restaurants

  • Puglia 2014: Vergine, Vedove e Malmaritate...e Spiriti: Lecce !

    Pin it!

    Alhoewel zo'n winters bezoek waarschijnlijk echt wel een verkeerde indruk gaf (in de zomer is het hier 40 graden, toen wij er waren 15) scheen er toch genoeg zon om de schoonheid van de stad ten volle te waarderen. Lecce heeft een heel compact historisch centrum zodat je alles te voet kan doen. Onze wandeling startte vanop de Piazza Sant' Oronzo, waar een grote zuil prijkt met daarop de Heilige Orontius, een vroegchristelijke bekeerling die contacten had met de Apostel Paulus en door een vertegenwoordiger van keizer Nero werd terechtgesteld op ongeveer 3km van Lecce. In 1656 stopte hij een pestepidemie en sindsdien is hij de beschermheilige van de stad Lecce. Het plein ziet er nu wat anders uit dan in de Middeleeuwen, want het goed bewaarde Romeinse amfitheater lag honderden jaren lang verstopt onder een groep winkels en huizen. Momenteel werd het effect wel een klein beetje bedorven door het kerststalletje dat ze er in hadden geplaatst...

     

    DSC05494.JPG

    Lecce is bij uitstek een stad om in rond te slenteren en een leuke weg naar de Duomo is de Via Vittorio Emmanuele, een verkeersvrije Corso waar je slendert en winkelt en vooral jezelf op je paasbest toont. Dat laatste gebruik, de passeggiata, komt in de warme maanden op gang wanneer de hitte wat afneemt en families met kinderen, jonge koppeltjes of oudere mensen zich terug op straat vertonen. Het is één van de hoofdfuncties van zo'n straat. Ze komt uit op de Piazza Duomo, één van de mooiste pleinen van Zuid-Italiê, met de Duomo niet centraal maar in een hoek geduwd met een kanjer van een klokketoren of campanile ernaast. Het is een plein dat je moet zien met niet teveel mensen erop, en het is op zijn mooist 's morgens vroeg wanneer de eerste zon er op schijnt, of 's avonds laat, wanneer het prachtig verlicht is. De Duomo zelf is, zoals de meeste kerken hier, vooral mooi aan de buitenkant, waar de plaatselijke variant van de Barok zich volledig laat gaan. Mensen met een allergie voor putti dienen zich echter te onthouden !

     

    DSC05574.JPG

     

    Vanuit de Piazza gaat de Via Giuseppe Libertini verder, kerk na kerk, maar onderweg zagen we aan de ingang van het Conservatorium een leuk informatiebordje. Vroeger was er een opvangtehuis gevestigd voor Vedove, Vergine e Malaritate...Ik moet zeggen dat, alhoewel ik persoonlijk tot geen van de drie categoriën behoor de uitgang er uitnodigend uit zag...misschien met mij in de rol van trooster van al die weduwen, maagden en slecht getrouwden ?  

     

    DSC05557.JPG

    Eén van de leuke dingen aan Lecce is dat het, en daarin lijkt het wat op Leuven, een studentenstad is. Dat maakt dat er veel cafeetjes en goedkope restaurantjes zijn voor de studenten, maar ook dat er veel wat hippere en gesofisticeerde zaken zijn voor de docenten en de studentenkoppels die hier blijven hangen. Wij kwam voor ons aperitief dan ook terecht in het restaurantgedeelte van een boekhandel, All' Ombra del Barocco, waar de heren van het gezelschap uitermate positief verrast werden door het wijnaanbod. Wij consumeerden echtereenvolgens een Rosé della Quercia Extra Dry, Alberto Longo, een rosé schuimwijn van Nero di Troia, fijn schuimend en fris en elegant, en een Rosa del Golfo Brut Rosé, een negroamaro, fruitig en mooi gestructureerd. Het huis Alberto Longo ligt in Lucera, meer naar het Noorden van Puglia, ter hoogte van Napels, en is heel modern (een leerlinge van Giacomo Tachis maakt er wijn, en Alberto Longo is zelf een consulent). Rosa del Golfo ligt in Alezio, vlakbij Gallipoli, hier een goeie 20km vandaan, en is al sinds 1988 zéér bekend voor zijn rosé met de gelijknamige naam.

    Wij vonden dit een goede start en sloegen daarom in ons restaurant, de Osteria degli Spiriti, de schuimwijn over om ons onmiddellijk op de feestvariant van de bekendste rosé van de regio, nee, van Italië, nee, van de Verenigde Staten te gooien: de Five Roses Anniversario Leone de Castris 2013.   

    In 1943 zag Italië zware gevechten tussen Amerikaanse en Britse troepen en de terugtrekkende Duitsers. De Amerikaanse soldaten, voor een substantieel deel zelf van Italiaanse afkomst, hadden snel een sterke emotionele band met de veroverde gebieden. Terwijl de gevechtssoldaten echter snel verder trokken, volgden er in hun spoor mensen die zich bezig hielden met de wederopbouw. Voor Zuid-Italie was dat Lt-Kol Charles Poletti, een advokaat en politicus uit New York. Volgens de legende bezocht hij Don Piero Leone de Castris op zoek naar een rosé die in grote hoeveelheden kon worden geproduceerd voor de Amerikaanse soldaten die in Europa vochten. De luitenant-kolonel proefde de rosé, bevond hem goed, Don Piero beloofde de productie, Poletti de flessen (in het begin door het leger lege bierflessen te laten inzamelen) en al snel werd Five Roses de standaard-rosé in Amerikaanse kantines. Toen die na het einde van WOII terugkeerden naar de VS zochten ze terug naar die rosé die ze in Europa hadden leren kennen, en Don Piero begon met de export. Al snel was het de populairste rosé van de Verenigde Staten en je kan het vergelijken met de komst van Mateus rosé of Miracoli spaghetti naar België, iets dat voor ons zelfs wat vulgair is, maar voor onze ouders revolutionair.

    Over Charles Poletti heb ik het later nog wel eens, maar hij was een zegen voor het gebroken Italië van na WOII door de indrastructuur terug op te bouwen en de handel terug in gang te trekken. De wijn zelf was leuk, met framboosjes in de neus, fruitig, fris en ook wat vet, kortom goed gemaakt, maar ook heel commercieel, en voor ons verwende wijndrinkers wat te makkelijk. We vergeten echter soms hoe een rosé als dit in de jaren 50 als een summum van kwaliteit werd beschouwd, voor een groot deel omwille van toegepaste moderne oenologie en transport-technologie.

