witte wijn

  • Auf wiedersehen, mein freund !

    Pin it!

    Iemand zien vertrekken voor een carrière in het buitenland heeft altijd iets bitterzoets: enerzijds gaat hij het Grote Avontuur tegemoet, en da's leuk, anderzijds ga je hem wel een hele tijd niet meer zien, en wie mist er nu graag zijn vrienden ? Ons trouwe Duitse CSP lid vertrekt naar verre oorden en verzachtte de pil voor ons met een wijnfeestje te huize van, en met een leuk thema: welke wijn past het best bij kip ?

    We brachten allemaal een exemplaar mee, zorgvuldig ingepakt uiteraard, zodat etiket of naam geen invloed konden uitoefenen. Om de kelen en de magen wat te smeren begonnen we met twee buitenbeentjes: een rosé en een kakelfrisse witte. Eigenlijk hadden we die rosé moeten raden (het leven is soms simpeler dan je denkt): het was de Bandol, Rosé, Domaine du Gros Noré, 2005, en het was Venne, who else, die hem meebracht. Alleen G. haalde er de mourvèdre uit, en wij vonden hem vet en breed, maar zo goed als fruitloos, en wat voorbij. Nu is Alain Pascal, de maker, net bekend voor het bewaarpotentieel van zijn wijnen, maar dronken we deze nu op een slecht moment, of was hij al voorbij de top, we bleven het antwoord schuldig. Wel nog één * vanwege toch nog lekker en de fles leeggedronken...

    Om maag én keel te smeren had Stefan ons een fris lenteslaatje gemaakt en hij zou zichzelf niet zijn als daar geen witte uit de Pfalz bij werd geserveerd. De Weissburgunder, Jürgen Leiner, Pfalz, 2008 leek veel jonger dan hij was en had nog wat spritz, eigelijk overbodig in deze wijn maar wel bij het gerechtje passend. Wat nerveus, veel wit fruit, wat restsuiker, een sprankeltje en dus goed voor een *etje.

    Ondertussen gaarde de kip langzaam voort en ging de eerste fles van het examen open. Zo goed als iedereen plaatste hem in het warme zuiden, en er werd vooral Italië ! en Languedoc ! geroepen, tot er iemand Portugal...fezelde, en dat bleek correct. Kon iemand de druiven raden ? Neen, de woordjes codega, rabigato, donzelinho of viosinho zaten veilig opgeborgen in ons geheugen dat collectief dienst weigerde. Van der Niepoort stamelde nog iemand, en dat was wél correct: de wijn bleek de Redoma, Douro Branco, Niepoort Vinhos, 2009, vers gebotteld én lekker. In de neus overheersten wit fruit en heel mooie peper, in de mond was hij mooi vet, een wijn met een schitterende structuur, *** waard, meegebracht door D. waarvoor dank, maar géén perfecte begeleider voor de kip.

    Poging twee kwam uit een kelder in Wijgmaal, of beter gezegd Nieuw-Zeeland, en werd gelanceerd door ons wandelende wijngeheugen, G. Ook nu weer bracht hij een mooie fles mee, de Riesling, Pegasus Bay, Waipara Valley, 2006. Het was een zeer verdienstelijke poging om een wijn te koppelen aan de saus en niet aan de kip (citroenzeste), en hij paste perfect bij het uitschrapen van het bord en de restjes schil die veel intenser smaakten. In de neus was hij zeer herkenbaar als riesling van aan de andere kant van de wereld, met zijn pakken exotisch fruit en limoen, en ook in de mond was hij uitermate fruitig, maar ook wat prikkelend. Erg lekker, vonden we in blok, **(*) dus, maar deze wijn vroeg naar een kreeft of een langoustine, en tot nader order kunnen kippen niet zwemmen, dus ook deze was niet de ideale kipwijn.

