revolver

  • It ain't over 'till the fat lady sings

    Pin it!

    opera-singer

    Ik heb jaren geleden een cursus wijnproeven gevolgd in Leuven, in De Wijnkraal, nog onder de vorige eigenaar, een Zuid-Afrikaan. Die had iets tegen Franse wijn, dus daar was hij nogal kort van stof over, maar over de wijnindustrie, en zeker die van de Nieuwe Wereld wist hij wel iets. Hij liet ons dan ook kennis maken met druiven als de pinotage, en tijdens een bepaalde les haalde hij ineens een fles boven met de boodschap dat hij ons eens iets ging bijleren. De vijf aanwezigen kregen een glas van dezelfde wijn en de vraag om hem te bespreken. Drie van ons vonden de wijn afschuwelijk, met vooral een enorm onaangename bittere finish en afdronk (de rest was wel OK), twee van ons vonden hem niet uitzonderlijk, maar zeker niet storend. Hij deed daarop een heel verhaal over de gevaren van overextractie bij pinotage en, interessanter nog, over het verschil tussen superproevers en gewone proevers. Eén van de verschillen was volgens hem het ontbreken van smaakpapillen op de tong die maakten dat wat de ene enorm bitter vond, de andere helemaal niet stoorde. Ik vroeg me af of alle wijnmakers dan superproevers waren en of het dan niet kon dat sommige wijnmakers eigenlijk hun eigen wijn niet echt goed kunnen proeven.

    De twee wijnen die ik onlangs proefde en waar bitterheid een opvallend element was waren een Château Soudars, Haut-Médoc, 2004 en een La Closeraie, Abbaye de Sylva-Plana, Faugères, 2004. De eerste was nogal timide in de neus, een vleugje rokerigheid, wat fruit, en in de mond elegant en ingetogen, maar ook een beetje nietszeggend. Helemaal op het einde kwam een ongelooflijk grote bitterheid opzetten, verschrikkelijk storend, echt afschuwelijk om te drinken. Fles nummer twee, een blend van carignan, mourvèdre, syrah en grenache, was alvast in de neus kruidiger en fruitiger en in de mond zacht, fris en met een sterke alcoholsterkte. Ook hier viel in de finish bitterheid op maar hier werd die ingekapseld in zwarte chocola, krieken en alcohol, en hij stoorde eigenlijk niet.

    Daarom een vraagje aan alle sommeliers en kenners die hier terecht komen: kennen jullie dit fenomeen ? En waar komt die bitterheid vandaan ? En leer je zo'n dingen op de cursus Sommelier Conseil van Syntra ? 

    Over de titel nog het volgende: de Fat Lady is de opera-zangeres die de slot-aria zingt, maar in gangster-slang uit de jaren dertig duidde ze op een .357 Magnum revolver. En als ik mij niet vergis is er een scène in een zwart-wit film uit die tijd met dit citaat, uiteraard gevolgd door een paar schoten, een rokende loop en veel cliché's...