    Ondertussen was een heel scala aan antipasti de revue gepasseerd, het ene al lekkerder dan het andere, en begonnen de eerste alarmbellen te rinkelen. De keuken van de Puglia is een Cucina Povera die, grotendeels uit armoede, uitsluitend gebruik maakte van wat er in de omgeving te vinden was, cq van wat men zelf kon telen. Dat betekent hier dat men pasta maakt van Durum-tarwe, waarvoor geen (dure) eieren moeten worden gebruikt, dat men de voorkeer geeft aan geit en schaap boven rund, dat de meeste lokale kazen ook met de melk van die dieren wordt gemaakt, bier een luxeproduct is dat uit het Noorden komt terwijl je je je rode wijn in bidons van 5 liter koopt, je geen boter gebruikt maar olijfolie (40% van de Italiaanse olijfolie komt van de Puglia), maar ook dat elke mama een ruime keuze heeft aan lokaal geteelde groenten die én goedkoop én van topkwaliteit zijn. Dat laatste was trouwens echt een rode lijn door ons culinair avontuur. Helaas betekent dat ook dat light hier (terecht) niet in het woordenboek staat en dat ik mij geregeld heb vergist in de hoeveelheden.

    Toen ik dan ook aan de waard vroeg wat Ciceri e Tria waren begon hij onmiddellijk te ratelen over "lokale specialiteit" en "molto bene" (het gebrek aan Engelssprekenden is in de Puglia nogal markant) en meer was niet nodig om mij te overtuigen. Ciceri zijn kikkererwten en Tria zijn in olijfolie gefrituurde tagliatelle. Ze worden samen met gekookte tagliatelle opgediend en het is een héél lekker gerecht, maar gemaakt voor een landarbeider die daarna een akker gaat omploegen, en niet voor een al wat te dikke toerist die al goed geknabbeld had.

     

    DSC05580.JPG

    Ook qua wijn hadden wij ondertussen alle voorzichtigheid laten varen, en gesteund door ons zorgvuldig voorbereid wijnlijstje, hadden we op de wijnkaart een kanjer gevonden: Primitivo Old Vines, Morella, 2008. Wat krijg je als je Australië en Puglia samenvoegt ? Wel, in ieder geval géén subtiliteit. "Syrah", "Eucalyptus", "Koala beer" waren de kreten die onmiddellijk rond de tafel vlogen, en deze wijn was extravert en uitbundig in de neus, heel vlezig en peperig en straf en zou blind onmiddellijk als Aussie Syrah benoemd zijn. Ook in de mond was hij intens, straf en overweldigend en helaas totaal ongeschikt voor wat wij aan het eten waren. Met 16% alcohol, alhoewel die goed verwerkt was, was zijn impact ongeveer even groot als die van een Monster Truck  op een klein jongetje: misschien wel te doen in het juiste (culinaire) gezelschap maar zo op zijn eentje eigenlijk nogal angstaanjagend. De wijnmaakster is dan ook Australisch, het is Lisa Gelbee die hier verliefd werd op Gaetano Morella en op zijn oude Primitivo stokken, en ze maakt zeker goede wijn, maar dit had niet veel te maken met de Puglia, vonden wij.

     

    DSC05583.JPG

    Hmmm...maar dessertwijnen van de Puglia, hoe zit het daarmee ? Wel, we vroeger ernaar, en uit het Italiaanse geratel van de patron kwam één ding naar boven drijven: dolce naturale. En wat is dat dan wel ?

    Het grote verschil met veel klassieke zoete wijnen (en vooral de Italiaanse passito) is dat de druiven van een dolce naturale worden gedroogd aan de stok en dus niet na het plukken (in Frankrijk heet dat passerillage sur souche). Voor Primitivo di Manduria is dat 14 dagen en het wordt alleen gedaan in jaren waarin de omstandigheden het toelaten. Sinds 2010 is het een DOCG en dus één van de meer prestigieuze appellaties van Italië.

    Wij begonnen vandaag direct met een topper: de Es Piu Solé, Gianfranco Fino, Primitivo di Manduria Dolce Naturale, 2012. Gianfranco Fino is geobsedeerd door het potentieel van Primitivo en kocht in 2004 samen met zijn vrouw Simona een 1,2ha groot perceel met 50 jaar oude stokken, in alberelli gesnoeid en op terra rosso, de roodgekleurde ondergrond die hier zo typisch is. Ondertussen vond hij nog twee wijngaarden met oude stokken en is hij de maker van Es, één van de grootste Primitivo di Manduria's. Ik had geen idee dat er een dolce naturale versie van bestond, maar dit was hem dus.

    Heel complexe maar stevige neus, heel evenwichtig eigenlijk met mooie mineraliteit aan stevige fruit. Heel intens, zwarte bessen maar knapperiger, zuiverder fruit en niet zo jammy als de Morella, erg mooie fraîcheur. Met zijn 15% eigenlijk zelfs niet herkenbaar als een zoete wijn, zo evenwichtig, maar volgens de regels van de DOCG bevat hij wel degelijk minstens 50 gram restsuiker. Schitterend, en wij nu allemaal heel nieuwsgierig naar de Es zelf...maar daar komen we nog aan toe :-).  

    Maar morgen gaan we langs bij de godfather van de natuurlijke wijn in de Puglia, Il Pioniere !

    Slaapwel !

     

    DSC05586.JPG

     De websites:

    www.allombredelbarocco.it

    www.albertolongo.it

    De wijnen van Alberto Longo worden in België verdeeld door Licata (www.licata.be ).

    www.rosadelgolfo.com

    www.osteriadeglispiriti.it

    www.leonedecastris.com

    In België verdeeld door Tricépage uit Maasmechelen (www.tricepage.be ).

    www.morellavini.com

    www.gianfrancofino.it

     

     

     

     

     

  • Cuisinémoi, culinaire verfijning aan de voet van de Citadel (ofte "Un Glou à Namur").

    Pin it!

