons, in de pub, waar traditie, vernieuwing en vooral verse ingreidënten elkaar ontmoet hebben en waar Engeland zijn eigen keuken leerde kennen. Ik ken een  plaats in Engeland waar twéé mooie tradities samenvallen: een typische Engelse plattelandspub, een Franse chef, verse countryside ingrediënten, een mooie wijnkaart, goed getapte real ales, een mooi uitzicht en charmante bediening: foodie paradise, kortom.

    Hert gebouw van herberg Timber Batts dateert uit 1485 en werd gebouwd tijdens de regeerperiode van  Henry VII (de papa van VIII, die met zijn zes vrouwen), eerst als het verblijf van de baljuw, dan als een gewone boerderij. In 1780 werd het een registered ale house en in 1833 een officiële pub met de naam Prince of Wales. In 1963 werd de naam veranderd in Timber Batts. Eind 2002 trok Joel Gross, de in de regio bekende Franse chef van de Froggies in Wye in het gebouw.

    DSC01061

    Het was nog net iets te winderig om buiten te zitten en wij veroverden een tafeltje met zicht op de toog. In Engeland kan je in de betere gastro-pub kiezen: ofwel eet je in het wat stijvere restaurantgedeelte ofwel in het lossere pub-gedeelte, met zicht op de toog. Met twee venten vinden wij een direct zicht op toog en ingang leuker dan naar elkaars lelijke koppen te kijken, maar ik vind ook dat ik zo een beter idee krijg van het karakter van de pub en zijn personeel.

    Wij aten à la carte en de bevallige dienster veroverde mijn hart toen ze zonder morren inging op mijn aanvraag tot het bovenhalen van de ijsemmer. Op de uitstekende Franse wijnkaart, eerder een uitzondering in dit land dat massaal de Nieuwe Wereld omhelsde, stonden immers wat mooie flessen uit de Beaujolais en de Loire en wat past er beter dan zo'n gekoelde rode jongen bij een eerlijke plattelandskeuken. Wij kozen voor een uitstekende Fleurie 2007 van Chateau de Bourg, eigendom van de Matray familie (aroma's van kriekensap en bloemen; in de mond zacht en vrouwelijk met mooi rijp fris fruiit, héél goed combinerend bij de eend). Hij kreeg van ons **.

    Wij startten met een verrassende cassolette de St Jacques à la bisque (zie foto), heel fijn en lekker, gevolgd door langs de ene kant van de tafel een confit de canard die helemaal was zoals hij moest zijn en, aan de andere kant, een poitrine de porc roti die in La Paix niet zou misstaan. De daaropvolgende kaasschotel (gecombineerd met een uitstekende bitter van Woodfordes in Norfolk, de Wherry) bracht, de Europese gedachte indachtig, drie Franse, een Hollandse en een Engelse kaas samen, allemaal anders, allemaal lekker. En het pas opgepikte idee dat bier eigenlijk beter bij kaas past dan wijn klopte als een bus. Typerend voor de bediening was de volgende anekdote: toen de kaas was opgediend kwam de dame des huizes vragen of Belgen bij de kaaschotel hun brood boterden ? Ze vond het persoonlijk een barbaarse gewoonte (zei ze met een licht trillende franse rrr) maar die perfide engelsen stonden er altijd op. Maar Belgen hadden toch meer een Franse smaak, hoopte ze ? Bien sur, madame...

    DSC01058

    Wie overigens in Engeland goed wil eten moet zich de Good Pub Guide aanschaffen. Mijn oudste exemplaar dateert uit 1991 en het heeft mij prachtige terrassen, loeiende haardvuren, ontelbare verhalen en succulente maaltijden opgeleverd. Het is een onmisbaar reisinstrument in een land waar men er enigszins andere eetgewoonten dan de onze op na houdt, maar waar de keuken er in twintig jaar zo op vooruit is gegaan dat onze Engeland-trips de laatste jaren meer weg hebben van een culinaire pelgrimage.

                                                                                                                                 

    Good-Pub-Guide-2009-Cover_medium

     

     

     

  • Meer moet dat niet zijn: ode aan de kleine wijn

    Pin it!

    Na een bezoek aan de kathedraal van Amiens begonnen wij aan onze vaste speurtocht naar een goed restaurant. Naast de obligate tourist traps, de ketens en de grote gastronomische restaurants heeft elke Franse stad een paar huizen van vertrouwen waar je voor niet veel geld overheerlijk kan eten. Ze zitten gegarandeerd overvol, werken in twee services en alleen al hun hoge rotatie zorgt voor steeds verse produkten. Het zijn de ideale plaatsen om kennis te maken met lokale produkten of met de klassiekers uit de Franse traditionele keuken en ik ben er dan ook verzot op.

    Nog verzotter ben ik echter op een ander aspect van deze eenvoudige keuken. Steevast heeft zo'n restaurant een wijnkaart zonder grote namen maar vol kleine wijnen van kleine wijngebieden en ik ben daar zo verzot op dat ik er vaak met meer smaak van geniet dan van een grote wijn. Beaujolais, chinon, bourgeuil, cahors, kleine Bordeaux, allemaal geven ze me waar het bij wijn tenslotte om te doen is: drinkplezier. En het meest verbluffende is dan telkens weer dat wat ik er ook bestel ik telkens weer positief verrast wordt en me telkens weer kan afvragen waarom die wijnen niet in België geraken. Die verduivelde Fransen drinken hem blijkbaar liever zelf. Of zijn wij het die neerkijken op dat soort wijn ?

    In Amiens was het even zoeken, maar uiteindelijk vonden we het in één van de winkelstraten: Le T'chiot Zinc, met cuisine traditionelle française, spécialités picardes, cochon de lait en terrines et patisseries maison. Meer moest dat niet zijn.