    Bij het kiezen van mijn fles moest ik even nadenken. ik had iets in gedachten, iets leuks, maar ik dacht eigenlijk ook aan iets héél speciaals. Dat speciaals was echter ook zeldzaam en duur, en wat doe je dan ? eenzaam in een hoekje de fles leeglurken en alle lekkers voor jezelf houden ? Neen, echte goeie flessen moet je drinken met hele goede vrienden die genoeg van wijn kennen om te appreciëren wat je doet en dat je dan zelf minder drinkt maak je op een andere manier goed. Wijn is speciaal omdat het of herinneringen kan oproepen, of omdat het momenten kan creëren die het waard zijn om herinnerd te worden.  En om herinneringen te creëren moet je delen.

    Ik ontkurkte dus zonder gewetensbezwaar mijn Clos d'Opleeuw 2006, één van de mooiste flessen wijn die ik al gedronken heb. Dit is een top-chardonnay zoals er maar weinig gemaakt worden, op een schitterende manier geëikt, perfect op dronk (kon hij nog liggen ? ja, dat ook), en zonder enige twijfel momenteel de beste Belgische wijn. Bovendien was mijn gok ook de juiste: deze wijn paste pèrfect bij de kip. **** dus. Ere wie ere toekomt, G. met een t had door dat het een Belg was (maar dacht aan de topper van Genoelselderen), en werd gefeliciteerd, en ik had de beste fles en de best passende bij !

     

    opleeuw.jpg

    Om als het ware te bewijzen hoe flexibel de chardonnay druif is, was de volgende fles er ook eentje, de Fleur de Marne, En Chalasse, Côtes du Jura, Domaine Alain Labet, 2004. Op dit domein in Rotalier wordt gewerkt met lage rendementen en zonder gebruik van commerciële giststammen, in heel kleine oplages, en deze cuvée kreeg 18 maanden vatrijping. Het was een echte Jura wijn, mooi wit chardonnay fruit met die nootjes toets van de Jura, goed gestructureerd en lang, en de fles hield van een kippetje, maar dan wel van een ander kippetje. Hij kreeg wel **, en was op dronk, en ik doe dus binnenkort mijn fles ook open !

    Ik had in mijn kelder lang staan twijfelen tussen een Pommard of een rode uit Baden of een Chardonnay, en ik was dus blij dat er iemand met een spätburgunder opdook. En omdat dat dan nog eens de Spätburgunder, Christmann, Pfalz, 2009 was, waren wij allen zéér tevreden, te meer omdat niemand van ons besefte dat Christmann, een riesling-prins, ook rode wijn maakte. Spätburgunder is ongeveer goed voor 16% van zijn aanplant. Vinikus voerde hem nog maar pas in, en het was een echt mooie pinot noir, als ik hem zo mag noemen, met een grote complexiteit en genoeg karakter om hem interessant te maken. Ik gaf hem **, hij paste niet zo goed bij de kip, een gewone braadkip had beter gegaan, maar het was ondertussen al laat, ik was de spuugemmers vergeten, het was een zware week geweest, en afscheid nemen is eigenlijk altijd wat triest, dus wij vertrokken in stoet naar één van de café's aan het station van Leuven, en kieperden alle verdere verfijning en intellectualiteit overboord. 

     

    ...

  • Marco De Bartoli, redder van de Marsala: Scilië 2010

    Pin it!

    Voor door de GPS verwende Belgen is Sicilië vaak een kluwen van op elkaar lijkende wegen en zelfs onze taxichauffeur werd er ondertussen wanhopig van. Wij arriveerden dus met een uur vertraging bij Marco, maar de stemming bij onze ondertussen wat mopperende vrouwen sloeg snel om toen Sebastiano de Bartoli verscheen en ons welkom heette. Wij, de heren, hadden op een tweede Sara gehoopt, maar vooruit, wij kunnen tegen een stootje, en wij concentreerden ons dan maar op de wijn en negeerden de verliefde zuchten van onze eega's.