    Aan de voet van de machtige citadel van Namen, in de smalle Rue Nôtre-Dame, ligt een restaurant dat mij al bij het binnenkomen deed denken aan het Parijse Glou: een lange smalle konijnenpijp, een hoge tafel aan het uiteinde, en helemaal achteraan een zicht op de keuken via een raam. Doe daar dan nog eens een wijnkaart bij die even goed is als die van Glou, een keuken die een beetje anders is, een beetje verfijnder, maar minstens even lekker, en even sympathieke mensen in de zaal, en het enige dat je nog mist is de stroom toeristen en bobo's die het Parijse resturant wat extra cachet geven. Namen is dan ook de administratieve hoofdstad van Wallonië en de Namurees heeft de reputatie wat meer bourgeois, wat stijver en wat elitairder te zijn dan veel van zijn Belgische taalgenoten.

    Eén blik op de kaart volstond om ons te laten gaan voor de full monty met vijf gangen (70 euro), en de reputatie die het restaurant heeft op het vlak van wijn was voldoende om te opteren voor de begeleidende wijnen, en we werden in geen enkel opzicht teleurgesteld. Ik heb trouwens zelden zo'n goede "food-wine pairing" gezien, de combinaties waren verrassend en elke keer weer verbluffend.

    Nadenken over het menu hadden wij gedaan met een glas Drappier, altijd een goede starter, vind ik, maar de wijn van de eerste gang, de Cube de saumon fumé aux algues, avec lentilles, saucisse de Morteau, mousse de pommes de terre à l'huilde truffe blanche... was onmiddellijk een mooie verrassing: een Zuid-Afrikaanse sauvignon blanc uit Stellenbosch, de Sterhuis 2011, en dat zag ik ze bij Glou nog niet doen. Een zeer zachte wijn was dit met een prachtige mineraliteit, héél erg lang in de mond, en een schitterende combinatie met het gerecht dat subliem was: zelden zo'n mooie combinatie van smaken gezien, waarbij elk element het andere omhoogbracht, en de wijn was daar een wezenlijk bestanddeel van. Ik mocht al direct mijn vooroordelen rond sauvignon blanc én Zuid-Afrikaanse wijn herzien. www.sterhuis.co.za Dat er in Zuid-Afrika een nieuwe beweging ontstaan is rond een meer non-interventionistische, natuurlijke manier van wijn maken, wist ik al, maar het was de eerste echte kennismaking. De wijnen van Sterhuis zijn te koop in Roeselare: www.kaapsewijnen.com http://www.theswartlandrevolution.com/

     

    cuisinemoi 003.jpg

     

    De tweede gang, de Noix de Saint-Jacques grillées, avec croustillant de pied de porc, salade de chicon, mayonnaise câpres et gingembre, bevestigde het hoge niveau van de keuken van Cuisinémoi. Opnieuw een superbe combinatie van smaken, een geweldige complexiteit, en elke hap was een genot (lang geleden dat ik nog zo traag gegeten heb, als om elk moment zo lang mogelijk te trekken). Hierbij kwam een La Sorga 2009, een blend van de zeer interessante Mauzac druif (Vieilles Vignes) en Chardonnay, uit de Limoux. De neus was eerst eerder neutraal, de wijn had even tijd nodig, maar in de mond zat drop, ijzervijlsel, superbe gedroogd fruit en hij voegde als het ware nog een dimensie toe aan het gerecht. Opnieuw geweldig gecombineerd ! Antony Tortul, de wijnmaker, kende ik nog niet, en ik beschouw dat als een gat in mijn wijncultuur: http://www.salondesvignerons.be/domaines/sorga.htm. Stilletjes aan begon ik mij af te vregen wie haar leveranciers waren...

     

    cuisinemoi 004.jpg

     

    maar bij de volgende schotel, viel mijn euro. De verrukkelijke escalope de ris de veau de coeur "meunière" avc tartare de crevettes, jeunes oignons fanes, tempura au saté de Chine, etc, werd begeleid door een gamay van David Dupasquier, uit de Savoie, de 2009. In mijn ogen is Wouter De Bakker, www.terrovin.be, één van de beste sommeliers van België en uiterst sympathiek omdat hij de wijnen die hij het meest bemint ook verkoopt ! Op dat moment sprong er trouwens een vonk over met de beminnelijke sommelière van Cuisinémoi, en vanaf dan kon er niks meer fout gaan tussen haar en mij ! De wijn was één van de beste gamay's die ik ooit dronk, en ik heb al wel eens gelezen dat een topgamay soms heel dicht bij een pinot noir aanleunt, en dat was hier dus het geval. Licht, fijn, complex én héérlijk, een **** wijn !

    Ondertussen was men ons vanuit de keuken komen melden dat er een ongelukje was gebeurt met de patrijs, en zouden we misschien genoegen nemen met de chevreuil ? Geen probleem uiteraard, maar even later vroeg één van de tafelgenoten of dat lekker was, eekhoorn (ecureuil). Een paar slappe lachen later, en wilde verhalen over 200kg grote eekhoorn's met gewei, kwam er in het glas een stevige knaap uit het zuiden, de Pierre de Lune 2008 van Yvan Soto (Le Terre des Mallyces)..., een Vin de Pays des Cotes Catalanes, met 80% syrah en 20% carignan (100 jaar oude stokken). Fruit en zwarte chocolade overheersten de eerste neus, en in de mond ging een heel goed evenwicht gepaard met een heel stevig karakter. Een jerommeke van een wijn mét diepgang en een heel mooie evolutie in het glas. Een eekhoorn waardig... 

    Het sublieme dessert was een spel tussen zoet en zuur en werd begeleid door een zoete wijn uit de Gironde, een 100% semillon, de Espérance d'Automne, van het piepkleine Clos de Mounissens, één van die stijfkoppen die in de Bordeaux werken maar op een bepaald moment zo anders waren dat ze in ruzie kwamen met de autoriteiten en dan maar begonnen te bottelen onder de naam Vin de Table. Eén van de verzamelnamen voor dit soort wijn is vin naturel, bij gebrek aan beter, en de sommelière gaf me nog mee dat ze zelden of nooit die benaming gebruiken wanneer ze de wijn aan tafel presenteren, en zelfs het vertellen dat de wijn van bio- of biodynamische oogst komt doen ze niet meer. Ze heeft geen zin in discussies, de mensen komen naar hier om een fijne avond te hebben en niet om te bekvechten, en ze heeft al gemerkt dat die wijnen er qua appreciatie toch uitspringen omdat ze zo goed samengaan met de keuken.