    Ik profiteerde er van om eend te eten, één van de dingen waarvoor je echt in de Somme moet zijn: een heerlijke terrine en een nog lekkerdere confit de canard. De wijn was een Saumur-Champigny 2007, Le Coeur du Vigneau van Auguste Bonhomme. Koel geserveerd, mooi aroma met frambozen en zwarte bessen, zuiver en goed gestructureerd. En plots moest ik weer denken aan mijn laatste gesprek met Marc van Cavopro en hoe diens oogjes begonnen te blinken toen we spraken over terrassen in Parijs, traditioneel eten en een kleine rode wijn recht uit de frigo. Ik ga gewoonlijk voor Chinon of Beaujolais maar hij raadde me aan om eens een Saumur-Champigny te proberen. Mercikes, Marc, het was een goede raad... 

                                                                                                                                       

     DSC00253

  • De gladheid van boter en de lekkere waanzin van Licata - Sicilië 2009

    Pin it!

    Wakker worden in Ragusa op een januari-dag en blauwe lucht zien betekent iets anders dan in België: ongeveer 25°C verschil. En het was dus enigszins optimistisch en goedgemutst dat wij de rit naar Butera aanvatten.

    DSC00882
                                                                                                                                        

    Ik kan U één ding verzekeren: je kijk op het leven verandert terdege wanneer je 's morgens het raam opengooit en dit ziet....

    De rit naar Butera was lang maar mooi, door een soort maanlandschap van kalk en zandsteen, in onze ogen zuiders kaal, in de ogen van Gianni abnormaal groen.Ondertussen ondervonden wij wat vijf dagen regen hier aanricht met het wegennet, maar uiteindelijk arriveerden wij toch, lekker door elkaar geklutst, op het domein Feudo Principe di Butera. Dit hypermodern uitgeruste domein is eigendom van de familie Zonin, van één van de grootste wijnimperia van Italië, in 1997 opgericht om er kwaliteitswijn te maken. Het hele domein is 180ha groot en wij werden er zeer vriendelijk ontvangen en deskundig rondgeleid. De "betalende" tasting was leuk en vond plaats in een prachtig lokaaltje (of was het de zon?) en ging gepaard met leuke hapjes. 


    DSC00904                                                                                                      

    De degustatie startte met wat eigenlijk mijn favoriet zou zijn; een Inzolia 2007 © vol aroma's van bloemen, fijn en eenvoudig en een wijn om in de zomerse zon te delen met vrienden. De Chardonnay 2007 ©(©) was origineel in die mate dat hij geen malolactische gisting onderging maar wel voor een deel rijpte op medium-toasted eik. Het fruit (perzik) overheerste, en in de mond was hij modern en smakelijk en krokant. De Syrah 2006 ©(©) was een beetje een valserikske: eerst heel bescheiden en eenvoudig, als een lekkere, verse fruitconfituur, maar hij had een verrassend lange afdronk. TCA killed the nero d'avola star...twee keer achter elkaar (wij dierven de tweede keer niks meer zeggen) en de schenkster/proefster gaf geen kik. De Riesi 2006, ©, een blend van nero d'avola en syrah was jammy en wat porto-achtig, maar werd gered door net voldoende fraîcheur. De hele degustatie, het hele bezoek was leuk, goed georganiseerd en interessant, er was niks dat mij hier negatief stemde, maar er was ook niks dat mij hier deed opkijken. Eigenlijk was dit de enige keer dat we wijnen dronken die zowat overal vandaan konden komen...

    's Middags aten wij bij Pino Cuttaia in Licata. La Madia, zijn restaurant ligt in het centrum van Licata, thuisbasis van de meest ongedisciplineerde chauffeurs van de Europese Gemeenschap. We arriveerden dan ook opgejaagd en te laat en eigenlijk veel te ongeduldig en spraakverwarring zorgde voor enig onaangenaam gediscussieer achteraf toen il menu corto zeven gangen bleek te tellen en wij de tempels van Agrigento al aan onze neuzen voorbij zagen gaan. Maar zoals Gianni zei, de Siciliaanse vertaling voor het woord ongeduldig is stupido ! Want eigenlijk heb ik hier goddelijk gegeten en als er één restaurant is waar ik wel eens op mijn gemak terug wil gaan is het dit. Een vreemd gevoel: de indruk hebben om toch wat opgelicht te zijn én tegelijk fantastisch lekker te hebben gegeten. De ober die met alle geweld Duits met ons wou spreken hielp er ook al niet aan. We dronken een erg oxydatieve schuimwijn van Milazzo, de Classico Riserva als aperitief, maar dan werden onze ideeën over de witte wijnen van Sicilië nog bevestigd door de Chiaranda 06 ©©© van Donnafugata, een blend van 50% ansonica en 50% chardonnay. José Rallo's 300ha grote domein ligt in Marsala en op het eiland Pantelleria en wie de namen Giacomo Tachis en Carlo Ferrini iets zegt (het zijn twee top-oenologen) weet al hoe het er hier aan toegaat. Deze prachtige witte had een heel aparte neus die verwees naar ranzige boter, een oude eiken kast die je plots opentrekt en iemand zei Colonial Wax (mij onbekend). Een prachtig openende mondindruk, duidelijk minstens ten dele malolactisch gegist, een schitterende structuur. De Tripidium 04 ©(©) van Duca di Castelmonte was een blend van nero d'avola, cabernet en syrah, mooi, krachtig en compact, en zeker complexer gemaakt door de mix en de 12 maanden eik, maar geef me toch maar de locals... Dessert en dessertwijn misten we (we raceten naar Agrigento voor het donker zou worden: stupido, zou Gianni zeggen, maar goed, wij komen hier maar één keer, hij kan ze elk weekend zien).

    DSC00102

     

     

    .