    DSC01384 

    Marsala volgens het Solera-systeem: de bovenste vaten worden bijgevuld met jonge wijn

                                                                                                                                                                      

    Marco's wijnverhaal start in 1978 wanneer hij de Baglio Samperi, de familiale boerderij, overneemt van zijn moeder Josephine. Tot dan had Marco, een gediplomeerd landbouwingenieur, zich vooral bezig gehouden met autoracen. Marco wou de dingen goed doen en nam zich onmiddellijk voor om Marsala, de versterkte wijn van de regio, terug de kwaliteit te geven die hij oorspronkelijk had. Ooit was die even bekend en gegeerd als porto of madeira, en net als die twee door Engelse handelaars geschapen toen oorlogen de aanvoer van Spanje en Portugal bemoeilijkte. Winstbejag, gemakzucht en de overschakeling naar productie op industriële schaal had er echter voor gezorgd dat de Siciliaanse Marsala was verworden tot een goedkoop keukeningrediënt voor het maken van sauzen. Marsala als dessertwijn was zo goed als verdwenen.

    De-Bartoli-FamilyLR
     

    Marco parkeerde zijn racewagens definitief en begon er aan. Dat deden wij ook, en na een korte uiteenzetting over Marsala nam Sebastiano ons mee naar de eerste kelder waar de wijnen rijpen volgens het Solera systeem. Het Solera systeem komt oorspronkelijk uit Jerez en wordt gebruikt voor het maken van sherry. Heel simpel gezegd is het een systeem met lagen vaten waarbij de oudste wijn zich onderaan bevindt terwijl wat verdampt of wordt afgetapt bovenaan wordt vervangen door jonge wijn. Het hele tracé van boven naar beneden kan zeer lang duren en vandaag maakt Marco twee wijnen op deze manier, de Vecchio Samperi Ventennale, twintig jaar oud, en een nieuwkomer, een dertigjarige, die we nog niet konden proeven. De grootste verrassing van deze wijnen is dat ze droog zijn, niet zoet, met de complexiteit van een oude sherry. Ze gaan eigenlijk terug op een traditie van voor de komst van de Engelse handelaars toen vele herbergen en boerderijen een vat wijn hadden dat ze bijvulden naarmate ervan gedronken werd. Sommige van deze zouden wijnen hebben bevat van bijna 40 jaar oud.

    Vecchio Samperi Ventennale:  een erg complexe neus met veel diepgang; verrassend droog in de mond, dat verwacht je helemaal niet van een marsala, heel complex, heel diep, sterk verwijzend naar noten; lang en heel complexe afdronk ****

    DSC01386

    De "gewone" rijpingskelder.

                                                                                                                           

    Marco combineerde ondertussen het aangename met het nuttige en begon met de oude sportwagens die hij verzamelt Italië te doorkruisen om zijn wijnen aan de man te brengen. Ondertussen lanceerde hij ook andere madeira-stijlen en daarmee maakten we kennis in de volgende kelder. Hier rijpten vooral de versterkte wijnen. De Marsala Superiore Riserva 1986 en de Marsala Superiore Riverva 10 Anni rijpen op vaten van kastanje en eik en worden op de klassieke marsala-manier gemaakt door het toevoegen van mistella, de met brandewijn gemengde most, en deze wijnen zijn dus zoet, de toenmalige tegenhangers van port en madeira. Ze moesten op die manier bestand gemaakt worden tegen de moeilijke omstandigheden van transport naar Engeland. Het zijn vandaag wijnen die laten zien hoe Marsala was voor men er een industriële plakkerige variant van maakte. Sebastiano legde ons ook uit dat de keuze van de druif hier heel belangrijk was. De grillo is een druif die natuurlijk hoge alcoholgehaltes aanmaakt maar veel smaak behoudt en veel beter geschikt dan een productieve slappeling als de cataratto, hoofdbestanddeel van de goedkope keuken-marsala's.

    Marsala Superiore Riserva 10 Anni:  aroma met noten en likeur; mooi volume, mooie suikers die strak genoeg geplaatst zijn; complexiteit en diepgang, in de afdronk een beetje stroef ? ***

    Vigna La Miccia, Marsala Superiore Oro: deze goudkleurige Marsala (de andere zijn eerder amberkleurig) wordt gemaakt door de druiven te fermenteren op inox en niet op hout; hij rook naar een goed gevulde boerderijkelder en was lichtzoet, mooi fris en erg aangenaam; moet een leuk aperitief zijn maar Marco serveert hem bij geitenkaas met honing **