     

    Omdat de vonk echter zo goed oversprong kregen wij toch nog een glaasje Brut Nature van Drappier, de ongedoseerde versie, en een zeer lekker glas champagne. Ermee starten, en er ook mee stoppen, wat een goed idee !

    Namen is een mooie stad, de citadel is naar het schijnt een bezoek waard, en Cuisinémoi is een toprestaurant. Waar wacht u nog op ?

     

    Citadelle_de_Namur_et_parlement_wallon_de_nuit.jpg

     

     

  • Napoli 2012: over de geneugten van de witte moerbeiboom en flesrijping.

    Pin it!

    Na het bezoek aan de schatkelder van Mastroberardino was het tijd voor een eerste proeverijtje, en J. had gekozen voor een kennismakingspakketje met drie van de lokale druivenrassen.

    1: Greco di Tufo, Mastroberardino, 2010: Mooi zonnig steenfruit, met toetsen van kalk en keien, en in de mond een mooie aciditeit, mooi wit fruit, een frisse en fruitige wijn met een lange nadronk en een mooie mineraliteit. **

    2: Fiano di Avellina, Mastroberardino, 2010: mooie fruitige neus maar ook ondermeer hazelnoot, wat complexer dan de Greco. Mooie structuur met een mooie bittere attaque. **(*)

    3: Radici, Taurasi, Mastroberardino, 2006: Dit is de trots van Mastroberardino en in hun kelders hebben ze jaargangen liggen die teruggaan tot 1928. Deze wijn wordt gemaakt met de Aglianico druif, en het huis mag heel terecht zeggen dat hij zonder hun niet meer zou bestaan. Donkergekleurd (20 dagen schilweking). Zeer mooi warm fruit, heel zuiver, heel mooi geëikt, niet te agressief, heel complexe aroma's (tabak, asse); in de mond strak en fris, stevige tannines, fris rood fruit ook. ***  De stokken zijn nog maar 10 jaar oud, en dat proef je wel een beetje, deze wijn gaat nog veel vooruitgaan, maar nu is hij al een zeer zuivere expressie van wat er gebeurt met de wisselwerking tussen aglianico en eik (12 tot 18 maanden, en een mix tussen barrique en groot vat, afhankelijk van het jaar).

    En na dit proevertje werd het tijd voor een bezoek aan de wijngaard, enig gewentel in luxe en een uitstekende maaltijd met nog meer Mastroberardino wijnen, en dus hopten wij in onze taxi en volgden wij de door het landschap stuivende auto van Stephane naar het domein Mirabella Eclano. 

    Het domein is de thuis van de Falanghina en Aglianico wijngaarden van Mastroberardino en combineert heel recente aanplant met de 40jarige Aglianico stokken waarmee de Historia wordt gemaakt. Wij wandelden even door de wijngaard en werden dan met zachte hand binnengeleid in een oord van luxe, met zwembad, eigen golfterrein, luxueuze kamers en een toprestaurant: het Radici landhuis. Wij mochten als getrainde jachthonden even aan al die luxe snuffelen en, net toen het ons iets te veel werd, mochten we aan tafel gaan in de Morabianca restaurant dat in hetzelfde landhuis ligt. 

    De eerste wijn die we hier aperitiefgewijs te drinken kregen was de Falanghina, Morabianca, Irpinia IGT, 2010, net zoals het restaurant genoemd naar de oude moerbeiboom voor het huis. Deze wijn wordt gemaakt van 8 jaar oude stokken op het domein zelf (overal waar ondergrond en orientatie minder geschikt waren voor de aglianico) en rijpte op inox. In de neus vooral wit fruit, iets van tabak en kruiden, in de mond vooral smakelijk en toegankelijk. *(*). En na een glas (of twee) en wat kleine hapjes waren wij voorbereid en helemaal klaar voor alweer een schitterende maaltijd. 

     

    DSC03541.JPG

    Ik vergat de naam op te schrijven, maar het was bijzonder lekker !!

     

    Ook de wijnen schakelden nu een versnelling hoger en bij het eerste, hierboven afgebeelde gerecht, kwam al één van de betere witte op tafel, de Radici, Fiano di Avellino, 2010, gemaakt met een selectie van druiven van de Santo Stefano wijngaard, aangeplant vanaf het midden van de jaren 90. Mooie complexiteit, mooi bittertje, maar het gerechtje was hier de ster, niet de wijn. En in alle eerlijkheid, op dit moment begon ik wat te twijfelen aan Mastroberardino. Technisch goed gemaakte wijnen, dat wel, met al die originele druivenrassen, ok, maar ik miste tot nu wat panache, wat originaliteit en, ik durf het woord nauwelijks in de mond te nemen, wat terroir. De volgende twee wijnen waren magnifiek en groots.

    Vintage, Greco di Tufo, 2006: Als er iets is dat ik de Italianen vaak wat verwijt is dat ze hun wijnen veel te jong drinken en ik was dan ook heel blij met deze fles. Nu zijn ze bij Mastroberardino niet zo gek op eik. in hun ogen kan alleen de beste Aglianico daar bij winnen en dient hij in alle andere gevallen alleen maar om de originele smaak van het druivenras te verstoppen. Gelukkkig zijn ze ook nieuwsgierig genoeg om te kijken wat er gebeurt door een gecontroleerd verouderingsproces en onder de naam Vintage worden wijnen uitgebracht die in de kelders van het huis, en op fles, vier jaar rijpten voor ze op de markt komen. Dit levert prachtige wijn op, heel karaktervol en heel interessant, en heel lekker, en door zijn karakter een goede begeleider van de stevige pasta con ragu di cipola. Heel intens geel gekleurd door de vroudering, en met een prachtige neus met toetsen van honing, bijenwas en gedroogd fruit. Heel veel body en prachtig gestructureerd en geweldig interessant. *** en ze maken ook een Vintage voor de Fiano druif en de Aglianico.

    Historia, Taurasi DOCG, 2006:   Deze wijn komt van de oude wijngaarden rond het landhuis (ongeveer 40 jaar oude stokken) met een vulkanische ondergrond die ook een kleilaag en brokken kalk bevat. De druiven worden laat geoogst, eind oktober, begin november, en ondergaan een lange schilweking. Daarna gaan ze nog eens 18 maanden op barrique en 18 maanden op fles voor ze losgelaten worden. Dit is de enige wijn die volledig barrique-gerijpt is, en volgens Stephan de enige waarvan het grondmateriaal zo goed is dat dit proces ook echt iets bijbrengt. Er worden ongeveer 7000 flessen van gemaakt. Zelfs nog voor ik walste stoof er uit het glas al een prachtig aroma op met chocolade en rijp fruit. Na walsen werd het aroma heel complex, heel fijn en versmolten, heel af eigenlijk. In de mond was de wijn eveneens zeer harmonieus, mooi fris ook en met een hel mooie wat gronderige toon. De afdronk was licht droogtrekkend en deze wijn, alhoewel perfect drinkbaar, mocht nog een paar jaartjes meer om helemaal op dronk te zijn. Dit is een indrukwekkende Taurasi, en een echte belevenis. **** dus.

     

    DSC03548.JPG

    De Historia wijngaard.

     

    We sloten deze succulente maaltijd af met een dessertwijn, de Melizie, Fiano di Avellino Passito,2010, een wijn die wordt gemaakt met druiven die aangetast zijn door Muffa Nobile, botrytis dus. Zelden zo de zon geproeft in een glas (ze scheen ondertussen ook écht), met het aroma van zoemverse honing en de smaak van gedroogde vruchten en wat amandelen, en met een heel mooi evenwicht. *** Twee grappa's brachten ons de genadeslag toe en we werden ingedommeld gereden naar een plaats die ik maar niet uit mijn hoofd kan zetten...    

     

  • Napoli 2012: Napoli Mia

    Pin it!

    Omdat het onze eerste avond was, en al redelijk laat, had J besloten om ons niet al te ver laten wandelen, en een restaurant te boeken aan de waterkant van de Chiaia wijk. Daar was het, zoals zo vaak op zo'n toeristische plaats, een stukje spitsroeden lopen bij door rijen verveelde obers van "tourist traps", maar net zoals in de Beenhouwersstraat in Brussel, is er altijd wel één restaurant dat wél goed is, en op de een of de andere manier schijnen ze altijd te voelen dat je daarnaar onderweg bent, dus dat viel wel mee. 

    Napoli Mia is recent verhuisd en dat was er die avond aan te merken. We zaten er moederziel alleen. Dat was een beetje akelig maar wij waren zelf in grote vorm en besloten onmiddellijk om hier full monty te gaan (ook al omdat in Italië zelfs in zo'n toprestaurant de prijzen altijd héél redelijk lijken). Op het internet wemelde het van positive recensies en dat wilden wij niet aan ons laten voorbij gaan. Het werd één van onze beste maaltijden in Napels. 

    Elke keer wanneer je denkt iets te weten van de Italiaanse keuken of Italiaanse wijn serveren je ze weer iets dat je van je sokken blaast alleen al door zijn verhaal of het idee. Wij beginnen graag met bubbels (altijd feestelijk) en we doen dat in Italië altijd graag met een lokale schuimwijn. Dat werd een Asprinia d'Aversa, Vigneto Albareta, Grotto del Sole, een fles waar zowat alles uniek aan was. De wijnregio Campania, waar het hinterland van Napels onder valt, is een ampelografische schatkamer, die tot vandaag ook voor de Italianen zelf verrassingen oplevert. Het was in de jaren 90 dat de Martusciello familie terug begon wijn te maken en al heel snel kwamen ze uit bij de bijna verloren tradities van Campania, en de wijnen van de Camp Flegrei, de Aversa en de Vesuvius. Druivenrassen waarvan niemand ooit had gehoord, teelt- en vinificatiemethodes die zo goed als verdwenen waren, de Martusciello's begonnen ernaar te zoeken en ze te bewaren.

     

    aspriniodruif.jpg

    De asprinio bianco is een druif die wordt geteeld in de Aversa regio, boven Napels. Ze wordt opgebonden in albareta, omhoog langs populieren en tot 20m hoog. De oogst gebeurt met lange fijne ladders in de derde week van september, en er wordt een schuimwijn mee gemaakt, de Asprinia d'Aversa die fris en fruitig en eerder eenvoudig is. De teeltwijze was aan het verdwijnen door de arbeidsintensieve plukmethode en door de opmars van de buitenwijken van Napels, maar is nu gered. En wij droegen die avond dus ons steentje bij !

     

    DSC03479.JPG

     

    Ondertussen was er op tafel iets even unieks gekomen: een puntzakje met fritelle di alga marina (zeewier), waarvoor het restaurant bekend is. Het proefde als gefrituurde zeelucht, héél licht en héél fijn, en ik vond het behoorlijk origineel en erg lekker. Of om Melissa Santos te citeren: "They taste like you are eating a fried cloud". Als om te bewijzen dat de moderne Italiaanse keuken vederlicht kan zijn was mijn voorgerecht koel en zuiver en licht: de Insalatina di calamari con verdure croccanti e germogli, een bergje fijn gesneden koude groentes en inktvis. Daarna volgde een heerlijke pastaschotel, de Riccioli di Gragnano in salsa di cavolo con olive nere e tartufo nero, verse pasta in en saus van kool met olijven en truffel. 