    Ondertussen wandelden wij door nog een kelder vol vaten vol witte wijn en een kelder met de rosso (hier niet geproefd, maar zeer lekker) naar boven waar de grote pneumatische pers staat en de installaties uit inox voor de witte niet-geoxideerde wijnen. Marco begon hier in 1989 mee om zijn aanbod wat te diversifiëren en wat sneller cash te genereren maar als hij dingen doet doet hij ze goed en zijn gewone witte is fantatstisch ! In 1989 lanceerde hij de Pietra Nera, een 100% zibibbo en in 1990 de Grappoli del Grillo, een 100% grillo. De tweede kreeg de Grappoli toevoeging omdat grillo in het Italiaanse ook krekel betekent en omdat Marco er de drinkers van wou bewust maken dat ze wijn van de grillo druif dronken. Marco was toen trouwens een pionier voor de grillo druif en de eerste die er een tafelwijn mee maakte.

    Grappoli del Grillo, 2008: 100% grillo, met fermentatie op inox, gevolgd door 8 maanden vatverblijf met bâtonnage. Citroen, limoen en meloen; mooi body maar ook mooi fris, mooi gestructureerd; een vleug amandelen ook, maar de fles stond al een paar dagen open. ***

    DSC01392

    De fermentatievaten voor de Integer reeks.

    Naast de moderne installaties stonden ook enkele fermentatievaten voor de Integer-reeks, de natuurlijke wijnen van het huis. Sebastiano vertelde ons dat ze hier een zeer dubbel gevoel bij hadden en dat ze deze wijn in een heel beperkte oplage maakten, altijd met het gevoel van iets fouts te doen. "Veel van wat we doen om bepaalde effecten bij de Grappoli te vermijden, moeten we hier juist wel doen, en dat voelt heel vreemd aan". 100% voor zijn ze dan ook niet, maar vandaag maken ze een grillo, een zibibbo en een grecanico in deze stijl. Ik proefde ze alle drie en vond ze zeer lekker.

    Grillo, Integer, 2007: troebel; in de neus gisten en nootjes, in de mond zacht, ingehouden, mooi gestructureerd; niet lekkerder dan de Grappoli maar anders lekker ***

    DSC01394

    Ondertussen waren wij in de proefruimte verzeild geraakt, waar we nog een lange babbel hadden en we de Bukkuram nog proefden. Deze passito wordt gemaakt met druiven van de 5ha wijngaard die Marco bezit op Pantelleria, een eiland voor de kust van Marsala. In 1984 maakte Marco voor de eerste keer deze wijn. Hij gebruikt daarvoor niet de grillo maar de zibibbo (zibibbo lijkt sterk op moscato), de lokale druif van het eiland. Hij noemde hem Bukkuram, Arabisch voor vader van de wijnstok. Deze passito's worden gemaakt met drie weken in de zon gedroogde druiven (50%) en aan de wijnstok zelf deels ingedroogde druiven (de andere 50%). De tweede gaan het fermentatievat in en wanneer dit goed op gang is gekomen voegt men er de gedroogde druiven aan toe; drie maanden schilweking doet de rest. Na nog eens 30 maanden op Franse eik en 6 maanden op inox is de passito klaar. Marco was de pionier die deze vergeten stijl redde. Wij proefden, apprecieerden, sleepten nog wat flessen mee en vertrokken wijzer dan toen we gekomen waren.

    Bukkuram, Passito di Pantelleria, 2006: heel donker; heel complexe neus, heel magnifiek; zoet, maar ook heel breed en complex; mooie lange afdronk ****

    Meer info over Marco vindt je hier en hier en in de vinopedia vindt je ook de proefnota's van alle tot nu toe door mij geproefde wijnen van Marco.

     

     

       

  • Convento Master Class, De Nieuwe Generatie Duitse Wijnbouwers: Ludwig & Sandra Knoll

    Pin it!