     

    DSC03491.JPG

    Ondertussen was ook de eerste witte wijn ontkurkt, de Furore Bianco, Marisa Cuomo, 2010, met een al even origineel verhaal als de vorige. Marisa Cuomo maakt wijn met druiven uit wijngaarden die tegen de hellingen van de Amalfitaanse kust kleven. Haar 3,5 ha staan beplant met druivenrassen als piedirosso, fenile, ginestra, ripoli, pepella, sciascinoso, tintoro en tronto, en zijn verspreid over tientallen kleine tot zeer kleine wijngaarden, soms duizelingwekkend verticaal en nauwelijks bereikbaar. Deze Furore bevatte 60% falanghina en 40% biancolella en gaf in de neus een mooi en mollig wit fruit. In de mond was hij zeer mooi gestructureerd, mooi vet met mooie zuurtjes. ** Meer foto's op www.marisacuomo.com

     

    marisavigne.jpg

     

     

    Ondanks wat gemor aan tafel (die Cuomo was echt wel erg goed) werd er ondertussen toch een keertje van wijn gewisseld, en de tweede witte was de Donnaluna 2010, een Fiano van Bruno de Conciliis, een eveneens erg kleine producent in Salerno. Fiano is de edelste van de witte druiven van Campania (meer daarover volgende week) en dit was onze eerste kennismaking dit weekend. Mooie neus, redelijk complex. In de mond mooi gestructureerd en lang, maar eigenlijk wat jong, en dat viel op: zowat alle wijnen die we hier dronken waren erg jong, ook al zei bijna elke wijnmaker dat ze eigenlijk op hun best zijn na een paar jaar flesrijping. ** voor deze, het was helaas de enige die we dit weekend dronken van deze zeer aparte wijnmaker (www.viticoltorideconciliis.it).

    Ondertussen arriveerde mijn hoofdgerecht, een geweldig lekker stuk vis, de Millefoglie di baccalà con pomodoro confit, olive di Gaeta, origano fresco e capperi di pantelleria, en ook bij de anderen waren de keuzes geslaagd en schitterend, en een goedkeurende stilte viel over het restaurant. Het konijn van Mme Rick was trouwens ook een zeer sympathiek beest, schitterend klaargemaakt. Het was een dessert dat ons uiteindelijk het meest met verstomming sloeg. Ik was zeer in mijn nopjes met mijn zeer originele en lekkere Babà Napoletana, maar bij de dame tegenover mij stond het dessert aller desserten: Fondente al cioccolato Amedei con croccante al cocco e tartufo. Naar het schijnt was het even lekker als het eruitzag. 

     

    DSC03494.JPG

     

    Wij eindigde de maaltijd met een aardige en erg aparte passito van Villa Matilda, de Eleusi, en met een laatste Old Fashioned in de bar van het hotel. Napoli Mio (www.ristorantenapolimio.it) was een absolute aanrader en een geweldige manier om dit weekend te beginnen. Morgen zou het lang rijden zijn naar één van de grootste wijnprodcenten van Campania, maar eerst geef ik u nog een beetje theorie. Tot volgende week.  

     

    DSC03496.JPG

     

  • De Wonderen van de Wulf

    Pin it!

    Het stond al lang op ons programma: ons aller januari-reisleider, J., moest toch eens zeer hartelijk bedankt worden voor al die jaren van georganiseer, en had in een onbewaakt moment eens laten vallen dat Kobe Desramault van De Wulf in Dranouter zijn droomchef was. Ons leek dat zeer geschikt om te combineren met een weekendje Frans Vlaanderen (Bienvenue dans la Flandre!), de zon was van de partij, In De Wulf heeft ook slaapkamers, (kwestie van verantwoord van de wijn te kunnen profiteren), en wij waren dus klaar voor een culinaire ontdekkingstocht zoals ik er nog maar weinig heb beleefd. En toen die tot mijn grote verwondering en bewondering ook nog eens werd begeleid door uitstekende wijnen uit de biodynamische en/of natuurlijke stal kon onze vreugde niet meer op.

    Over de keuken ga ik hier geen gedetailleerde bespreking plaatsen: ik ken er te weinig van om er iets zinnigs van te zeggen. Een paar gerechten bliezen me echter echt van de sokken: Nieuwpoortse rauwe garnaal met een duindoornbes, Grevelingen oesters met spitskool, mierikswortel en weisaus, wilde eend met gepekelde peer en haverwortel, met geraspt ossehart besprenkelde kolen en laurier, het waren maar een paar van de hoogvliegers. Elk gerechtje, van amuse tot dessert was hier goed voor fascinatie en verrassing en zinnestrelend genot. Kwam daarnog bij: een uitstekende en hartelijke bediening, een persoonlijke uitleg door de chef die dit lekkers bereid had (af en toe Kobe, af en toe iemand anders) en uitstekende begeleidende wijnen (als Mme Rick er niet bij was geweest had ik die sommelière prompt ten huwelijk gevraagd). Ik heb een grenzeloze bewondering voor de manier waarop dit restaurant zijn fascinatie voor het eigen terroir samenbrengt met hypermoderne technieken. In de keuken werken jonge chefs van over de hele wereld die hier komen om bij te leren.

    dewulf 174.jpg

    De kruidtuin van De Wulf.

    Een band met de sommelière werd al van bij het begin gesmeed. De huischampagne bleek hier niet minder te zijn dan de Brut Réserve, Jacques Lassaigne, en laat dat nu net degene zijn waarover wij twijfelden in de Bistro de la Poste, waar we uiteindelijk toch maar de 2003 hadden genomen (http://csp.skynetblogs.be/archive/2011/10/03/bistro-de-la-poste-maar-natuurlijk.html). Jaja, die kende zij ook, maar deze was beter geschikt als aperitief en daar had ze gelijk in. Deze geurde naar grootmoederskast, of naar "beste kamer" voor zij die dit begrip nog kennen. In de mond vooral gedroogd fruit, met achteraan wat amandel, en deze originele champagne begeleidde uitstekend de hapjes die ons werden aangeboden.

    Never judge a book by its cover. en als er nu één druivenras is waarvoor dit het geval is is dat wel de Melon de Bourgogne, de druif waarmee de muscadet wordt gemaakt. Ook ik kende jarenlang alleen de dunne, zure muscadets die slechts gered werden door de zeevruchten die er naast stonden, en zag dit druivenras bijna als een noodzakelijk kwaad, en zeker niet als een ras dat op zichzelf interessant kon zijn. Een Domaine de l'Ecu verder weet ik echter wel beter, en zeker wanneer deze druif terugkeert naar zijn Bourgondische roots kan ze verrassend uit de hoek komen. Deze Melon de Bourgogne, Domaine de la Cadette, 2009 was hierin geen uitzondering. Deze naar agrumes geurende frisse witte (mooi etiket trouwens) was zeer fruitig (perzik) en zeer lekker en bood mooi weerstand aan de erg uiteenlopende smaken (en nu ik er aan terug denk, hij was uitmuntend bij de rauwe garnaal, en daar is die link met zeevruchten weer). Jean en Catherine Montanet (www.domainedelacadette.com) maken een uitstekende chardonnay onder de aoc Bourgogne Vézelay, maar beschikken nog steeds over een wijngaard met melon de bourgogne waar ze erg blij mee zijn. Heel mooie etiketten maakt dit domein trouwens...

    Melon.jpg

    Daarna kwam er zowaar een Sloveen op tafel, en nog niet de minste. De Ribolla, Movia, 2009 is niet alleen interessant omdat hij uit zo'n toch wat exotisch land komt (de wijngaarden grenzen aan riuli) of met zo'n exotsiche druif gemaakt werd ( de ribolla giallo), maar zeker ook omwille van de persoonlijkheid van zijn flamboyate wijnmaker, Ales Kristancic. Hij geurde naar meloen en voetbalschoenenvet (aldus een kenner van voetbalschoenenvet), en voetbalschoenenvet van een hoge kwaliteit zelfs volgens onze voetbalschoenenvetspecialist. In de mond was hij rond en vet en met een verrassend droge textuur. In het glas werd hij opvallend rijker bij het wachten op de volgende gang. je kan de wijnen van Movia kopen bij Matthys in Brugge.ales_rocker.jpg

    Ondertussen waren de uitwisselingen met de sommelière van een dusdanig enthousiasme dat ze ons voorstelde om de wijnen blind te schenken en ons wat tijd te geven om na te denken voor ze bij het gerecht werden onthuld. Een uitstekende manier om je, de vingers in de neus, belachelijk te maken, maar ook om weer eens bij te leren en wij aanvaardden deze uitdaging dapper (en gingen strijdend ten onder...). Met bewonderenswaardige trefzekerheid plaatste ik de eerste wijn als een weissburgunder uit Duitsland, Baden misschien, en mijn troost is dat ik toch al de taal juist had: het was een Gruner Veltliner, Donauland, 2009 van Hans Diwald. Deze frisse, naar citrus geurende, witte, had ik achteraf gezien moeten herkennen aan de kruidige pepertoetsen in de mond, en hij begeleidde op een voorbeeldige manier ondermeer een succulent stukje pladijs met Zeelandse spinazie. De wijnen van Diwald zijn te koop bij Divino in Dendermonde.

    Als een sommelier naar u toe komt met een geblinddoekte fles en de woorden "dit is geen makkelijke, wil ik u het al niet ineens verklappen" dan eist het een stalen wil om toch een poging te wagen. Het is een beetje als schaatsen wanneer u daar geen aanleg voor hebt: niemand zal ontkennen dat u een moedig man bent, maar het ziet er niet uit. Wij graaiden dan ook compleet blind rond in de duisternis van de Europese wijnwereld, vertelden de stomste dingen, zelfs Italiaanse merlot kwam ter sprake, en het was de kindermond van Madame Rick die plots stellig beweerde dat de wijn Frans was die als enige in de buurt kwam. Onze enige verdediging was dat je niet elke dag een blend van pineau d'aunis, cot en gamay drinkt, maar mijn persoonlijke schande was dat ik hem wel degelijk kende: het was de le Gravot, Coteaux du Loir, 2005 van la Grapperie. Weliswaar mompelde ik wel eens van ik ken dit, en inderdaad de naam pineau d'aunis was me door het hoofd geflitst, maar met "Italiaanse merlot uit de bergen" zat ik er dus ruim naast. In de neus schuilde mooi fruit achter een heel eigenaardige geurmuur van bitterheid en iets van verkoolde asse, maar in de mond speelden fruit, aardse tonen en vrolijke zuren haasje-over, en deze toch wel erg aparte wijn had een persoonlijkheid die perfect paste bij de gerechten.

    Ik redde nog de eer door de naam Pascal Simonutti te laten vallen, een groot pineau d'aunis kenner, en toen ik vertelde dat Jacques Massy de man was die mij ooit de poort naar natuurlijke wijnen toonde, was het ijs definitief gebroken, want hij was ook de man die deze fles had aangeleverd. Ik merk trouwens meer en meer dat sommeliers de enorme mogelijkheden van natuurlijke wijnen beginnen te herkennen, en een paar van mijn persoonlijke successen heb ik geheel en al te denken aan deze combinatie. Jacques opent in november trouwens zijn nieuwe lokalen in Roeselare en houdt op 11 en 13 november opendeurdag; al wie natuurlijke wijn kent zou er moeten zijn, en wie nog niet vertrouwd is met dit fenomeen kan ik alleen maar aanraden om dit niet te missen. Meer info hier: http://www.troca-vins-naturels.be/index.asp?LID=13   

    De halfzoete wijn die onze desserts begeleidde was les Tuffeaux, Montlouis aoc, François Chidaine, 2006, nog zo'n druivenras dat ik pas echt heb leren appreciëren dankzij sulfietarme wijnen. Dit exemplaar was strak, breed en complex, halfzoet met geen spoor van plakkerigheid, en zéér lekker.

    Wij nestelden ons nog in de salon met een Frans-Vlaams bier, bezochten 's anderendaags het Musée de Flandre in Cassel, een aanrader, http://museedeflandre.cg59.fr/, met een schitterende vergezicht dat zo uit één van de aanwezige schilderijen leek,te zijn gestapt, deden ongelukken in de streekgerechten winkel langszij (proef het Rouge de Flandres bier, subliem !), zagen gelijknamige runderen rollebollen in de wei, en sloten ons weekend culinair af in een Bib Gourmand, de Estaminet du Centre, in Godewaersvelde, http://estaminetducentre.com/, bij Béatrice, de hartelijke gastvrouw, ondermeer met een Bière de Ch'ti. Iets eenvoudiger dan De Wulf, maar ook iets goedkoper, en zéér smakelijk. Toch speciaal om te zien hoe hier de Vlaamsheid van de regio wordt gebruikt als trots handelsmerk, maar dan in het Frans...

     

    dewulf 184.jpg

     

     

  • La Grotta: Robert De Niro, een rots en de Venus van Gallodor - Sicilië, januari 2011

    Pin it!