    Ik herinner me het nog goed, mijn eerste wijncursus. Hij werd gegeven in De Wijnkraal in Leuven, door de vorige eigenaar, en het merendeel van zijn Europese wijnen kwam gewoon uit Delhaize of GB. En net zoals vele anderen leerde ik toen om de witte druiven uit de koele delen van Frankrijk en Duitsland te minachten: de sylvaner, de müller thurgau, de pinot blanc, wij proefden alleen aangezoete, quasi geurloze en waterige monstertjes. Vol van onszelf gingen we naar huis, we hadden iets bijgeleerd ! En een paar jaar ging ik vol dédain voorbij aan de rekken met Elzasser en Duitse wijnen. Alleen de riesling mocht nog op enig eerherstel hopen.

    Ik weet ondertussen niet meer of het bij Vinikus of Langbeen was, maar ik herinner het me wel: plotseling stond daar een fles op tafel die me qua vorm deed denken aan Matheus rosé en waar het verfoeide woordje op stond: sylvaner. Niets deed me vermoeden dat ik op het punt stond om één van de beter bewaarde geheimen van de wijde wijnwereld te ontsluieren: witte wijn uit Franken.

    Franken ligt ten oosten van Frankfurt en dus op een degelijke afstand van ons, wat zeker één van de redenen is waarom we deze wijnen niet kennen. Een andere is dat de egoïsten ! uit de regio hun wijn nog het liefst van al zelf opdrinken en dat de produktie redelijk beperkt is. Een derde is dat de voor hier karakteristieke bocksbeutelfles nu eenmaal moeilijk stockeerbaar is in een traditionele kelder. Maar ooit waren de wijnen van de Würzbürger Stein duurder dan de beste Bordeaux en ooit wil ik ernaar toe: het schijnt een mooie en interessante streek te zijn met een erg lekkere keuken.

    Deze avond had Gerd voor ons geen sylvaner bij, de koningin van de Frankische wijnen, maar een scheurebe, een kruising tussen sylvaner en riesling. Ze wordt het vaakst gebruikt voor zoete wijnen (eiswein of TBA), maar wij maakten kennis met een droog exemplaar, de Scheurebe VINZ 2008 van Weingut Am Stein. Alleen al het aroma deed iedereen eerst scherp opkijken: prachtig complex en heel breed, met wat sinaasappelschil en een zekere rokerigheid. Ook in de mond was hij diep en breed, heel complex en interessant, met een heel lekkere en interessante kruidigheid. Toegegeven, voor 16,3 euro, mag je ook al iets verwachten, maar het is eigenlijk even schrikken dat je vooroordelen ervoor kunnen zorgen dat je zo'n lekkere dingen kunt missen.

    knoll2

    De tovenaars die verantwoordelijk zijn voor al dit lekkers zijn Ludwig en Sandra Knoll en de naam VINZ komt van Vinzent, hun zoontje. Ze namen in 1990 het domein over van papa Knoll en trokken een hypermodern gebouw op, met restaurant en gastenverblijf, om een echte "Frankische erlebnis" te scheppen. Ze oogsten hun druiven laat en doen aan opbrengstbeperking, maar hun wijnen worden het meest getypeerd door de bodem, die vooral uit mosselkalk bestaat. Ik houd van al hun wijnen. Ze zijn breed en vriendelijk en intelligent, het zijn eche "big hug wines", die je stevig vastpakken en knuffelen. Je vind hier de besprekingen van de andere wijnen (even edit - find doen!).

    knoll3

     

    Wordt vervolgd ! 

       

  • De coloribus of over het begeleiden van pompoenen

    Pin it!

    Ik kook graag, maar veel te weinig en als een natuurtalent kan ik mezelf niet beschouwen, daarvoor moet u bij Mme Rick zijn. Maar proeven kan ik wel, en wanneer ik een hele goede spijs-wijn combinatie tref tijdens mijn culinaire weekend-gestuntel schrijf ik de naam van de wijn met potlood bij het recept. een goede gewoonte, vind ik, en afgekeken van het kookboek van de Comme Chez Soi. Maar er moet steeds ruimte blijven voor een experiment, en dit weekend draaide dat rond een schoonmoederlijke pompoen.

    Jamie Oliver leerde zijn volk koken, maar mij leerde hij risotto maken. Voor ons is zijn pompoenrisotto dan ook een jaarlijkse traditie geworden, een heraut voor de herfst, zoiets als het vallen van de bladeren. De geweldige smaak van die risotto is gebaseerd op de in de oven geroosterde en in kruiden gewentelde pompoenschijven die nadien in het gerecht worden verwerkt (en ze vullen het huis met prachtige aroma's). Het geeft de risotto ook een mooie oranje kleur en ik besloot dan ook om deze keer eens te combineren met kleur in plaats van met smaak.

    pompoen

                                                                                                                                       

    Ik heb op deze blog al een paar keer geschreven over oranjekleurige, natuurlijke witte wijnen, wiens sterk oxydatieve smaak indien hij gekoppelt is aan mooi fruit mij zeer aanstaat. In dit geval was de combinatie tussen de Panier de Fruits 2005 van het Domaine de la Coulée d'Ambrosia in de Loire, een absoluut schot in de roos. Ik schreef er hier al over, maar vaak vind ik sommige van die natuurlijke wijnen wat moeilijk te combineren met een maaltijd. Hier was de combinatie perfect, tot en met het metalige kruidnagel toetske dat ook in de groentebouillon heel sterk aanwezig was. Geen alledaagse combinatie, en misschien zou ik ze niet aan iedereen durven voorzetten (alhoewel, waarom niet, lekker is lekker), maar de twee smaken gleden naadloos in elkaar over. Heel mooi hoe kleur en smaak bij elkaar gingen.

    By the way, mijn "normale" beste keuze voor dit recept is een mooie eikgerijpte chardonnay. Ook heerlijk, maar wat minder avontuurlijk. Wie het pompoenrisotto receptje wil moet me maar een mail sturen. En, by the way, nog een supertip: je kan de pompoenpitten met goed grof zeezout roosteren in een kleine braadpan. 1000maal lekkerder dan alle chips of hapjes die je voorverpakt koopt.   

  • Bericht uit Oostende 1: lékkere p/k !

    Pin it!

    Eén van de voordelen aan een vakantie in eigen land (naast deze keer ook eens het weer) is dat je weken op voorhand de kelder kan in duiken om wat mooie flessen mee te nemen. Omdat de vakantie echter ook het ideale moment is om iets nieuws te proeven bestel ik graag op het laatste moment nog wat extra flessen bij één of twee wijnhandelaren. Wanneer heb je immers zo de tijd om op je gemak te proeven, in ideale omstandigheden ? Bij zo'n bestelling mengel ik graag het wat duurdere werk met het wat goedkopere (een goeie wijnhandelaar is sterk in beide) en ik wil het hier graag even hebben over twee flessen die een schitterende prijs-kwaliteitsverhouding hadden. De foto van de flessen mislukte helaas wat en daarom, gratis en voor niks, het avondlijke zicht vanop ons (gehuurde) terras.

    Mijn eerste (goedkope) waw-ervaring van de reis was de Côtes du Rhone Blanc 2006 van Xavier Vignon. Uitgerust met een schroefdop (die nu eindelijk ook Frankrijk stilaan verovert), mooie strogele kleur. In de neus springt grenache blanc sterk naar voor maar bedekt door allerlei extra's; in de mond heel mooi startend met kelderappeltjes, heel karaktervol en steeds complexer wordend; mooie frisse zuren zetten dan ook op en in de afdronk komt citrus sterker naar voor, en een beetje drop. Geen idee van de blend, maar wel van de prijs: 7,95 euro ! Gekocht bij Marc van Cavopro (die gelukkig veel beter wijnen invoert dan dat hij websites beheert...). Goed voor ©©©.

    Een tweede wijn die er eveneens omwille van zijn prijs-kwaliteit uitsprong was de L'Ivraie 2007, Vin de Pays de l'Ardèche, van Jérome Jouret. Goudgeel van kleur en in de neus een heel apart aroma dat wat deed denken aan kokende kweeperen, très vin naturel; in de mond zachter maar met mooie frisse zuren en heel mooi fruit (gele, hele rijpe in de zon gebakken appel); na een tijdje begon zowel het aroma als de mond sterk te verwijzen naar appelbeignet, inclusief het een beetje gekarameliseerde daarvan). Voor die prijs (8,76 euro bij Laurent Mélotte, die zijn website(s) wél goed bijhoudt) een reis op zichzelf. Eveneens goed voor ©©©.