    Sommige restaurants zijn zo "local" dat je er zelfs op het internet nauwelijks Engelstalige informatie over vindt, en voor La Grotta, in het vissersdorpje Santa Maria La Scala, vlakbij Acireale, is dat maar goed ook, de gelagzaal kan met moeite een 30-tal klanten bedienen (het terras kan in de zomer nog eens 50 man aan). Onder dit klienteel bevindt zich niemand minder dan Robert de Niro zoals de trotse baas ons meedeelde, maar goed, een bende Leuvenaars met een goei goesting was ook welkom, al was het maar omwille van hun prenotazione.

    DSC02258.JPG

    De familie Strano is al drie generaties lang eigenaar van dit lokale etablissement in dit ingeslapen vissersdorpje en je moet met de auto een lange slingerende weg volgen om op de kaai, waar het restaurant ligt, te komen. Het kreeg zijn naam van de immense vulkanische rots die het interieur van de eetzaal bepaalt en die je vurig doet bidden dat je bij de volgende aardbeving niet op dezelfde plaats zit. Wanneer je binnenkomt begin je onmiddellijk met Don Carmelo te onderhandelen over wat er op je bord gaat komen. Dat gebeurt op een zeer eenvoudige wijze: er is een kleine koeltoog met de vangst van de dag en alles wat je aanwijst gooit mijnheer Strano in een plastic bak. Die wordt gewogen, er wordt een prijs op geplakt per kilo en na je akkoord moet je alleen nog zeggen hoe je alles klaargemaakt wil zien. Wij opteerden voor de grill en de olijfolie en lieten de rest over aan de fantasie van de baas.

    DSC02235.JPG

    DSC02236.JPG

     Het eten komt in twee, drie gangen op tafel en is eigenlijk van een verbijsterende eenvoud, maar tegelijk ongelooflijk lekker. Er worden nauwelijks dingen aan toegevoegd, alleen maar wat olijfolie, en de wijnen die het huis aanbiedt gaan wat dezelfde richting uit: geen grote namen, maar aangenaam geprijsde lekkere flessen zoals de Tasca d'Almerita Brut, een fruitige en goed gestructureerde schuimwijn**, de Vigna di Gabri 2009 van Donnafugata, één van mijn favoriete seafood-wijnen en een 100% ansonica, zuiver en fruitig en met een mooie afdronk (en met een klein zout tikje, heel lekker bij vis), **, en de Lighea 2009, een 100% zibibbo, familie van de muscat, *'*). De onvermijdelijke sorbet, hier één van citroen, hielp verteren en ons wandelingetje langs de haven werd verlucht door een bijzonder partijdige golf die één van ons uitkoos om kennis te maken. Even leek hij op de Venus van Botticelli die uit het schuim van de Middellandse Zee wordt geboren, maar toen was de magie weg en was hij terug een drijfnatte Belg. Wij reden hikkend van het lachen terug naar Catania.

    DSC02238.JPG

    PS Geen plastieken rotsje hier, maar the real thing !

    

  • Restaurant Vincent, Brussel

    Pin it!

    Het is weer druk druk druk en van tijd om te bloggen komt weinig in huis, maar om u toch niet op uw honger te laten een Tip !

    Ik heb een paar jaar geleden bedroefd geconstateerd dat Aux Armes de Bruxelles, mijn favoriet en één van de laatste culinaire bastions van de Beenhouwersstraat,  in de handen van de familie achter Chez Léon viel. Aan de keuken en de wijnkaart werd niet veel veranderd (de wijnkaart was nooit veel soeps), het interieur bleef zijn charmante zelf, maar de ziel verdween uit dit restaurant, en dat valt eigenlijk vooral aan de bediening op. Gelukkig ligt er vlakbij, in de Rue des Dominicains, nog een favoriet en momenteel gaan wij vooral naar daar. Het is ook mijn favoriete plaats om bezoekers en toeristen mee te nemen: ten eerste eet en drink ik dan zelf ook lekker, de ligging is leuk en het interieur is heel erg mooi. En hier heeft de bediening wél die echt Brusselse mengeling van arrogantie, vakkennis en efficiëntie, met zo net op tijd ook die vonkjes echte interesse in wat u er van vindt die de echte professionele kelner verraden. Welkom bij Restaurant Vincent.

    Ik ga vaak op zondagmiddag en zie er dan één van de mooiste tekenen van een traditioneel restaurant met niveau: oude stamgasten die de kelners met bijzonder veel égards behandelen, families die hier duidelijk al decennia op zondag komen eten en verdwaalde foodies als wij. Het eten is ontzettend klassiek, maar ook ontzettend lekker, met voor mij één van de beste Américains Préparés en Salle (standaardgrapje voor Amerikaanse vrienden), goeie garnaalkroketten en een verrukkelijke carbonades bruxelloises, het favoriete stoofvlees van mijn dochter. Af en toe is er al eens en buitenlander gechoqueerd door sommige schotels (Amerikanen eten géén rauw vlees, Duitsers vinden garnaalkroketten niet lekker...), maar er is keus genoeg.

    De wijnkaart is heel beperkt, maar ondermeer de witte Grand Ardèche is een makkelijk succesje voor wit, en de chinon's, bourgueil's, brouilly's, die zonder domeinnaam of jaar op de kaart staan, komen telkens weer van betrouwbare huizen (Chateau Thivin, Domaine de la Perrière, Couly-Dutheuil...) en worden fris geserveerd, zoals het hoort !  

    Ik herinner me hier nog een zondagmiddag en een familie die hier kwam eten: drie kindjes, door de kelners serieus genomen en culinair behandeld als toekomstige gourmets die nog een beetje opvoeding moesten krijgen (twee van de drie aten oesters, ik moet het een gemiddeld Vlaams kind nog zien doen), en een werkelijk stokoude grootmoeder die door twee kelners het restaurant in werd gedragen en voorzichtig aan tafel gezet. Ik houd van dit restaurant omdat het eigenlijk voor iedereen is: van de culinaire snob tot de absolute leek.

    Mijn ervaring is dat op een zondagmiddag boeken niet echt nodig is, 's avonds in de week wel. Na afloop is een kleine wandeling op de Grand Place een aanrader, maar voor wie nog een afzakkertje wil met karakter kan ik Het Goudblommeke in Papier aanraden: een drietalig* maar Vlaams café, en het schoonste van Brussel, in de lelijkste straat, op tien minuten van het restaurant: doen !   

     

    Vincent.jpg

     

     * nederlands, frans, brussels