    DSC01213

  • Ontmoetingen met een druif: roter veltliner

    Pin it!

    Ik heb het er hier een tijdje geleden al over gehad. Ik heb een hekel gekregen aan wijnen zonder gezicht, hoe goed gemaakt ook, en ben op zoek naar wijnen die een verhaal te vertellen hebben, wijnen waarvan ik weet waarom ze gemaakt zijn en wijnen waarvan ik het gezicht van de wijnmaker kan zien. Ik stap met deze vraag nu al wel eens bij een wijnhandelaar binnen en af en toe reageert men op mijn vraag als een koe op een voorbijrazende TGV: een blend van melancholieke onverschilligheid en verbazing. Meer en meer gebeurt gelukkig ook het tegenovergestelde en toen ik mijn vraag rond wijnen met een verhaal stelde bij Matthys Wijnimport in Brugge werd ik bestookt door een mitrailleurvuur van anekdotes en verhalen, allemaal staccato afgevuurd door een wijnliefhebber waarvan ik de naam ben vergeten te vragen. Gisteravond ging de eerste fles open en ja hoor, er lag een mooi verhaal te wachten...

    Roter Veltliner is een erg oud Oostenrijks druivenras dat geen enkele verwantschap heeft met grüner veltliner en dat volgens de legende naar Oostenrijk zou zijn gebracht door de Romeinen. De naam komt van de lichtrode, naar het onranje zwemende kleur die de druivenschil krijgt als ze rijp is en niet van de kleur van de wijn die wit wordt gevinifieerd. De druif is erg gevoelig voor vorst en schimmels en levert wanneer ze ongelimiteerd vruchten mag dragen niet meer op dan een dunne, zurige wijn, maar is heel goed bestand tegen droogte en laatrijpend. Wie aan opbrengstbeperking doet kan er erg lekkere witte wijn mee maken. Ze komt alleen voor in Kamptal en Kremstal, op her en der verspreide perceeltjes, maar ze krijgt momenteel veel aandacht van de lokale wijnboeren, die zoals hun collega's over de hele wereld altijd op zoek zijn naar een USP. Er staat nog 220ha van aangeplant. Andere namen zijn roter muskateller of roter reifler en rotgipler en zierfandler zijn afstammelingen.

    roterveltliner
     

    Ik dronk de Sonnseit'n Roter Veltliner 2007 van Soellner, bij Matthys Wines gekocht aan 10,5 euro, afgesloten met een schroefdop. Het domein werkt biodynamisch en de druiven werden geplukt op verschillende percelen in het dorp Goesing. De wijn fermenteerde en rijpte op grote oude houten vaten. De neus was eerst erg gesloten maar werd dan elegant met het aroma van gele krenten, wat meloen en rozen. In de mond was hij fris en fruitig met een aangename, erg jong aandopende tinteling. Mooie fijne zuren. Een hele mooie wijn als aperitief of zeevruchten.

                                                                                                                                                   

  • Suivre son chenin: CSP goes Loire

    Pin it!

    Soms is de pater familias van CSP liever lui dan moe, en dan staat er altijd wel een bereidwillige CSP'er op om eens een degustatie rond een bepaald thema te organiseren. Deze keer was dat Stichtend Lid Gert en hij richtte zich tot de wijnen van de Loire. Omdat de Loire als wijnregio zo groot en divers is, schiep hij een interessante beperking. Er zou alleen worden geproeft rond twee van de hoofddruiven van de Loire: de chenin blanc en de cabernet franc. Dat bleek een interessante premisse te zijn: beide druiven lieten zich hier zien in hun sterk uiteenlopende verschijningsvormen. En in één klap legden we ook de hand op één van de interessantste kanten van de Loire: de grote gevoeligheid van zijn druiven voor hun terroir en de omstandigheden.

    De chenin opende de dans. Zes droge chenin blancs passeerden de revue en we proefden zes maal een erg verschillende wijn. Dat vier van de zes werden aangeleverd door Troca Vins uit Roeselare speelde ook wel een rol. Deze wijnhandelaar is gespecialiseerd in biodynamische en natuurlijke wijnen die door een minimale interventie in de kelder het terroir zeer duidelijk te laten uitkomen. Eén van de leden vroeg naar het verschil tussen een biodynamische en een natuurlijke wijn. Grof gezegd komt dat hierop neer: het biodynamische aspect van een wijngaard eindigt aan de kelderdeur, waar het natuurlijke begint. Biodynamische wijnbouw houdt zich bezig met de wijngaard, het maken van al dan niet natuurlijke wijnen gebeurt in de kelder. In België zijn er twee die u daar alles over kunnen vertellen: Jacques Massy uit Roeselare en Laurent Mélotte uit Pécrot bij Wavre, beide fascinerende persoonlijkheden die uren over hun wijnen kunnen vertellen.

    Onze eerste wijn  was een heel klassiek gemaakte Chateau de la Guimonière 2005, een Anjou, aangekocht in de Auchan van Roncq aan 4,95 euro. Hij kaapte onmiddellijk twee hartjes weg door zijn peperige en kruidige noten, heel fris en origineel, en zijn prijs/kwaliteitsverhouding. De volgende chenin liet ons kennis maken met een wijn van een biodynamische wijngaard: de Le Chenin 2006, Domaine de la Garrelière, een Touraine (8,82 euro, Troca Vins), is het broertje van één van mijn favoriete sauvignon blancs. François Plouzeau is een ervaren wijnmaker die elegante en soepele wijnen wil maken daar wonderwel in slaagt. Deze wijn verwees naar heel rijp fruit (ananas) en zette ons de hele tijd op de verkeerde voet: het volle fruit dat telkens de eerste mondindruk opleverde deed een aanval van zoet vermoeden, maar die kwam er niet, de wijn was zeer droog. Schitterende afdronk. En dus opnieuw twee hartjes. Ook de volgende, de Suivre Son Chenin 2006, Domaine Lechartier, een Montlouis, kwam van Troca-Vins (14,4 euro) en bleek de ster van de avond. In de enorm complexe neus kwamen eerst eigenaardige elementen als polypropyleenkorrels en gesmolten plastic naar voor (ooit startte onze president zijn professionele loopbaan aan de lopende band in een plastiekfabriekske in Beerse, horresco referens), maar dan kwam wit fruit, peer, ijzerschaafsel, metaalfrees, highland whisky en des te langer er aan deze wijn gesnuffeld werd, des te beter hij werd. in de mond was hij kurkdroog en zeer sec, fris en mineralig en eveneens héél complex. Eigenlijk een wijn waarvan je er twaalf moet wegleggen en om het jaar eentje openen. Soms ontmoet je een mens die je beter wil leren kennen uit pure nieuwsgieirigheid: dit was zo een wijn. Goed voor drie-en-een-half hartje.   

    cheninsuivre

     

    De Lechartier was in volle conversie naar bio, maar het volgende domein werkt al sinds 1998 biodynamisch. De Les Fontenelles 2005, Chateau Tour Grise, is een Saumur, eveneens van Troca Vins (12,71 euro). Opnieuw een échte chenin, maar geen whisky deze keer, wél calvados. Zowel in neus als mond riep iedereen calvados, of pommeau, of farm-cider ! maar de wijn was ook complex en fris, fruitig en vol, en kreeg hiervoor twee-en-een-half hartjes. Op aanraden van Amaronese kwam Pierre Soulez, één van de grote namen van de appellation Savennières, aan de deurt kloppen met zijn Cuvée d'Antan, 2000, Chateau de Chamboureau (Auchan Roncq, 10,9 euro). Opnieuw een hele andere wijn: gekonfijte amandelen en rozijnen in de neus, in de mond hetzelfde maar met toetsen van melkwei, noot en een soort oxydatief element. Met mijn beperkte ervaring zag ik dit als een soort tussenfase voor een goede chenin. Binnen een jaar of twee gaat zo'n wijn richting honing en kruiden...denk ik toch. Twee hartjes. De witte afsluiter was eerder oranje van kleur: een vin naturel dus...En hier barstte een hele interessante discussie los...Wordt vervolgd.